heijmerikx.nl

Information

This article was written on 02 okt 2011, and is filled under Oorlogsperiode.

Bergen-Belsen, een oord van verschrikkingen.

In de jaren rond 1935 werd er een legeroefenterrein aangelegd op de Luneburgerheide in het kader van de Duitse herbewapening. In de bossen aan de rand van dat oefenterrein, werden barakken gebouwd voor de arbeiders, die meestens gedwongen waren als tegenstanders van het regiem, om hier werkzaamheden te verrichtten onder zware omstandigheden.

Het gebied was dun bevolkt en was enorm uitgestrekt.

Ondanks dat het bij het verdrag van Versailles was vastgelegd, dat het Duitsland verboden was om opnieuw een leger op te bouwen, gingen de Nazi’s gewoon verder met hun expansiedrift onder leiding van Hitler.

Al in 1940 werden delen ingericht voor krijgsgevangenen uit Frankrijk en België.

In 1941 werd er ruimte gemaakt voor ca 20.000 Russische krijgsgevangenen in 5 kampen, maar daarvoor waren geen onderkomens gereed, zodat zij in de openlucht verbleven, men was nog bezig om 5 grote stenen barakken te bouwen.

Deze barakken zouden gezien het grote aantal krijgsgevangenen ook niet toereikend zijn, velen verbleven dan ook in holen en kuilen ondergronds.

In de winter na hun krijgsgevangenschap van 1941/42 stierven dan ook ruim 14.000 van hen, onder erbarmelijke omstandigheden, geen of weinig kleding, weinig of geen eten, en het ontbreken van medische verzorging, en geen onderdak.

In april 1943 werd het Russische krijgsgevangenkamp opgeheven, veel waren er ook niet meer overgebleven, de Franse en Belgische krijgsgevangenen werden overgeplaatst naar Fallingbostel, en in het leeg gekomen deel werd een hospitaal voor Russische krijgsgevangenen ingericht dat tot januari 1945 in gebruik is gebleven. Overleden Russische krijgsgevangenen werden op enige afstand op een eigen begraafplaats begraven.

Het ontruimde Russische kamp werd in april 1943 overgedragen aan de SS, en werd ingericht voor ruim 1.000 Joodse gevangenen, die waren voorbestemd om uitgewisseld te worden voor in het buitenland gevangen genomen Duitse militairen.

Hoewel de eerste 500 gevangenen die hier arriveerden waren niet bestemd voor uitwisseling, die waren afkomstig uit Buchenwald en Natzweiler-Struthof en moesten het kamp opbouwen. In de volgende 1 1/2  jaar werden 5 subkampen gebouwd door die groep van 500.

Het 1e subkamp was bedoeld voor hun eigen huisvesting. In februari 1944 werd dit subkamp gesloten omdar er nog maar heel weinig van de 500 overgebleven waren, die werden overgebracht naar Sachsenhausen.

Het 2e subkamp werd bevolkt met 2 transporten uit Polen in juni 1943, meest afkomstig uit Krakau, Lvov en Warchau, ca 2.400 personen, die in het bezit waren van speciale  documenten zoals paspoorten en inreisdocumenten die afkomstig waren van hoofdzakelijk Zuid Amerikaanse landen die hun wilden opnemen. De bezitters waren van mening dat zij met deze papieren de verschrikkingen konden overleven, maar eind 1943 en begin 1944 werden zij vrijwel allemaal overgebracht naar Auswitsch waar zij vergast zijn.

Het 3e subkamp was bedoeld voor ca. 350 joden die staatsburgers waren van neutrale landen zoals Spanje, Argentinië, Turkije en Portugal. In dit kamp waren de leefomstandigheden beduidend beter, en mochten de gezinnen ook bij elkaar blijven.

Het 4e subkamp was het sterkamp, hier verbleven de joden die verplicht een ster moesten dragen op hun eigen kleding, zij hoefden geen gevangeniskleren te dragen, en bestemd waren om uitgewisseld te worden. De meesten van hun kwamen uit Nederland en een klein deel uit Tunesië, andere Noord-Afrikaanse gebieden, Frankrijk Joegoslavië en Albanië.

In Juli 1944 verbleven er ruim 4.000 joden in dit sterkamp, waarvan er maar een enkeling daadwerkelijk was uitgeleverd. Op het eind van de oorlog, werden de overgebleven joden en dat waren zij vrijwel allemaal in speciale treinen, veewagons dus, kris kras door heel instortende Duitsland gereden, waarbij er zeer velen zijn omgekomen.

Het 5e subkamp werd het Hongarenkamp genoemd, opgezet in juli 1944 en werd hoofdzakelijk bevolkt door ca 1.700 Joden afkomstig uit Hongarije, die toestemming hadden gekregen om met het zogenaamde Kasztner trein uit Hongarije te mogen vertrekken, en die uiteindelijk zij het via Bergen-Belsen toch veilig in Zwitserland zijn aangekomen. Van daaruit vertrokken de 1.783 overgebleven Joden  in december 1944 daadwerkelijk naar Palestina. Rezso Kasztner onderhandelde met de nazi’s, om Hongaarse joden vrij te krijgen van vervolging, en hielp de nazi’s mede daardoor aan goederen. Ook onderhandelde hij over het overdragen van concentratiekampen aan de geallieerden op het eind van de oorlog. Na de oorlog verhuisde hij naar Palestina, waar hij in 1954 werd beschuldigd door Malkiel Grunwald van samenwerking met de nazi’s. Hij deed de journalist een proces aan, maar de rechter vatte het samen als dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht. Kasztner tekende hoger beroep aan, en werd door het Israëlische Hooggerechtshof  vrij gesproken van alle tegen hem ingebrachte misdaden,maar voordat de uitspraak bekend werd, werd hij door een uiterst rechtse nationalisten vermoord.

Kamp 7 kreeg in maart 1944 als bestemming, de opvang van zieke en uitgeputte krijgsgevangenen uit andere overvolle concentratiekampen zoals bijv. Dora-Mittelbau, een concentratiekamp in de Harz ondergronds gelegen waar onder zware omstandigheden gebouwd werd aan de V1 en V2 raketten. Het werd cynisch herstellingsoord genoemd, maar het overgrote deel stierf hier door uitputting, honger, ziekte en mishandeling, vaak kort na aankomst. Vrijwel het hele jaar 1944 werden deze gevangenen aangevoerd, en wrang genoeg was dit kamp nooit vol.

Tussen augustus en november 1944 werd er een groot tentenkamp aangelegd, aanvankelijk voor 4.000 joodse vrouwen uit Hongarije en Polen. In het begin van de herfst kwamen daar nog eens ca. 8.000 vrouwen aan uit concentratiekamp Auschwitz-Birkenau en Plaszow, waaronder Anne en Margot Frank.

Zij werden allen samen ondergebracht in 18 grote tenten, waar de meest elementaire levensbehoeften ontbraken, kuilen dienden als open toiletten, schoon water was niet voorhanden, en eten was er niet of nauwelijks. In november 1944 storten de tenten in tijdens zware najaarsstormen, van de restanten bouwde men noodvoorzieningen, anderen groeven kuilen om in te wonen, en sommigen werden elders in het kamp ondergebracht, maar het overgrote deel moest verblijven onder de blote hemel.

Door het ontbreken van de meest elementaire voorzieningen, en de onvoorstelbare hygiënische omstandigheden, werden de bewoners van Bergen-Belsen ook nog eens geplaagd door het uitbreken van ernstige epidemieën zoals tyfus. Ontelbare bezweken hieraan vlak voor het eind van de oorlog, waaronder Margot en Anne Frank.

Maar bij dit alles werd het nog beroerder, nadat met de dodenmarsen, het gedwongen vertrekken vanuit andere kampen die in de vuurlinies kwamen te liggen, en waarvan de nazi’s hun bevrijding wilden voorkomen, er begin 1945 tienduizenden gevangenen in Bergen-Belsen aankwamen. Alleen al in maart 1945 stierven er door ontberingen 18.000 gevangenen. Op 15 april werd het kamp door de Engelsen bevrijd, en de militairen, die toch wel iets gewend waren, waren ontzet met wat zij aantroffen. Een kamp vol met ca. 60.000 gevangenen, waarvan er ontelbare stervende waren, en duizenden onbegraven lijken, die overal verspreid lagen. Heden ten dage zijn er 14 massagraven, variërend tussen 500 tot 4.500 personen, en dat is een schatting die ter plekke gemaakt is na de bevrijding, omdat men zo snel als mogelijk de overledenen wilden begraven. Besmettelijke ziekten en ontbinding gedoogden geen uitstel.

De overlevenden werden ondergebracht in de dan leegstaande kazernegebouwen in de omgeving, en werden zoveel mogelijk verpleegd en verzorgd, maar desondanks stierven na hun bevrijding nog 14.000 mensen, die een plek kregen op de begraafplaats van de kazerne.

Voor de vele overlevende Joden, was het niet mogelijk om naar huis terug te keren, hun thuisland was bezet door de Sovjet troepen, of zij waren niet meer welkom.

Deze joden werden als DP ers (Displaced Persons – verplaatste personen) ondergebracht in datzelfde kazerneterrein, en het duurde nog tot 1950 alvorens de laatste een onderdak hadden verkregen, waar dan ook.

Van het oorspronkelijke kamp Bergen-Belsen is weinig overgebleven. De Britse militairen hebben bij de bevrijding en ontruiming van Bergen-Belsen alles in de brand gestoken, omdat de plek vergeven was van ongedierte en ziektes als tyfus welig tierden. Om verspreiding te voorkomen was dit zo ongeveer de enige optie, maar ook om zichzelf en de overledenen verder kunnen beschermen.

Behalve de massagraven, fundamenten, gegraven waterbekkens en het van bomen ontdane uitgestrekte terrein, een treinwagon op de plek van aankomst 7 kilometer verderop, en het originele stationsgebouwtje dat overigens op militair terrein staat en dus niet toegankelijk.

Maar men heeft toch deze afschuwelijke plek als gedenkplaats ingericht, om te gedenken en om niet te vergeten, en waar per jaar ca. 250.000 bezoekers komen om de verschrikkingen met eigen ogen via de tentoonstelling te aanschouwen. Foto’s van direct na de bevrijding door de Britse militaire fotograaf gemaakt. In het nieuwe tentoonstellingsgebouw, een enorm groot betonnen kolos, voorzien van een ingang en aan het eind een groot raam dat uitziet over de plek waar duizenden begraven liggen in massagraven, komt de bezoeker onder indruk van het tentoongestelde. Een gebouw zonder franje zonder hoogstandjes, zonder een uitgebreid menu in een eenvoudige cafetariahoek. Het zou ook ongepast zijn op deze plek des doods voor ontelbare onschuldige slachtoffers.

Enkele foto’s hebben op mij diepe indruk gemaakt, een shovel die lijken in een kuil schuift onmenselijk en onwaardig, maar gezien het grote aantal overledenen en besmettelijke ziekten kon het niet anders. Britse militairen die met lijken op hun rug, die proberen hen een zo waardig mogelijk een plek te geven in een massagraf. Een massagraf met in het midden de kamparts Frits Klein die gedwongen is mee te helpen zijn slachtoffers te begraven. Hij is na de oorlog ter dood veroordeeld tot de strop, welk vonnis in Hameln door een Britse beul is voltrokken op 13 december 1945.

En een foto waarop Josef Kramer de kampcommandant, die voordien kampcommandant in Auschwitz was, en die naar Bergen-Belsen was overgeplaatst om orde in de chaos te scheppen, gevangen genomen door het kamp loopt met Britse militairen naast en achter hem, geboeid aan zijn enkels. Ook hij is na de oorlog veroordeeld tot de strop en ook dat is uitgevoerd door een Britse beul in Hameln op 13 december 1945.

In totaal werden er 11 personen waarvan 3 vrouwen tot de doodstraf veroordeeld door ophanging, allen werden op 13 december 1945 terechtgesteld door de Britse beul Albert Pierrepoint, die in 1933 zijn vader opvolgt als beul en 608 executies op zijn naam heeft staan, en in 1955 plotseling ontslag nam.

En ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de stad Hameln tot executieplaats is gekozen, Hameln die wij allen kennen van de rattenvanger van Hameln, en waarbij ik de Britten zie als rattenvanger.

Maar ook een lange lijst met oorlogsmisdadigers, die in Bergen-Belsen werkzaam zijn geweest, en die helaas hun straf zijn ontlopen, ondanks dat zij bij naam en toenaam bekend zijn, mede verantwoordelijk voor de dood van meer dan 70.000 slachtoffers enkel al Bergen-Belsen.

Anton Heijmerikx, Lathen

3 Comments

  1. Indrukwekkend
    augustus 10, 2012

    Opzoek naar het verhaal van de trein met joden die kris kras door duitsland heeft gereden, kwam ik op uw pagina. Indrukwekkend. Ondanks het feit dat ik al vele oorlogsboeken heb gelezen en laatst in Westerbork bent geweest blijft het ongelofelijk van wat er allemaal is gebeurd. Steeds meer feiten neem ik tot mij.

    Kunt u mij meer over die speciale trein vertellen?
    Alvast bedankt.

    Met vriendelijke groet,
    Ellen

  2. s visser
    april 16, 2013

    er kwamen waarschijnlijk veel ratten uit hameln,maar de reden dat kramer hier is opgehangen was omdat het zijn geboorteplaats was.we mogen het lijden in bergen belsen nooit vergeten en in alle andere straf en vernichtungs lager.

  3. johan Rommelere
    juni 22, 2015

    ……ben door een bezoek aan de Dossinkazerne in Mechelen in dit gruwelverhaal geduikeld en het laat mij niet meer los………in het museum in Mechelen lag een marionet van de kunstenaar Lon Landau…..hij heeft de bevrijding van Bergen-Belsen volgens de info die ik heb nog net meegemaakt maar is dan kort daarop aan typhus gestorven……. die pop was een Tijl Uilenspiegel….schitterende vorm van klein verzet….Tijl heeft het gehaald …Lon net niet…..maar het symbool is gebleven ! Alle info over Lon Landau is van harte welkom ! Ik maak die ook over aan het museum….ik wil hier iets over schrijven….

Geef een reactie