heijmerikx.nl

Information

This article was written on 02 dec 2012, and is filled under Oorlogsperiode.

De meest gezochte nazi misdadigers.

De meest gezochte nazi misdadigers.

Ruim 65 jaar na het einde van de 2e wereldoorlog, is men nog steeds op zoek naar oorlogsmisdadigers uit die periode.
Het Simon Wiesenthal centrum heeft zich daar erg mee bezig gehouden, maar ook andere instanties, zoals Serge en Beate Klarsfeld, en niet te vergeten de Israëlische geheime dienst de Mossad.
De beruchtste personen die door Simon Wiesenthal centrum zijn opgespoord zijn o.a. Adolf Eichman in 1961, waarna de Israëlische geheime dienst het overnam, Officier van de Gestapo Karl Silberbauer die werkzaam was na de oorlog bij de politie van Wenen en verantwoordelijk was voor de arrestatie van o.a. de fam Frank, Frank Stangl oud commandant van Sobibor en Treblinka, Hermine Ryan-Braunsteiner bewaakster die in kamp Majdanek toegezien heeft bij de moord op honderden kinderen zonder in te grijpen, zij werd in 1973 door de Verenigde Staten aan Duitsland uitgeleverd. Oud kampcommandant Dinko Sakic van kamp Jasenovac in Kroatië, uitgeleverd in 1998 door Argentinië aan Kroatië.
Verder heeft het Simon Wiesenthal centrum tot aanhouding arrestatie en berechting meegewerkt van ca. 1100 gevluchte en ondergedoken oorlogsmisdadigers.
Ook zullen er altijd personen zijn die om welke redenen dan ook ongestraft zullen blijven, maar of zij een rustig leven hebben gehad tot aan hun dood, blijft altijd een open vraag.
Waar zij altijd naar gezocht hebben en nimmer gevonden hebben, maar soms wel gevonden hebben maar er geen vervolging plaats vond om verschillende soms politieke redenen, zijn o.a.
Jozef Mengele , kamparts in Auschwitz en daar vreselijke experimenten op veelal joodse gevangenen heeft uitgevoerd, met als bijnaam de engel des doods, die naar later bleek al in 1979 was overleden tijdens het zwemmen, mogelijk aan een hartstilstand. In 1992 werd door DNA testen definitief bewezen dat hij de dode zwemmer was die als Wolfgang Gerhard in Brazilië was begraven.
Direct na de oorlog werkte Jozef Mengele als boerenknecht tot 1949 in Mangolding een gehucht nabij Rosenheim in Beieren, en ontsnapte toen in 1949 via Italië naar Argentinië, waar hij financieel werd ondersteund door zijn familie. In 1954 scheidde hij van zijn vrouw, en bracht in 1956 met de weduwe van zijn broer Karl zijn zoon en neef een vakantie door in Zwitserland, vroeg daar een nieuwe pas aan op zijn eigen naam en verkreeg die wonderlijk genoeg ook. In 1957 was hij illegaal als arts verbonden aan ondergrondse abortusklinieken en werd gearresteerd door de Argentijnse politie op verdenking van honderdvoudige illegale abortussen en van het overlijden van een jonge vrouw tijdens een abortus. In 1958 trouwt hij met zijn schoonzus in Montevideo Uruguay. Tegen hem werd een aangifte gedaan door de schrijver Ernst Schnabel op 3 augustus 1958, en dat leidde tot een arrestatiebevel in februari 1959, en week hij uit naar Paraguay en verkreeg daar de Paraguayaanse nationaliteit. Nadat de Israëlische geheime dienst Adolf Eichman had ontvoerd, week hij opnieuw uit, nu naar Brazilië in 1960.
Alois Brunner, een Oostenrijkse nazi misdadiger, die in 1938 assistent werd van Adolf Eichman. Hij was van 1943-1944 commandant van gevangenkamp Drancy bij Parijs en tijdens de 2e wereldoorlog verantwoordelijk voor de dood van minstens 130.000 joden. Na de oorlog kreeg hij de kans naar Syrië te vluchten en woonde daar onder de schuilnaam Dr. Georg Fischer. Hij werkte in Syrië voor de geheime dienst. In 1954 en 1956 werd hij bij verstek door een Franse rechtbank ter dood veroordeeld, maar uitlevering door Syrië vond nimmer plaats. In 1961 en 1980 verloor hij door bombrieven, door de Israëlische geheime dienst de Mossad verstuurd, een oog en enkele vingers. In 1987 verklaarde hij bij een telefonisch interview geen spijt te hebben van zijn daden.
In 1989 stond Syrië op het punt hem uit te leveren, maar de val van de muur in november 1989 verhinderde dat. Over hem doen nog steeds allerlei geruchten, volgens zeggen zou hij in Syrië ondergedoken zitten in een lux hotel en bescherming genieten van de Syrische regering, hij zou in Brazilië wonen sinds 1989, op vakantie geweest zijn in Zwitserland in 2005, maar bewijs dat hij nog in leven is en eventueel waar ontbreken. Wel heeft de Oostenrijkse regering nog steeds een bedrag van 50.000 op zijn hoofd staan, en zijn zij nog steeds naar hem op zoek.
Aribert Heim, het proces tegen deze nazi arts bijgenaamd dokter dood is stopgezet. Op 21 september 2012 heeft de rechtbank in Baden-Baden uit onderzoek vastgesteld, dat Aribert Heim in 1992 in Egypte aan kanker zou zijn overleden op 78 jarige leeftijd. In 1941 was hij als arts verbonden aan het concentratiekamp Mauthausen, waar hij verschrikkelijke experimenten toepaste op gevangenen. Hij onderzocht het pijngevoel bij mensen. Hij amputeerde bijv. ledematen zonder verdoving toe te passen. Men hoeft weinig voorstellingsvermogen te bezitten, hoe dit ervaren werd. Na de oorlog zag hij kans om als vrouwenarts werkzaam te zijn in Bad Nauheim en Baden-Baden. Begin jaren 60 van de vorige eeuw verhuist hij naar Egypte, en woont daar ca. 30 jaar onder de naam Tarek Hussein Farid en zou zich tot de islam bekeerd hebben.
Nazi jagers hebben vraagtekens gezet over de jarenlange geruchten over zijn dood, en hebben samen met de Duitse recherche in Egypte onderzoek gedaan, die o.a. getuigenverklaringen en biologisch materiaal hebben meegenomen en onderzocht.

Sandor Kepiro, geboren in Hongarije op 18 februari 1914, was kapitein in het Hongaarse leger tijdens WOII. Al in januari 1944 werd hij door een militaire rechtbank in Hongarije met 13 anderen veroordeeld voor hun aandeel in het bloedbad van Novi Sad tussen 21 en 23 januari 1942 waarbij meer dan 1300 personen in koelen bloede aan de oevers van de Donau werden gedood. De Hongaren toentertijd handlangers van de nazies hadden patrouilles in de stad rondlopen, die Serviërs, zigeuners en joden moesten oppakken voor controle zogenaamd, maar in werkelijkheid werden zij naar de rivier geloosd om neergemaaid te worden, en vervolgens in de wakken van de Donau gegooid te worden. Door de lange rijen, en de tijd die het met zich meebracht, moesten slachtoffers wachten op hun beurt. Onbeschrijfelijke taferelen hebben zich daar afgespeeld.
Sandor Kepiro en de 13 medeverdachten kregen tussen 10 en 15 jaar gevangenisstraf opgelegd. Toen later in 1945 Duitsers Hongarije binnenvielen, werd hij in vrijheid gesteld. Na de oorlog vestigde hij zich in Oostenrijk, waar hij bij afwezigheid opnieuw veroordeeld zou zijn, maar de papieren gingen verloren. In 1948 vlucht hij met andere nazies naar Argentinië waar hij in het huwelijk treed en een andere identiteit aanneemt. Na 50 jaar werd hem strafvrijheid verzekerd, en komt hij terug naar Hongarije. Het Simon Wiesenthal Centrum heeft nog vele pogingen gedaan om hem zijn straf niet te laten ontlopen, Hongaarse militaire aanklagers verklaarden in 2009 dat de voorgaande vonnissen niet meer rechtsgeldig waren, en dat hernieuwd onderzoek geopend mocht worden.
Op 14 september 2009 wordt hij opnieuw voorgeleid maar wegens gebrek aan bewijs mag hij als vrij man de rechtbank verlaten, en in juli 2011 wordt hij vrijgesproken van oorlogsmisdaden. Hij heeft toegegeven deel te hebben genomen aan oorlogsmisdaden, maar niet op de hoogte te zijn geweest van het vermoorden van mensen. Op 3 september 2011 overleed hij op 97 jarige leeftijd.

Laslo Csatary, geboren in Many in de Oostenrijks-Hongaarse dynastie op 4 maart 1915. Hij was politiecommandant van de Hongaarse stad Kassa, nu Kosice die verantwoordelijk wordt gehouden voor de deportatie van ca.15.700 joden naar Auswitsch. Ook bekend is, volgens overlevenden, om zijn grenzeloze sadisme en wreedheden bij de uitvoering van die deportaties. Na de Duitse capitulatie verdween hij van de aardbodem. In Tsjechië is Csatary in 1948 bij verstek veroordeeld tot de doodstraf. Pas naar later bleek, is hij in 1955 naar Canada vertrokken en is daar met valse gegevens binnengekomen. In 1997 werd hem het Canadese staatsburgerschap ontnomen op grond van de valse gegevens uit 1955, hij vertrekt en gaat terug naar Hongarije. In juli 2012 is hij na een tip van het Wiesenthal centrum in Israël met behulp van het Engelse blad The Sun in Boedapest opgespoord. De Hongaarse autoriteiten hebben hem op 18 juli 2012 aangehouden voor verhoor, maar voorzien problemen bij hun onderzoek, de gebeurtenissen zijn meer dan 65 jaar geleden gepleegd in een gebied wat nu niet tot Hongarije behoort. Maar hij zal niet meer voor de rechter verschijnen, hij is zaterdag 10 juli 2013 in een ziekenhuis te Boedapest aan de gevolgen van een longontsteking overleden.

John Demjanjuk, geboren nabij Kiev op 3 april 1920 en overleden op 17 maart 2012 in een verzorgingshuis te Bad Feilnbach in Beieren. Zelf heeft hij altijd volgehouden verwisselt te zijn geworden en heeft altijd ontkend. Bij zijn veroordeling op 12 mei 2011 tot 5 jaar, heeft hij dan ook hoger beroep aangetekend, maar tot een nieuw proces is het niet gekomen door zijn overlijden. John Demjanjuk was bewaker tijdens de 2ewereldoorlog in het vernietigingskamp Sobibor. In 1952 emigreert hij naar Amerika en verdient daar de kost als automonteur in Cleveland.
Rond 1975 werd hij beschuldigd de beul van Treblinka te zijn geweest, Iwan de verschrikkelijke genaamd. De Amerikanen spannen een procedure aan om hem het staatsburgerschap te ontnemen wat in 1987 ook daadwerkelijk gebeurde, en hij wordt aan Israël uitgeleverd. Daar werd hij bij zijn proces door verschillende oud gevangenen van Treblinka herkend, en wordt hij in 1988 ter dood veroordeeld, de 2e ter dood veroordeelde door een Israelische rechtbank na Adolf Eichman.
In 1991 doken er uit de archieven van de KGB getuigenverklaringen op dat Iwan de verschrikkelijke niet Demjanjuk was, maar een zekere Iwan Martsjenko. Op 29 juli 1993 werd Demjanjuk dan ook vrijgesproken van oorlogsmisdaden die Iwan de verschrikkelijke gepleegd zou hebben wegens gebrek aan bewijs. Ruim 50 jaar na dato, zijn getuigenverklaringen dan ook niet altijd betrouwbaar, hoe goed ook bedoeld.
In 1989 krijgt hij zijn Amerikaans staatsburgerschap dan ook weer terug, maar begint toch opnieuw een procedure om hem uit Amerika weg te krijgen. In 2004 concludeert een federaal hof in Ohio dat Demjanjuk wel degelijk als kampbewaarder in Sobibor gewerkt heeft, maar dit aan de autoriteiten verzwegen te hebben bij zijn emigratie in 1952, en daarom volgens dat hof, heeft hij het staatsburgerschap onrechtmatig verkregen, genoeg grond om hem het staatsburgerschap opnieuw te ontnemen.
In december 2005 beslist de immigratierechter in Cleveland dat Demjanjuk Amerika uitgezet moet worden, en teruggestuurd moet worden naar de Oekraïne, Demjanjuk gaat hiertegen in beroep, omdat hij vreest aldaar gemarteld te worden.
Na verschillende processen en opschortingen van uitspraken, wordt hij op 11 mei 2009 toch op een vliegtuig gezet en komt hij de volgende dag aan in München, hij verblijft daar in de Stadelheim gevangenis in afwachting van zijn proces in Duitsland.
Op 20 november 2009 begint het proces tegen Demjanjuk, ondanks dat hij hiertegen protest had aangetekend bij het constitutionele hof in Karlsruhe de hoogste Duitse instantie. Vele malen werd dat proces onderbroken al dan niet vanwege echte of geveinsde ziekte. Veel bewijs was er niet, dan enkel onbetrouwbare getuigen na zoveel jaren, dan enkel een identiteitskaart die voor echt werd verklaard. Na 84 zittingsdagen in 16 maanden, werd de eis 6 jaar gevangenisstraf, maar het uiteindelijke vonnis werd op 12 mei 2011 uitgesproken en werd 5 jaar celstraf, waarop hij tegen deze straf in beroep ging. In afwachting van dit hoger beroep mocht hij dit in vrijheid afwachten, omdat hij ziek en oud was, en als stateloos burger nergens heen kon. Het kwam de Duitse justitie wel goed uit, dat hij overleed op bijna 92 jarige leeftijd, voordat het hoger beroep voortgang kon vinden.

Ivan Marchenko zou geboren zijn in 1911 alias Iwan de Verschrikkelijke, hij zou een beruchte kampbewaarder zijn geweest in concentratie en vernietigingskamp Treblinka. Zijn daden werden in de jaren tachtig van de vorige eeuw nog toegeschreven zijn aan zijn landgenoot John Demjanjuk, maar volgens het Israëlisch Hooggerechtshof was wel degelijk Ivan Marchenko de beul uit Treblinka. Over zijn lot is niets bekend, sommige bronnen melden dat hij al is omgekomen in Treblinka in 1943, anderen beweren hem nadien nog te hebben gezien in Egypte. Zeker is intussen wel dat hij overleden moet zijn.

Gerhard Sommer, geboren in 1921 in Zwickau, werd al erg vroeg lid van de Hitlerjugend, en als 18 jarige werd hij lid van de NSDAP in september 1939, en 1 maand later al werd hij ingelijfd bij de Waffen SS.
Hij vocht in de 1e division Leibstandarte SS Adolf Hitler op de Balkan en in de Oekraïne, maakte snel carrière, werd meermalen gewond en werd veelvuldig gedecoreerd. Was betrokken in Italië bij het bloedbad van Santa Anna di Stazzema op 12 augustus 1944 waarbij 560 inwoners wreed werden vermoord, en verkreeg op 19 augustus het ijzerenkruis 1e klasse. Hij werd op het eind van de oorlog toegevoegd aan het 4evolunteer Panzergrenadier brigade Nederland, welk als onderdeel zou worden samengevoegd met de 11e SS vrijwilligers Panzergrenadier Division Nordland, maar na protesten vanuit de NSB zag men daarvan af.
Op 22 juni 2005 werden voor de Italiaanse militaire rechtbank in La Spezia Gerhard Sommer en negen andere voormalige SS leden voor voortdurende moord gepleegd met vele wreedheden gepaard gaande, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en tot betaling van schadeloosstelling. Sommer en nog 4 anderen gingen in beroep, maar het vonnis werd bevestigd in Rome in 2006.
Al in 2002 werd in Duitsland waar hij woonachtig was een onderzoek gestart naar de handel en wandel van Gerhard Sommer, maar een strafrechtelijke aanklacht is tot op heden nog niet ingebracht. Ook weer niet zo verwonderlijk, de advocaat Gabriela Heinecke die optreed voor de Italiaanse overlevenden of diens nabestaanden, krijgt tot op de dag van vandaag geen toegang tot de verslagen van het Duits Openbaar ministerie.
Sinds 2007 woont Sommer in een verpleeghuis in Hamburg-Volksdorf, beschermd kan men zeggen door de Duitse justitie. Maar hij lijdt ook aan verregaande dementie.

Vladimir Katriuk, geboren in 1921 in Luzhany welk dorp in 1921 deel uitmaakte van het toenmalige koninkrijk Roemenië. In 2012 stond hij als nummer 3 op de lijst van meestgezochte oorlogsmisdadigers van het Simon Wiesenthal Centrum, en werd verdacht betrokken te zijn bij het bloedbad van Kathyn, hij ontkent overigens elke betrokkenheid.
In 1951 is hij vanuit Frankrijk naar Canada geëmigreerd en vestigt zich met zijn vrouw in het Franstalige Quebec.
Vanaf 1959 woont hij in Ormstown, Quebec en oefent zijn beroep uit in de bijenteelt als imker. Hij woont op zijn terrein in een klein huisje samen met zijn vrouw.
In 1999 werd door het federaal hof van Canada geconcludeerd, dat Katriuk toen hij in 1951 Canada vanuit Frankrijk binnenkwam, een pseudoniem had gebruikt en zo de Canadese nationaliteit onder valse gegevens had verkregen. Tevens had het federale hof van Canada na onderzoek geen bewijzen gevonden over Katriuk dat hij had deelgenomen aan oorlogsmisdaden, en derhalve geen noodzaak zag hem zijn staatsburgerschap te ontnemen.
Katriuk banden met de nazi’s waren weliswaar bekend, maar details ontbraken en kwamen pas boven water bij een proces in 2008 tegen Grigory Vasiura, een van zijn bataljons-officieren.
Deze nieuwe papieren nog niet voor een groot publiek toegankelijk, beweren dat Katriuk direct betrokken zou zijn geweest bij het bloedbad van Khatyn. (Niet te verwarren met Katyn, waar de Poolse elite werd vermoord)Een getuige verklaarde dat Volodymyr Katriuk bijzonder actief was bij die gruweldaden, hij vuurde stationair met zijn machinegeweer in het rond, en vuurde op iedereen die aan de vuurzee probeerde te ontsnappen.
Aanleiding was een incidentele beschieting van het 118 Schutzmanschaft Bataljon op 6 km. van het dorp en waarbij 1 SS officier en 3 collaborateurs om het leven kwamen.
Als strafmaatregel werden alle inwoners en hun bezoekers op 22 maart 1943 in een schuur opgesloten, die vervolgens in brand werd gestoken waarbij bijna iedereen omkwam. 149 personen waaronder 75 kinderen onder 16 jaar. 2 meisjes werden meer dood dan levend gered, en in een naburig dorp opgevangen, helaas onderging dat dorp hetzelfde lot en kwamen de 2 alsnog om het leven. Alleen de dorpssmid en 2 andere kinderen overleefden de ramp.
In een ander Sovjet tribunaal voor oorlogsmisdaden in 1973 kwam aan het licht dat een groep Wit Russische houthakkers, waarvan men het vermoeden had dat het deel uitmaakte van een volksopstand, op 22 maart 1943 werden beschoten. Ene Ivankiv, Katriuk en Meleshko schoten op de mensen die gewond op de weg lagen. De getuige zegt dat Katriuk lid was van Schutzmannschaft Bataljon 118, die bezig waren voor de nazi’s dode zones te creëren, zodat de nazi’s gemakkelijker de partizanen kon uitroeien die hinderlagen hadden gelegd voor de Duitsers, zonder dat daar pottenkijkers bij waren.
In Canada zijn deze nieuwe beschuldigingen door het Wiesenthal Centrum voorgelegd aan het ministerie van immigratie, die heeft toegezegd in april 2012 het te onderzoeken.
Op het eind van de oorlog, zag Katriuk de nederlaag vermoedelijk aankomen, en loop met zijn hele bataljon over en is lid geworden van het Franse verzet om nu tegen de nazi’s te vechten.
Een jaar later meld hij zich bij het Franse vreemdelingenlegioen, waarschijnlijk omdat die geen vragen stellen. Na een vraag om vrijwilligers om de spits van de troepen te zijn die tegen de Duitsers te vechten, meld hij zich. Vervolgens is hij bij die gevechten zwaar gewond geraakt, en brengt 2 ½ maand in een Amerikaans ziekenhuis door in Frankrijk, om na herstel samen met de geallieerden in de omgeving van Monaco aan het Italiaanse front. Uiteindelijk is hem niets of zeer weinig in de weg gelegd. Eind mei 2015 komt het bericht naar buiten, dat Katriuk zou zijn overleden in Quebec op 93 jarige leeftijd.

Charles Zentai, oftewel Karoly Steiner geboren op 8 oktober 1921 in Hongarije. Hij staat hoog op de lijst van gezochte oorlogsmisdadigers, en wordt beschuldigd van de moord op de 18 jarige jood Péter Balázs in november 1944, omdat die geen Jodenster droeg. Een vergrijp en schending in het toenmalige Hongarije waar de doodstraf op stond.
Na de oorlog emigreerde hij 1950 naar Perth, Australie na in de bezette zones van Duitsland te hebben gewoond. In juni 2005 werd hij op aanwijzing door het Wiesenthal Centrum gearresteerd in afwachting van eventuele uitwijzing naar Hongarije.
Hij heeft steeds een beroep gedaan op zijn zwakke gezondheid, en heeft uitwijzing daardoor steeds kunnen voorkomen tot oktober 2009, de datum dat al zijn beroepen tegen uitwijzing werden afgewezen, hij meld zich dan bij de Australische politie.
Zentai ontkent de beschuldiging van het vermoorden van Péter Balázs, maar een getuige verklaart dat Zentai hem heeft meegenomen voor het niet dragen van een gele ster op zijn kleding, naar de kazerne en hem daar dood sloeg en zijn lichaam in de Donau heeft gegooid.
Het is een lange juridische strijd die gevoerd wordt tussen het Wiesenthal Centrum, de Australische, en de Hongaarse regering, die duurt van juli 2005 tot op heden. De uiteindelijke uitspraak is zeer verrassend, het hoogste hof in Australië oordeelt op 15 augustus 2012 dat de dan 90 jarige Zentai niet uitgeleverd kan worden, omdat de overtreding van oorlogsmisdaden in het Hongaarse recht van 1944 niet bestond en derhalve ook niet bestraft kan worden.

Soren Kam, geboren op 2 november 1921 te Kopenhagen Denemarken waar hij later lid was van de DNSDAP de Deense nazi partij. Hij is overleden op 23 maart 2015.
Later nam hij dienst bij de Waffen SS als vrijwilliger, en diende bij de SS Panzergrenadier Division Wiking, waar vele niet Duitsers als vrijwilliger dienst namen. Hij klom daar op tot Obersturmbahnfuhrer, 1e luitenant. Door zijn moed en inzet verkreeg hij vele Duitse onderscheidingen waaronder het ijzeren ridderkruis. In 1956 verkreeg hij de Duitse nationaliteit.
Overeenkomstig aan een Europees aanhoudingsbevel door Denemarken gedaan, wordt Kam aangehouden in Kempten, Beieren. Denemarken verzoekt Duitsland om uitlevering omdat Kam verdacht wordt van de moord op de Deense krantenredacteur Carl Henrik Clemmessen in Lyngby een voorstad van Kopenhagen op 30 augustus 1943.
In 1946 komt een van de drie verdachten voor een Deense rechtbank, Flemming Helweg-Larsen, die ter dood wordt veroordeeld, en ook ten uitvoer is gebracht later dat jaar. Volgens onderzoek werd Clemmensen door 8 kogels getroffen uit drie verschillende wapens, de drie verdachten werden alle drie ter dood veroordeeld, maar Soren Kam zit veilig in Duitsland, en de derde verdachte Jurgen Valdemar Bitsch is tot op heden van de aardbodem verdwenen.
In 1999 verzoekt Denemarken om uitlevering, maar de Duitse autoriteiten leveren geen Duitse staatsburgers uit, een volgende regering verzoekt nogmaals, maar ook die keer tevergeefs.
Ook in 2007 weigert Duitsland uitlevering, en een Duitse rechter beweerde dat het doden geen moord maar doodslag was, dus onder de verjaringstermijn was verstreken. Kam heeft wel toegegeven dat hij betrokken was bij de ontvoering en dood van Clemmensen betrokken was, maar dat diens dood een ongeval was.
De Daily Telegraph zegt bewijzen te hebben, dat Kam regelmatig heeft deelgenomen aan autorally’s voor veteranen van de SS. Hij zou ook nauwe banden hebben met Gudrun Burwitz-Himmler (8-8-1929 München), de dochter van Heinrich Himmler en haar netwerk Stille Hilfe opgericht ter ondersteuning van gearresteerde, veroordeelde en of vluchtige voormalige SS ers. Gudrun ook wel de nazi-prinses genoemd heeft na de oorlog samen met haar moeder 4 jaar gevangen gezeten in de Britse zone in Duitsland. Zij heeft nooit afstand genomen van het gedachtegoed van haar ouders. Integendeel, zij was het die zich ingespannen heeft met haar organisatie Stille Hilfe om de Nederlandse SSer Klaas Carel Faber uit handen van de Nederlandse justitie te houden. Zij onderhield ook nauwe contacten met de vrouw van Rost van Tonningen, en is een graag geziene gast bij bijeenkomsten van SS veteranen. Overigens heeft de zoon van Rost van Tonningen wel duidelijk afstand genomen van het gedachtegoed van zijn ouders.
Ivan Kalymon, Oekraïner van geboorte, die er van wordt verdacht mede verantwoordelijk te zijn voor het doden, opruimen en deporteren van ruim 4.000 joden uit het getto van Lemberg, nu Lviv geheten in de Oekraïne. Hij is na de oorlog op valse gronden de Verenigde Staten binnengekomen, maar daar is hij nu niet meer welkom en is door de rechter veroordeeld om het land te verlaten. De Amerikaanse justitie heeft Duitsland en de Oekraïne verzocht om hem binnen te laten, maar die hebben hem de toegang geweigerd. Elk ander land mag hem ook toelaten, maar er heeft zich nog niemand gemeld, en tot dat het zover is leeft hij als vrij man in Amerika.

Algimantas Dailide, 14 januari 2004 heeft het Amerikaanse gerechtshof bevolen, dat de 82 jarige Dailide, een gepensioneerde makelaar die woonachtig is in Gulfport, Florida het land permanent heeft moeten verlaten, en naar Duitsland is uitgewezen.
Geboren op 12-3-1921 in Kaunas Litouwen, diende tussen 1941 en 1944 de nazi’s, en toen hem het vuur te heet werd onder zijn voeten vluchtte hij in 1950 naar Amerika en vertelde daar dat hij boswachter van beroep was. In 1955 werd hij Amerikaans staatsburger, maar in februari 1997 is dat weer ingetrokken vanwege zijn betrokkenheid bij nazimisdaden. In 1999 verhuist hij naar Florida, en in 2001 oordeelt een rechtbank dat hij gedeporteerd moet worden naar Litouwen. De raad voor Immigration Appeals bevestigd het vonnis, maar het Amerikaanse hof van Beroep voor het elfde district weigerde het bevel tot uitzetting. Wel verliest hij het staatsburgerschap en reist daarop vrijwillig via Canada naar Duitsland. In 2006 reist hij vrijwillig naar Litouwen en staat daar terecht, hij werd daar veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf , maar hoeft niet de cel in omdat hij geen gevaar meer voor de samenleving was. Dailide heeft als lid van Saugumas een door de nazi’s gefinancierde opsporingsorganisatie deelgenomen aan het arresteren van joden die hebben geprobeerd uit het getto van Vilnius te ontsnappen. Saugumas beloofde joden tegen betaling te helpen bij het vluchten uit het getto, Dailide heeft daarbij daadwerkelijk meegeholpen om joden uit het getto te helpen smokkelen, eenmaal in de vrachtwagen die hen zou vervoeren, droeg Saugumas hen over aan de nazi’s. Op die manier zijn ca.50.000 joden in de bosrijke omgeving van Vilnius vermoord en in kuilen geworpen. Algimantas Dailide, de nummer 4 op de ranglijst van Saugumas, is de 60e nazimisdadiger die Amerika is binnengekomen, en die uiteindelijk is uitgewezen. In totaal zijn 73 oorlogsmisdadigers het Amerikaanse burgerschap ontnomen, maar niet iedereen kon worden uitgewezen omdat sommige landen hun oorspronkelijke bewoners niet terug willen hebben. 160 Personen zijn gelijk aan de grenzen tegengehouden en teruggestuurd naar het land van herkomst, omdat zij als oorlogsmisdadiger te boek stonden, en Amerika niet binnen mochten.
Aleksandras Lileikis, was de nummer 1, hij vluchtte in 1996 vanuit Amerika naar Litouwen, maar stierf in Litouwen in afwachting van zijn proces.
Kazys Gimzauskas, was de nummer 3, een voormalig inwoner van St.Petersburg, hij verhuisde terug naar Litouwen, terwijl zijn onderzoek naar zijn misdaden in 2001 gaande waren. Hij is in Litouwen veroordeeld voor zijn misdaden.
Adolph Milius, ook hoog geplaatst op de lijst vluchtte in 1998 ook terug naar Litouwen, maar overleed in 1999 zonder dat het tot een proces tegen hem kwam.
Mikhail Gorshkow, geboren in 1923 in Estland uit Russische ouders, is een voormalige tolk voor de Gestapo in Minsk, en mogelijk betrokken bij de moord op ca. 3000 personen, mannen vrouwen en kinderen uit het getto van Slutsk in Wit Rusland in 1943. Na de oorlog uitgeweken naar Amerika en heeft daar het Amerikaanse staatsburgerschap verkregen in 1963, maar dat werd hem weer ontnomen in 2002 nadat zijn vermeende oorlogsverleden aan het licht kwam, en werd uitgewezen naar Estland. Bewijsmateriaal over zijn oorlogsverleden werden mede aan de Estlandse autoriteiten overhandigd, die vervolgens zijn zaak openden. In 2011 werd dat afgesloten, met als uitslag, dat mogelijk meerdere personen met de naam Gorshkow hadden samengewerkt met de nazi’s, en dat overtuigend bewijs mede daardoor niet kan worden bewezen zonder redelijke twijfel. Het Simon Wiesenthal Center heeft desalniettemin hem nog steeds op de lijst staan van meest gezochte oorlogsmisdadigers.

Helmut Oberlander, in de Oekraine geboren in 1924 uit Duitse ouders. Hij was als tolk werkzaam voor de nazi’s. Als 17 jarige werd hij door de Duitsers ontdekt en hij zou, volgens eigen zeggen, Russische boodschappen hebben moeten vertalen voor de Duitsers.
Deze Duitsers waren een bijzondere mobiele eenheid, belast met de uitroeiing en massamoord van 10.000den joden, zigeuners, de Roma’s en de Sinti. Hij heeft altijd volgehouden, gedwongen te zijn, zijn werkzaamheden als tolk te moeten vervullen
Bij het verzamelen van bewijsmateriaal zijn echter nazi-documenten opgedoken, waaruit blijkt dat hij het ijzerenkruis 2e klas heeft verkregen in januari 1943 voor zijn rol in de Einsatzgruppen. Zijn eenheid werd in 1943 ontbonden en opgenomen binnen het Duitse leger, en verliet mede daardoor de Oekraïne.
Na de oorlog werd hij een Britse gevangene, en was in Duitsland een stateloos inwoner. Hij trouwt in Stuttgart, is daar werkzaam in de bouw en emigreert in 1953 naar Canada, waar hij in 1960 het Canadese staatsburgerschap verkrijgt, en inmiddels een florerend bouwbedrijf heeft opgericht in Kitchener Ontario. In Canada werden processen gevoerd om hem het staatsburgerschap te ontnemen, in 2006 lukt dat, maar in hoger beroep verkrijgt hij dat terug in 2009, omdat harde bewijzen van oorlogsmisdaden ontbreken.
Het Simon Wiesenthal Centrum heeft hem nog steeds op hun lijst staan, waar hij zelfs hoger geklommen is. Niet omdat zij anderen hebben gepakt, maar simpelweg omdat anderen hoger op de lijst zijn overleden.
Op die lijsten van het Simon Wiesenthal Centrum stonden ook vele personen die of zijn overleden, niet schuldig werden bevonden of inmiddels zijn overleden of het gerede vermoeden bestaat dat zij inmiddels zijn overleden.

Elfriede Rinkel, geboren op 14 juli 1922 in Leipzig was opzichter in het concentratiekamp Ravensbruck, na de oorlog huwt zij een Joodse man en zij emigreren in 1959 naar Amerika. In 2004 ondervraagt de Amerikaanse justitie haar over haar oorlogsverleden, en zij geeft toe kampbewaakster te zijn geweest in Ravensbruck. Haar werkvergunning werd daarna ingenomen en werd uitgewezen. Zij reist in september 2006 terug naar Duitsland, en mogelijk doorreisde naar Zwitserland. Tot nu toe is zij nimmer aangeklaagd. Zij heeft haar Joodse echtgenoot nimmer van haar verleden verteld, en hij ligt begraven op de Joodse Begraafplaats van San Francisco onwetend van haar geheim.
Hans Lipschis of Anatis Lipsys, geboren op 7 november 1919 te Kretenga (Litouwen) werkte in het concentratie en vernietigingskamp Auschwitz. Volgens het Simon Wiesenthal Centrum als kampbewaker, maar volgens eigen zeggen als kok. In de jaren 50 van de vorige eeuw ziet hij ook kans naar Amerika te ontkomen, maar toen zijn nazi verleden aan het licht kwam moest hij Amerika verlaten in de jaren 80. In Duitsland is hij in mei 2013 gearresteerd en voor de rechtbank gebracht, maar die beslist op 6 december 2013 dat door dementie zijn rechtszaak stopt, en geen verdere stappen zullen worden ondernomen.

Ook Nederlanders kwamen op die lijsten voor, lijsten die elk jaar worden aangepast indien nodig.

Klaas Carel Faber, geboren op 20 januari 1922 en overleden op 24 mei 2012 (90 jaar) Hij is berucht vanwege zijn werk voor de Sicherheitsdienst, lid van de Waffen-SS en het Sonderkommando Feldmeijer (Silbertannenmoorden) lid van Musserts lijfwacht. Maakte samen met zijn broer deel uit van het executiepeloton in Kamp Westerbork. Hij werd niet meer strafrechtelijk vervolgd en woonde tot zijn dood in Duitsland. Zijn broer Pieter Johan Faber geboren in 1920, was opperwachtmeester bij de Sicherheitsdienst en werd na de oorlog ter dood veroordeeld en geëxecuteerd door een vuurpeloton op 10-7-1948.

Heinrich Boere, geboren 27-9-1921, kreeg in Nederland levenslang in 1947, ontsnapte in 1952 uit de Bredase koepelgevangenis, en zit na veroordeeld te zijn door een Duitse rechtbank, sinds 14 december 2011 levenslang in een Duitse gevangenis. Heinrich Boere stierf op zondag 1 december 2013 in het gevangenisziekenhuis van Frondenberg. Hij wist lang uit handen van justitie te blijven maar op 28 oktober 2009 begint er dan toch nog een proces tegen Boere. Zijn advocaten verzoeken de rechtbank om het proces te stoppen om hem niet twee maal voor hetzelfde vergrijp te vervolgen, maar de rechtbank van Aken verwerp dat verzoek van 2 november op 23 november 2009. Op 2 maart 2010 eist het Openbaar Ministerie levenslang tegen Heinrich Boere. Omdat hij zich vrijwillig had gemeld voor de Waffen SS, golden er geen verzachtende omstandigheden. Boere was verbonden aan het zogenaamde Feldmeijer moordcommando en gaf toe betrokken te zijn geweest bij drie moorden, te weten: Frans Kusters, Frits Bicknese en Teun de Groot. Op 23 maart 2010 veroordeelt de Rechtbank in Aken Boere tot levenslang, maar blijft nog even op vrije voeten vanwege het hoger beroep dat op 20 december door het Federale Hof in Karlsruhe is verworpen. Pas op 9 september 2011 moet hij de cel in, tot dan verbleef hij in een verzorgingstehuis. Hoj overlijd op 1 december 2013. Uiteindelijk heeft hij dus maar goed 2 jaar vast gezeten.

Heribertus Bikker, geboren in 15-7-1915 bekend als de beul van Ommen, ontsnapte in 1952 uit de koepelgevangenis in Breda, waar hij zijn straf van levenslang uitzat, en ontkwam naar Duitsland en overleed aldaar in vrijheid op 1 november 2008. Er zijn wel vele pogingen gedaan om hem in Duitsland voor de rechter te brengen of uitgeleverd te krijgen, maar dat is steeds mislukt.

Dirk Hoogendam, geboren 18-5-1922, bijnaam de Bokser, was als SSer werkzaam in het zuiden van Drente, waar hij joden en verdachten van verzetsorganisaties gruwelijk in elkaar sloeg. Werd veroordeeld tot levenslang, maar ontkwam door al in 1946 naar Duitsland te vluchten. Hij overleed op 8-8-2003 in Duitsland onder zijn nieuwe naam Dieter Hohendamm.

Toon Soetebier, geboren in 1921, hij pleegde als SS officier uit Coevorden vele oorlogsmisdaden. Later was hij bewaker in kamp Erica bij Ommen waar hij joden en onderduikers folterde.
Werd bij verstek veroordeeld tot de doodstraf, die in 1949 werd omgezet in levenslang. Hij werd later opgepakt en gevangen gezet in Breda waar hij in 1952 ontsnapte, hij overleed op 26-5-2006 in Duitsland

Sander Borgers, geboren op 13-9-1917 in Den Hulst (Nieuwleusen) en overleed in 1985 in Haren Duitsland. Hij groeide op, op een boerderij, maar economische motieven bracht het gezin naar de textielindustrie in Twente rond 1932.
Sander en zijn broer Johan (20-1-1922) werden in 1939 lid van de NSB, en in 1940 namen zij dienst bij de Nederlandse SS, om vervolgens in 1941 zich te melden bij de Waffen SS. Na een korte opleiding werden zij naar de Balkan gestuurd, waar Johan op 12-12-1941 omkomt bij gevechten bij Milofti-Kurakino. In 2010 is zijn lichaam door familie herbegraven. Sander raakt verschillende keren gewond, maar keert na herstel steeds terug naar het front. Na zware verwondingen in het voorjaar van 1943 is Sander afgekeurd, en hielp zijn vader bij zijn paardenhandel tot 1944.
Vanwege zijn ervaringen aan het oostfront werd Sander door de Landwacht opgeroepen en werd ingedeeld bij het Sondercommando onder leiding van Henk Feldmeijer, en betrokken bij verschillende liquidaties op onschuldige Nederlanders als represaillemaatregel. Na opheffing door de leiding van de SS, trad hij in Enschede in het huwelijk, om vervolgens vlak voor de bevrijding te vluchten naar de stad Leer in Duitsland, waar hij op een boerderij werkzaam was. Zijn vrouw heeft in 1947 echtscheiding aangevraagd en verkregen, omdat Borgers, zo leek het van de aardbodem verdwenen was.
Daar in Leer kreeg hij een nieuwe relatie, maar is daar niet mee in het huwelijk getreden. Hij werd in Nederland gezocht, maar niet gevonden en bij verstek ter dood veroordeelt. In 1949 werd hij toch aangehouden in Duitsland en uitgeleverd aan Nederland. Bij een nieuw proces werd hij tot levenslang veroordeeld met ontzetting uit alle rechten. In hoger beroep werd hij op 27-12-1950 tot 12 jaar veroordeeld door Procureur Fiscaal, maar een maand later werd het beroep op 31-1-951 door de Bijzondere Raad van Cassatie verworpen en in levenslang omgezet, omdat bewezen werd geacht bij minstens twee Silbertanner moorden betrokken te zijn geweest, en opgesloten in de koepelgevangenis in Breda. En ook hij ontsnapte op 26-12-1952 uit de streng bewaakte koepelgevangenis in Breda.
En leefde in vrijheid in Duitsland tot aan zijn dood in 1985.

Willem Albertus Polak, geboren te Amsterdam op 31-5-1915. Hij was lid van de Waffen SS en van het Sondercommando van Henk Feldmeijer, welk sondercommando onschuldige mensen doodschoot uit wraak voor daden van het verzet tegen de Duitsers gepleegd. Zijn naam welke nogal joods klonk, veranderde hij in de oorlog tot Polack.
Hij werd na de oorlog voor zijn aandeel tot levenslange gevangenisstraf, maar ontvluchte met 5 anderen in 1952 op 2e Kerstdag uit de koepelgevangenis in Breda.
Verzoeken van de Nederlandse justitie om hem uitgeleverd te krijgen zodat hij zijn straf uit kon zitten, werden door de Duitse autoriteiten steeds naast zich neergelegd, omdat hij bij zijn toetreding tot de Waffen SS de Duitse nationaliteit verkregen had, en Duitsland geen onderdanen uitlevert.
In 1989 werd hij opgespoord in Duitsland, waar hij zwaar ziek was, door kanker waren zijn maag en milt bij hem verwijderd, en ook al is er geen bewijs, men neemt aan dat hij inmiddels is overleden.

Antoine Touseul, geboren in Breda op 27-6-1921 en overleden te Aken op 26-7-1991. Zoon van een Franse vader en een Belgische moeder, die zich als 18 jarige in 1940 aanmeld bij de Duitse Wehrmacht om als chauffeur dienst te doen. Hij was lid van de Waffen SS en de SD, en in die functies mishandelde hij arrestanten en zorgde ervoor dat die werden doorgezonden naar de concentratiekampen waar zij meestal kwamen te overlijden.
Na de oorlog werd hij voor zijn misdaden door het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem op 15-7-1949 tot de doodstraf veroordeeld. Het was koningin Juliana, zij was pertinent tegen de doodstraf, die hem gratie verleende, en zijn straf in levenslang werd omgezet. Hij was de leidende figuur die bij de ontsnapping uit de koepelgevangenis in Breda van 7 personen op 26-12-1952, waarbij zij met 2 auto’s naar Duitsland wisten te ontkomen. Hij heeft lange tijd bij een oud medewerkster gewoond, die hij nog kende uit zijn Antwerpse periode, en kwam als pompbediende aan de kost. Arnold Karskens, journalist op zoek naar verdwenen oorlogsmisdadigers, kwam hem op het spoor in 2009, maar hij bleek al op 26-6-1991 in Aken te zijn overleden.
Willem van der Neut, geboren in Nieuwkoop op 6-1-1919, kreeg als gevangenbewaarder in kamp Amersfoort de bijnaam de beul van Amersfoort. Hij was van september tot oktober 1944 lid van het vuurpeloton dat was belast met de executie van negen gevangenen in kamp Amersfoort op de Leusderheide.
Na de oorlog werd hij door het Bijzonder Gerechtshof te Utrecht voor zijn aandeel in oorlogsmisdaden veroordeeld tot de doodstraf. Zijn hoger beroep bij de Raad van Cassatie werd eind 1949 verworpen maar in juli 1950 kreeg hij ook gratie van koningin Juliana en werd zijn straf omgezet in levenslang. Lang heeft hij niet gezeten, want hij was een van de 7 personen die de gevangenis van Breda wisten te ontvluchten, en naar Duitsland wisten te ontkomen. De Nederlandse politie wist midden 1953 een brief van hem aan zijn moeder te onderscheppen, en zo kwamen zij achter zijn verblijfplaats Uslar in Duitsland. Hij werd vastgenomen, maar werd later toch weer vrijgelaten en bleef in Duitsland wonen, waar hij in 1983 onder de schuilnaam Karl-Heinz Braun is overleden

Abraham Kip, geboren te s’Gravenhage op 2-6-1917 en overleden te Buenos Aires op 6-7-1995. Hij was voor de oorlog Nederlands politieagent o.a. in Ede, Velsen en Leiden en sloot zich in 1935 aan bij de N.S.B. Nadat Nederland door de Duitsers was veroverd, sloot hij zich aan bij de Waffen SS en verrichtte hij werkzaamheden voor de Sicherheitsdienst. Kipp werd na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld in 1949, wegens het mishandelen en arresteren van joden en anderen waaronder mensen uit het verzet. Hij was inmiddels ontkomen naar wat later bleek Argentinië. In 1988 werd hij daar opgespoord, maar Argentiniëe heeft steeds geweigerd Kipp aan Nederland uit te leveren. Wederom kwam Arnold Karskens in 2009 met de mededeling, dat Kipp al op 6-7-1995 was overleden en begraven ligt op de Duitse begraafplaats in Buenos Aires.

Auke Bert Pattist, geboren op 9-10-1920 te Bilthoven en overleden in maart 2001 in Oviedo, Spanje. Hij was een oorlogsmisdadiger die de bijnaam kreeg vanwege zijn bruut optreden e beul van Drente. Hij was politieagent in Amsterdam bij het begin van de oorlog, waarbij hij actief meedeed aan de razzia’s op ondergedoken joden. Hij werd tijdens de oorlog lid van de SS, en vocht mee met de Duitsers aan het oostfront, en verkreeg daarmee de Duitse nationaliteit. Als officier van de Waffen SS kwam hij in 1944 terug in Nederland. In Drente, in Hollandscheveld werd hij actief in het opsporen van onderduikers en joden. Zijn bijnaam kreeg hij door zijn wreedheden tegen die gevangen genomen onderduikers vanwege lichamelijke en geestelijke mishandelingen. Bewijzen dat Pattist zelf daadwerkelijk gevangenen heeft omgebracht zijn er niet, maar hij werd wel mede verantwoordelijk gehouden voor de dood van veel van zijn gevangenen.
Na de oorlog gearresteerd en vastgezet in de gevangenis in Arnhem, en wist al in 1946 te ontsnappen en te ontkomen naar Duitsland. In 1956 kwam hij in Spanje terecht, en verkreeg daar van dictator Franco de Spaanse nationaliteit.
Ook hij verkreeg gratie, en werd de doodstraf omgezet in levenslang, dit alles bij verstek. Hij bleef lang voor de Nederlandse justitie onvindbaar, maar amateur-historicus Albert Metselaar uit Drente wist zijn verblijfplaats te achterhalen, mede daardoor werd hij op de lijst geplaatst van het Simon Wiesenthal Centrum, maar de Spaanse autoriteiten weigerden Pattist uit te leveren. In maart 2001 overleed Pattist in zijn dan huidige woonplaats Oviedo, nadien deden de Spaanse autoriteiten nog onderzoek naar de toedracht van zijn overlijden.
Jacob-Willem Munnikhuizen, in Velzen geboren ca. 1918, en overleden op 15-9-1997. Van november 1944 tot eind februari 1945 was hij lid van de Ordnungspolizei in Groningen. In die hoedanigheid nam hij deel aan een overval in Tijnje, bij die overval werden twee onschuldigen doodgeschoten. Door de rechtbank in Groningen werd hij op 20 maart 1950 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, maar hij ontsnapte naar Duitsland en was woonachtig in Gelching. Jarenlang werd hij gezocht door de Nederlandse Justitie, maar hij werd niet gevonden. In 2002 kwam men tot de ontdekking, dat hij in 1997 was overleden.

Jacob Luitjens, geboren in het voormalige Ned. Indie in 1919. Hij was een zoon van een veearts te Roden, werd al voor de oorlog fanatiek lid van de NSB, die zich sterk maakte door anderen voor de NSB te winnen. Hij heeft geprobeerd bij de Waffen SS te komen, maar gehandicapt aan zijn hand voorkwam dat. Hij was een collaborateur tijdens de 2ewereldoorlog. In 1944 werd hij lid van de Landwacht, en zijn rol daarin was dusdanig dat het hem de bijnaam de schrik van Roden bezorgde.
Vele onderduikers, verzetsstrijders en joden wist hij op te sporen, en in twee gevallen was hij daadwerkelijk betrokken bij de liquidatie van gearresteerde slachtoffers. Direct na de oorlog gaf hij zich aan, om represailles van het verzet te voorkomen. Hij werd opgesloten in kamp Westerbork, maar wist daar in 1946 te ontsnappen naar Duitsland, waar Doopsgezinde geloofsgenoten hem hielpen.
Nadien kwam hij met behulp van Mennonieten terecht in Paraguay, hij werd overigens op 10 september 1948 bij verstek tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In 1961 verhuisde hij naar Canada, waar hij in Vancouver een bestaan opbouwde tot lector in de plantkunde, en werd zelfs hoogleraar botanicus aan de universiteit van Vancouver.
In 1980 werd hij in Canada door particulieren opgespoord, en werd een uitleveringsverzoek gedaan die niet werd gehonoreerd. In 1988 start de Canadese regering een onderzoek naar Luitjes, het bleek dat Canada een vrijplaats was geworden voor oorlogsmisdadigers, en dat leverde veel internationale kritiek.
Jack Kooistra, de Friese Simon Wiesenthal genoemd, spoorde hem in 1992 opnieuw op, en mede daardoor verloor Luitjes de Canadese nationaliteit en werd uitgewezen naar Nederland.
Hij werd opnieuw voorgeleid voor de rechtbank in Assen die hem veroordeelde tot een gevangenisstraf van 28 maanden, die hij uitzat in Groningen tot maart 1995. Na het uitzitten van zijn straf, wilde Canada hem niet meer toelaten. Sindsdien is hij statenloos. Hij is er genadig vanaf gekomen, van levenslang tot 28 maanden, het verschil is erg groot.

Siert Bruins, geboren te Vlagtwedde op 2 maart 1921, zijn bijnaam was het beest van Appingedam. Als oorlogsmisdadiger heeft hij rond Appingedam-Delftzijl zich erg misdragen, hij was verantwoordelijk voor de dood van meerdere slachtoffers. Na de oorlog werd hij dan ook veroordeeld tot de doodstraf, zij het bij verstek, want hij was al gevlogen naar Duitsland.
Op 22 februari 1980 vervolgde en veroordeelde Bruins tot 7 jaar cel vanwege zijn betrokkenheid op de moord op 2 joodse broers en inwoners van Groningen. Hij heeft in Duitsland onder de naam Siegfried Bruns in het dorpje Breckerfeld nabij Hagen een bloeiend tuinbouwbedrijf opgericht.
Simon Wiesenthal heeft gezorgd dat hij in de jaren 80 van de vorige eeuw opnieuw voor de rechtbank moest verschijnen, en werd veroordeeld tot 5 jaar vanwege bewezen oorlogsmisdaden, onder groot protest van de inwoners van zijn woonplaats, waar hij inmiddels een gerespecteerd inwoner was. In 2003 deed Nederland een poging om Bruins uitgeleverd te krijgen, maar de Duitse justitie wees dat verzoek af
In januari 2007 deed justitie in Duitsland de mededeling dat zij de Nederlandse oorlogsmisdadigers niet meer strafrechtelijk zou vervolgen. Na een bezoek van een Nederlandse journalist aan Bruins en het openbaar ministerie te Dortmund, startte de Duitse justitie alsnog in maart 2012 een nieuw onderzoek naar het oorlogsverleden van Bruins, waarbij het zwaartepunt ligt bij de executie van enkele Groningse verzetsstrijders.
Jacob de Jonge, geboren in 1922 te Daarlerveen. Hij was kampbewaker in kamp Erica bij Ommen, en ging zich daar bijzonder te buiten aan mishandelingen en gruweldaden, dat rechters uit Amsterdam naar Ommen kwamen om dat te onderzoeken. Zij kwamen tot de conclusie dat het ontoelaatbaar was, en de Duitsers verzochten het kamp te sluiten. Na de oorlog werd hij veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, maar ontkwam die straf door vanuit de koepelgevangenis samen met 6 anderen te ontsnappen en uit te wijken naar Duitsland.
Hij kwam later terug naar Nederland, en heeft nog een tijdlang gevangen gezeten in de strafgevangenis te Scheveningen. Siert Bruins overleed op 28 september 2015 in Duitsland, en volgens zijn advocaat waren er maar weinig personen aanwezig bij zijn uitvaart.

Velen zijn de dans helaas ontsprongen.

Probleem daarbij is, dat de van oorlogsmisdaden verdachte personen ondergronds zijn gegaan al dan niet met behulp van regeringen. In het bijzonder de Duitse regering die categorisch weigert om personen van de Duitse nationaliteit uit te leveren als daar om verzocht wordt.
De schuld ligt niet enkel bij de Duitse regering, maar ook bij andere regeringen die hun inwoners, als die in Duitse dienst traden hun nationaliteit hebben ontnomen.
Zoals bij heel veel Nederlanders ca. 22.000 die tot de Waffen SS toetraden. Na de oorlog werd hun de toegang vaak ontzegd tot Nederland en hadden zij geen keus dan in Duitsland of Oostenrijk te blijven. Vaak stonden zij aan de grens die toen nog bewaakt werd en moesten rechtsomkeer maken. Later zijn er velen op hun verzoek toch toegelaten tot Nederland, maar het spreekt voor zich dat zij die misdaden hadden gepleegd zo’n verzoek niet deden en de Duitse nationaliteit aanhielden.
En ook waren er, die gevangen genomen waren, en veroordeeld waren, gevangen zaten in Nederlandse gevangenissen, maar de kans zagen te ontvluchten en de wijk namen naar Duitsland en daar tot op heden vrij leven, of in elk geval heel lang vrij hebben geleefd.
Ook het Vaticaan is behulpzaam geweest bij het vluchten naar landen als Argentinië en of andere Zuid Amerikaanse landen. Vaak al dan niet met behulp van de toenmalige KLM.
Ook organisaties van sympathiserende nazi groeperingen van over de hele wereld, die hulp boden en bieden aan oorlogsmisdadigers zoals bijv. Stille Hilfe.
En vergeet ook niet dat Duitse wetenschappers erg welkom waren na de oorlog in Rusland, Engeland en Amerika, er zijn er zelfs ontvoerd vanuit Duitsland.
Het meest succesvol waren de Amerikanen, en die legden hun geen strobreed in de weg, integendeel, het uitbreken van de koude oorlog, en het daarmee gepaard gaand eigen belang was daar debet aan.
Werner von Braun, was zo iemand, in mei 1945 gaf hij zich in Oostenrijk aan de Amerikanen over samen met een groep van 177 geleerden en technici uit zijn staf van Peenemunde , als raketdeskundige was hij zeer welkom in Amerika en speelde een zeer voorname rol in de ontwikkelingen van raketten naar de maan samen met o.a. ca 40 leden uit zijn voormalige staf.
In Duitsland ontwikkelde hij de verwoestende V1 en V2, en in Amerika de Saturnusraket die de mens naar de maan bracht in 1960. Werner von Braun geboortig in 1912 in Wirsitz als zoon van een adellijke familie in het huidig Polen, stierf in Alexandria aan kanker op 16 juni 1977.
Collaboratie met de Duitsers.
Alle personen, die tijdens de 2e wereldoorlog op een of andere manier vrijwillig gevochten hebben voor Duitsland, waren verraders, en werd hun het staatsburgerschap na de oorlog in veel gevallen ontnomen van het land van herkomst, of werd hun de toegang tot het land van herkomst ontzegd.
Tussen 1939 en 1945 waren er miljoenen vrouwen en mannen van niet Duitse oorsprong, die Nazi Duitsland gediend hadden. Het waren de geallieerden die na de oorlog met het probleem te maken kregen, omdat velen niet naar hun geboortegrond terug konden of wilden, bang voor represailles.
Hoewel de nazi top, Hitler, de inzet van bijvoorbeeld Russen voor de krijgsmacht uitdrukkelijk verboden had, werd dat verbod op grote schaal en cruciale schaal ontdoken. Zo zeer zelfs, dat de oorlog tegen Rusland langer geduurd heeft dan nodig. Het was nu ook weer niet zo uitzonderlijk dat Russen overliepen naar het Duitse leger, onder de knoet van Stalin was het leven in Rusland bijzonder hard en meedogenloos.
En ondanks dat de Russen als inferieure Slaven werden gezien door de superieure Ariërs, deserteerden er kort na de inval van Duitsland, massaal vanuit het Rode leger. Die overlopers werden vaak in de beginfase ingezet als gravers van loopgraven en latrines, het superioriteitsgevoel van de Duitsers werd hiermee bevestigd, als men de Hiwi’s, zo noemde men de overlopers, greppels en latrines zag graven.
Maar deze Hiwi’s verdienden respect van de Duitse militairen vanwege hun vastberadenheid en moed tijdens vuurgevechten, wat overigens niet zo verwonderlijk was, want vielen ze in Russische handen dan was hun lot bezegeld, en al vechtend had men tenminste nog enige kans om het te overleven.
Officiële cijfers zijn niet bekend, want registratie heeft nooit plaatsgevonden, men wilde uiteraard niet toegeven dat deze inferieure Slaven binnen het leger van superieure Ariërs een rol van betekenis heeft gespeeld.
Eind 1941 had de Wehrmacht ca 150.000 Russen in dienst, en dat was eind 1942 opgelopen tot ca. 500.000 personen, waarvan er ca. 200.000 in gevechtseenheden dienden. Dat aantal was eind 1943 zelfs verdubbeld, en een groot deel van dit reservoir aan manschappen werd later in de Waffen-SS opgenomen.
Dat de Russen vechtersbazen waren op hun eigen grondgebied, was niet verwonderlijk, zij wilden koste wat het kost de Bolsjewieken onder Stalin uit Rusland verdrijven, en wilden mede door dienst te nemen in het Duitse leger de soevereiniteit van Rusland nastreven, wat overigens tegen de wil van Nazi- Duitsland was.
Tijdens het verloop van WOII, werden veel Russen overgeplaatst naar eenheden buiten het Russische gebied, en daar zakte hun moreel beduidend in. Zij werden ingezet voor taken in de achterhoede en garnizoensdienst ver van hun vaderland.
Ook de strijd tegen het communisme had een grote aantrekkingskracht uit west Europa om dienst te nemen in het Duitse leger.
De divisies Nordland en Wiking, behoorden tot de beste divisies die ingezet zijn. Divisie Nordland was oorspronkelijk bedoeld om Scandinavische en Nederlandse vrijwilligers samen te brengen in een divisie, maar die opzet is uiteindelijk niet gelukt, Nordland werd hoofdzakelijk bevolkt door Volksduitsers, Duitsers uit omliggende gebieden, maar met Duitse voorouders.
Divisie Wiking daarentegen werd wel bevolkt door een contingent Nederlandse vrijwilligers die vanaf juni 1940 geworven werden voor de Waffen SS. Wiking bleef de gehele oorlog redelijk bewapend en bemand. Zij werden toegevoegd aan de Heeresgruppe S, en vochten in de Oekraïne en wisten tijdens het zomeroffensief van 1943 tot diep in de Kaukasus door te dringen. Ook wisten zij de omsingeling in november 1944 bij Tsjerkassy te doorbreken, en voorkwamen zo een 2e Stalingrad-drama. Duizenden Duitse soldaten ontsnapten mede daardoor aan een zekere dood.
In mei 1945 geraakten de meeste Wikingers in Oostenrijk in Amerikaans krijgsgevangenschap. Divisie Wiking heeft bekendheid verkregen tot op de dag van vandaag om hun gevechtskwaliteiten, maar of je als Nederlands vrijwilliger daar nu zo trots op zou moeten zijn, is de vraag.

Colofoon: diverse internetsites
De vijf concentratiekampen in Nederland 1940-1945- Binjamin Heyl
Wikipedia de vrije encyclopedie
Kamp Amersfoort-Geraldien von Freitag Drabbe Kunzel
Drittes Reich- Atlas Verlag

Anton Heijmerikx

16 Comments

  1. Stella Hardin
    mei 6, 2013

    Wiesenthal beschrijft ook hoe een twaalfjarige Joodse jongen door Heim met een gifinjectie in het hart vermoord werd. Toen hij op de operatietafel gelegd werd, besefte de jongen dat hij gedood zou worden. In een gebed nam hij afscheid van zijn ouders. Nadat Heim het gebed aandachtig beluisterde, vertelde hij vriendelijk, “alsof hij een kind van een noodzakelijke amandeloperatie moest overtuigen”, aldus Wiesenthal, waarom de jongen moest sterven. Heims uitleg was dat alle Joden moesten sterven omdat ze de schuld droegen van alle onheil in de wereld en vooral van de oorlog.

  2. A.A. van Baal
    mei 7, 2013

    Ik las enkele dagen terug dat een nasi kampbewaarder voor het gerecht wordt gedaagd. De man is 92 jaar, dus was goed twintig jaar toen hij in opdracht van de politieke machthebbers als kampbewaarder werd aangesteld.

    Ook las ik dat hongerstakers in Guantanamo Bay onder dwang gevoed worden door GuantanamoBay-bewaarders die in opdracht van de politieke machthebbers deze daden begaan.

    Niets nieuws onder de zon. Heb je slechte mensen nodig om tot slechte daden te komen?

  3. Cor Huijerjans
    februari 2, 2014

    Het schandalige is,dat vooral leukhet Duitsland na de tweede wereld oorlog,totaal niet geïnteresseerd waren in het berechten van SS,artsen,advocaten, en rechters.Het grote deel van deze mensen,werden door verschillende instanties geholpen,om rustig in hun land hun eigen beroep weer te kunnen opnemen.De CDU,is z.g christelijk partij,de tegenhanger van bij ons het CDA,zaten vol met oorlogsmisdadigers.Precies zoals nu,werd ook toen de elite,door de elite beschermd.Deze kapitalistische machtswellustelingen,zijn net sta op mannetjes,maar in werkelijkheid was Duitsland in de oorlog zo in de top corrupt,dat vele die zelf een beetje stront aan de knikker hadden,uit angst zelf misschien nog vervolgd te wprden.Dus hielden ze mooi hun wetten binnen hun grenzen jarenlang zo,dat SS-ers,jarenlang gewoon weer deel uit maakte van de Deutse staat.Vele SS-ers,vluchten van het land waar ze hun misdaden hadden gepleegd weer naar hun Vaterland,en waren,met behulp van de toenmalige regering weer gerebaliteerde Duitsers.Alleen de top moest nadat ze jaren in hun eigen land vredig konden leven,naar Buitenlandse dictaturen gaan om daar onder hun eigen of valse naam gewoon doorleefden.Daarom zijn ook de bekendste gepakte moordenaars,pas op hoge leeftijd voor een rechtbank gezet,en dan bestond er nog de verjaringwetten.Duitsland heeft nooit zijn verleden verwerkt,en openbaar gemaakt.Dan moeten ze nu ook niet zo verbaasd doen,dat de buitenland vijandigheid in Duitsland weer zo hoog is.

  4. Menno
    februari 15, 2014

    Woorden schieten mij niet te binnen, beelden en foto’s wel…….

  5. klosz marc
    december 13, 2014

    oorlogsmisdadigers dienen hetzelfde lot te ondergaan als de miljoenen mensen die zij tijdens de tweede wereldoorlog gedood of zeg maar vermoord hebben en dat is in mijn ogen de kogel

  6. Kristof
    april 16, 2015

    Vele grote nazi hoofdstukken zijn veroordeeld op het proces van Neurenberg! Maar de “kleine” garnalen zijn soms de dans ontsprongen! Al kan je dokter Mengele geen kleine garnaal noemen! Als SS’er en dokter van auschwitz heeft hij het leven van miljoenen ontschuldigen op zijn naam staan! Ik hoop dat er nooit een derde Wereldoorlog komt! Hitler is allang niet meer maar de haat,jaloezie is nog lang de wereld niet uit!

  7. alex van den berghe
    september 9, 2015

    ze moeten ze allemaal hoe dan ook berechten beter ophangen zo drijf je het gezwel en grote ziekte uit de mensheid dit waren rotzakken die niet verdienen te leven.

  8. Menno
    maart 8, 2016

    Ik zie geen verschil tussen de tweede WO en wat er nu in landen in bijvoorbeeld Afrika gebeurd. Als het niet te dichtbij gebeurd en/of het zijn bondgenoten houd het “vrije westen” zijn smoel wel…….

  9. Erik van Dijk
    juli 20, 2016

    ik heb zelf meerdere malen in detentie gezeten maar onsnappen is geen makkie
    was de koepel in breda onder directie van een handlanger
    6 en 5 tegelijk ontsnappen stinkt meer naar de misdaad

  10. Marit
    augustus 8, 2016

    Dat van de koepel gevangenis begrijp ik ook niet! De deuren stonden daar gewoon open. Ook bizar dat deze mensen na ontsnappen gewoon in Duitsland weer opnieuw kunnen beginnen.

  11. Historsche juist?????
    januari 17, 2017

    Helaas staan er in de omschrijving diverse fouten, waardoor je aan de juistheid van het artikel mag twijfelen. Niet de namen en de daden, die staan al lang vast, maar als je een dergelijk artikel op het net plaatst moet je zeker zijn van de historische context en alles moet kloppen. Het ontgaat mij overigens ook wat schrijver van dit artikel duidelijk heeft willen maken, anders dan dat hij\zij goed kan overschrijven, kennelijk.

  12. Name *
    juli 23, 2017

    “Ik zie geen verschil tussen de tweede WO en wat er nu in landen in bijvoorbeeld Afrika gebeurd. Als het niet te dichtbij gebeurd en/of het zijn bondgenoten houd het “vrije westen” zijn smoel wel…….”

    Daar is ie weer. De links oikofobe stuip om al het barbaarse op de wereld aan het westen toe te schrijven en tegelijk ziende blind en horende doof zijn als het gaat om die ideologie die overal op de wereld met dodelijk geweld aan het veroveren is geslagen en alles en iedereen die die ideologie niet aanhangt behandelen als üntermenschen.

    Dan is Menno even een haas die van niks weet.

    Al stampend en niet onderbouwend insinueren dat het westen met Afrikanen omgaat als nazi’s vroeger met joden en tegelijk de kop in het zand voor het “nieuwe” nazisme. Je fascisme maskeren met zogenaamd anti-fascisme.

  13. Mr Johny Van der linden
    oktober 3, 2017

    Waarom wordf de opsporing van Nazi s zo tegengewerkt ? Ik heb ook vermiste familie in Frankrijk waar is mijn familie sinds 1940 ? Naam is dhr Hanskens René Belgie

  14. Roger Bogaert
    februari 19, 2018

    Elfriede Rinkel, geboren op 14 juli 1922 in Leipzig was opzichter in het concentratiekamp Ravensbruck, na de oorlog huwt zij een Joodse man en zij emigreren in 1959 naar Amerika. : correctie : op 1 september 1959 vloog Elfriede Lina Huth (meisjesnaam), want ongehuwd, alleen naar de VSA. In 1960 leerde ze in een Duits – Amerikaanse club in San Francisco de joodse man Fred William Rinkel kennen. Ze trouwden in 1962 Fred William Rinkel overleed in januari 2004.

  15. Name *
    mei 5, 2018

    De nazi’s, na de Tweede Wereldoorlog, gewoon aan de macht konden blijven in Duitsland.Bij het Duitse ministerie van Justitie in Bonn werkten na de Tweede Wereldoorlog opvallend veel nazi’s. In 1957 was bijna 80 procent van de hoge justitiefunctionarissen eerder lid van Hitlers partij, de NSDAP.Eén van de hoge functionarissen van Hitlers ministerie van Justitie, Heinrich Ebersberg, kon na de oorlog gewoon opnieuw bij Justitie aan de slag…Het is bij velen bekend, dat de Amerikaanse regering, vlak na de Tweede Wereldoorlog, duizenden nazi’s naar de VS liet komen in Operatie Paperclip’.De CIA is een organisatie die na de Tweede Wereldoorlog is opgericht en toen vooral bestond uit voormalige geheim agenten van het nazi-regime, die op die manier hun straf ontliepen en werden ingezet voor de Amerikaanse federale staat. ..Zonder de opoffering van de Russen in de Tweede Wereldoorlog, zou Europa nu waarschijnlijk een groot concentratiekamp zijn geweest! Nazi-Duitsland werd niet verslagen op de stranden van Normandie, maar op de Russische vlaktes(daar had Duitsland al lang voor D-Day de strijd verloren).De Russen zorgden voor 85 % van alle Duitse verliezen(Duitsland verloor aan het oostfront vier miljoen soldaten, aan het westfront tweehonderdduizend).En wie veroverden de hoofdstad van de Nazi’s, Berlijn?Uh, de Russen,….die op 30 april 1945 de Reichskanzlerei in Berlijn bestormen en een eind maken aan Nazi Duitsland.De Britten en Amerikanen waren het grootste deel van de oorlog louter toeschouwers.Pas in juni 1944 vond de invasie in Normandie plaats, die in de westerse propaganda als beslissend wordt voorgesteld.Zo hoor je ook altijd over Amerikanen als bevrijders, en nooit hoor je dat het hen geen moer kon schelen, die oorlog in Europa. Totdat Pearl Harbour werd aangevallen en ze meegesleurd werden in Wereld Oorlog II.En hun oorlog ging niet om het bestrijden van het fascisme, maar om het veroveren van afzetmarkten…

  16. Jo
    augustus 7, 2018

    Dat de Sowjets de grootste offers hebben gebracht in de strijd om de Nazi’s te verslaan moge duidelijk zijn, al kun je de enorme hoeveelheid slachtoffers aan Sowjet zijde coor een groot deel aan Stalin zelf toeschrijven. En van ‘bevrijders’ kun je niet spreken als je ziet hoe ze de overwonnen gebieden behandelden.
    Maar om het Amerikaans-Britse aandeel zo te bagatiseren is op z’n minst onredelijk. De Amerikanen en Britten hadden twee fronten waaraan de Duitsers enorm veel troepen moesten binden. Deze troepen werden ontrokken aan het Oostfront. En vergeet niet dat de Amerikanen eerder in Berlijn hadden kunnen zijn als ze niet conform afspraak aan de Elbe halt hielden.
    Daarnaast is de luchtoorlog, de grootschalige bombardementen op de Duitse industrie, ook voor de Russen een grote hulp geweest, omdat het de aanvoer van nieuwe wapens brlemmerde. En tot slot, de Amerikanen vochten ook in de Pacific op grote schaal tegen de Japanners. Hierdoor verdween de dreiging van een Japanse inval in het oosten van de Sowjet Unie, waardoor de Siberische troepen zich konden aansluiten bij de gevechten tegen de Duitsers; dit leidde tot een doorslaggevend overwicht van de Russen aan het Oostfront.
    Zowel de Russen als Amerikanen en Britten hebben elkaar hard nodig gehad om de Nazi’s te verslaan, wat hun beweegredenen ook mochten zijn. En gelukkig hebben ze dat ook gedaan, en spreken we hier gewoon Nederlands en geen Duits of Russisch…laten we alle offers herinneren zodat het nooit meer zover kan komen..

Geef een reactie