heijmerikx.nl

Information

This article was written on 21 jun 2016, and is filled under Oorlogsperiode.

Current post is tagged

, , , ,

Karl Babor

 

Karl Babor (Wenen 23 augustus 1918 – Addis Abeba 18 januari 1964) was een Nazi, SS-arts van het Derde Rijk, en o.a. officier in Camp Gross-Rosen met de rang van Hauptsturmführer.

Hij was een expert in het vermoorden van mensen d.m.v. een injectiespuit gevuld met fenol.

 

Herr Dr.Karl Babor de gezochte, zocht een bruid.

Arts,42 jr. uitstekende positie overzee, wenst briefwisseling met aantrekkelijk meisje.

Doel: huwelijk brieven onder nummer…..

Dit was de advertentie, die de vader van Karl Babor in de krant deed verschijnen in de Weense Kurier in 1960, en die de aandacht trok van een Oostenrijkse Joodse vrouw ca 23 jaar oud. Zij was haar baantje en haar leven in een klein Oostenrijks dorpje waar zij samen met haar moeder woonde, meer dan beu. Zij hadden weliswaar de oorlog overleefd, maar vond het na de oorlog maar een saai leven, had wel enkele vriendjes gehad, maar de romantiek die zij dacht te krijgen, viel zwaar tegen.

Zij was ca. 23 jaar toen zij de advertentie zag, en wist eigenlijk meteen dat die de benaming overzee, Afrika bedoelt was. Afrika het continent waaraan zij haar hart aan had verpand toen zij 3 maanden lang op bezoek was geweest in 1958 bij haar broer in Kenya die daar ingenieur was. Haar broer had haar Kenya laten zien, en uiteraard meegenomen op safari door de wildernis, waar zij het geweldig had gevonden, de vreemde geluiden, de wilde dieren en zijn geheimzinnige atmosfeer.

Weer terug in haar dorpje, had zij de grootste moeite om zich weer aan te passen, en bij het zien van de advertentie wist zij het meteen, zij ging op die advertentie schrijven.

Nadat zij de brief die zij op de post had gedaan, bleef het lang stil, en vergat zij die brief. Maar 3 weken later kwam er toch een brief terug van de Diplom Ingenieur Babor uit Wenen, achteraf de vader die namens zijn zoon Karl Babor de correspondentie voerde. Die vader schreef haar in een keurige brief dat zij graag namens zijn zoon kennis met haar wilde maken, en bij die gelegenheid alles over zijn zoon Karl kon en wilde vertellen. Zijn zoon was een bekende arts in Addis Abeba en kon vele leden van keizer Haile Selassies familie tot zijn patiënten rekenen.

Al een week later komt de vader van Karl haar met een bezoek vereren, en steekt niet onder stoelen of banken dat zij haar prima bevalt. Hij verteld, dat hij en zijn vrouw stil leven in Wenen, en hun zoon Karl was met zijn vrouw naar Ethiopië vertrokken, waar Karl werkzaam was als vrouwenarts in het Menelik hospitaal, een geschenk aan Ethiopië door de Russen, en Karl had een privé kliniek met röntgenapparatuur en een eigen laboratorium. Helaas was zijn vrouw bij een auto-ongeluk in 1960 verongelukt, zijn vrouw was een vroegere barones Babo. Hun enige dochter Dagmar Babor studeerde in Parijs, en kwam uiteraard niet vaak naar huis, Karl voelde zich eenzaam, en dat was de reden dat hij een nieuwe vrouw zocht.

Karl’s vader zei openlijk, dat hij dacht dat Karl met haar iemand had gevonden. Zij vertelde en herhaalde, dat zij een Jodin was, en misschien helemaal niet de vrouw voor zijn zoon zou worden, maar dat maakte niet het minste verschil vertelde de vader, zij waren van Katholieke huize en altijd liberaal geweest en in hun huis heerste niet in het minst enig antisemitisme, geloof mij maar zei hij.

Daarna begon een lange intense briefwisseling, al na een paarweken sloot Karl een foto in, een donkerblonde man van gemiddelde grootte met droevige ogen, en met een jeugdige uitstraling. Hij schreef dat hij erg eenzaam was, vaak vertoefde hij in de bush en bracht zijn tijd daar door met jagen, maar alleen was maar alleen.

Zij ging ook op bezoek in Wenen bij de ouders van Karl, maar heeft zijn moeder daar niet gezien, wel met de vader heel Wenen door geweest, schouwburg en een café onder een glas wijn gesproken over Karl. Navraag over zijn vrouw werd wat ontwijkend gesproken, misschien was zij niet zo gecharmeerd om via brieven in contact te komen met haar zoon.

Na een klein jaar schreef Karl Babor, dat zij eens naar Addis Abeba moest komen, hij had alles geregeld een vlucht naar Addis Abeba en ook een retourvlucht als het haar niet beviel, wat hij overigens niet hoopte, en ook zijn dochter Dagmar die maar ca. 5 jaar jonger was dan zij, zou meekomen zodat zij samen de reis konden maken en kennis met elkaar konden maken.

Dagmar kwam al na een paar dagen bij haar, en zij bevielen elkaar prima. Een week later vlogen zij samen naar Addis Abeba.

Karl Babor stond op het vliegveld om hen af te halen, was hoffelijk, kuste haar hand en omhelsde zijn dochter, maar hij was niet wat zij verwachtte, hij was iets vreemds aan hem, wat haar haast beangstigend maakte. Op weg naar zijn huis, bleek hij een ontzettende slechte chauffeur te zijn, die een enkele maal bijna frontaal met een tegenligger in botsing kwam, zij vroeg nog of hij zelfmoord wilde plegen, en zijn antwoord verontruste haar toen hij zei, dat probeer ik al jaren. Hij vertelde met enige voldoening, dat hij de afgelopen twee jaar al 5 ongelukken had gehad, en zij vroeg zich af hoe hij nog steeds een rijbewijs kon hebben. Ik ben goed bekend aan het keizerlijk paleis en ik ben de grootste dokter hier in Addis Ababa was zijn antwoord.

Hij stopte voor een verlaten uitziend huis, het was er koel binnen, en zij had behoefte aan wat ontspanning, tenslotte was het een lange en het slot een enerverende reis, en zij was moe.

Maar Karl stelde voor om maar gelijk de bush in te trekken voor een kort ogeblik, trek andere schoenen aan, dan haal ik mijn geweer. Het was niet ver weg, en zij ervaarde wederom de betovering van Afrika, maar genoot niet vanwege zijn rijstijl. Zij wilde uitstappen, maar hij lachte, het is hier geen Ringstrasse om de tram naar huis te nemen, en nam haar mee naar zijn meest geliefde plek de rivier, die vergeven was van de krokodillen. Hij zei haar mee te komen, maar toen zij de talrijke krokodillen in het modder zag, wilde zij terug. Vervolgens gingen ze naar zijn beste vriend, dat bleek een gigantische leeuw te zijn die onder een boom lag bij de plaatselijke politie. Zij schrok, maar Karl stak zijn hand in de muil van de leeuw om te laten zien dat zij goede maatjes waren. Maar toen hij terugkwam, bleek zijn hand te bloeden, maar Karl deed het af alsof het niets was.

Terug in huis bleek dat er wel een koelkast was, maar die was volkomen leeg. Dagmar de dochter maakte een blikje Cornedbeef open, en Karl zei dat hij moe was en ging zonder iets te zeggen naar zijn kamer. Dagmar vertelde dat haar vaders depressies steeds erger werden, hij moet in de oorlog een ontstellende ervaring hebben meegemaakt, maar wil er nimmer over spreken. Toen haar moeder nog leefde was hij veel rustiger, maar sinds zij verongelukt is, is het erger geworden.

Zij vroeg aan Dagmar hoe haar moeder verongelukt was, haar moeder had aan het stuur gezeten, en Karl zat naast haar. Zij kregen een frontale botsing, waarbij het bleek dat zij geen enkele poging deed om de auto te ontwijken of te remmen, zij was op slag dood en Karl zwaar gewond.

s ’Nachts deed zij geen oog dicht, Karl was een totaal ander mens als dat zij uit brieven had gedacht. De volgende dag was Karl al vroeg naar de kliniek gegaan, en Dagmar en zij gingen die dag uit, toen ze laat terugkwamen kregen Dagmar en haar vader een woordenwisseling, en schreeuwden tegen elkaar, de reden was dat er niets te eten was in huis. Karl ging de deur uit en kwam een tijdje later met eten thuis, maar ging zonder eten naar zijn eigen kamer.

Later kwam de vrouw van een plaatselijke ambtenaar met een ziek kind aan de deur, en vroeg of de dokter naar het kind wilde kijken, omdat haar eigen dokter niet bereikbaar was. Dagmar vertelde haar vader dat er een patiënt met een baby buiten stond, hij sprong op, met een vertrokken gezicht van haat en brulde tegen Dagmar dat hij het kind niet wilde aanraken, hij haatte kinderen, laat ze maar sterven, ik heb nog nooit een kind aangeraakt en doe dat nu ook niet. Wij stonden als verstijft, en ik zei nog, Karl je bent toch arts, kijk dan toch even naar dat kind. Hij draaide zich om, en verbood mij tussenbeide te komen, en beet mij toe geen advies van een smerige vette Jodin nodig te hebben. Hij schreeuwde mij dat toe, en vervolgde zit mij niet zo aan te gapen, ik haat kinderen, ik haat elk menselijk wezen, de mensen moeten zo snel mogelijk allemaal vergast te worden, dieren zijn veel beter dan mensen. Hij draaide zich om en verdween naar buiten, en ging naar de dierentuin om daar met een luipaard te stoeien, iets wat hij vaker deed. De volgende dag was duidelijk waar hij geweest was, zijn hand was verbonden.

Ik vertelde hem dat ik terug ging naar Wenen, en vervolgens werd hij razend, en riep tegen mij dat ik geen recht had om zo tegen hem te spreken, hij, hij die de grootste arts was in Addis Abeba. Ik glimlachte, en zei hem dat hij de grootste dwaas was in Addis Abeba, en liep weg, maar hoorde achter mij dat hij op stond en zijn adem inhield, zijn ogen rooddoorlopen en in staat was mij iets aan te doen. Ik schreeuwde tegen hem: verdwijn jij bruut, ga ogenblikkelijk deze kamer uit en waag het niet mij aan te raken.

Het vreemde was, dat hij terugdeinsde, zijn hele houding zakte als een pudding in elkaar, draaide zich om en ging weg. Ik belde het vliegtuig en boekte voor de eerste de beste terugvlucht, die de volgende dag om 10 uur zou vertrekken.

De volgende dag werd mij verteld dat Dagmar en haar vader waren uitgenodigd door de keizer om te komen ontbijten en zij mij onmogelijk naar het vliegveld konden brengen. En een blanke vrouw in Addis Abeba in een taxi, was toen ondenkbaar,  onmogelijk en levensgevaarlijk.

Ik vertelde Dagmar dat zij mij eerst naar het vliegveld moesten brengen en daarna naar de keizer konden gaan om te ontbijten. Karl stond in de deuropening, en kwam dreigend naar mij toe, ik handelde in een reflex en sloeg hem enkele malen in zijn gezicht, hij liet dat gewoon toe, en zei dat ik hem moest slaan, hij deugde nergens voor, hij wilde sterven, hij had sinds de dood van zijn vrouw niets liever gewild dan te sterven. Dagmar huilde, en smeekte mij te blijven, maar brachten mij toch naar het vliegveld, Karl zei mij niet eens gedag, draaide zich om, om te gaan ontbijten bij de keizer. Zelf liep ik naar het vliegtuig, en vroeg de stewardess om iets te eten.

 

Direct nadat ik in Wenen was teruggekeerd, ging ik naar de ouders van Karl Babor, zijn moeder deed open, riep vlug haar man en verdween. Ik vertelde zijn vader wat ik had meegemaakt, en verweet hem dat hij mij naar Ethiopië had gestuurd. Wist hij niet dat zijn zoon zwaar ziek was en eigenlijk in een gesticht opgenomen had moeten worden, hoe kon hij arts zijn als hij kinderen weigerde te helpen en kinderen zelfs haatte, hoe dat hij vond dat alle mensen vergast dienden te worden en dat hij alleen van dieren hield. De vader verontschuldigde zich, en vertelde dat Karl in de oorlog een ineenstorting had gehad en hoopte dat hij zich zou herstellen als er iemand was die voor hem kon zorgen. Ja zei ik een smerige vieze vette Jodin die hem sloeg. Het spijt mij zo zei de oude heer Babor, ik hoop dat je alles kunt vergeten. Maar dat was onmogelijk, ik zag Karl in mijn nachtmerries, had mijn baantje weer opgepikt, maar maakte meer fouten dan ooit. Mijn moeder had het hele verhaal uiteraard gehoord, en adviseerde mij om eens in gesprek te gaan met Dr.Wiesenthal.

 

En zo zat ik dus in Wenen tegenover Dr.Simon Wiesenthal die ik het ongelooflijke bovenstaande verhaal heb verteld. Meneer Wiesenthal zeg ik, het is echt waar, ik zweer het u, wat ik heb verteld is echt gebeurt.

Dr.Wiesenthal kijkt haar aan, en zegt mevrouw ik geloof u onmiddellijk, ik ken Karl Babor al voor dat u hem tegenkwam, en ik zoek hem al heel lang. Ik was namelijk gevangene van het concentratiekamp Grossrosen in de omgeving van Breslau, nu Wrocklaw in Polen waar ik hem tegenkwam.

 

De gedachten van Simon Wiesenthal dalen bij het aanhoren van haar verhaal af naar zijn eigen verhaal, het was een klein kamertje met donkere muren. In dat kamertje staat een jongeman met een witte jas over zijn SSuniform. Alle binnengekomen gevangenen hebben hem al gezien, hij was lid van de selectiecommissie. Als de gevangenen binnenkomen, moeten zij voor Herr dokter in de houding staan, en maakt Herr dokter een beweging met zijn vinger naar rechts wat leven betekend, wijst hij naar links dan betekend dat dood. Een SS man maakt de aantekeningen, en de dokter kijkt nog eens naar een menselijk wrak voor hem, en gebied hem zijn mond open te doen, en dan blijkt die niet helemaal waardeloos te zijn, hij heeft drie goudvullingen, en krijgt een groot dik vochtig zwart kruis op zijn voorhoofd. Allen die naar rechts moesten, en een zwart kruis meekregen worden geregistreerd, hoeveel gouden tanden en vullingen zij in hun mond hebben, dat alles in tweevoud. Zij mogen hun tanden en vullingen gebruiken zolang zij leven, maar zijn geen eigenaren meer.

De linksaf gewezen personen moeten opnieuw door de dokter verschijnen in het donkere kamertje. Het heeft een ingang en een uitgang, in het midden staat een tafeltje met injectienaalden en enkele flessen gevuld met een kleurloze vloeistof, en er staat slechts een stoel. Dit is het antichambre van het crematorium Grossrosen, Grossrosen heeft geen gaskamers. Het crematorium wordt bediend door Zwarte Iwan, een Russische gevangene, slechts weinigen die hem zagen konden het navertellen. Zwarte Iwan vervoerde de as uit de crematoria van Grossrosen naar de akkers in de omgeving, waar het als kunstmest word gebruikt, waar kampgevangenen groenten voor de kampkeuken verbouwden, ik kan het weten, ik was een van die gevangenen.

Allen moeten hun bovenlijf ontbloten, en de dokter vult bekwaam zijn injectiespuit, de gevangene moet gaan zitten op de enige stoel, en word door twee SSers vastgehouden. De dokter stapt naar voren en steekt de naald met dodelijke precisie recht in het harten en leegt de spuit, die altijd iets meer inhoud bevat dan strikt noodzakelijk voor de dodelijk hoeveelheid carbolzuur. Veel tijd om te beseffen wat er gebeurt krijgt men daarom niet, en vrijwel onmiddellijk daarna worden de slachtoffers door de deur weggesleept naar het crematorium, en de gevangenen zien aan de opstijgende zwarte rook, wat er gebeurt is. Dat gaat in perfecte precisie, want er staan nog vele slachtoffers buiten op hun beurt te wachten. Herr Dokter Babor stond goed aangeschreven bij zijn SS meerderen, zij noemden hem Herr Dokter terwijl hij nog slechts medisch student was en 6 semesters achter de rug had toen hij voor de SS tekende. In Gross-Rosen was behalve Karl Babor, ook Friedrich Entress als arts werkzaam. Beiden kregen overigens het Kriegdverdienstkreuz 2e klasse omdat zij een vlekkenkoorts epidemie hadden voorkomen. De laatste werd overigens ter dood veroordeeld tijdens het zogenaamde Mauthausenproces, en dar werd voltrokken op 28 mei 1947 in Landsberg. In juni 1942 was Karl Babor samen met Waldemar Wolter assistent arts in het biochemisch proefstation in concentratiekamp Dachau, hier werden onder leiding van Heinrich Schutz bloedvergiftigingsproeven uitgevoerd op gevangenen. In zijn periode aldaar zijn 4 proeven uirgevoerd op groepen gevangenen, en zeker 28 hebben die niet overleefd. Na Dachau werd hij kamparts in Natzweiler-Strutthoff tot augustus 1944, toen hij troepenarts werd van het Bataljon des SS Panzer-Grenadier-Regiment 6 “Theodor Eijcke”der 3e SS Panzer-Division “Totenkopf”

 

Na de oorlog, zo vond Simon Wisenthal uit, heeft Karl Babor in een interneringskamp gezeten aangemerkt als een der kleine visjes, die geen ernstige feiten gepleegd had, zat enige tijd vast in het Weense Landesgericht, maar men kon geen afdoende feiten over hem vinden, dus werd vrijgelaten.

In 1948 hervatte hij zijn medische studie aan de Weense universiteit en slaagde in 1949, en ontving zijn graad als Doctor in de medicijnen, en zwoer de hele mensheid te dienen.

Nadien werkte hij in het gemeentelijk ziekenhuis van Wenen, en nadien als huisarts in Gmunden, en was daar zeer gezien als huisarts. Maar toch voelde hij zich niet helemaal veilig, hij kreeg seinen vanuit Wenen waar zijn ouders woonden, dat twee personen bij hun aan de deur waren geweest in 1952, zij waren twee voormalige bewoners van Grossrosen. Zijn vader vertelde dat zijn zoon niet thuis was, en de twee gingen vervolgens naar de politie, terwijl zijn vader hem inlichtte. Kort na dit voorval verdween dokter Karl Babor, zijn vrouw Helga en dochter Dagmar uit Gmunden, het moge duidelijk zijn dat dit geen toeval was. In het jaar daarop werd tegen hem de beschuldiging geuit dat hij in Grossrosen giftige injecties had toegediend, met de dood tot gevolg. Er werd een aanhoudingsbevel tegen hem uitgevaardigd, maar zijn adres was onbekend.

Simon Wiesenthal wist inmiddels door het verhaal van zijn bezoekster, dat hij zich in Ethiopië had gevestigd, maar ook dat Ethiopië hem niet lastig zou vallen, terwijl hij ook niet vrijwillig naar Oostenrijk zou komen. Wiesenthal heeft het verhaal in de New York Times gepubliceerd, en dat had tot gevolg, dat de Ethiopische gezant verklaarde dat Dr.Babor nooit de officiële lijfarts van de keizer was geweest, wel heeft hij leden van de keizerlijke hofhouding behandeld. Nadat ook een krant in Frankfurt het publiceerde, kwamen er hier en daar toch reacties van mensen die meer wisten. Ook in Addis Abeba, vroegen Duitse en Oostenrijkse correspondenten aan Babor om zich te verdedigen tegen de beschuldigingen van Wiesenthal in de kranten. In een persconferentie vertelde Babor nooit in kampen te hebben gewerkt, hij was enkel troepenarts geweest in Breslau. Op een vraag waarom hij Wiesenthal niet vervolgde wegens smaad, zei hij dan naar Wenen te moeten, maar dat hem de financiën daarvoor ontbrak. Als Simon Wiesenthal dat leest, bied hij Babor een vliegticket aan, en dat in Wenen een hotel en alle kosten voor hem betaald zullen worden. Het telegram werd verzonden en kwam in alle kranten te staan, zodat Babor nimmer kon verklaren daar nooit iets over te hebben gehoord of ontvangen. Maar het bleef zoals verwacht nadien stil.

Niet lang daarna, maakte Dr.Karl Babor een andere reis, hij bleef weliswaar dicht bij huis. Hij had zijn testament gemaakt, zijn rekeningen betaalt, zijn papieren geordend en ging met zijn auto naar de bush.

Aangekomen bij zijn favoriete plek bij de krokodillen, ontdeed hij zich van zijn kleren vouwde die netjes op en legde die in zijn auto, nam zijn geweer mee en waadde tussen de krokodillen door het water en liep tot hij niet verder kon, schoot zich daarna een kogel door zijn hart. Een plek die hij met zijn ervaring niet kon missen. Enkele dagen later werd hij in de rivier gevonden door Amerikaanse toeristen, en melden hun vondst aan de Ethiopische politie, die het bericht deed uitgaan van zelfmoord van Dr.Karl Babor.

Een krant in Duitsland bracht het exclusieve verhaal van zijn dood, en gaf Simon Wiesenthal’s agenten de schuld van zijn dood, die krant vertoonde duidelijk nog nazi sympathieën. Enkele dagen later werd hij in Addis Abeda begraven, waarbij vele leden van de Duitse en Oostenrijkse kolonie aanwezig waren, en de Oostenrijke consul-generaal legde een krans op het graf van Dr.Karl Babor.

 

Colofoon:

Moordenaars onder ons- Simon Wiesenthal

Databank 2e wereldoorlog

Diverse internetsites.

 

Anton Heijmerikx

One Comment

  1. rudi grouwstra
    februari 5, 2017

    wat een verhaal, krijg er tranen van in mijn ogen

Geef een reactie