heijmerikx.nl

Information

This article was written on 04 nov 2010, and is filled under Salland regionaal.

Gait-Jan de woudloper van Hessum.

Overgenomen: Uit het Geïllustreerd weekblad “Het Leven” van zaterdag 29 augustus 1931

Met genealogische aanvullingen gevonden in het HCO te Zwolle

Wanneer men U zou vertellen, dat er nog wilden wonen in de bossen van Nederland, dan zou u bedenkelijk het hoofd schud­den. Maar wij zullen het u bewijzen. Zittende in de trein van Zwolle naar Coevorden, stappen wij uit bij de halte Vilsteren, en moeten een stief half uurtje teruglopen richting de heer­lijkheid Rechteren, om genietend van de mooie natuur aan te komen bij het bouwvallige stulpje midden in de bossen van de olde Jan de Haan, die daar woont met zijn stiefzoon, Gait-Jan.

De olde Jan is een beetje een zonderling, z’n verstand heeft hij wel, en soms een schrandere blik in zijn ogen, maar toch hapert er iets aan.

Hij is ongeveer 70 jaar oud, en heeft een zwak voor alles wat aan een fiets zit. In en om zijn huisje ligt een berg fietsafval, van oude frames tot banden stangen en remmen, alles soort bij soort, zodat er toch enige regel heerst.

Ook ander ijzer afval van oude kachels, potten, pannen  en ketels zijn van zijn gading, en verder alles wat langs de weg door hem gevonden of gekregen is, lege luciferdoosjes merkwaardig genoeg, wel het meest.

Maar wij kwamen voor het allermerkwaardigste geval van dit oord, Gait-Jan de stiefzoon van Jan.

Toen Gait-Jan nog naar school ging, was hij met geen stok te bewegen, om zich aan te sluiten bij de andere schoolgangers, als de klok het einde van de lessen aangaf, ging hij er als een haas vandoor, en was hij al enkele honderden meters ver weg van school, voordat de andere kinderen buiten waren.

Leren kon hij wel, had een goede hand van schrijven, tekende aardig, maar de school was niet zijn liefhebberij, en zijn schuwheid werd spreekwoordelijk. Na de school ging hij werken als arbei­der op het kasteel Rechteren, maar lang hield hij het daar niet uit.

Ook brak de grote wereldoorlog uit in 1914, en werd het vee mede daardoor duur en af en toe verdween er wel eens een beest uit de weide, in deze streek evengoed als elders.

Eens verdween er een pink uit de weide, en Gait-Jan die toen al leefde van de opbrengst van wat de natuur hem bood, werd verdacht van die diefstal. Men sloot hem op in voorlopige hechtenis, maar hij ontkende in alle toonaarden, ook maar iets met deze diefstal te maken te hebben gehad, en door gebrek aan bewijs werd hij na enkele weken vrij gelaten.

Was hij voorheen al mensenschuw, nu was dat minstens verergerd en al wat mens of menselijkheid geleek legde hij van zich af.

Was door de politie zijn hoofdhaar en baard enigszins gefatsoeneerd, vanaf dit moment groeiden zij ongestoord verder, terwijl een kam nimmer meer werd gebruikt.

De plunje, die eens de naam kleding droeg, werd afgelegd en op de voddenhoop gelegd, en alleen een jute zak diende voor schouderbedekking, en bewoog hij zich in het woud voort, in het kostuum waarin hij geschapen was.

Uren­lang dwaalt hij in dit kostuum door de bossen en velden, etend van wat de natuur hem biedt, en sprokkelt hij hout voor de kachel waar olde Jan soms een maaltje stooft.

Hinderen doet Gait-Jan kip noch kraai, en als hij al eens mensen tegenkomt, zet hij het op een lopen, daarbij neemt hij de hoogste hinder­nissen zonder moeite, en vlucht terug naar zijn hutje naar zijn schuilplaats boven de geitenstal.

Ondanks ijverige naspeuringen, met hulp van vele anderen, is het mij niet gelukt om bewijzen van geboorte en of meerdere persoonlijke gegevens boven water te krijgen.

Het vermoeden bestaat dat hij een zoon was van een van de echtgenote’s van Jan de Haan.

Vele personen hebben via overlevering van de woudloper gehoord, en spreekt de een van Rooie Haan, alsof dat zijn achternaam zou zijn, en hij een rossige haardos zou bezitten, de ander spreekt van een persoon die er genoegen in schepte om hier en daar kleine brandjes te stichten en zodoende de bijnaam van Rooie Haan te hebben verkregen.

Kortom, geen duidelijkheid dan enkel dat hij heeft bestaan, zonder dat daar een gezicht bij bekend is, of genealogische afstammingsgegevens

Jan de Haan, geboren te Zwolle op 18 april 1869 als zoon van Roelof de Haan en Derkien Hansen, hij trouwde te Dalfsen op 29 november 1895 met Gerritdina Hameijer, geboren in 1874 te Ambt Ommen, dochter van Antonius Josephus Hameijer en Everdina Bosch. Gerritdina overleed te Hessum op 10 mei 1910 nog maar 36 jaar oud. Uit dit huwelijk zijn twee zonen geboren. Jan trouwt op 23 december 1910 voor de 2e maal, met Theresia Wissink, geboren op 15 maart 1871 te Hellendoorn, dochter van Hendrikus Lambertus Wissink en Berendina Hollegien. Zij komt te overlijden te Zwolle op 3 juni 1914, en aangifte is gedaan te Dalfsen op 6 juni 1914, zij is dan nog maar 43 jaar. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. Vervolgens trouwt Jan de Haan op 8 augustua 1914 te Wijhe met Lammerdina Achterhuis geboren te Wijhe in 1883, dochter van Albertus Achterhuis en Theresia Maria Schuurman.  Jan de Haan komt te overlijden op 62 jarige leeftijd op 3 december 1931 te Dalfsen.

Anton Heijmerikx

Geef een reactie