heijmerikx.nl

Information

This article was written on 28 apr 2016, and is filled under Oorlogsperiode.

Current post is tagged

, , , , , , , , , ,

Franz Paul Stangl, bijnaam “de Witte Dood”

Franz Paul Stangl, bijnaam “de Witte Dood”

Franz Paul Stangl geboren, geboren in Altmünster het toenmalig Oostenrijk-Hongaarse dynastie op 26 maart 1908. Zijn vader was nachtwaker, en had gediend bij de Dragonders van het keizerlijk Oostenrijk-Hongaars regiment, en bestierde zijn gezin een dochter en zoon met een ijzeren militair regiem, zijn zoon was doodsbang voor hem. Zijn vader stierf in 1916 en zijn moeder hertrouwde met een weduwnaar en arbeider uit de plaatselijke staalfabriek, die 2 twee kinderen meebracht.

Op 15 jarige leeftijd, gaat hij van school en gaat in de leer bij een textielweverij en sluit zijn opleiding na 3 jaar af als jongste meester-wever van Oostenrijk. Zijn toekomst zou in de weverij liggen, maar in 1931 moet hij om gezondheidsredenen stoppen met zijn werk in de weverij. Hij solliciteert bij de politie en wordt hier aangenomen, krijgt zijn opleiding bij de politie van Linz en in het trainingscentrum Kaplanhof. Schijnbaar vond hij de opleiding zwaar, en omschreef zijn leraren later als sadisten. Na 1 jaar werd hij ingezet bij de verkeerspolitie, en daarna bij de oproerpolitie en ronde zijn opleiding af in 1933. Bij toeval ontdekte hij een geheime opslagplaats van de toen nog verboden NSDAP, en werd daarvoor beloond met de Adelaarsinsigne, “de Adler”, en mocht als beloning een rechercheursopleiding volgen bij de Kriminalpolizei. In het najaar van 1935 werd hij overgeplaatst naar Welsh de 2e stad in Oberösterreich. In 1935 huwde hij met Theresia Eidenböck, zij kregen 3 dochters, Brigitta, Renate en Isolde.

Na de Anschluss van Oostenrijk bij het Derde Rijk in maart 1938 werd Franz Stangl lid van de dan erkende NSDAP onder lidnummer 6.370.447, en lid van de SS. Hij heeft, toen hij meer macht had, zijn aanvangstijd tot lidmaatschap veranderd in 1936, het tijdstip van 1938 zou hem moeilijkheden kunnen opleveren als politieagent verklaarde hij later, welke is niet bekend.

Al in 1939 werd de Kripo overgenomen door de Gestapo en naar Linz overgeplaatst, Stangl werd daar Kriminal-oberassistent en kreeg werk bij het Judenreferaat.

Op bevel van zijn chef, trad hij in 1939 uit de Katholieke kerk.

In het najaar van 1940 werd Stangl bevorderd tot hoofdinspecteur van politie en werd overgeplaatst naar een instelling met de naam “Gemeinnützige Stiftung für Heil und Anstaltplege” (Stichting tot algemeen nut voor Gezondheids- en Inrichtingenzorg) in de praktijk was dit een uitvoerings organisatie voor euthanasie van de nazi’s, met het doel het Genetisch zuiver houden van het Germaanse volk, door het uitroeien van mensen met een handicap, lichamelijk zowel geestelijk.

Hun hoofdkwartier was gevestigd in Berlijn op Tiergartentrasse 4 in Berlijn onder de codenaam Aktion T 4. In de periode tussen oktober 1939 en augustus 1941 zijn ca. 70.000 psychiatrische en gehandicapte mensen omgebracht door artsen en verplegers samen met de SS in een zestal geheime Euthanasie instellingen. Sonnenschein bij Pirna (14.720 pers), kasteel Harthein bij Linz (ca.30.000 pers.), Bernburg an der Saale (14.385 pers. Waaronder ca 5000 gevangenen uit omliggende concentratiekampen) , Brandenburg an der Havel (9.772 pers.), Grafeneck bij Württemberg( 10.654 pers.) Hadamar in Hessen (ca 14.500 pers).

Bij de statistieken van alle de zes inrichtingen kwam een berekening boven water waarin stond, dat het (zogenaamde) desinfecteren van 70.273 mensen met een levensverwachting van 10 jaar een besparing op voedsel in de waarde van 141.775.573,80 Rijksmark had opgeleverd.

In Hadamar hebben de nazi’s een groot feest gehouden bij het vergassen van hun 10.000 slachtoffer, welkfeest uitmondde in een groot drinkgelag in de kelders waar zij hun misdaden uitvoerden.

 

Stangl werd na kort in Berlijn werkzaam te zijn geweest, bureauchef in Hartheim, waar hij naar eigen zeggen enkel belast was met de afwikkeling van de nalatenschap van de ca 18.000 mensen die hier zijn omgebracht door middel van koolmonoxide. Het feit dat hij alles ondertekende met de schuilnaam Stauft zegt overigens genoeg.

Ondanks dat Aktion T 4 een geheime operatie was, lekte dat geheim toch hier en daar uit, dat kon ook niet anders, er waren veel mensen voor nodig om het uit te voeren, en er zitten er altijd wel tussen, die in geestelijke nood hun verhaal zullen vertellen. Zo kwam het de bisschop van Münster graaf Clemens August von Galen (Dinklage, 16 maart 1878 – Münster, 22 maart 1946) ter ore, en in zijn preken in juli en augustus 1941 trok hij fel  van leer tegen het euthanasieprogramma van de Nazi’s waardoor het bij meerdere personen bekend werd. De Nazi’s hebben naar aanleiding daarvan hun euthanasieprogramma enigszins gewijzigd, enkele inrichtingen gesloten, en anderen nog meer afgesloten van de buitenwereld, maar het programma voor de vernietiging van nutteloze en daardoor onnodige kosten van voeding en kleding voor dat soort mensen volgens de nazi’s, ging wel gewoon door.

Bisschop Clemens August, moest vanaf de zomer van 1941 ernstig rekening houden met arrestatie en eventuele executie door de Nazi’s, maar de Nazi’s durfden het niet aan, om de razend populaire bisschop tijdens de oorlog aan te pakken, maar de planning was wel, om na de “endsieg “ af te rekenen met bisschop von Galen.

Een jaar voor de capitulatie van Nazi Duitsland, werd hij gedwongen te vertrekken uit zijn door Engelse bommen verwoest bisschoppelijk paleis, en vertrok naar Sendenhorst, 20 km zuidoostelijk van Münster.

Feanz Stangl deed in Hartheim ervaring op in misleiding technieken, die hem later in zijn misdadige carrière goed van pas kwamen. Overlijdensakten met verzonnen maar natuurlijke doodsoorzaken meestal ziekten, inschrijvingen in andere gemeenten maar wel zover mogelijk verwijderd van de oorspronkelijke woonplaatsen, zodat nabestaanden die reis niet kunnen maken in oorlogstijd, en naspeuringen bemoeilijkt. Ook kregen zij de urn met as van hun overleden verwanten toegestuurd met de rekening van crematie, kost en inwoning en medische verzorging over de verzonnen tijd, terwijl de liquidatie meestal al direct bij aankomst plaatsvond, en liquidatie niet op de plek had plaatsgevonden die op de rekening stond.

De bewoners/patiënten werden met bussen vol vanuit heel Duitsland naar Hartheim of de 5 andere inrichtingen vervoerd, en meestal niet in staat te beseffen wat hun overkwam, voor de lichamelijke gehandicapte patiënten was een ander programma, maar voor beide groepen was een douche noodzakelijk, en in plaats van water kwam er koolmonoxide uit de douchkoppen met fatale gevolgen.

De 6 geheime locaties, waren eigenlijk niet meer als een leerschool voor de vernietiging van mensen, en velen werden psychisch gehard in het genadeloos vernietigen van mensenlevens, wat hun in hun verdere loopbaan van pas kon komen. Aktion T 4 was niet meer of minder dan een training in het fabrieksmatig en efficiënt omgaan met liquidaties.  Werd men geschikt bevonden, dan werd men naar de vernietigingskampen gestuurd om de Endlösung uit te voeren en zo niet dan was het oostfront hun deel, waar de kans het grootste was om, om te komen en zodoende het geheim van Aktion T4 te bewaren..

Na een korte periode gewerkt te hebben in een ander geheime Euthanasie instelling Bernburg an der Saale in Saksen Anhalt, en weer terug in Hartheim werd Franz Stangl in februari 1942 ontboden in het hoofdkwartier van Aktion T 4 in de Tiergardenstrassen r. 4 in Berlijn, met de opdracht om naar Polen te vertrekken en zich te melden in Lublin bij de SS Gruppenfuhren Odilo Globocnic de chef van  Aktion Reinhard, de codenaam voor de vernietiging van Poolse Joden in het  Generalgouvernement. In maart 1942 meld hij zich, promoveerde naar de rang van Polizeioberleutnant en krijgt de opdracht om Sobibor af te bouwen. De bouw van Sobibor was reeds gestart, maar de Poolse arbeiders werkten niet hard genoeg in de ogen van de nazi’s om Sobibor te voltooien, zij hadden een strakke hand nodig om Sobibor te voltooien.

In April 1942 komt hij in Sobibor en is hij als kampcommandant verantwoordelijk voor de bouw en het in bedrijf stellen van Sobibor, waarvan hij later verklaarde niet beter te weten dat Sobibor een bevoorradingskamp zou worden om de troepen aan het oostfront te voorzien van de benodigde verzorging van materiaal etc.

Het is natuurlijk niet vol te houden voor Stangl, dat als je de leiding hebt bij de verdere bouw en in bedrijf stellen van Sobibor, en je hebt leiding gegeven aan de bouw van gaskamers en crematoria, en opdrachten gegeven om de vernietiging van mensen te starten, dat je er dan van overtuigd bent dat het een bevoorradingskamp gaat worden.

Razendsnel ook was Sobibor gereed, in mei 1942 was het vernietigingskamp volledig operationeel, en de eerste 2 maanden zijn en werden er al ca 100.000 Joden omgebracht.

Na de oorlog verklaarde Stangl dat als er een trein binnenkwam van 30 wagons met 3.000 Joden, en per uur ca. 1.000 werden geliquideerd. De werkdagen bedroegen vaak ca. 14 uur, en dan waren op het eind van de dag ca. 12- 15.000 personen verwerkt en vernietigd.

In juni 1942 kwam zijn gezin ook naar Polen en woonden aanvankelijk in Chelm, maar trokken al gauw naar een grafelijk landgoed in Sobibor op zo’n 3 km afstand van het kamp, van waaruit Stangl regelmatig per paard zich verplaatste via de bossen van huis naar het kamp.

Zijn verblijf in Sobibor was overigens van korte duur, nadat de vernietigingsmachine op volle sterkte werkte, werd hij vervangen door  Franz Reichleitner en overgeplaatst naar Treblinka om daar de kampcommandant Irmfried Eberl een Oostenrijkse arts die korte tijd Stangl meerdere was in de korte periode in Bernburg, om die te vervangen, omdat die niet in staat bleek Treblinka te laten functioneren zoals de nazi’s het wilden. Irmfried Eberl was geboren op 8-9-1910 in Bregenz, gearresteerd in januari 1948 en heeft zichzelf opgehangen in zijn cel te Ulm op 16 februari 1948.

Nadat Stangl zijn gezin teruggestuurd te hebben naar Oostenrijk, komt in september 1942 Franz Stangl met zijn auto met chauffeur aan in Treblinka, van verre roken zij al Treblinka, de weg ernaartoe liep langs een spoorlijn op grote afstand van het kamp lagen her en der al de dode lichamen langs de rails, en hoe dichter bij het kamp des te meer lichamen, bij de halte van het kamp lagen meer dan honderd lichamen die er gezien de staat waarin zij verkeerden al dagen lagen in de brandende zon. Op het station stond ook nog een trein vol met Joden sommigen dood anderen nog levend, en die trein stond er ook al dagen. Zijn aankomst in Treblinka was het afschuwelijkste wat hij ooit gezien had verklaarde Stangl na de oorlog. Hij stapte uit op het Sortierungsplatz, en wist niet waar hij moest lopen, hij moest door grote hoeveelheden geld, bankbiljetten en muntgeld, sieraden, edelstenen kleding wat overal over het hele plein lag, en vele zo niet duizenden lichamen die overal lagen, de stank was enorm.

Een paar honderd meter verderop achter het prikkeldraad, dus buiten het kamp zag hij het kampement van de bewakers, daar waren vele tenten en kampvuren, met de bewakers en meisjes uit de omgeving allen stomdronken en dansend, zingend rond de kampvuren, naar later bleek hoeren.

Hij greep direct in, en evenals in Sobibor ontpopte hij zich als de meest efficiënte en toegewijde organisator van de Massamoordmachine, Odilo Globocnik noemde hem niet voor niets als de beste kampcommandant die het grootste aandeel heeft gehad in de gehele Aktion Reinhard, wat Stangl met trots vervulde.

Evenals in Sobibor en nu dus in Treblinka was Frans Stangl de hoogste in rang van het Duitse en in Duitse dienst zijnde kamppersoneel. Hij was verantwoordelijk voor de gehele gang van zaken in Treblinka en van de massaliquidaties in het bijzonder, wel onder bevel van SS-Gruppenfuhrer Odilo Globocnik en diens plaatsvervanger Christian Wirth, inspecteur van de drie concentratiekampen, Sobibor, Treblinka en Belzec. Vertragingen en toestanden onder Irmfried Eberl werden niet meer geduld. Onder wakend oog van Christian Wirth pakt Stangl voortvarend de herstart van de organisatie op. Een van de eerste maatregelen was het plaatsen van emmers in de zogenaamde Schlauch, de enge doorgang richting gaskamers, waardoor de Joden gedreven werden. In Sobibor had hij ervaren, dat door lange wachttijden hun behoeften deden of door angst lieten lopen en emmers hadden in Sobibor goede diensten bewezen.

Op grote schaal werd door Stangl opdracht gegeven om meer en grotere gaskamers te bouwen, en onder zijn leiding werd stap voor stap de massale vernietiging van voornamelijk Joden vervolmaakt.

Verving de verouderde dieselmotor voor het vervaardigen van uitlaatgassen en verving die door een dieselmotor van een Russische pantzertank type T34.

Hij liet alles schriftelijk vastleggen, personeel werd opnieuw georganiseerd, vaste groepen samengesteld uit Joodse gevangenen, die moesten zorgen voor allerlei karwijen in het kamp, zij kregen de indruk dat zij door hun werk misschien kans hadden te overleven, maar dat was enkel uitstel van vernietiging. Zij moesten treinen lossen, gaskamers leeghalen, barakken die uitpuilden van bijv. kledingstukken werden leeggehaald, gesorteerd en opgestuurd naar RSHA in Berlijn. (Het Reichssicherheitshauptamt of RSHA, was de overkoepelende veiligheidsdienst van het Derde Rijk, opgericht door Heinrich Himmler op 22 december 1939.) Hij liet de lijken buiten het kamp opruimen, hij liet ook een treinstation bouwen, voorzien van loketten, dienstregelingen en verwijzingsborden richting Warschau en Bialystok, zo probeerde hij de gedeporteerden de indruk mee te geven dat het hier een doorgangskamp was, maar behalve de deportatietreinen stopte hier geen andere treinen.

Boven de ingang van de gaskamer liet hij in het Hebreeuws het opschrift maken: “Dit is de poort, waardoor de rechtvaardigen binnengaan”. SS-Reichsfuhrer Heinrich Himmler verleende Franz Stangl met het Kriegsverdienstkreuz met de geheime toevoeging wegens “ seelicher Belastung” oftewel mentale belasting.

Toen de geoliede fabrieksmatige vernietiging in redelijk korte tijd continu draaide, nam zijn plaatsvervanger SS-Oberscharffuhrer Kurt Franz de aansturing van de dagelijkse gang over, en richtte Franz Stangl zich meer op administratieve en organisatorische aangelegenheden. En verder bemoeide hij zich enkel nog tot inspectie en controlerondes bij binnenkomsten van de treinen, maar ook bij het leeghalen van de gaskamers het begraven van en later opgraven van lijken en het verbranden daarvan. Hij was het ook die de ongedisciplineerde en moorddadige Oekraïners in toom kreeg, door te dreigen met zware straffen en zo nodig die ook uit te voeren. De zogenaamde Arbeidsjoden hadden zijn aandacht, hij liet voor hun barakken bouwen in een apart gedeelte van Treblinka, om proberen te voorkomen dat zij veel in contact zouden komen met de aangekomenen in de treinen, met betere leefomstandigheden, en hij inspecteerde regelmatig hun barakken en hun werkzaamheden, hield regelmatig toespraken tot hen en waarschuwde hen voor maatregelen als zij de opdrachten niet naar behoren uitvoerden. Tevens was hij bang dat als er iemand ontvluchtte de buitenwereld zou horen wat er zich in het kamp afspeelde. Maar iedereen in de wijde omgeving was op de hoogte van de verschrikkingen in Treblika, gezien de vele lijken langs en nabij de losplaats van de spoorlijn voordat Stangl hier kwam.

Zelf claimde Stangl na de oorlog dat hij niets te maken had met ideologie of Jodenhaat, hij voerde uit wat hem van hogerhand was opgedragen, en dat probeerde hij zo goed mogelijk te doen. Wel sprak hij zijn verbazing uit dat de Joden het allemaal maar lieten gebeuren, en hij heeft nooit begrepen dat ze het zomaar opgaven.

Wel verklaarden verschillende getuigen na de oorlog, dat zij Stangl in tegenstelling tot vele ondergeschikten nooit hebben betrapt op enig sadisme, en er is geen enkel geval bekend waarbij hij persoonlijk een gevangene heeft mishandeld of gedood heeft, of zelfs maar zijn stem verheft heeft. Maar door zijn ijver en uitvoeren van bevelen is en blijft hij verantwoordelijk voor het gebeurde, hij stond erbij en keek ernaar, terwijl hij het in zijn macht had met een vingerknip de moordmachine stil kon zetten.

Treblinka bestond uit twee kampen gescheiden door een aarden wal, waarop Franz Stangel regelmatig verscheen, en stond daar als een Polizeioberleutnant zijn troepen te inspecteren.

Hij zag de gevangen zelden als individi, het was altijd een massa naakte lijven die door de Slauch gedreven werden door zwiepende zwepen richting gaskamer. Het was lading die uit de treinen kwamen, bestemd om vernietigd te worden. Toen hij eens in het Totenlager van Treblinka kwam, en waar Wirth stond naast de kuilen met blauwzwarte lijken, werd Stangl gevraagd door Wirth wat doen wij met dit afval, afval wat bestond uit rottend vlees. Stangl kon dit niet anders zien dan als afval wat overbleef van lading uit de treinen. Het was een onomkeerbaar iets.

Alle gevangenen die het wat langer overleefden, kenden Franz Stangel, als der oberleutnant mit der Feldmütze, hij droeg altijd een kleine baret verder droeg hij in het kamp altijd een smetteloos witte uniformjas. Hij droeg ook altijd een rijzweepje, met een knop met het gouden monogram van Sobibor wat hij had laten maken van geroofd Joods goud. Zijn ondergeschikten hadden lange leren zwepen, en gebruikten die ook te pas en te onpas.

In augustus 1943 brak er een opstand uit onder de gevangenen, ca 400 gevangenen wisten wapens te verkrijgen uit de depots, en in de hierna ontstane gevechten wisten ca. 200 tot 250 gevangenen te ontsnappen waarvan de meesten weer in de omgeving zijn gepakt, en bij terugkeer in Treblinka onmiddellijk geëxecuteerd. Op 18 en 19 augustus 1943 kwamen de laatste twee transporten in Treblinka aan, en de inzittenden, Poolse Joden zijn in de daarop volgende dagen geliquideerd.

Op 20 oktober 1943 werden de laatste gevangenen in 5 treinwagons geladen naar Sobibor vervoerd, en daar onmiddellijk na aankomst vergast. De 25 Arbeidsjoden die hoopten op enige kans op overleven, werden door de laatste SSers ter plekke doodgeschoten. Daarop verlieten da laatste SSers het kamp Treblinka, welk kamp kort daarna met de grond is gelijkgemaakt om zoveel mogelijk sporen na te laten, en was Franz Stangl kampkommandant af.

Franz Stangl was inmiddels bevorderd tot SS-Hauptsturmfuhrer en werd overgeplaatst naar Operationszone Adriatisch Küstenland, samen met 120 collega’s waaronder Odilo Globocnik, Christian Wirth en Franz Reichleitner, welke laatste overigens door de Noord Italiaanse partizanen in januari 1944 is doodgeschoten. Zij waren verantwoordelijk als zelfstandige eenheid voor de bestrijding van de partizanen en de deportatie van de Joden in noord Italië. Alle leidinggevenden van deze bijzondere zelfstandige afdeling de Sonderabteilung  Einsatz R (R. voor Reinhard) waren allen voormalige kampkommandanten. Stangl bleef dit tot eind 1944 toen ziekte hem in het veldhospitaal deed belanden met hoge koorts en zijn lichaam bedekt met blauwe plekken. Hij kreeg in de laatste chaotische maanden van de oorlog bevel om zich in Berlijn te melden, maar hij vluchtte in april 1945 naar het Oostenrijkse Lembach waar zijn gezin inmiddels woonde.

Juli 1945 kregen de Amerikanen hem te pakken, en werd als gewoon SSer die actief was geweest in de partizanenoorlog in Joegoslavië en Italia, opgeborgen in Glasenbach in de omgeving van Salzburg. Zijn aandeel in Sobibor en Treblinka waren nog niet bekend. In 1947 zou hij vrijgelaten worden, maar toen werd bekend dat hij in Schloss Hartheim actief was geweest, en werd hij door de Amerikanen overgedragen aan de Oostenrijkse autoriteiten die hem opsloten in Linz in voorlopige hechtenis totdat het proces tegen hem en anderen die werkzaam waren geweest in Hartheim, begon een jaar later. Toen Stangl van zijn vrouw hoorde, dat een ondergeschikte chauffeur van hem 4 jaar kreeg voor zijn aandeel, vluchtte hij met de voormalige plaatsvervangende kommandant van Sobibor Gustav Wagner uit de half open gevangenis van Linz. Franz Stangl vluchtte te voet via Graz en Florence naar Rome, waar het geheime genootschap Odessa genaamd hem had geholpen en de daarvan deel uitmakende bisschop Alois Hudal (die overigens door Paus Pius XII uit zijn ambt werd gezet, toen zijn werkzaamheden bekend werden)  hem een Rode Kruispas en een visum voor Syrië bezorgde. In Damascus werkte oorspronkelijk als wever, liet zijn gezin overkomen in mei 1949, en was in 1949 werkzaam als machinetechnicus.

In 1951 emigreerde hij met zijn gezin naar Brazilië, waar hij wederom begon als wever, en ook hier later machinetechnicus werd bij de textielfirma Sutema. Zijn vrouw vond werk in de boekhouding van Mercedes-Benz, en dankzij haar kon Franz Stangl in oktober 1959 aan de slag in de Volkswagenfabriek bij S?o Paulo, voor 1200 US dollar maandelijks, en konden zich veroorloven een ruim eigen huis aan te schaffen, in een rustige wijk, en keurig aangemeld bij het Oostenrijkse consulaat onder eigen naam.

Tien jaar later duikt zijn naam op de officiële Oostenrijkse lijst van gezochte oorlogsmisdaden. Maar hij bleef nog onvindbaar totdat Simon Wiesenthal in 1964 opspoorde. Bij Simon Wiesenthal stond Stangl op de 3e plaats na Martin Bormann en Heinrich Müller

Dezelfde Simon Wiesenthal kwam een document tegen tijdens zijn speurtochten naar oorlogsmisdadigers, die op naam stond van Franz Stangl, van goederen die geleverd werden aan de RSHA (Reichssicherheitshauptamt) en die goederen waren afkomstig uit concentratiekamp Treblinka bij Warchau, waar hij kampkommandant was goederen verzameld tussen 1 oktober 1942 en 2 augustus 1943, dus over een periode van 10 maanden.

 

25 vrachtwagen vrouwenhaar

248 vrachtwagens kleding

100 vrachtwagens schoenen

22 vrachtwagens textiel

46 vrachtwagens medicijnen

254 vrachtwagens dekens en beddengoed

400 vrachtwagens diverse gebruikte artikelen

2.800.000 Amerikaanse dollars

400.000 pond Sterling

12.000.000 Sovjet roebels

140.000.000 Poolse zloty’s

400.000 gouden horloges

145.000 gouden trouwringen

4.000 diamanten boven 2 karaat

120.000.000 zloty’s in verschillende gouden munten

Meerdere duizenden snoeren parels

(get.) Franz Stangl

 

Hij werd door Brazilië uitgeleverd op 28 februari 1967 aan de Bondsrepubliek Duitsland, Oostenrijk en Polen hadden ook om uitlevering gevraagd, maar Brazilië gaf de voorkeur aan Duitsland waarbij hij bij zijn proces in Düsseldorf terechtstond voor medeplichtigheid aan de moord op 1.200.000 mensen. Het proces begon op 13 mei 1970 en op 22 oktober 1970 werd hij veroordeeld tot levenslang wegens medeplichtigheid voor de moord op 900.000 mensen.

Hij ging in beroep, en wachtend op zijn hoger beroep werd hij getroffen door een hartaanval en overleed op 28 juni 1971 op 63 jarige leeftijd in de gevangenis van Düsseldorf.

Zijn naam was al in de zijlijn opgedoken tijdens processen tegen andere bewakers van Treblinka, zo als bij August Miete met de bijnaam “Malchamowes” Doodsengel, die voor zijn aandeel levenslang kreeg, maar bij zijn slotwoord stelde die vast “de eigenlijke schuldigen staan hier niet voor het gerecht”

Over de arrestatie van Franz Stangl doen meerdere verhalen de ronde, het ene verteld dat hij op zijn werk gebeld is dat zijn dochter een ongeluk gehad heeft en in het ziekenhuis ligt, waarop hij vliegensvlug naar het ziekenhuis gaat en daar gearresteerd is, het andere is, dat Simon Wiesenthal een oud Gestapo man op bezoek krijgt op 22 februari 1967 die tegen betaling het adres van Franz Stangl wil verkopen voor 25.000 Dollar, iets wat Wiesenthal niet wil en ook niet kan betalen. Ze spreken uiteindelijk af, dat de Gestapo man 1 cent per persoon krijgt voor 700.000 omgebrachte mensen, dus 7.000 dollar krijgt als Franz Stangl daadwerkelijk zal worden opgepakt door zijn aanwijzingen en dat laatste is gebeurt, maar het verhaal verteld niet of die 7.000 dollar zijn uitbetaald.

Op 23 juni 1967 is Franz Stangl overgedragen aan Siegfried Kindler en Reinhold Greiner in Rio de Janero. Zij kochten voor Stangl een toeristenticket, maar op advies van de gezagvoerder zijn zij geplaatst in de 1e klasse van de Boeing 707, omdat in de toeristenklasse 40 Joodse passagiers zaten.

 

Het aantal slachtoffers van Sobibor is niet exact te noemen, omdat Adolf Eichman bevolen heeft na de opstand in Sobibor, om het kamp met de grond gelijk te maken en zoveel mogelijk sporen te wissen, en mede daardoor is de administratie ook vernietigd. De Britse geheime dienst heeft telegrammen onderschept waarin sprake was van 170.165 slachtoffers waaronder 34.313 Nederlanders waarvan 2 vrouwen Selma Wijnberg en Ursula Stern Sobibor hebben overleeft, alle andere overlevenden van Sobibor 16 personen zijn maar zeer kort in Sobibor geweest en daarna doorgestuurd naar andere kampen de bekendste van hun was Jules Schelvis.

Het aantal slachtoffers van Treblinka is eveneens niet exact vastgesteld, schattingen lopen uiteen, maar het meest genoemd is het aantal van 900.000 slachtoffers, nieuwe onderzoekingen tonen aan dat dat aantal ruim naar boven moet worden bijgesteld, en mogelijk boven 1.000.000 slachtoffers komt. Na Auschwitz zijn in Treblinka de meeste slachtoffers gemaakt. Ook in Auschwitz is het juiste aantal slachtoffers vanwege de vernietiging van de archieven niet meer te achterhalen, maar naar het aantal treinen die naar Auschwitz reden is het aantal op 1.300.000 slachtoffers vastgesteld.

 

Colofoon: vele verschillende artikelen van internet.

Das Drittes Reich – Atlas Verlag

Moordenaars onder ons – Simon Wiesenthal

 

Anton Heijmerikx, Wijhe

One Comment

  1. Bastaan-Verheij-Pols geb. 18-10-1946 te Wyk auf Fohr Dld.
    oktober 1, 2017

    Het was natuurlijk heel moeilijk om al dat schoften soort op te hangen , liever nog op de zelfde manier zoals zij hun slachtoffers behandelde ,die kregen geen eerlijk proces , zoals zij wel , en werden terecht gesteld zonder jaren lang te zijn gemarteld .
    Nog steeds word ik kwaad als ik denk aan de 4 van Breda ,( later 3 ) die voor hun plezier en genoegen , zonder opdracht , de stumpers jaren lang zwaar hebben mishandeld en vermoord , vrij gelaten , omdat langer straffen niet meer humaan was. Heel veel mensen zijn in die dagen hard op hun hart getrapt , maar ja we kunnen er nog wel eeuwen over praten , kijk om je heen ,de martel techniek is met sprongen vooruit gegaan, en er is geen deel op de Aarde waar geen oorlogen zijn , en stammen en geloof elkander proberen uit te roeien , met welke middelen ook .
    Hierbij wil ik het dan laten , zie weer die lange stoet met onschuldige kinderen ,die nog nooit iets echt smerigs hebben gedaan , roepen om hun moeder , voor mij nog steeds een raadsel , dat het plat gooien van de aanvoer lijnen per spoor naar de kampen niet mogelijk was , en Hannie Schaft nog een paar dagen voor het einde van de 2e W.O.nog moest sterven , had het soms te maken met wie gaat Nederland regeren ? Gr.Bas

Geef een reactie