heijmerikx.nl

Information

This article was written on 23 mei 2015, and is filled under Algemeen.

Het kleinste kamertje doodgewoon gewoon.

Het kleinste kamertje doodgewoon gewoon.

Het kleinste kamertje in huis, maar tevens ook de duurste vierkante meter, want doorgaans is een normaal toilet niet veel groter dan ca. 1 x 1 meter. Het is ondenkbaar, een huis zonder toilet, sterker nog, momenteel heeft vrijwel elk nieuw gebouwd huis ook nog eens een toilet op de badkamer en heeft het 4 à 5 kranen waar men water uit kan tappen. Dat was in vroeger dagen wel anders, de behoefte werd buiten gedaan achter een boom of struik.

En dat was enkel weggelegd voor mensen buiten de dorpen en steden.

En met een beetje geluk beschikte men over 1 waterpomp die ’s winters ook nog vaak bevroor.

Bomen werden vroeger door voorbijgangers vaak voorzien van “water”, momenteel kost zo’n plasje  tientallen euro’s als men gesnapt wordt.

 

Buitenmens Stadsmens

De boerenbevolking deed het tussen de koeien boven de “grup”, of buiten.

In dorpen en steden  deed men hun behoefte gewoon op straat, later in de pot, maar kieperde die ’s morgens gewoon uit het raam op straat onder de roep “onderuit”, zonder af te wachten of mensen  er ook al dan niet onder liepen. De uitwerpselen stroomden dan ook letterlijk in goten van de straat in de grote steden, en kwam vervolgens via goten in de stadsgrachten terecht, of de rivier die eventueel langs de stad stroomde. In diezelfde gracht of rivier werd dan ook vaak nog eens de was gedaan. Gelukkig nemen waterzuiveringsinstallaties die functie over, maar nog steeds vinden lozingen plaats die eigenlijk niet zouden moeten plaatsvinden. Via de Rijn en Maas komt nog steeds veel afval ons land binnen.

En ook de arme bevolking die niet over schoon drinkwater beschikte, omdat het hun ontbrak aan een pomp, en de gemeentepomp niet altijd binnen bereik was, schepte water uit de stadsgracht voor eigen gebruik. Men liet het nog wel vaak 24 uur bezinken, dan zat het ergste vuil wel onderin, en van filters had men nog nooit gehoord. Bier werd dan ook het meest gedronken in die dagen.

Het had dan ook tot gevolg dat epidemieën regelmatig uitbraken vanwege die onhygiënische toestanden. Was de pest een regelmatig terugkerende epidemie in de middeleeuwen, en nadat die grotendeels verdwenen was kreeg men epidemieën als dysenterie, tyfus en cholera.

Na de grote choleraepidemie in 1832, die vele tienduizenden slachtoffers maakte, gingen de ogen open voor betere hygiëne. Wel bestonden er de zogenaamde beerputten, waar de uitwerpselen werden bewaard, en na ca. 3-4 jaar werd de inhoud ervan verkocht aan de boeren en warmoezeniers (tuinders), die vervolgens hun producten weer verkochten aan de stadsbewoners.

Recycling dus, ook al had toen niemand ooit van dit woord gehoord. Zo ook, en dat kan men goed zien bij kasteel de Kannenburg in Vaassen, waar het “husken” boven de slotgracht hing, en zijn uitgang tevens ook uiteraard, en waar de vissen beneden vochten om de hun toevallende versnaperingen. Vervolgens ving de kok de vissen uit de gracht, en werden ze na bereiding de gasten voorgezet. Voor ca. 200 jaar terug, waren deze praktijken in Nederland bepaald niet ongewoon, terwijl de kennis er al wel was, om fatsoenlijke toiletten en afvoeren te maken. Zo af en toe was er al wel wat verbetering, zo werden de toilethuisjes  gebouwd achter de woningen, overigens niets meer dan een plank met een rond gat en daaronder een emmer die alles opving. Die emmers werden dan door de stadsreiniging opgehaald en geleegd in de zogenaamde “Boldootkar” die praktijken gingen door tot aan en na de 2e wereldoorlog. Het was in vroegere dagen niet altijd een pretje in de stad, niet bepaald aangenaam om te verblijven, de stank was soms niet om te harden, en ook de viezigheid op straat was dagelijkse kost.

 

Maatregelen

Op landelijk niveau werd weinig gedaan, de steden moesten hun probleem zelf maar oplossen. Steden als Rotterdam en Utrecht liepen voorop, Rotterdam had in 1890 al 15.000 spoeltoiletten, en 30 jaar later al 75.000, lozing ging nog wel op de rivieren, maar het was toch een grote verbetering.

Tussen 1890 en 1940 werden in alle Nederlandse steden de huizen voorzien van spoeltoiletten, dat wil niet zeggen dat in 1950 alle huizen er al een spoeltoilet aanwezig was, en was er al een, dan wil dat nog niet zeggen dat die gebruikt werd. Vaak werd het gebruikt als opslagruimte en deed men zijn of haar behoefte nog steeds uit gewoonte buiten. Het was een kwestie van mentaliteit om zo’n omslag te bewerkstelligen.

Ook het verzamelen van de tonnen werd in Rotterdam al tijdens de 1e wereldoorlog afgeschaft, terwijl in Amsterdam het proces veel langzamer ging, want daar was de “Boldootkar” nog in gebruik tot aan de 2e wereldoorlog, en in Leeuwarden was die er nog grotendeels aanwezig rond 1950.

Dat tonnenstelsel was al een hele verbetering, zo werd het afval tenminste buiten de stad gebracht.

Voor mensen die geen vaste woon of verblijfplaatsen hadden was de vrije natuur bij uitstek de plek om hun behoeften te doen, en dat was al eeuwen het geval, en tot nu toe, zullen velen nog steeds op dezelfde wijze handelen op hun fiets of wandeltochten door de natuur.

 

Watercloset

Enkele hoogontwikkelde culturen hadden daar al wel iets op gevonden, opgravingen op Kreta gaven duidelijk aan dat rond 1700 voor Christus  al toiletten met stromend water in gebruik waren, en voor die tijd luxe badruimten met stromend koud en warm water.

Ook de Romeinen hadden een geavanceerd stelsel van waterwerken aangelegd tot in de verste uithoeken van hun onmetelijke rijk, weliswaar meer voor de bovenlaag. Maar ook voor de gewone man waren latrines aangelegd waar water doorheen stroomde om de uitwerpselen verder af te voeren. Ook stonden er stokken met sponsen en zout water, voor de persoonlijke hygiëne, en na gebruik werd die weer onder water gezet voor de volgende gebruiker. Voor nu een gruwel, maar in die tijd vooruitstrevend. De toiletten bestonden bij de Romeinen uit een gat in de vloer, en een pijp waardoor alles verdween in een daaronder gelegen zinkput.

Of de tijd heeft stilgestaan vanaf de Romeinen, je ziet het nog wel eens op vakantie en doorreis in Zuid Europa, maar gebruiken wil je het niet, enkel al door de stank en het aanblik van de randen.

Het duurde nog tot 1596, toen Sir John Harrington in Engeland een watercloset ontwikkelde voor zijn puriteinse oma Koningin Elizabeth I, maar hij maakte er maar een. Pas in 1775 werd door een Londense horlogemaker Alexander Cumming een s vorm afvoerpijp ontwikkelde, en waar het water in een bocht bleef staan, om zodoende de stank af te sluiten. Het duurde nog enkele jaren, voordat de Engelse uitvinder ingenieur Joseph Bramah een toilet ontwikkelde bestaande uit een pot met s pijp en een boven hangende stortbak deze toiletten waren eerst van hout en later van gietijzer. Deze vinding is tot op heden nog steeds in gebruik, al ontwierp  Thomas Twyford het eerste porseleinen toilet, met pot en stortbak uit een stuk. Tegenwoordig dus vaak in alle rust, omdat er zeker in de nieuwe huizen twee toiletten zijn, verwarmd meestal ook, en schoon water bij de hand. Met een druk op de knop spoel je alles weg. Dat was dus vroeger wel anders, tussen de koeien in de stal of vrije natuur, maar wel zonder papier. Men veegde simpelweg hun achterste af met een vinger van de linkerhand of in wat met voorhanden had. De linkerhand is dan ook het symbool van onreinheid, daarom worden de handen dan ook geschud met de rechterhand.

En in sommige culturen is de linkerhand nog steeds het symbool van onreinheid.

 

Toiletpapier

Het toiletpapier werd dan al wel uitgevonden in 1857 door de Amerikaan Joseph C. Gayetty uit New York, die aanvankelijk weinig klanten kende. Men gebruikte liever de catalogi of oud papier uit die tijd. Zijn toiletpapier was te koop tegen 50 dollarcent voor 500 velletjes voorzien van zijn naam. In 1871 werd toiletpapier op de rol uitgevonden, en in 1881 zijn het de Britten  Edward en Clarence Scott die door perfecte marketing en distributiekanalen en voor een redelijke prijs Engeland van toiletpapier voorzien. Pas in 1930 komt het zachte toiletpapier vanuit Amerika overwaaien, een luxe artikel en statussymbool voor Nederland tot aan de jaren 50. Men bleef nog heel lang de krant en de radiobode gebruiken voor dit doel. Het was niet ongebruikelijk, om de jongsten in het gezin de krant en radiobode op zaterdagmiddag in kleinere handzame stukken te laten scheuren.

Medisch onderzoek heeft overigens aangetoond dat te lang zitten op het toilet meer klachten met zich meebrengt, de warmte geeft bacteriën de kans om zich te vermenigvuldigen met jeuk en irritatieklachten tot gevolg. In zuidelijke landen is het niet ongewoon om het zitvlak met water te reinigen, en in de winkels zijn dan ook vochtige doekjes te koop die hetzelfde doel beogen, met dien verstande dat de waterzuiveringsmaatschappijen klagen dat die doekjes vaak verstoppingen veroorzaken en grote schade toebrengen aan de installaties.

 

Sanitaire verbeteringen

Als men dan bedenkt, dat 2008 door de Verenigde Naties tot het jaar van de sanitaire verbeteringen werd uitgeroepen, en onze toenmalige prins Willem Alexander daarvoor het startsein heeft gegeven in New York op 21 november 2007 in bijzijn van toen nog prinses Maxima en secretaris-generaal Ban Ki-Moon, omdat 2.6 miljard mensen geen toilet of schoon drinkwater hadden.

Men heeft zich tot doel gesteld, om in 2015 tot een halvering moet komen voor het ontbreken van deze hygiënische omstandigheden ten opzichte van 1990. Gepoogd zal ook worden om de leefomstandigheden in 2020 van100 miljoen van de meer dan 1 miljard mensen in de sloppenwijken te verbeteren. Of die doelstellingen gehaald zullen worden, het is een moeizame weg zeker ook omdat economische belangen die noodzakelijke weg in de weg staan. Denk daarbij aan de CO2 uitstoot, de ontbossing van oerwouden in grote delen van de wereld. Weliswaar is men begonnen met opnieuw aanplanten van nieuwe bossen, maar de ontbossing gaat sneller dan de aanwas van nieuwe wouden. Daarbij verdwijnt niet alleen de bomen, maar ook het hele eeuwenoude systeem van plant en dier verdwijnt er sterft uit, en dat is onomkeerbaar. Latijns Amerika heeft hele gebieden beschermd, 14.6 % van het land en 15.4 % van de zee, maar dat is bij lange na niet voldoende.

Broeikasgassen zouden moeten worden verminderd, maar neemt alleen maar toe, tussen 2000-2011 steeg de CO2 uitstoot met 35 %. In de ontwikkelingslanden steeg de uitstoot tussen 2000-2010 zelfs met 81 %. Maar per hoofd van de bevolking in de westerse wereld ten opzichte van de ontwikkelingslanden staat de uitstoot van CO2 in een verhouding  11 tegen 3.

Het verdrag van Kyoto in 1997 zal men moeten opvolgen om de protocollen van de Verenigde Naties die men bindend wil sluiten in 2015 om de uitstoot van broeikasgassen verder terug te dringen.

Kleine successen worden er wel geboekt, zo zijn de ozonafbrekende stoffen verder teruggedrongen met 98 % sinds de afspraken in 1986.

 

Watergebruik

Wereldwijd, begint er waterschaarste te ontstaan, en niet alleen in Afrika of China, nee zelfs in ons land. De gemeente Utrecht begint serieus in 2015 na te denken hoe de verwachtte waterschaarste rond 2020 kan oplossen. Nieuwe wingebieden zullen moeten worden gevonden, omdat aan bestaande wingebieden meer water opgepompt dan door de natuur kan worden aangeleverd. Ook de verzilting van de vaderlandse bodem doet er geen goed aan. Maar men kan zich voorstellen dat rond de evenaar door weinig regenval, en grote verdamping er nog grotere problemen ontstaan. En ook bronnen die meer water leveren dan dat de natuur aanlevert, zodat steeds meer bronnen opdrogen. Ook gebieden op het Arabisch schiereiland komt waterschaarste veel voor, langzaam maar zeker raken daar de bronnen steeds leger. Desondanks is er voorlopig voldoende water wereldwijd, maar zit het soms op verkeerde plaatsen. Tussen 1990 en 2012 hebben 2.3 miljard mensen toegang gekregen tot veilig drinkwater, maar toch zijn er naar schatting in 2012 nog altijd ca. 750 miljoen mensen afhankelijk van onveilige waterbronnen. Er zijn naar schatting ca. 45 landen die niet op schema liggen en hun doelstelling dus niet zullen halen.

 

Sanitaire voorzieningen

Het gebruik van sanitaire voorzieningen steeg in de ontwikkelingslanden tussen 1990 en 2012 van 49 naar 64 %, dus voor ca. 2 miljard mensen, dus de doelstelling om in 2015 voor 75 % van de wereldbevolking deze behoefte te voorzien zal niet gehaald worden. In 2012 had ca. 1 miljard mensen geen toegang tot een toilet met alle gevolgen van dien. Het was en is nog steeds een bedreiging voor de volksgezondheid omdat drinkwaterbronnen besmet kunnen raken, en virussen bacteriën en parasieten verspreid kunnen worden. De Verenigde Naties erkende in 2010 dat personen recht hebben op veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen, en werkt er hard aan.

China en India, maken grote stappen op dit gebied, maar blijven achter op andere elementaire mensenrechten. In India overigens sterven verhoudingsgewijs meer vrouwen aan slangenbeten, omdat zij hun behoefte altijd gehurkt in het veld doen, afstand tot de bodem verkleinen, niet zien wat achter hun gebeurt, en daardoor kunnen slangen ongezien dichter bij hun slachtoffers komen.

Mannen daarentegen staan vaker hun behoefte te doen en kijken naar voren en zien vaker een slang voor hun. Maar bij een grote boodschap zijn ook zij vaak slachtoffer.

 

Sloppenwijken

In 1990 woonden in de ontwikkelingslanden, ongeveer de helft van de stedelijke bevolking in de sloppenwijken rondom de stad. Dat was in 2012 gedaald tot een derde. Tussen 2000 en 2012 kregen ca. 200 miljoen sloppenbewoners verbeterde waterbronnen en sanitaire voorzieningen en soms betere behuizing. Deze doelstelling is ruim gehaald, al hebben de bewoners van krottenwijken geen enkel recht, als er wereldkampioenschappen worden gehouden zoals in Brazilië, of de Chinese overheid maakt plannen, dan worden deze sloppenwijken zonder probleem door buldozers neergehaald en moeten de bewoners maar zien hoe ze zich redden. En als een natuurramp zich voordoet zoals op Haïti in 2010 en veel, heel veel geld is ingezameld van over de hele wereld, wonen de slachtoffers jaren later nog in schamele hutjes en tentenkampen. Of de tyfoon op de Filipijnen in november 2013, ook daar duurt het lang voordat de ruim 670.000 daklozen iets boven hun hoofd krijgt. Maar ook in Europa bij de aardbeving in Italië in 2009 bij L’Aquila, die driehonderd mensen het leven koste, en veel materiele schade was en waar veel hulp is toegezegd, wacht men nog steeds op de wederopbouw. Dit soort nieuwe sloppenwijken hadden niet hoeven te ontstaan, als het geld maar op de juiste plaatsen was gekomen, en niet in de zakken van corrupte personen of aan bureaucratische instellingen die ook handen met geld kosten. Maar ook zal men de stedelijke agglomeraties beter moeten structureren en ontwikkelen, en niet een stad gaan bouwen in de rimboe zoals Brasilia de nieuwe hoofdstad van Brazilië, enkel omdat het een stokpaardje is van een of andere machtswellusteling.

 

Samson de poepschepper.

Een modderstraat vol kuilen. Kinderen rennen op blote voeten achter elkaar aan. Een jongetje springt over het open riool, stopt, bukt zich en vist er een stuk plastic uit dat hij als een trofee boven zijn hoofd wappert, terwijl de spetters rondvliegen. Een meisje hurkt midden op een hoopje vuil, en spant haar buikspieren samen. In een zijstraat te midden van houten en golfplaten schuttingen, staat een scheve deur open. Het is de latrine die Samson Macharia en zijn twee collega’s vandaag gaan legen. Samson schept al vier jaar poep  sewagecleaner (rioolschoonmaker) noemt hij het zelf. Net als zoveel poepscheppers is hij zwaar alcoholist. Het is acht uur in de ochtend, en hij ruikt al zwaar naar de drank. Voor de latrine staan de werktuigen voor het legen van de latrine klaar. Een blik met een touw, gele emmers en een zelfgemaakte houten kar met een olievat erop. Samson en zijn collega’s dragen schoenen met gaten, voor laarzen  is geen geld. Ze hebben ook geen handschoenen, daar gaan je handen zo van zweten. Samson stapt naar binnen, en laat het blik aan het touw zakken in het gat van het toilet en haalt het dan volle blik naar boven, en stort het in een van de gele emmers. Zijn twee collega’s legen die emmers vervolgens in de oliedrum. Een dikke drab sijpelt uit de emmers in het vat, poep, urine, stukjes plastic en papier uit kranten en tijdschriften waarmee men zijn of haar toiletgang eindigt. Na ca. 8 emmers is het olievat vol, er gaat een jute maiszak overheen voor de stank, Samson trekt, en de twee collega’s duwen de kar in de richting van de rivier, en daar wordt de ton geleegd. Na twee uur werken en twee volle tonnen zit het werk erop, de werktuigen worden achter een schutting geborgen, de 400 shilling verdelen ze onder elkaar, wassen zich een beetje in hun krot en slaan het verdiende geld vervolgens stuk aan de changaa, een zelfgestookte drank op basis van mais aangevuld met op de vuilnishoop gevonden ingrediënten zoals gevonden medicijnen of methanol. Het maakt hun niets uit, als het maar bedwelmt.

(uit Mary-Ann Sandifort schrijfster en onderzoekster van de sloppenwijk Korogocho Nairobi Kenia)

 

Anton Heijmerikx

One Comment

  1. Jan Geerdes
    mei 21, 2016

    Weer een mooi en informatief verhaal. Sluit ook goed aan bij het boek van Auke van der Woud, “Koninkrijk vol sloppen”. In dit boek wordt (o.a.) beschreven hoe Nederland in de 19e eeuw het rioleringsprobleem aanpakte.
    Bedankt!

Geef een reactie