heijmerikx.nl

Information

This article was written on 10 jan 2012, and is filled under Salland regionaal.

Het ontstaan van het dorp Nijbroek.

Nijbroek, een dorp van geringe omvang, die met de tijd niet is meegegroeid, terwijl het in vroegere jaren toch van redelijk betekenis is geweest. Het ligt bijna centraal in het Water­schap Veluwe ten noord-oosten aan de IJssel tussen Voorst en Hattem. Het hele gebied is doorsneden met, wat men noemde Veluwsche beken, maar die benaming is foutief, omdat al de waterwegen al dan niet een klein stroompje volgend, gegraven zijn. Men mag dan ook aannemen dat het gehele gebied moerasge­bied geweest is, welke door de bedijking van de IJssel en het graven van afwateringskanalen, later wateringen genoemd, vruchtbare en bruikbare kleigrond heeft opgeleverd, wat zeer zeker merkbaar is in de loop van de geschiedenis, want als men het heeft over de armoede van de Veluwe met zijn zandgronden, dan valt dit gebied er duidelijk buiten.

Natuurlijk zijn er altijd kleine of grotere gebieden geweest, welke van nature hoger gelegen waren en welke daardoor in het moerasgebied bewoont zijn geweest, en bruikbaar voor de land­bouw. Bekende hoogten waren o.a. Anklaar, Teuge, Oene, Nijen­beek, Vorchten, Veessen en Werven, terwijl ook verschillende boerderijen genoemd zouden kunnen worden. Vele van deze gebie­den waren, ook al lagen zij in het Gelderse gebied, op het Oversticht georiënteerd, met name op Deventer, terwijl de IJssel ook geen beletsel was voor jongelui om een huwelijks­partner aan de andere kant te zoeken, iets wat veelvuldig voorkwam. De economische toenadering verdween in de 14e eeuw toen agressieve Gelderse Graven het zwakke Oversticht terzijde schoven, en Deventer op de knieen kreeg, alhoewel er heden ten dage nog steeds Geldersche enclaven zoals Welsum en Marle bij Overijssel horen, stemmingen ten spijt.

Voor de vorming van een groot Veluws waterschap, moeten kleine plaatselijke besturen en of grondeigenaren werkzaamheden hebben verricht, om hun gebied te beschermen, zoals bijv. Hofmarken zoals die te Gietel, of Vrije marken zoals die te Veessen. Zeker niet op de manier zoals de dijkaanleg nabij Nijenbeek in 1314 door de landsheer en eigenaar gedaan alleen ter bescherming van zijn eigen grondgebied, iets wat alleen de grote heren zich ongestraft konden veroorloven.

Maar vermoedelijk waren er langs de hele IJssel wel kleine particuliere bedijkingen met een eigen lozing op het buitenwa­ter, zoals voor de landen onder Gietel en Wilp met hun lozing van de wetering de Fliert tegenover Deventer, waarbij een Erve de Ziele (zijl=lozingssluis) de plek ongeveer doet aangeven.

In het begin van de 14e eeuw, was het aanmaken van nieuw land in dit gebied aan de orde van de dag, en nieuw land werd in die tijd broek genaamd, dus nieuwbroek of zoals in 1328 Nij­broek genaamd. De geboorte van een naam, met vestiging van mensen op die plek, en een dorp komt daardoor tot leven.

Graaf Reinald heeft opdracht gegeven in 1328 om zijn grondge­bied bestaande uit broeck en wildernis dat voortaan Nybroek gaat heten te ontginnen door twee ondernemers, “locateurs” genaamd die voor de uitvoering zorg zouden dragen, en voor hun kosten en moeite extra beloond zouden worden, een hunner werd later de eerste richter over het gebied.

Vanuit het Zeeuws-Hollands watergebied kwamen de werkers, die al veel ervaring hadden opgedaan in hun eigen watergebied, maar zij brachten ook hun gewoonten en ideeën mee, zoals bijv. de putse (een algemene dijkmaat) hun rechts- bestuurs- en waterschapsorgani­satie, een college van richter en schepen, wat hier op het platteland nog onbekend was, en die al de bestuurlijke vormen naar zich toe trokken, en daardoor hun stempel in bestuurlijk opzicht en ontwikkeling zeer zeker gezet hebben.

Omtrent het jaar 1342 werd het Karthuizer klooster Monnikhui­zen bij Arnhem gesticht, waarbij Graaf Reinald met milde hand, kwistig goederen onder Nijbroek geschonken heeft. Dit klooster heeft omstreeks 1370 zijn invloed doen gelden in het gebied van Nijbroek, en men bezat hier ook een hoofdhof “het Spijker” welke aanvankelijk bewoond werd door de meijer van Monnikhui­zen, en later door de richter van Nijbroek. Nadat het land afdoende watervrij gemaakt was, was de opbrengst aanzienlijk.

Dat het klooster een leidende rol heeft gespeeld blijkt uit de kroniek ” Item int yaer ons heren 1370 waert de erste scluse gelecht, und was end holten scluse, unnd kosten de erfgenamen by 900 golden gulden”. Men had vier maatregelen genomen:

1. Afdoende bedijking van de IJssel.

2. Afleiding van Water van de tot duslang vrij instromende Veluw­se beken.

3. Het maken van een wetering door het kom-gebied tot het laagste punt en het leggen van een       lozingssluis.

4. Rege­ling van onderhoud en toezicht van een en ander.

Omdat aan de Grift (het afwateringsgebied van het Veluws hoogmassief) 2 molens hebben gestaan, welke toebehoorden aan het klooster Monnikhuizen, mag men aannemen dat de monniken ook hierin een aandeel hebben gehad, terwijl men aan de loop

kan zien dat het een kunstmatig geschapen werk was, terwijl in de 17e eeuw en later ook in de 19e eeuw het bevaarbaar voor schepen is gemaakt. Deze vorm van afwateren was in Engeland en Duitsland reeds gangbaar. Het onderhoud werd in 1785 gedragen door Terwolde en zijn gebied, met inbegrip van Grapendaal in het Oversticht, het volgende stuk onder Welsum tot bij het Olster veer was ten laste van Nijbroek, Welsum onderhield een gedeelte onder dat veer. Oene had van oudsher een groot gebied van zijner reeds bestaande omdijking, het kerspel Heerde het gebied van Veessen en Vorchten, Nijbroek had samen met Terwol­de Oene Vorchten en Heerde een gedeelte in onderhoud genaamd de nieuw aangelegde Dwarsdijk, wat viel onder het Oversticht, Marle genaamd, terwijl datzelfde Marle zelf een minder bloot gesteld gebied onderhield tot Hulsbergen (onder Hattem).Het toezicht werd door de Gelderse landsheer ingesteld, waar­bij het opmerkelijk was, dat de Overijsselnaren het steeds hebben erkend, terwijl het nooit meer dan een mondelinge afspraak moet zijn geweest, maar het grote belang zal door iedereen erkend zijn. In 1429 noemt men dat de Gelderse dijkstoel, ook de Overijsselse ingelanden sal beschutten en beschermen, zoals voorheen was ingezet en overgegeven.

Oene is van oudere datum, omdat dat gebied al met bekading omringd was, en men niet aanneemt, dat daardoor het bovenlig­gend gebied afgesloten was, Oene zal dus reeds voor het uitge­ven van nieuw land (Nijbroek) bestaan hebben. Rond ca.1420 kwam het zover, dat “al dat water yn kerspel van Oen op de syle doer den Isseldyck uut plecht te loepen ock doer de groete scluse geleit wort”. Het hele gebied werd ontwaterd, door 3 hoofdweteringen met toevloeiingen de middelste, de groote wetering, is de oudste en de belangrijkste en stamd uit ca.1328 en stond ten dienste van Nijbroek. De eigen uitwate­ring van het oudere Oene moet de grote wetering door middel van een duiker hebben gekruist. De sluis bij Hulsbergen, nabij Hattem in 1370 gemaakt door Monnikhuizen, lag op deze wetering en koste de erfgenamen van Nijbroek, Terwolde, Heerde, en Vorchten, 900 gulden. Deze sluizen hadden in die tijd geen lang leven en gingen gemiddeld ongeveer 30 jaar lang mee, als er zich geen calamiteiten voordeden. In 1400 is er daar een andere scluse gelegt und was van stenen, geroeft met holten balken, und kostede soevenendehalf hondert gulde. (F. 750,-)

Deze sluis lag er niet lang, want een dijkdoorbraak vernielde de sluis. Binnen korte tijd was het noodzakelijk om 3 keer een nieuwe sluis te bou­wen, zodat het noodzakelijk was om aan financiële middelen te komen, welke men verkreeg door Oene toestemming te verlenen om gebruik te maken van inlating op de Grote Wetering, welke vergezeld ging van een groot bedrag ineens. De Stichtse Vete van 1427-1429 bracht opnieuw schade toe aan de sluis en herstel kostte meer dan 2000 gulden. Opnieuw werd een gebied toegela­ten op de Grote Wetering, en wel het gebied van Beekbergen, welke een grote omvang had van wel meer dan 100 hoeven. Rond 1430 werd een Veluwse hoeve geschat op 16 morgens, dat is ca.8572 m2 x 16, Beekbergen 26 hoeven, Gietel 8, Wormen 13, Twello 20 en Wilp eveneens 20 hoeven, terwijl in 1500 Wilp en Twello elk reeds 40 hoeven telden, welke geteld werden bij een lozing door de Fliert en de Ziele nabij Deventer. De nieuwe Wetering, welke later door verbastering de naam van Euvelgunne kreeg, verwerkte het water van de lage landen van Apeldoorn, Wenum en van Vaassen ten oosten van de Grift, met dit gebied werd geen rekening gehou­den met de werken rond 1370, als zou zij geen lozing behoeven, het is in het algemeen merkwaardig, dat er vaak geen rekening werd gehouden in de middeleeuwen met de belangen van anderen, alhoewel dat in deze tijd, menigeen ook niet vreemd in de oren klinkt. Dat ontwatering, en ontgin­ning tot het ontstaan van nederzettingen kan leiden, bewijst de buurtschap Broekland welke met een eigen kapel tot ontwik­keling kwam, al is het steeds klein gebleven. De Leigraaf is de kortste wetering, en loost het water van Marle, Wijnvoorden en Werven totaal 19 hoeven door een afzonderlijke sluis, een situatie welke ver­moedelijk heeft bestaan vanaf de aanleg van de Dwarsdijk omstreeks ca.1370. Dat het belang van een goede waterhuishou­ding een steeds belangrijkere zaak was, hadden velen in die tijd wel begrepen, zeker bij gebiedsuitbreiding, was het aanboren van nieuwe financiele middelen zeker noodzake­lijk.

De edelen waren reeds gebundeld, en ook het patriciaat van Deventer met zijn uitgebreide belangen in de kerspelen Twello, Wilp en Gietel zocht aansluiting rond 1429, terwijl eerder al de bevolking van Deventer het huis “ten Voorde” onder Duister­voorde als zijnde een roofnest had verwoest, om daarmee de be­langen in de hogere gedeelten van de Veluwe veilig te stel­len.

Het klooster Hulsbergen, in 1407 gesticht en van geringe omvang, nam geleidelijk de taak van het klooster Monnikhuizen over, en bereikte rond 1500 een grote bloei, samen met het Zwolse moederhuis het centrum van de Broederschap des Gemenen Levens. Geert Groote, de stichter van de Broederschap des Gemenen Levens, had geruime tijd op Monnikhuizen vertoefd, alvorens de nieuwe orde te stichten. Door oorlogen en twisten, waren het vaak de kloosters, die met hun financiën de herstel­lingen van de sluizen en waterwerken voor hun rekening namen, zo ook Hulsbergen. Maar rond 1580 was het door de reformatie en de daarmede gaande hervormingen gedaan met de grote invloed van Monnikhuizen en ook Huls­ber­gen, terwijl hun invloed al reeds jaren tanende was. Het ambt van Dijkgraaf kwam door toedoen van Hertog Karel van Egmond in handen van de wereld­lijke overheden zoals het geslacht van Leesten, van Knijpen­borch, van Essen en enige leden van Isendoorn van den Cannen­burgch. Door het grote aanzien welke deze functie genoot, probeerden velen hier een aandeel in te bemachtigen, op den duur kregen economische invloeden grotere greep op de bestu­ren, Deventer was hier een bewijs van, behorende tot het Overijsselse gebied, had zij economisch grote belangen in het Gelderse. Wel hield men vast aan vergaderplaatsen zoals Twel­lo, en men heeft nimmer in Deventer vergaderd. Representanten voor de waterschapsbesturen waren vertegenwoordigers van steden zoals Deventer en Hattem, de kerspelen wezen vaak de edelen en of de grootgrondbezitters aan, maar vaak ook werden de dorpsschouten gekozen. Buurmeesters of de “schaters” der kerspelen hadden vaak een grotere invloed verkregen, omdat zij de dijkstoel vertegenwoordigden bij de schouw der waterwegen, terwijl Nijbroek steeds binnen zijn eigen gebied een onbeperk­te bevoegdheid behield in waterstaatszaken. Zo’n schater of buurmeester was Rutger Hermens die de erve de Schaek gepacht had van de H.Geestgasthuizen in Deventer in 1680, zijn zoon Heijmerick Rutgers was rotmeester, commandant van de dijkbewa­king, en zijn achterkleinzoon was later Burgemeester van Nijbroek, waaruit ook hier blijkt, dat bepaalde functies werden vergeven binnen families, en er generaties lang bepaal­de invloeden konden worden uitgeoefend.

 

Anton Heijmerikx, Lathen

6 Comments

  1. Stijnie Boerdam
    augustus 7, 2013

    Dag Anton,
    met plezier heb ik jouw informatieve stuk over Nijbroek gelezen. Goed geschreven, echt een prettig leesbaar stuk.
    Ik kwam op Nijbroek omdat ik informatie zoek over de streek ‘Boerdam’, en een hallenboerderij van die naam..
    Kun jij mij een aanknopingspunt geven?

  2. joan veldwijk
    november 5, 2013

    zoek verder bij de familie Schrijver ! volgens mij zijn dat de bouwers van Boerdam !
    thans bewoond door de familie Bos

  3. Dick Westhoven
    december 7, 2013

    Weet je ook iets over de familie van Laer uit Nijbroek?

  4. jolanda dijkstra
    maart 2, 2014

    hoi
    wat ik je wil vragen is wat zijn nu de echten grenzen van nijbroek?
    ik woon zelf aan het laatste stuk bekendijk waar van de een zegt het is nijbroek en de ander terwolde weet jij dat misschien en hoe kom ik er anders achter?

  5. A.G.M. Heijmerikx
    maart 2, 2014

    L.S.
    In 1818 zijn de gemeenten zoals Nijbroek en Terwolde opgegaan in de nieuwe gemeente Voorst. In het archief van de gemeente Voorst zal ongetwijfeld de oude kadastrale gegevens van die oude gemeenten nog voorhanden zijn, of anders kan misschien de Oudheidkundige vereniging aan de Klokkenkampsweg uitsluitsel geven.
    Succes Anton Heijmerikx

  6. joan veldwijk
    september 2, 2014

    met de komst van de postcode heeft de gemeente voorst voor het gemak de woonplaatsgrenzen achter sommige huizen/boerderijen gelegd om zo aan beide zijden van de weg dezelfde postcode te hebben .
    officieel ( zoals het eigenlijk zou moeten zijn en ooit ook was ! ) word nijbroek omgeven door dijken ! in het zuiden de kadijk
    in het oosten de zeedijk , in het westen de veluwsedijk en in het noorden de vloeddijk !

Geef een reactie