heijmerikx.nl

Information

This article was written on 07 aug 2016, and is filled under Oorlogsperiode.

Hedwig Höss-Hensel de vrouw van de kampcommandant en haar rol in Auschwitz.

Hedwig Höss-Hensel de vrouw van de kampcommandant en haar rol in Auschwitz.

 

In de Pakketstelle, de plek in Auschwitz waar de pakketten binnenkwamen bedoelt voor de gevangenen, gebeurde er nog al eens wat vreemde zaken. De pakketten van het Rode Kruis kwamen daarbinnen, maar ook pakketten vanuit vele landen waarvan de meeste uit Tsjechoslowakije. Familieleden vandaar namen aan dat hun familieleden in Auschwitz, Auschwitz-Birkenau of in een der buitenkampen gevangen zaten. Er stond dan simpel op genoteerd om die pakketten dan aan de desbetreffende persoon af te geven. Als die nog leefde, kreeg die het in de regel ook wel, was hij niet aanwezig of al overleden, dan verzuimde men de familie daarover in te lichten, en de pakketten bleven dan gewoon binnenkomen. Door ingewikkelde regels door de SS zelf opgesteld, was het niet eenvoudig om die pakketten zomaar mee te nemen, gek genoeg waren de SS’ers afhankelijk van de aldaar tewerkgestelde zogenaamde prominente gevangenen. Die pakketten waren zeer gewild, zelfs voor de meest wel doorvoede SS’ers.  De inhoud bestond veelal uit eigen gebakken brood, die wekenlang goed bleef, chocolade, cake, eigengemaakte marmelade, honing enz. wat meest afkomstig was van de boerenfamilies die trouw hun familieleden van alles stuurden, niet wetende dat het in verkeerde handen viel. Het zijn vooral de SS officieren die ervan hebben geprofiteerd, alhoewel dat niet zomaar openlijk gebeurde, haat, afgunst nijd en corruptie lagen daaraan ten grondslag, men vertrouwde elkaar in het geheel niet. Via slinkse methoden werden de prominente gevangenen waarvan men afhankelijk was, ingeschakeld. Waren die prominente gevangenen niet zo inschikkelijk, dan kon men snel overgeplaatst worden, naar bijvoorbeeld de kolenmijn Janina, en dan stond je lot vrijwel zeker vast.

Maar het meest heeft Frau Höss van de pakketdienst geprofiteerd, ondanks dat haar man de kampcommandant het had verboden dat niemand van de SS zich mocht verrijken of vergrijpen aan de pakketten. Toen haar man die er overigens net zo goed aan meedeed, eind 1943 bevorderd werd en overgeplaatst werd naar Berlijn, waar hij verantwoordelijk werd voor de deportatie van de Hongaarse Joden, bleef zijn vrouw met hun 5 kinderen in de woning direct naast het kamp wonen. Met de ss officieren uit andere kampen, en zelfs uit Berlijn, alsmede met de ingenieurs van IG Farben werden in haar huis enorme eet festijnen gehouden, de fijnste delicatessen, specialiteiten en grote drankvoorraden werden daar gegeten en gedronken afkomstig uit de pakketdienst of Jodentransporten, ondanks het verbod van haar man. Zij beschikte over een grote en uitgebreide staf dienstpersoneel. Uit Auschwitz kwamen 2 Poolse vrije meisjes, een als dienstmeisje en de ander Janina Szczurek, als naaister. Voorts beschikte zij uit minstens 20 gevangenen uit het kamp met allemaal een speciale functie, twee van hen tuinmannen van beroep, verzorgden haar beeldschone tuin met exotische planten en bloemen. De burgerkleren van het gezin inclusief die van haar man, werden door de beste kleermakers uit het dorp Auschwitz gemaakt, de mooiste meubelen, beeldhouwwerken, sieraden werden door gedeporteerde gevangenen gemaakt, het is natuurlijk niet moeilijk te raden waar de ingrediënten zoals goud en diamanten voor die sieraden vandaan kwamen. De gevangenen die in haar villa moesten werken, hadden het overigens ook goed, beter eten, betere kleding en vaak kregen zij sigaretten van Frau Höss, die zij dan weer in het kamp konden ruilen, het kamp waar zij s ’avonds weer naar terugkeerden. Met lorries vol werden de meest luxe goederen en lekkernijen bij de villa afgeleverd. Frau Höss organiseerde o.a. hele stapels ondergoed, zogenaamd voor haar personeel, maar in werkelijkheid stuurde zij het naar haar familie in Duitsland.

Tenslotte werd ook haar het vuur onder de voeten te heet, en vertrok zij eind 1944 uit Auschwitz, en vergat niet, om 4 vrachtwagens vol met geroofde goederen mee te nemen.

Toen zij later door de Amerikanen werd verhoord, verklaarde zij glashard van niets te weten, zij had zich op geen enkele wijze met het werk van haar man bemoeid.

 

Hedwig Höss-Hensel geboren (1908 Neukirch-1989 Arlington op bezoek bij haar dochter) dochter van Ostwald Richard Hensel en Linna Florendine Kremtz. Hedwig had een broer en een zus. Zij huwde op 17 augustus 1929 met Rudolph Höss (25-11-1900 Baden-Baden – 16-4-1947 Auschwitz)

Het echtpaar kreeg 5 kinderen, Ingebrigitt, Klaus, Hans-Rudolf, Heidetraut und Annegret.

Rudolf Höss was een Duitse Nationaalsocialist, SS-Obersturmfuhrer, en van mei 1940-november 1943 kommandant van het Concentratiekamp Auschwitz. Hij werd als oorlogsmisdadiger in 1947 veroordeeld tot de doodstraf doormiddel van de strop, en werd opgehangen in het dan voormalige concentratiekamp Auschwitz naast zijn voormalige villa.

 

De broer van Hedwig Hensel, Hensel Hensel werd nadat hij van het front in het oosten, waar hij als tekenaar en schilder werkzaam was voor het leger, terugkeerde naar Flensburg, heeft hij volgens vermoeden zijn zwager Rudolf Höss hulp geboden om aan arrestatie te ontkomen, en hem een nieuwe identiteit te verschaffen, en hem werk verschafte op een boerderij in Gottruppel. Hijzelf Hensel werd door de Amerikanen gearresteerd, omdat zij dachten dat hij de gezochte Rudolf Höss was, en uiteraard vrijgelaten toen bleek dat hij dat niet was.

Rudolf Höss geboren in een katholiek gezin, en zijn vader de koopman Franz Xaver Höss wilde dat zijn zoon priester zou worden, maar na de dood van zijn vader verliet hij de school al op 15 jarige leeftijd, en melde zich vrijwillig voor de dienst tijdens de 1e wereldoorlog. Hij diende o.a. in Turkije aan het front in Mesopotamië, en later in Palestina vocht hij tegen de Engelse overheersers.

Al op zijn 17e was Rudolf Höss al onderofficier en al onderscheiden met het IJzeren kruis 1 en 2 onderscheiden.

In 1919 sloot hij zich aan bij het Vrijkorps Rossbach en nam deel aan gevechten in Balticum, het Ruhrgebied en Obersilesien.

Walter Kadow de Duitse basisschoolleraar en lid van de rechtse Duitse partij Freiheitspartei werd op 31 mei 1923 vermoord door leden van het consortium Rossbach.

Rudolf Höss was betrokken bij die moord op Walter Kadow op 31 mei 1923, Walter Kadow werd verdacht van het verraden van Albert Leo Slageter aan de Fransen, die hem executeerden. Slageter was militair in WOI, lid van verschillende vrijkorpsen en heeft verschillende springstofaanslagen gepleegd ten tijde van de Franse bezetting van het Ruhrgebied na WOI, hij werd dan ook door de Fransen gezocht, en door verraad kwam hij in Franse handen.

Uit angst om geliquideerd te worden als een der vertrouwelingen gaf Höss zich zelf aan. Hij werd gearresteerd en kreeg 10 jaar gevangenisstraf op 15 maart 1924, maar kwam vervroegd vrij door algemene amnestie op 14 juli 1928. Zijn latere chef Martin Borrmann voor zijn rol op de moord van Walter Kadow kreeg 1 jaar gevangenisstraf.

Na die periode werkte hij als dagloner om zo in zijn onderhoud te voorzien, en was door omstandigheden in die periode suïcidaal. Dat verbeterde, toen hij aanhanger werd van de NSDAP, en daadwerkelijk lid werd onder nummer 3240 in november 1922. Werkte zich toch op als leider bij de landelijke bevolking van Ahlen-Vorheim bij de verschillende Nazi verenigingen, en ontmoette voor het eerst Heinrich Himmler, die Höss bewonderde voor zijn onderdanigheid, organisatievermogen en duidelijkheid.

Op 20 september 1933 wordt Rudolf Höss lid van de SS onder nr.193616, en in 1934 vraagt Heinrich Himmler hem toe te treden tot de Totenkopf SS, en wordt blokleider in Dachau, en vanaf april 1936 rapportführer in Dachau. In augustus 1938 werd hij adjudant van de kampcommandant van Sachsenhausen, en in november 1939 officier met de rang van SS Hauptsturmführer. In november 1940 komt zijn overplaatsing als kampcommandant naar Auschwitz.

Op 1 maart 1941 krijgt Höss van Heinrich Himmler opdracht om Auschwitz-Birkenau uit te bouwen, en in de zomer van 1941 werd hij naar Berlijn geroepen om de boodschap te horen dat Hitler bevolen had om de eindoplossing voor het Jodenvraagstuk uit te voeren. Terug in Auschwitz krijgt Höss bezoek van Adolf Eichmann, die met aantallen aangevoerde Joden komt, die op transport gesteld worden, en stelt onomwonden dat de enige manier om die aantallen te verwerken, en de Joden te vernietigen enkel door gas gedaan kan worden, door gewoon dood te schieten kan men onmogelijk die aantallen halen die verwacht worden. Overigens is dat voor de SS ook een te grote belasting, vanwege de vrouwen en kinderen die ook vernietigd moeten worden. Höss Plaatsvervanger Hauptsturmfuhrer Karl Fritsch, had eigenmachtig Russische krijgsgevangenen laten vergassen met Zyklon B, toen Höss op dienstreis was, en heeft Heinrich Himmler daarvan op de hoogte gesteld.

Karl Fritsch was trots op zijn werkwijze met het gas Zyklon B, en de efficientie daarvan. Hij noemde zichzelf later, de uitvinder van de gaskamers in Auschwitz te zijn.

Rudolf Höss leidden eind 1941-begin 1942 het begin van de massavernietiging der Joden in Auschwitz. Aanvankelijk werden daarvoor twee omgebouwde boerenhuizen gebruikt. Eind 1942 werd met de bouw van vier grote crematoriums met gaskamers begonnen, die in maart 1943 in gebruik werden genomen.

In november 1943 werd de SS generaal Oswald Pohl van het centrale hoofdkwartier geïnformeerd over het concentratiekamp Auschwitz, en Höss werd naar Berlijn geroepen en daar benoemd tot hoofd van bureau D1 in de WVHA (SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt) belast met de uitroeiing van de Hongaarse Joden.

 

De reden dat hij naar Berlijn geroepen is, zijn onderzoekingen die gaande zijn over corruptie in verschillende kampen die ongebreidelde vormen aannam, in Majdanek Buchenwal, en zoo werd ook  Auschwitz onderzocht. De SS rechter Konrad Morgen werd belast met de onderzoeken, hij was afgestudeerd in Frankfurt en Den Haag voor Internationaal recht. Aanvankelijk was hij ontslagen bij onderzoeken in Krakau naar hooggeplaatste SS officieren o.a. Hermann Fegelein, een favoriet van Heinrich Himmler en de gedoodverfde toekomstige zwager van Eva Braun. Na verzoeken om vervolging, word Morgen ontslagen door Himmler, zogenaamd voor het vrijspreken van een SS officier van racistische misdaden en van seksuele relaties met een buitenlands ras, maar eerder voor inmenging in Himmlers zaken. Hij werd naar het oostfront gestuurd, maar toch medio 1943 door Himmler teruggeroepen om de corruptie in de kampen aan te pakken. Werden in Majdanek en Buchenwald Hermann Koch en Ilse Koch beschuldigd en bestraft, in Auschwitz kwam aan het licht als voornaamste beschuldiging, dat Höss een verhouding had met een gevangen vrouw Dr.Nora Matteliano-Hodys, die zwanger van Höss was. Zij was in 1939 in Hamm veroordeeld tot 2 ½ jaar gevangenisstraf wegens o.a. hoogverraad en gevangen gezet in Ravensbruck en later overgeplaatst naar Auschwitz, en die in opdracht nadat bekend werd dat zij zwanger was, gevangen gezet werd in een isoleercel. Konrad Morgen die corruptie en verduistering onderzocht, in opdracht van Heinrich Himmler, was ervan overtuigd dat dit door Höss was bevolen, strengere omstandigheden, staand in een cel en weinig of geen eten, om zo haar de dood in te sturen als dekmantel voor zijn escapades. Bij confrontatie in 1944 ontkende Höss in alle toonaarden te hebben geweten van deze detentieomstandigheden.

 

Van mei t/m juli 1944 is Höss weer in Auschwitz Birkenau om de werking van de vernietiging en uitroeiing van de Hongaarse Joden nauwlettend te waarborgen.

Als dan de oorlog ten einde loopt, en de Russen Auschwitz naderen, vlucht Höss via de zogenaamde Rattenlinie Noord naar Flensburg. Zijn vrouw en hun 5 kinderen zijn in St. Michelsdonn ten noorden van Hamburg in Schleswig-Holstein ondergebracht, en Rudolf Höss verkrijgt een nieuwe identiteit onder de naam van Franz Lang van beroep matroos bij de marine en duikt onder op een boerderij in Gottrupel nabij Flensburg ca. 100 km noordelijker, zoals al genoemd.

Daar is hij door Hanns Alexander van het oorlogsmisdadigers team (WCTI) opgespoord en op 11 maart 1946 door de Engelse militaire politie gearresteerd. Bij zijn arrestatie bestreed hij de gezochte Höss te zijn, maar kon aan de hand van zijn trouwring geïdentificeerd worden.

In het Neurenberger hoofdtribunaal, getuigde hij als getuige voor de verdediging van Ernst Kaltenbrunner, en Oswald Pohl.

Op 25 mei 1946 werd Höss uitgeleverd aan Polen, en onder rechter Jan Sehn geplaatst. Hij deed voorkomen dat hij niet begreep, waarom hij voor de rechtbank moest verschijnen, hij had immers enkel de bevelen opgevolgd van zijn superieuren, en volgens hem moesten die terechtstaan en niet hij. Op 2 april 1947 werd Höss door de rechtbank te Warchau ter dood veroordeeld, en 14 dagen later op 16 april 1947 opgehangen in Auschwitz aan de galg die uitzag over het kamp, en direct naast zijn voormalige woonhuis opgesteld stond, en er tot afschrikking heden nog steeds staat.

 

Anton G.M.Heijmerikx

 

Colofoon.

Trompettist in Auschwitz herinnering van Lex van Weren- Dick Walda

Drittes Reich- Atlas Verlag

Wikipedia- verschillende sites

Encyclopedie van de Holocaust- Robert Rozett, Shmuel Spector

Persoonlijk archief- Anton Heijmerikx

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie