heijmerikx.nl

Information

This article was written on 23 jul 2010, and is filled under Salland regionaal.

Jan van Omeskamp

In Raalte kende iedereen hem als Jan van Omeskamp, maar officieel was Jan Timmerman zijn naam.

Omeskamp was een verbastering van Hoberts kamp, een veldnaam die daar bekend was, en bestond uit een kamp, een verhoging in het landschap waar de hele omgeving rood zand voor zandbakken en onder nieuwe bestratingen vandaan haalde.
Je kreeg het als bekende gratis, maar je moest er wel tijd voor uittrekken om het te vragen, te halen en met hun van gedachten te wisselen en dat laatste koste heel veel tijd, iets waar zij in ruime mate over beschikten.

Jan woonde rustig en tevreden, aanvankelijk met ook zijn schoonouders, maar later samen met zijn vrouw Lina en schoonzussen Mina en Bartha in de boerderij van zijn schoonouders.
Jan is geboren op 10-2-1896 in Zwollerkerspel in de buurtschap Wijthmen huisnummer 25 als zoon van Barteld Timmerman en Lamberta Buijsman, met als getuigen 2 koetsiers uit Zwolle Willem Rietman en Albert Jans die vermoedelijk voor een borrel wel willen getuigen, en welk echtpaar in Zwollerkerspel was getrouwd op 2 augustus 1888.
Barteld is geboren op 22-1-1862 te Nieuwleusen als zoon van Gerrit Timmerman en Johanna Spijker, en Lamberta op 18-3-1863 te Zwollerkerspel in de Veldhoek van de buurtschap Berkum als dochter van Jan Buijsman en Maria Teunissen.
Het gezin Timmerman-Buijsman is vanuit Zwollerkerspel vertrokken naar Raalte op 23-2-1912 en is gaan wonen in de buurtschap Velner.
Lina is geboren te Raalte als Paulina Wilhelmina Klein Lankhorst op 7-7-1901 als dochter van Hendrik Jan Klein Lankhorst en Maria Johanna van der Sluis, getuige bij de aangifte is de buurman Egbert Beltman, in de wijk B huisnummer 243.
Hendrik Jan Klein Lankhorst is geboren Wesepe gemeente Olst op 21 april 1866, als zoon van Jan Klein Lankhorst en Paulina Hillebrand, hij trouwt te Raalte op 12 oktober 1899 met Maria Johanna van der Sluis geboren op 2 januari 1866 te Raalte, en dochter van Hermannus van der Sluis en Wilhelmina Vruggink welk echtpaar te Raalte is getrouwd op 26-9-1861. Hendrik Jan Klein Lankhorst is weduwnaar van Zwaantje Vlierman, en heeft uit zijn 1e huwelijk een dochter, Bartha geboren op 7 september 1895.
Hermina Tonia op 3 juni 1906 te Raalte uit het 2e huwelijk met eerder genoemde Lina.
Het huwelijk van Jan en Lina bleef kinderloos, en zij waren tevreden met hun leven, zij genoten op hun manier van hetgeen het leven hun bood.
Na de oorlog hebben zij hun oude boerderij afgebroken, en een nieuwe laten bouwen, een typisch naoorlogse boerderij met een betonnen zoldering in het achterhuis.
Zij boerden goed, hadden voor die tijd redelijk veel grond, ook hun aantallen melkkoeien en jongvee kon er goed mee door.
Wel waren zij voor hun doen in die tijd modern, de dames mochten van Jan een wasmachine kopen, mits die ook de was gestreken en gevouwen in de kast kon leggen, die wasmachine is er dus nooit gekomen, en zij bezaten een tractor. Een blauwe Magirius Deutz, die liep op petroleum met zo’n enorm groot vliegwiel aan de zijkant, om daarmee brandstof te besparen, iets wat tegenwoordig weer terug komt, kijk naar verschillende stadsbussen in o.a. Zwolle, die ook zijn uitgerust met een vliegwiel, die gierend tot ergernis van velen, de snelheid probeert vast te houden.

Die tractor had er dus ook een, maar dat geluid was veel mooier dat was een monotoon gebrom, dat klonk als muziek in je oren.
Je ziet en hoort ze nog wel eens, bij historische optochten zoals de Stöppelhaene. Jan bediende dat ding, en soms, heel soms mocht Mina zijn schoonzus er ook op rijden, en toen wij ouder werden mochten wij buurjongens ook wel eens met die tractor rijden, maar dat had een reden.
Op een keer dat er kunstmest gestrooid moest worden, reed Mina de tractor, want Jan zat op zijn knieën op een jute zak, met een zaaivat vol kunstmest voor zich om over het land uit te strooien. De tracktor snorde en bromde vrolijk, Mina gaf niet teveel gas, eigenlijk geen gas, want dat vond zij maar gevaarlijk, zo tufte het geheel heel gezapig voort, steeds rondjes draaiend over het weiland, Jan strooiend en Mina ingespannen met de tong tussen de tanden, en ietwat rood aangelopen van inspanning, draaiend aan het grote wiel.
Opeens schrok zij, want wat zag zij plotseling voor zich opdoemen, Jan achterop een platte wagen gezeten, en zijn hand steeds in het zaaivat graaiend, kunstmest strooien.
Dat kon toch niet, zij knipperde met haar ogen, en nog eens, maar ja het was toch Jan, met een gevoel van grote paniek, gooide zij het stuur om, en tergend langzaam kwam Jan steeds dichterbij, en tot haar grote vreugde zag zij dat de tractor rakelings langs Jan schoof, en dat ziende gooide Jan haar nog een hand met kunstmest om de oren.
En Jan, Jan die strooide kunstmest in een tempo dat hen slaperig maakte, ook het monotone geluid van de petroleumtractor en het geluid van dat vliegwiel zorgde dat hij het geluid steeds verder achter hem klonk, totdat plotseling een enorm gebrul op hem afkwam, met een monster leek het achter het stuur, een enorm rood hoofd met angstige blikken, die verwoed aan het stuur zat te trekken en hem op een haar na miste.
Van schrik smeet hij alle kunstmest van zich af.

Toen de gemoederen tot bedaren kwamen, en er spoedberaad werd gehouden, kwamen zij tot de ontdekking, dat de ijzeren staaf waarmee de platte wagen aan de tractor zat losgeschoten was, en de wagen stil was komen te staan, en de tractor bij een volgende ronde de wagen plotseling weer in het vizier kreeg.
Jan zei dat de staaf in de hoek lag bij het Jodenkerkhof, welk kerkhof aan hun landerijen grensde, en Mina ging er mopperend op af, Jan moest op de kunstmest letten zij hij.
Hij had gelijk, na enig zoeken in het gras vond Mina de staaf onder de opmerking van Jan: ‘det hak wel edacht’, waarop Mina zei, ‘ie denkt te vuelle, ik doet nie meer’ en slofte naar huis, Jan in opperste verbazing op de knieën achter zijn zaaivat achterlatend.
Vanaf die tijd mochten wij tractor rijden, en de kunstmest kwam in die perioden veel dunner in het gras, en de tractor liep veel harder.
Jan had ook kippen, die kippen hadden het soms moeilijk, dat kwam omdat het kippenhok een beetje in de laagte stond, en in natte tijden in zijn geheel in het water kwam te staan, zodat de kippen soms dagen niet van hun stok afkwamen zonder de kans te lopen te verdrinken.
Op een dag kwam hij Kaltie van de gemeente tegen, minder bekend was dat hij eigenlijk Wieferink heette, en Jan deed zijn beklag dat de gemeente niet goed zorgde voor zijn sloten, hij had veel overlast van water.

Dat liet Kaltie niet op zich zitten, en toog op pad richting de Langkampweg.
Daar aangekomen, zag hij in een oogopslag dat de duiker verstopt was, en met een lange stok prikte hij de verstopping door, moest haastig opzij springen om ook geen natte voeten te krijgen, en was het klusje geklaard, Jan in opperste verbazing en verbijstering achterlatend, en de kippen, die waren Kaltie uiterst dankbaar voor de droge poten die zij vanaf dat moment hadden.
Diezelfde Kaltie, verbaasde zich ook over het feit, dat Jan beweerde, dat als hij een bevrucht ei van zijn kippen tegen het licht hield, kon zien of het een hen of een haan werd, Kaltie heeft het uitbroeden maar niet afgewacht.
Ook hadden Jan en de dames gehoord en gezien, dat er een Nederlandse auto op de markt was gekomen, en dat het mogelijk was om met een bordje van twintig kilometer voor en achterop, op de openbare weg te mogen rijden zonder rijbewijs.

Dat leek hun wel wat, Bertha ging niet mee, zij durfde niet in zo’n scheur-iezer, zeker ook niet met Jan achter het stuur, maar Lina zijn vrouw en Mina de schoonzuster durfden wel mee, toen ook nog bleek dat Gait Beltman, de buurman die wel een rijbewijs maar geen auto had, naast Jan zou plaatsnemen om aanwijzingen te geven.
Maar eerst werd er geoefend, en tegelijk werden daar filmopnamen van gemaakt, want Jan had zo’n filmding aangeschaft bij Willy Veldhuis de Raalter fotograaf.
Niet dat Jan daar ook veel verstand van had, maar Willy Veldhuis de fotograaf van wie hij de camera gekocht had, was zo vriendelijk om de film in de camera te stoppen, en het er weer uit te halen als hij vol was, zo’n service maak je vandaag de dag niet meer mee, en dan ook nog te bedenken dat hij daarvoor aan huis kwam.
Een van die eerste films werd vertoond op de jaarlijkse nieuwjaarsborrel, waar de jongeren in de buurt elk jaar op werden getrakteerd, maar daarover later meer.
Op die film stond trots de Daffodil, en de camera snorde er lustig op los, en o wonder daar kwam Lina in beeld, die lachend en knikkend naar hun trots liep, en verwoedde pogingen deed het portier te openen, maar dat bleef gesloten, haar mond ging open en zij gebaarde driftig, maar helaas het was een stomme film.
Plotseling weer hetzelfde beeld, en o wonder het portier ging nu wel open. De volgende beelden waren schitterend, weer hun Daffodil en nu kwam Jan in beeld, een boomlange kerel die zich in allerlei bochten wrong, maar toch vrij plotseling achter het stuur zat. Hij frommelde wat met een sleutel, draaide een halve slag om, keek achteruit gaf gas, dat zag je aan de knalpijp want daar kwam rook uit en die trilde, en reed achteruit kijkend, recht vooruit dwars door de houten wand van de garage, en toen was de film op.
Achteraf kregen de dames de schuld, want zij hadden aan het pientere pookje gezeten, hem trof uiteraard zoals altijd geen schuld.
Maar na al die oefeningen en reparaties, gingen zij dan toch op pad, op zijn paasbest zaten de dames achterin, wuivend naar iedereen die hen maar wilden zien, als waren zij de koningin, en gezien de snelheid waren zij gemakkelijk te herkennen, dat was niet zo’n probleem.
Op reis gingen zij, soms wel dertig kilometer in het rond, tot zelfs de steile hellingen op van de Lemelerberg, maar dat ging niet naar wens, de auto had er grote moeite mee, maar Jan had de oplossing.

De dames moesten uitstappen, en helpen duwen, dan kwamen zij wel boven. Maar dat was toch net even iets teveel gevraagd, en weigerden beslist hand en spantdiensten, waarop Jan zei, nou dan niet, dan geniet je maar niet van het weidse uitzicht, en deed pogingen te keren midden op de weg naar de top, waarbij Gait Beltman Jan aanwijzingen gaf, en tussentijds ook nog het verkeer regelde. Dat gaf vele problemen, want sputterende dames achterin, een smalle weg, met een automaat, en ook nog filevorming voor en achter, die duidelijk hun misnoegen bekend maakten, en Gait die steeds driftiger en luidkeels zijn aanwijzingen gaf, deden Jan besluiten, er de brui aan te geven, en stapte uit.
Gelukkig was er een behulpzame chauffeur uit de file, die als een maatschappelijk werker de problemen heeft opgelost, en weldra sputterden zij met een enorme vaart de berg weer af die zij zo moeizaam hadden geprobeerd te beklimmen. De chauffeur had hun namelijk vergeten te vertellen, dat het anders zo pientere pookje in zijn vooruit moest staan, en niet in zijn vrij.
De Daffodil kreeg toen een kans, die hij nimmer weer heeft gekregen.
Maar toch had Jan de snelheid geproefd, want op een andere wereldreis drukte hij het gas tot op de plank, en aanvankelijk ging het niet harder dan 20, maar toen de auto lekker warm was gedraaid, ging hij zich toch beter in zijn vel voelen, en de naald kroop langzaam maar zeker omhoog tot wel 40 kilometer.
De dames nog steeds achterin, kirden van plezier, want dit was toch ongekend, hun Jan leek wel een autocoureur.
Maar plots was het afgelopen, een andere gestreepte en felgekleurde auto haalde hem in, en er verscheen zowaar een stopteken voor Jan’s neus. Twee politieagenten stapten uit, en vroegen naar zijn papieren. Dat was geen probleem, als zij die wilden zien, moesten zij maar even mee rijden, want die lagen veilig opgeborgen in het kabinet, dan konden zij ook nog wel koffie krijgen, want dat hadden zij ook nog niet gehad.
Nu dat wilden zij wel, maar een van de agenten wilde zelf in de Daffodil rijden.
Want zij vonden dat er wel veel te hard gereden werd.
Nee hoor zeiden Jan en de dames in koor, dat doen wij nooit, en Gait beaamde het.
Maar de agent was onvermurwbaar, schoven Jan opzij stuurde Gait naar zijn collega, en nam plaats achter het stuur en begon te rijden. Eerst 20, maar langzaam maar zeker kroop de naald tergend langzaam omhoog, 25, 30, 35 maar toen vond Jan het welletjes, en schoof zijn lange benen richting gaspedaal, en wurmde daar zijn zondagse schoen onder om het gaspedaal tegen te houden, om zo te proberen de snelheid te beïnvloeden.
Aanvankelijk lukte dat ook aardig, maar de agent deed verwoedde pogingen om het gas op de plank te krijgen, en Jan, die durfde niets te zeggen, nog niet eens te schreeuwen van de pijn.
Toen zij dicht bij huis kwamen, gaf de agent nog een pil gas, dat je er de tranen van in de ogen kreeg, Jan van de pijn en de dames onwetend daarvan, van de boete die zij zouden krijgen, want zij beheerden de portemonnee.
De agenten had den ook tranen in de ogen toen zij na de koffie met Frou-Frou weer wegreden. En Jan, die moest de dokter laten komen, en zat 14 dagen op de stoel, een nieuwe nagel hield hij eraan over.

Na dat voorval, heeft Jan rijles genomen, bij autorijschool Kramer, hij dacht het felbegeerde papiertje wel snel te kunnen halen, maar dat viel vies tegen.
De tel is hij kwijtgeraakt, maar 17 of 18 keer is hij opgeweest voor het rijexamen, maar heeft het rijbewijs nimmer gehaald tot zijn eigen stomme verbazing.
Hij begreep er niets van, hij vertelde de examinator nog wel hoe een en ander in elkaar stak, maar die kerels waren eigenwijs zei Jan, zij wisten het altijd beter, en nota bene hij was het die misschien wel honderden lessen had gehad, en toch wisten die kerels het nog altijd beter, hij snapte daar helemaal niets meer van.
En toch, Jan was een wereldreiziger in zijn dagen, want toen de Coöperatie een inkoop organisatie voor zijn meestal boerenleden eens een reis organiseerde naar Den Haag, bleek Jan daar al reeds lang geleden geweest te zijn, hij was in 1914-1918 ingekwartierd geweest en kende de weg op zijn duimpje.
Dat kwam goed uit, want de andere leden van de Coöperatie waren daar nog nooit geweest, en zo werd Jan was hun gids in die grote stad.
Maar bij zijn eerste poging ging het al mis, want alle leden wilden natuurlijk naar de zee die de meesten nog nooit gezien hadden, maar hoe zij ook achter Jan aanliepen, de zee kwam niet in zicht.

Na een lange wandeling, waarbij zij van alles hadden gezien omdat zij daar toevallig langskwamen, kwam Jan op het lumineuze idee, iemand te vragen hoe er te komen, maar het Haagse dialect kon niemand verstaan, iemand opperde dat zij verdwaald waren, en misschien wel in Parijs waren, maar dat vond geen weerklank, na nog maar eens een vruchteloze poging gewaagd te hebben, zei Jan op een gegeven moment: “Ik snap terniks meer van, volgens mien hebt ze de zee verlegt, aans mos ik der allange ween”.
En dat kon best waar wezen, zij hebben de zee wel geroken, en volgens sommigen ook gehoord, maar hebben de zee die dag in elk geval niet meer gezien.
En dan de nieuwjaarsborrel voor de jongeren uit de beurt, iedereen werd daar voor uitgenodigd, en iedereen ging ook graag en braaf er naar toe.
Wel kreeg iedereen van zijn of haar ouders de waarschuwing mee, om toch maar netjes op te passen, en die ouders konden het weten. Want wat was het geval Jan en de dames hadden er als geen ander een enorm plezier in om iedereen het eens per jaar naar de zin te maken.
Men kreeg eerst koffie, niet zomaar een kop koffie, maar een met een sompie, zo vol dat er een voetbad bijkwam. Daar rondom het kopje werd rijkelijk Frou-frou gelegd, die enigszins de koffie opslurpte, maar daardoor ook wel weer heel erg onhandelbaar werd.
Wel werd men geholpen, want hun honden die zij hadden waren zulke schooiers, dat wanneer je de koekjes niet lustte, die hondjes ze met plezier opaten, en dat kon je gezien hun omvang ook wel zien.

Wel moest men een droog stukje van het koekje bewaren, want daarmee kon je ze ook op afstand houden.
Op een gegeven moment, waren die hondjes namelijk zo vervelend, zij krabden onophoudelijk over je knie, dat je dat koekje boven hun bek hield en dat koekje verkruimelde, zodat dat in hun keel kwam en ze proestend onder tafel verdwenen, en voorlopig niet terug kwamen.
Die hondjes waren meestal toevallig langs en aan komen lopen, door hun werden zij schromelijk verwend zodat zij meestal bij hun bleven hangen, soms waren er wel vier honden, meestal kleintjes.
Na de koffie kwam de borrel, en dan begon het, de dames zaten op de rand van de stoel, en als er ook maar een klein beetje drank uit het glaasje gedronken was, werd er direct bijgevuld met de opmerking, “toe loat oe neet neugen en drink eens leug” Ook Jan en de dames Lina en Mina deden volop mee, eerlijk gezegd dronken zij het als water. Een enkeling kon de verleiding niet weerstaan, en keek te diep in het glaasje, maar de dames en Jan, daar merkte je helemaal niets aan. Jaren later kwam de aap uit de mouw, zij hadden alle drie een eigen fles, en schonken zichzelf royaal bij, met wat later dus ranja bleek.
Maar toch lustte Jan wel een borreltje, vooral op marktdagen. Eens gebeurde het dat hij terug fietsend vanaf die markt, waarbij iedereen die hem niet kende dacht valt ie om of rijdt hij langzaam verder, maar dat was zijn manier van fietsen.
Hij zou de sprint gegarandeerd verliezen, maar sur place dat zou hij met glans winnen.
Als je lopend naar huis ging, haalde je Jan al fietsende gewoon in.
Maar terug fietsend naar huis, had hij toch enige moeite met het rechte pad, en zo gebeurde het, dat hij toch omviel.
Niet zo’n grote ramp, ware het niet dat er een grote tochtsloot langs de weg liep, waar hij finaal kopje onder ging. Luid naar adem proestend kwam hij weer boven, en krabbelde danig geschrokken en nuchter op de kant.

Het was de eerste en de enigste keer in zijn leven, dat hij geheel onder water was geweest, maar wat een ramp, na van de schrik bekomen te zijn kwam hij tot zijn schrik erachter naar zijn hoofd grijpend, ik ben mijn pet kwijt. Een pet die nog niet zolang geleden van zijn vrouw gekregen had, met de woorden, daar ben je zuinig op en je gebruikt hem niet met melken, en denk erom dat je hem niet vergeet of verliest.
Hij was op slag nuchter, en ging met angst in de benen richting huis. Buiten kon je niet helemaal goed horen wat er zich binnen afspeelde, maar na een kwartiertje kwam Jan uit huis gelopen, met een grote wandelstok in de hand, en liep richting dorp.
Aangekomen bij de tochtsloot, begon hij verwoed het gras weg te slaan, en in de modder te roeren. Het stonk een uur in de wind, maar voor de dames deed hij alles, dat kon iedereen zien die van de markt terug kwam.

Niemand had veel tijd, omdat velen naar moeder de vrouw moesten die het eten klaar en warm had staan, en velen waren wat aan de late kant, maar menigeen nam zich voor om hem de volgende week te vragen wat hij wel niet zocht, maar zij hebben hem enige weken niet gezien, achteraf bleek dat hij huisarrest had gekregen van de dames.
Bartha overleed als eerste op 12 maart 1960 te Raalte op 65 jarige leeftijd, Paulina overleed op 24 januari 1972 te Raalte op 70 jarige leeftijd, Jan Timmerman overleed op 5 februari 1976 te Raalte op bijna 80 jarige leeftijd, en Hermina als laatste op 18 mei 1979 in het ziekenhuis van Deventer op 73 jarige leeftijd. Bartha ligt begraven in het graf van haar vader en stiefmoeder, de andere drie liggen begraven in het familiegraf op de Algemene Begraafplaats aan de voormalige Deventerstraat, nu Westdorplaan te Raalte.
Eind 2003 is hun boerderij afgebroken, en heeft plaatsgemaakt voor enkele royale herenhuizen, en weer is hiermee een stukje nostalgie verdwenen.
En op de Algemene begraafplaats aan de Westdorplaan in Raalte stond onlangs een bordje dat de eigenaar van beide graven zich diende te melden, en dat gelezen hebbende blijft enkel nog de herinnering.
Anton Heijmerikx, Lathen

One Comment

  1. Ineke
    oktober 3, 2010

    De familie Timmerman heb ik heel goed gekend en kwam vaak op Zondag bij hen op bezoek. Na de koffie werd er vaak een glaasje boerenjongens of -meisjes geschonken. Ik meen dat hun naam ook vaak als Eek-Timmerman werd uitgesproken. Waar dat Eek vandaan kwam, weet ik niet meer. Een van de dames, ik meen Bartha, had een “hoge” rug. Ik vind dit een prachtig verhaal want herinner hen nog heel goed!! Veel dank voor dit terug kijken!! en de herinneringen!!

Geef een reactie