heijmerikx.nl

Information

This article was written on 17 apr 2017, and is filled under Oorlogsperiode.

Current post is tagged

, , ,

De moord op 1500 Joodse vrouwen in Grodno.

Het geheim van Baron Evert Roderich Arndt Johann von Freytag-Loringhoven.

Simon Wiesenthal, zat gevangen in 1943 in een buitenkamp van het concentratiekamp Lvov Galicië in Polen, nu Rusland, als leden van de ondergrondse hem in zijn hut bij de spoorwegwerkplaats, een Joodse jongen van ca 15 jaar binnensmokkelen. Olek zo werd hij genoemd, was de enige overlevende van de zuivering van de nazi’s van de stad Chodorov in Galicie. Een niet joodse buurman had hem achter een berg steenkolen verstopt, en zo was hij de enige overlevende van de drieduizend mannen, vrouwen en kinderen. Hij was bang, verschrikkelijk bang. Zijn blauwe ogen stonden wijd open van angst had rood haar en was lijkbleek. De ondergrondse had hem valse papieren bezorgd maar konden verder niets voor hem doen. Simon Wiesenthal hield hem een paar dagen verstopt, maar dat was voor beiden natuurlijk erg gevaarlijk. Wiesenthal sprak een bedrijfsleider van een bouwonderneming, en vroeg of hij geen plek had voor een Poolse weesjongen die zijn beide ouders verloren had, en de Poolse bedrijfsleider wilde zich wel over hem ontfermen, zodat Olek als leerjongen aan het werk kon, en  mocht eten in de kantine en ook daar een slaapplek mocht inrichten. Hij had een opdracht meegekregen, vertel nooit dat je een Jood bent, zelfs niet aan andere Joden als je doe tegenkomt, en vooral geen vrienden zoeken onder andere Joden, dat heeft hij beloofd en volgehouden zolang als de oorlog heeft geduurd. Olek overleefde de oorlog, evenals Simon Wiesenthal, zij zagen elkaar in 1946 terug in Linz, hij was uit Polen naar Linz gekomen, en wachtte op een illegaal transport waarmee hij naar Israël wilde.

Als Simon Wiesenthal drie jaar later ook in Israël is, om een lezingen te houden, vernam hij waar Olek woonde, en bezocht hem in een kibboets van voormalige Warschau strijders ca. 30 km ten noorden van Haifa. Hij is getrouwd, en heeft 2 kinderen en zijn oude naam weer aangenomen Jitzack Sternberg. Sindsdien hebben zij altijd contact gehouden.

In 1964 nodigde Jitzack Sternberg, Simon Wiesenthal uit om naar Israël te komen en daar te vertellen over zijn werk als nazispeurder. Na zijn uiteenzetting, wordt Simon Wiesenthal vrijwel onmiddellijk gebeld door Heinz Jacob, die in een naburige kibboets zijn uiteenzetting had meebeluisterd, hij vroeg of hij dadelijk naar hem toe mocht komen.

Heinz Jacob vertelde dat hij al in 1933 met zijn ouders naar Palestina was geëmigreerd, en voor het eerst in 1963 weer in Duitsland was geweest om familiezaken te regelen vanwege gestolen familiebezittingen door de nazi’s.

In de trein naar Berlijn, kwam hij in een coupe te zitten met een gedistingeerd persoon van ca. 60 jaar oud. Zij kwamen aan de praat, en hij stelde zich voor als Evert von Freytag-Loringhoven (geboren 28 maart 1902 Gross-Born Letland). De man verbaasde zich over Heinz Jacob, en vertelde dat hij er niet bepaald als een Jood uitzag, maar hij verheugde zich met hem in gesprek te geraken, en vroeg honderd uit over Israël waar hij nog nooit geweest was, en dat hij vele Joodse mensen kende uit zijn geboortestreek dicht bij Riga. Hij vertelde dat hij was opgegroeid op een feodaal landgoed van zijn familie in Letland. Toen de bolsjewieken in 1919 kwamen, werden alle bezittingen van de grootgrondbezitters onteigend, en vluchtten hij en zijn familie naar Duitsland, waar de familie later in Oost Pruissen door erfenis wederom in het bezit kwamen van twee landgoederen. Hij was het die de landgoederen beheerde nabij Grodno en Mirakowo. En toen kwamen de Russen in 1945 wederom achter hem aan, en zij spraken over zijn vlucht voor de Russen en de vlucht van Heinz Jacob voor de Duitsers.

Evert von Freytag-Loringhoven vertelde dat hij als beheerder van de landgoederen geen ander vak kende, het was gebruikelijk binnen zijn familie, dat de een zoon de landgoederen ging beheren, en de andere broers zich in het leger begaven, zoals ook zijn broer Wessel Oskar Karl Johann Freiherr von Freytag-Loringhoven (geboren 10-11-1899 Gross-Born, Letland, overleden door zelfmoord 26 Juli 1944 in Mauerwald, Pruissen) die officier was in het leger van nazi Duitsland, maar al heel snel gedesillusioneerd werd toen hij zag wat de SS allemaal deed voor en tijdens de oorlog. Hij was het die de springstof leverde voor de moordaanslag op Hitler door de groep rondom graaf von  Stauvenberg op 20 juli 1944 en die jammerlijk mislukte. Hij heeft zelfmoord gepleegd, omdat hij anders wel vermoord was geworden door de nazi’s. Evert werd nadien gearresteerd door de Berlijnse Gestapo en heeft enkele maanden in de gevangenis aan de Alexanderplatz gezeten, en werd door tussenkomst van een vriend een hooggeplaatste nazi vrijgelaten. Na het einde van de oorlog werd hij door de Russen gezocht, en ontkwam doordat een Poolse officier die in concentratiekamp Stutthoff had gezeten hem valse papieren bezorgde, en hij naar Hessen kon vluchten waar zijn zus woonde, en daar beheer ik nu een kleine boerderij, landbouw is het enige wat ik ken.

Evert von Freytad-Loringhoven was zichtbaar aangedaan, en zei tegen Heinz Jacob, ik geloof niet in toeval, ik kom bijna nooit uit mijn huis, ben na de oorlog nog nooit Joden tegengekomen, ik ken de verschrikkingen die de Duitsers de Joden hebben aangedaan, ik heb het met eigen ogen allemaal gezien, ik zag hen onschuldige vrouwen vermoorden en heb tot nu toe er nooit met iemand over gesproken. Maar ik kan en wil mijn geheim niet in mijn graf meenemen. Ik zie nog de Joodse vrouw voor me in mijn nachtmerries, zij werkte op mijn landgoed bij Mirakowo, een zeer beschaafde dame uit Praag, ook de jonge ca. 30 jarige vrouw uit Boedapest die arts was en in een klein schooltje in Grodno een ziekenzaaltje had ingericht. Ik wilde haar helpen te ontsnappen, maar zij weigerde, zij wilde bij haar patiënten blijven. Zij werd tenslotte samen met haar patiënten vermoord. Evert keek naar Heinz Jacob, en zei geef mij uw adres, ik zal u schrijven, ik kan het verhaal nu niet verder vertellen, ik ben daartoe nu niet meer in staat.
En zo zaten in Israel in de kibboets, Simon Wiesenthal, Jitzak Sternberg en Heinz Jacob, welke laatste de brieven van Evert Freytag-Loringhoven aan Simon Wiesenthal overhandigde.

Heinz vertelde dat hij steeds contact met Evert had gehouden, en hem schreef dat hij misschien wel iemand wist die iets met zijn geschreven verhaal kon doen, en noemde de naam van Simon Wiesenthal. Evert was blij verrast, en zei, zie je wel ik wist dat het geen toeval was dat ik u in de trein tegenkwam, en Wiesenthal was ook de naam van een klein kamp waar de ergste dingen gebeurden, dicht bij Thorn. Dus verzocht Evert Freytag-Loringhoven aan Heinz Jacob bij gelegenheid zijn brieven aan Simon Wiesenthal te overhandigen.

En dus las Simon Wiesenthal de brieven van de oude Baron, en was zich ervan bewust dat wanneer Evert en de Jood Heinz Jacob elkaar niet toevallig hadden ontmoet in de trein naar Berlijn, dit geheim mogelijk nimmer bekend was geworden.

In november 1944, komt de trein met 2.800 Joodse vrouwen in veewagons aan op het station van Mirakowo vlak bij de Poolse stad Thorn. De stationschef Zacharek kan zich het transport nog goed herinneren, het was een uitgeputte en verzwakte groep vrouwen die uit de trein kwamen, sommigen meer dan half dood. Hun reis van lang geweest, de meesten kwamen uit Hongarije, anderen uit Polen, Tsjechoslowakeije, Roemenie, Nederland, Frankrijk en Oostenrijk. Velen hadden al meerdere concentratiekampen achter de rug in Letland en Litouwen, waren in kleine scheepjes over de Baltische zee gekomen en daarna naar concentratiekamp Stutthoff, en vervolgens naar Mirakowo. Daarna werden zij naar het landgoed bij Grodno gedreven wat eigendom was van Evert Baron Freytag-Loringhoven.
Hij verklaarde in zijn brieven en ook later aan de medewerkers van Simon Wiesenthal: “Van Grodno werden de vrouwen  naar vier werkkampen gebracht, Malvern bij Strassburg, Grodno en Wiesenthal beiden bij Thorn en Shirokopas bij Kulm. Leider van dat transport was SS Obersturmfuhrer Ehle. De vrouwen moesten in Grodno antitankgrachten graven en woonden in tenten, achtergelaten door de Hitlerjugend die een begin hadden gemaakt met het graven van de antitankgrachten. Ca 135 vrouwen moesten op het landgoed van de baron aan het werk, in de stallen en helpen bij het aardappelen rooien. De meeste vrouwen hadden vrijwel geen kleren meer aan toen ze aankwamen, velen bedekten zich met oude militaire dekens, die zij over de schouders sloegen en anderen over hun middel knoopten, Zij hadden zo’n honger, dat zij zich bij het zien van bladeren aan de suikerbieten zich daarop storten en die opaten. Anderen waren te zwak, en niet in staat naar die suikerbietenbladeren te gaan, en werden ter plekke doodgeknuppeld met een knuppel op de nekwervels. Ss commandant Ehle vertelde later aan de baron, dit is de enige manier waarbij men later bij een postmortem onderzoek ooit de doodsoorzaak zal uitwijzen. De vrouwen werden vermoord op een klein schiereilandje in het meer van Grodno. Ze werden door andere vrouwen in een massagraf gegooid, en op hun beurt werden later die vrouwen ook doodgeknuppeld, om levende bewijzen ook op te ruimen. Elke dag werden er wel tussen 8-20 vrouwen op deze wijze vermoord.

De Baron verteld verschrikkingen die begaan zijn in een lang verhaal, een vrouw werd gedwongen uren op de dichtgevroren rivier te knielen, net zolang dat haar knieën vastgevroren waren aan het ijs.

De bewakers waren Duitsers en Oekraïners, het grootste uitschot welk hij ooit gezien had, zij sloegen om niets de vrouwen met de kolven van de geweren, kwam een vrouw te laat naar het idee van de bewakers, bedachten zij allerlei sadistische straffen, die niet zelden tot de dood leiden.

Sommige vrouwen vertoonden grote heldenmoed, zoals de dokter die hulp van de Baron weigerde, en wist dat zij daardoor haar eigen doodvonnis tekende.

Baron Freytag-Loringhoven, had twee van die vrouwen in zijn huis verborgen, een naaister uit Boedapest en een vrouw uit Praag. Zijn Poolse voorman verborg een 19 jarig Joods meisje uit uit Lódz. Er werkten 10 vrouwen in de stallen om het vee te verzorgen, en de baron zorgde ervoor dat zij melk en aardappels kregen, hoewel hij wist dat Ehle dat ten strengste verboden had. Een Joodse gevangen vrouw uit de omgeving van Praag bezorgde de baron een lijst van ca. 500 gevangen vrouwen, maar toen hij later in Polen onder een valse naam woonde kreeg hij bezoek van een Russische militair die hem de lijst afhandig maakte, en verscheurde die.
Kort voordat de Russen kwamen, op 16 of 17 februari 1945 werden 118 vrouwen vermoord en verdwenen in de massagraven. Een der vrouwen kreeg kort daarvoor een baby, die de baron met behulp van twee zijner arbeiders geprobeerd heeft te redden, maar Ehle vond moeder en kind, en voor de ogen van Evert Freytag-Loringhoven vermoorde hij moeder en kind.”
Op 18 januari 1945 werden de overgebleven vrouwen weggevoerd naar Dantzig, en volgens de geruchten zouden zij in zee gedreven zijn en verdronken.

Verschrikkelijke verhalen las Simon Wiesenthal in de kibboets in Israël, verhalen waarvan hij het bestaan niet wist.
Terug in Oostenrijk stuurt Wiesenthal een zijner medewerkers naar Evert Freytag-Loringhoven om te horen, of hij getuigen wil als het tot een rechtszaak zou komen, dat was geen enkel probleem, en stemde toe te getuigen van hetgeen hij wist en met eigen ogen had gezien.
Maar alvorens verder te werken aan de voorbereidingen van zo’n proces, werd eerst inlichtingen ingewonnen bij het Joods Historisch Instituut in Warschau, alsook aan de Israëlische politie en aan de Israëlische experts inzake nazi misdaden begaan tijdens WOII, maar al deze instanties hadden nimmer gehoord van de massamoord op ca. 1500 vrouwen in Grodno.
Omdat de vrouwen afkomstig waren uit concentratiekamp Stutthoff, werden de bewakerslijsten van dat kamp nagekeken, en SS Obersturmfuhrer Paul Ehle kwam op die lijsten voor. Bij verder onderzoek bleek, dat Paul Ehle woonachtig was in Kiel waar hij als mecanicien werkzaam was. Volgens de officier van justitie Rückerl die deze zaak behartigde, zouden de brieven enkel als informatie beschouwd worden, en moest er eerst een beëdigde verklaring van de baron komen om deze zaak niet als verjaard te beschouwen door de rechtbank. Enkele weken later verklaart Evert von Freyrag-Loringhoven onder ede dat alles wat hij geschreven heeft de waarheid en niets anders dan de waarheid bevat. Daarna is Paul Ehle gearresteerd, hij doet geen enkele poging om zijn misdaden te ontkennen, hij zou zeker zijn veroordeeld, ware het niet dat hij in september 1965 plotseling in zijn cel is overleden. In november 1965 vinden de Poolse autoriteiten het massagraf op het kleine schiereiland in het meer van Grodno, welke door Evert Baron Freytag-Loringhoven is beschreven.

Colofoon:
Moordenaars onder ons – Simon Wiesenthal
diverse internetsites

 

 

Geef een reactie