heijmerikx.nl

Information

This article was written on 13 dec 2008, and is filled under Religie.

Current post is tagged

Alle pausen tot heden (deel 5/5)

Pausen van de 17e eeuw
231 Leo XI 1605 Paus uit de bekende de Medici familie, die maar 26 dagen paus was alvorens hij overleed. Hij was gekozen ondanks protesten van de Spaanse delegatie. Op zijn graf in de St.Pieter staat tussen de rozen, Sic Florui Zo kort bloeide ik.
232 Paulus V 1605-1621 Paus uit de bekende Borghese familie, die door een veto van de Spaanse kardinalen tegen kardinaal Baronius, gekozen werd door een akkoord tussen de partijen op 16 mei 1605. Zijn soberheid en vroomheid stak in schril contrast af tegen de levensstijl van zijn familie, die hij overigens wel sterk begunstigde (Villa Borghese en Palazzo Borghese). Zijn opvattingen over paus en staat deden ouderwets aan, en zo ontstonden er vele conflicten met diverse nationale kerken, het eed verbod van katholieke onderdanen aan Jakobus I van Engeland, heiligverklaring van Gregorius VII die nogal omstreden is, en het interdict (ontnemen van kerkelijke rechten) met Venetië 1606-1607. Wel stond hij open voor een eerlijk streven naar kerkhervormingen d.m.v. steun aan orden en congregaties, en steunde de missie in China. Onder zijn pontificaat valt het begin van de 30 jarige oorlog, Paulus steunt de keizer Maximiliaan I van Beieren van het heilige roomse rijk, en de katholieke liga (verbond van staten)(de 30 jarige oorlog was een godsdienstoorlog, reformatie tegen contra-reformatie, en een strijd om de macht in geheel Europa).Voor Rome was Paulus met zijn bestuur een zegen, verbetering van de watervoorziening Acqua Paola, verfraaiing van de Cappella Borghese (familie), de voorgevel van de St.Pieter. Met het eerste proces tegen Galileo Gallilei 1616 (natuurkundige die door de leer van Copernicus (1473-1543 grondlegger van de astronomie, en verbeeldenaar van het wereldbeeld) te verkondigen, in conflict met de kerk kwam, die hem verbood de leer van Copernicus te verkondigen en aan te hangen, hij werd uiteindelijk veroordeeld om de leer af te zweren, en hem werd een gedwongen verblijfplaats aangewezen 1633). had paus Paulus V geen bemoeienis, maar vertroebelde de verhouding tussen natuurwetenschappers en Rome we voor een lange periode, evenals met de moord op protestante koning Hendrik IV van Frankrijk(de eerste Bourbonkoning van Frankrijk, die in 1593 katholiek werd, om in Frankrijk orde op zaken te stellen. In 1598 vaardigde hij het Edict van Nantes uit, dat hem in conflict bracht met Rome, omdat hij daarin meer rechten gaf aan de protestanten en of Hugenoten die door de katholieken waren vervolg. Hij verbeterde ook sterk het geldwezen, de handel en de landbouw, en werd in 1610 vermoord).
233 Gregorius XV 1621-1623 Hij vervulde al verscheidene diplomatieke missies onder Gregorius XIII en Paulus V welke laatste hem kardinaal wijdde in 1616, en wiens opvolger hij werd. Hij was de 1e Jezuïetenleerling die paus werd. Om gezondheidsredenen, liet hij veel over aan zijn begaafde neef de jonge kardinaal Ludovico Ludovisi. Kerkhervormingen worden krachtig ter hand genomen. Hij blijft neutraal tegenover Frankrijk en Spanje, maar steunt de Katholieke Liga (30 jarige oorlog) onder Maximiliaan I van Beieren, die hem de Heidelberger bibliotheek schonk (Bibliotheca Palatina in het Vaticaan). Zijn invloedrijkste daad, was de oprichting van de congregatie der Propaganda Fide op 22 juni 1622, waardoor de missiewerken beter georganiseerd en gecentraliseerd kon worden.
234 Urbanus VIII 1623-1644 Hij was liefhebber van de schone kunsten, en gaat als barokpaus de geschiedenis in. Zijn pontificaat staat grotendeels in het teken van de 30 jarige oorlog, waarbij hij veelal een bemiddelende rol heeft gespeeld, zonder veel succes overigens. Opschorting van pauselijke subsidies aan de keizerlijke Liga, en vredesonderhandelingen met afzonderlijke vorsten. Hij heeft de Propaganda Fide van zijn voorganger gereorganiseerd met de stichting van een eigen missiedrukkerij in 1627.Hij stond onder zware druk van kardinaal Richelieu, en raakte bovendien verstrikt in militaire familievetes met de Farneses, en nepotisme (familiebevoordeling). Door af te zien, noodgedwongen overigens, heeft hij meegewerkt aan de vrede van Westfalen 1648, waarbij werd afgezien van de strijd tussen protestanten en katholieken.
In processen tegen Gallileo aanhangers, en de Jansenisten, liet hij zich leiden door slechte raadgevers. Ondanks vriendschap met Gallileo de astronoom filosoof, liet hij hem veroordelen. De Barokke St.Pieter is ingewijd onder zijn pontificaat in 1626, evenals het Palazzo Barberini. (Jansenisten , beweging in de 17 eeuwse katholieke kerk, waarbij Cornelis Jansenius de kerk wilde hervormen naar zijn grondbeginselen en de leer van Augustinus over zonde en genade in haar strenge vorm. Middelpunt van de beweging, werd het vrouwenklooster Port Royal des Champs in Frankrijk met Angelique Arnauld als abdis. Het jansenisme stuitte vooral op weerstand van de Jezuïeten, en werd in verschillende bullen door pausen uitgevaardigd op voorspraak van de Jezuïeten. In 1710 werd het klooster afgebroken, en verplaatste de beweging naar Brussel, waar het in de zuidelijke Nederlanden een sterke aanhang kreeg. In de noordelijke Nederlanden kwam het tot een kerkscheuring, het Utrechts Schisma. Toen het Utrechtse kapittel in 1723 zelf een opvolger koos voor de door Rome van Jansenisme beschuldigde en ontslagen aartsbisschop Petrus Codde koos, was de kerkscheuring een feit, tussen Rome en de Oud Bisschoppelijke Clerezie, later de Oud Katholieke kerk.
235 Innocentius X 1644-1655 Opvolger van Urbanus V, wiens familie na de pauskeuze onmiddellijk vluchtte naar Mazarin. Zij hadden dat niet hoeven doen, want Innocentius verviel in dezelfde fout als zijn voorganger, maar dan bij zijn eigen familieleden de Pamfilie’s. Hij stond geheel onder invloed van zijn eerzuchtige schoonzus Olimpia Maidalchini met de bijnaam Pausin. Hij bevestigde het protest tegen de Westfaalse vrede van Fabio Chigi (1648), die hij tot staatssecretaris maakte, en die later paus Alexander VII werd. Venetië en Polen steunde hij in de strijd tegen de Turken. Hij gaf toestemming in de onzorgvuldige veroordeling van het jansenisme en dat gaf eindeloze discussies. Ook veroordeelde hij de Chinese riten (voorouderverering). Voor de kunst heeft hij veel gedaan, Bernini voltooide het interieur van de St.Pieter, Borromini herstelde de St.Jan van Lateranen, en het Piazza Navona met de Palazzo Pamphili van Rinaldo, de S. Agnese van Borromini en de Vierstromenfontein van Bernini werden door Innocentius gesystematiseerd.
236 Alexander VII 1655-1667 Hij stamde uit de rijke bankiersfamilie van de Chigi. Hij werd nuntius in Keulen in 1639, en zo toezicht over Holland vanwege het Utrechts Schisma. Hij was kenner van de Nederlandse toestanden, wat hem als paus later goed van pas kwam. De Nederlandse drukker Joannis Blaeu wijdde zijn (later wereldberoemde) atlas aan hem toe. Ook hij verviel zoals zovelen voor hem toch ook in nepotisme. In de Chinese ritenstrijd besliste hij ten gunste van de Jezuïeten. Hij werd vooral bekend in zijn onzalige strijd tegen het Jansenisme. Voor de wetenschap en kunst had hij grote belangstelling, gaf opdracht aan Bernini voor de colonade op het St.Pietersplein, het Cathedraal altaar en Scala regia. In 1655 ontving hij koningin Christina van Zweden, die was overgegaan naar het katholicisme, en zij ontving van de paus een jaargeld.
237 Clemens IX 1667-1669 Zijn pontificaat stond in het teken van vredespogingen, vrede van Aken tussen Frankrijk en Spanje 1668, het akkoord met Portugal 1668, Pax Clementina, waarbij hij de ondertekening van Arnauld (Jansenisten hoofdman) en de jansenisten aanvaardde van het formulier van Alexander VII. Het verlies van Kreta aan de Turken kon hij niet verhinderen. Bernini gaf hij opdracht voor de beelden op de brug naar de Engelenburcht (St.Angelo)
238 Clemens X 1670-1676 Hij werd na een maandenlang conclaaf gekozen als een zwakke compromiskandidaat, hij steunde Jan Sobieski van Polen tegen de Turken. Zijn neef Paluzzo Altieri maakte hij kardinaal, maar dat was een totale miskleun. Hofarchitect Bernini werd vervangen door Rainaldo.
239 Innocentius XI 1676-1689 Frankrijk had zich in 1670 nog verzet tegen zijn candidatuur, maar werd in 1676 toch gekozen. Hij trad onmiddellijk drastisch op tegen nepotisme (bevoordelen van familie, vriendjespolitiek). Hij leefde zeer sober en erg bescheiden, en hervormde het bestuur van de pauselijke staten. Persoonlijk streng, veroordeelde hij laxistische (een zwak argument om niet aan de kerkelijke verplichtingen te hoeven voldoen) Jezuïeten stellingen. Lodewijk XIV van Frankrijk was zijn grote tegenspeler.
Hij protesteerde tegen de vervolging van de Hugenoten (Protestanten).
240 Alexander VIII 1689-1691 Hij was een kundig jurist, en was al sinds 1664 in Rome werkzaam. Als paus streefde hij naar verzoening met Lodewijk XIV van Frankrijk. Hij verwierf een groot deel van de bibliotheek van Christina van Zweden voor de Vaticaanse bibliotheek.
In tegenstelling tot zijn voorganger, verviel deze paus weer in nepotisme, vooral voor zijn neef Pietro Ottoboni, een vriend van Händel. Zijn grafmonument in de St.Pieter, is wel erg groot uitgevallen voor deze matige paus.
241 Innocentius XII 1691-1700 Hij viel in ongenade onder Clemens X, maar Innocentius maakte hem kardinaal (1681). Na een conclaaf van 5 maanden, werd hij door de Zelanti groep van streng hervormingsgezinde kardinalen gekozen tot paus. Hij nam Innocentius XI tot voorbeeld, bestreed het nepotisme, steunde de hervormingen, de verhouding met Lodewijk XIV verbeterde, omdat Lodewijk de paus nodig had, maar de paus kwam daardoor in conflict met keizer Leopold I van Duitsland, die fel tegen de expansiedrift van Lodewijk was. Hij was de laatste baarddragende paus. Hij werd begraven in een eenvoudige sarcofaag, die hijzelf uitgezocht had, en 40 jaar later, laat Benedictus XIV in 1740 er een monument voor oprichten.

Pausen van de 18e eeuw
242 Clemens XI 1700-1721 Hij had veel ervaring opgedaan onder Innocentius III, was vroom en geleerd, verviel ook niet in nepotisme, maar kon de gespannen politieke verhoudingen niet aan. Hij trachtte de Spaanse successieoorlog (strijd in de opvolging van de kinderloze Karel II 1701-1713) te voorkomen, maar kwam in conflict met keizer Lodewijk XIV, en met Savoye. Hij steunde Venetië in de strijd tegen de Turken. Hij trachtte de Jansenistenstrijd te beëindigen, en in de Chunese Ritenstrijd veroordeelde hij de aanpassingspraktijken van de Jezuïeten (1715). Petrus Codde de apostolisch vicaris in de Hollandse zending ontving hij persoonlijk, diens schorsing en afzetting veroorzaakten het Utrechts Schisma. ( Petrus Codde, moest zich persoonlijk te Rome verdedigen tegen aantijgingen, dat hij het Jansenisme aanhing. In 1694 werd zijn verdediging aanvaard, maar een nieuwe beschuldiging in 1697, werd bij zijn verdediging in Rome in 1700 niet aanvaard. Hij weigerde het formulier van paus Alexander VII (1655-1667) te ondertekenen waar de 5 proposities genomen uit Augustinus, waarin het Jansenisme werd veroordeeld, te ondertekenen, omdat hij niet wenste te erkennen dat in het werk van Jansenius de 5 proposities voorkwamen. In 1702 werd hij geschorst. In 1703 komt hij terug naar Nederland, schrijft nog enkele verdedigingen, en in 1704 wordt definitief uit zijn ambt ontslagen. Hij bemoeit zich niet meer met de Hollandse zending, maar weigert zich bij het besluit van Rome neer te leggen. En zich te onderwerpen. De verbittering verwekt door de niet Jansenisten, en de houding van Rome, leidden in 1623 onder de Utrechtse geestelijkheid tot het Utrechts Schisma en de oprichting van de Oud Bisschoppelijke Clerezie, de latere Oud Katholieke kerk).
243 Innocentius XIII 1721-1724 Hij was een ver familielid van Innocentius III, kardinaal onder Clemens XI, die hij opvolgt. Hij vermeed conflicten zoveel mogelijk. Hij was een bekend Jezuïeten tegenstander, maar hield toch vast aan de veroordeling van de Jansenisten, en eiste ook doorvoering van een verbod op de Chinese riten.
244 Benedictus XIII 1724-1730 Hij was Dominicaan, en ijverde voor de hervorming van de clerus, en stimuleerde de zielzorg, vooral door prediking (synode van Rome 1725). Hij was meer geleerde dan politicus, en de belangen van de kerkelijke staat liet hij geheel over aan de gewetenloze kardinaal Coscia.
245 Clemens XII 1730-1740 Hij was reeds kandidaat bij Clemens XI en Innocentius XIII, maar gekozen op 12 juli 1730 na een moeizaam en moeilijk conclaaf. Hij was toen reeds ziek, en twee jaar na zijn verkiezing in 1732 volkomen blind. Hij was volkomen machteloos tegenover het vorstelijk absolutisme, en bewezen de neergang van het pauselijk gezag als politieke macht. In 1738 werd de vrijmetselarij veroordeeld, gaf nieuwe regels voor de pauskeuze. Hij bevorderde de kunst en wetenschap, de nieuwe facade van de St.Jan Van Lateranen kwam onder zijn pontificaat gereed, hij liet ook de capella Corsini van de St.Jan van Lateranen bouwen, waar hij begraven ligt. Twee aartsbisschoppen van de Cleresie Th. Van der Croon en P. Meindartz die hun wijding aan de paus kwamen mededelen, werden door hem geëxcommuniceerd (Utrechts Schisma)
246 Benedictus XIV 1740-1758 Hij was een groot geleerde en beroemd canonist (kerkelijke leerstellingen) en een van de belangrijkste adviseurs van Clemens XII die hij opvolgde, na een moeilijk en politiek conclaaf van 6 maanden. Zijn sympathieke persoonlijkheid en modern allure, bezorgden hem wereldfaam, ook bij andersdenkenden. Op politiek gebied deed hij verregaande concessies, sloot concordaten met Napels 1741, Spanje 1753, Oostenrijk 1757, en erkende Frederik II van Pruisen als koning. In de strijd tegen het Jansenisme, handhaafde hij de vrijheid van de theoloog tegen al te snelle beschuldigingen van ketterij. De normen van de index (lijst van verboden boeken) herzag hij erg mild (1758). Aan de ritenstrijd maakte hij abrupt een einde, door de Jezuïeten missionarissen te verbieden de Chinese gebruiken toe te passen. Op zijn initiatief, kwam de 1e catalogus gereed van de handschriften in de Vaticaanse bibliotheek (1743 en 1757). Ook als wetgever heeft hij grote verdiensten gehad voor het kerkelijk leven.Hij verklaarde gemengde huwelijke op 4 november 1741 in Nederland en België goed, als die volgens de tridentijnse (volgens de besluiten van het concilie van Trente, (1545-1563) en aansluitend volgens de contra reformatie) wet gesloten waren. Deze pauselijke bul is tot 1907 van kracht geweest in confessioneel gemengde streken. De heiligverklaringsprocessen, geschieden nog steeds volgens de strenge regels zoals hij ze heeft opgesteld. Het aantal heiligenfeesten heeft hij drastisch beperkt.
247 Clemens XIII 1758-1769 Bij zijn pauskeuze, zijn verschillende kandidaten afgevallen door het vetorecht. Zijn politieke pogingen werden bemoeilijkt door de 7 jarige oorlog tussen Groot Brittannië en Pruissen, en anderzijds Oostenrijk, Frankrijk, Rusland, Saksen, Polen, Zweden en het Rijksleger. Deze oorlog werd op land, en op zee uitgevochten (1756-1763).
Hij voerde het feest van het H.Hart in. Met geleerden en kunstenaars onderhield hij persoonlijke contacten.
248 Clemens XIV 1769-1774 Hij was lid van de minderbroeders congregatie, en werd in 1759 kardinaal. Hij werd tot paus gekozen onder druk van de Bourbon familie, die de opheffing van de Jezuïetenorde nastreefde. Door te treuzelen en zijn toegeeflijkheid, ten opzichte van Europese vorsten, trachtte hij aan hun steeds dringend wordende eisen te ontkomen. Omdat een schisma bevreesd werd, gaf hij uiteindelijk toe, en hief de orde op 21-7-1773 op. Geruchten, dat hij zou zijn overleden aan vergiftiging uit wraak, zijn nimmer bewezen, en onhoudbaar. Vredespogingen vanuit Utrechtse cleresie vonden bij deze paus geen gehoor, en het Utrechts Schisma bleef voortbestaan.
249 Pius VI 1775-1799 Hij was al sinds 1773 curiekardinaal, en om zijn vroomheid door de Zelanti groep kandidaat gesteld. Na een moeilijk conclaaf van 4 maanden, waarbij de Jezuïetenkwestie een rol speelde, omdat de kandidaat een jezuïetenvriend was, werd hij tot paus gekozen. Zijn pontificaat was er een vol moeilijkheden,. Waar hij niet tegen opgewassen bleek.
Problemen met Jozef II van Oostenrijk, die hij persoonlijk opzocht in 1782, problemen met het Jansenisme vooral in Frankrijk, Duitsland de Emser Punctatio 1786 (tegen de Curie), Italië synode van Pistoia 1786 (positie van bisschoppen omstreden), en tot slot, de Franse revolutie, waarbij bijna een jaar gewacht werd op een reactie van de paus, die met een veroordeling kwam. Napoleon veroverde de pauselijke bezittingen in Frankrijk, en uiteindelijk ook de Kerkelijke Staat zelf binnen (vrede van Tolentino 1797) en op 18 februari 1798 werd de Romeinse Republiek uitgeroepen, maar paus Pius VI weigerde de soevereiniteit over te dragen, en werd gevangen genomen en in Valence geinterneerd, waar hij van uitputting sterft op 29 augustus 1799. Hij wordt herbegraven in Rome in 1802 onder de St.Pieter

Pausen van de 19e eeuw
250 Pius VII 1800-1823 Hij was benedictijn, en docent theologie, hij maakte de Franse bezetting mee. Na een conclaaf van meer dan 3 maand werd hij gekozen in Venetië op 14 maart 1800. Zijn pontificaat werd 14 jaar beheerst door de Franse bezetting, maar dankzij zijn knappe staatssecretaris Ercole Consalvi, kon met Napoleon een concordaat worden gesloten, waarbij de eis van aftreden van het hele Franse episcopaat van tafel ging (15 augustus 1801). In 1804 ging de paus zelfs naar Parijs, om daar Napoleon tot keizer te kronen. Consalvi werd op last van Napoleon ontslagen, en nog niet tevreden moest de paus meewerken aan de blokkade van Engeland. Pius VII weigerde, en evenals zijn voorganger werd hij ook gevangen genomen en naar Savona gevoerd (1809), en later naar Fontainbleau overgebracht, en van zijn raadgevers gescheiden en door Napoleon onder zware druk pressie gezet. Uiteindelijk zwicht de paus en op 25 januari 1813 door allerlei kerkelijke concessies te doen. (concordaat van Fontainbleau). Na contact met Consalvi en Pacca, herroept de paus deze bepalingen alweer op 23 maart 1813, en ruim een jaar later kan hij terugkeren naar Rome in een ware triomftocht in mei 1814. Samen met zijn oude staatssecretaris begint de dan al 70 jarige paus aan het herstel van de pauselijke staat en kerk. De orde van de Jezuïeten wordt weer toegestaan 7 augustus 1814, reorganisatie van de pauselijke staat 1816, Propaganda Fide gereorganiseerd 1817, concordaten worden afgesloten en verbeterd met Beieren, Sardinië«, Frankrijk 1817, Napels, Rusland 1818.
Fel treed hij op tegen de vrijmetselarij (Het genootschap van de Vrijmetselaars, belichaamt niet zozeer een geestelijke stroming of levensbeschouwing als wel een beweging tot ideëel en praktisch streven naar een gezamenlijke en persoonlijke bezinning op de levenshouding. Ontlenen hun symbolen aan de metselaars) en de beweging van de carbonari ( Het genootschap van de Carbonari kennen evenals de Vrijmetselaars, een leertijd, inwijdings-eed, strenge tucht en verborgenheid van de leiders. Aanvankelijk waren lagere geestelijken en militairen lid, maar naarmate de verboden voor Liberalen toenam, werden ook zij lid. Na hun verbod, week hun bestuur uit naar Londen en Parijs. Na 1848 nam hun aantal zienderogen af. Zij ontleenden hun symbolen aan het kolenbrandergilde).
251 Leo XII 1823-1829 Hij vervulde verschillende diplomatieke functie’s onder Pius VI en Pius VII, voornamelijk in Duitsland. Onder druk van Napoleon moest hij zich terugtrekken. Als nuntius van Parijs, werd hij door liberaal Consalvi overvleugeld, maar bij de pauskeuze van 1823, kreeg de Zelantigroepering, die tegen de liberale Consalvi waren de overhand, en werd Annibale Sermattei della Genga met de pausnaam Leo XII gekozen. Van Liberaal, zwenkte men naar streng reactionair, wat de paus niet populair maakte, ondanks vele interne verbeteringen, van de curie, Romeinse college’s en universiteit. Met koning Willem I van Nederland, sloot hij een concordaat (o.a. over priesteropleidingen 1827) dat overigens slechts ten dele werd uitgevoerd. De steun aan Ferdinand VIII van Spanje tegen de onafhankelijkheidsbeweging in Zuid Amerika, zette veel kwaad bloed (1824)
252 Pius VIII 1829-1830 Hij was vriend van Pius VII en Consalvi, en opvolger van Leo XIII zijn voornaamste opponent bij het vorige conclaaf in 1823. Ondanks zijn zwakke gezondheid, werd hij naar voren geschoven voor het pausschap door de Consalvi aanhangers.
Albani, leider van de Consalvipartij tot zijn keuze van staatssecretaris was niet vreemd, het politieregime in de pauselijke staat werd verzacht. De juli revolutie in 1830 in Frankrijk bracht de erkenning met zich mee van Louis Philippe, koning van Frankrijk (bijgenaamd de Burgerkoning).
253 Gregorius XVI 1831-1846 Hij was Camuldulenzermonnik, werd in 1823 generaal overste van zijn orde, en Leo XII benoemde hem tot kardinaal prefect van de Propeganda Fide. In die hoedanigheid leidde hij de onderhandelingen met Koning Willem I. Hij werd na een conclaaf van ruim 2 maanden gekozen tot paus, en koos de pausnaam Gregorius VII, wat al een voorteken was van starheid, evenals van zijn voorgaande naamgenoot Gregorius VI. Ook de keuze van zijn staatssecretaris was er een van onverzettelijkheid. Gregorius XII was een ietwat wereldvreemde en politiek totaal onervaren paus, die vrijwel onmiddellijk werd geconfronteerd met opstanden en wantoestanden in de pauselijke staten, en met het eenheidsstreven van verschillende Italiaanse staten en staatjes. Hij wees het memorandum van de grote mogendheden met adviezen van de hand, en riep de hulp in van Frankrijk en Oostenrijk. De opstand van katholieke Polen tegen de tsaar van Rusland verbood hij, maar de opstand van de Belgen tegen Nederland (1830) verdedigde hij. Grote betekenis had hij voor de missies, vooral in de nieuwe wereld. Het Etruskisch (1836) en Egyptisch (1839) museum van het Vaticaan werden door hem gesticht.
254 Pius IX 1846-1878 Hij was de langst zittende paus tot dat moment, 32 jaar. Hij kreeg als Liberaal staand bekend, toch de kardinaalswijding in 1840 van zijn beslist niet liberale paus. In een conclaaf van 1 dag werd hij tot paus gekozen, en zijn pauskroning werd een demonstratie van hoopvolle verwachtingen, die aanhielden ondanks zijn 1e encycliek.
Italiaanse vrijheidstrijders, zagen in de paus een religieus leider, maar hieraan kwam snel een einde toen de paus weigerde de opstand tegen Oostenrijk te steunen (1848) en zijn vlucht uit Rome (november 1848) naar Gaeta in het aartsconservatieve koninkrijk Napels.
Zijn staatssecretaris Antonelli bewerkte in 1849 de veroordeling van de uitgeroepen Romeinse republiek, en stimuleerde een streng bewind, en de paus terug te keren naar Rome (1850). Dankzij internationale belangen van Frankrijk en Oostenrijk, kon de pauselijke staat zich enigszins handhaven, maar toen steun dreigde weg te vallen, en de dan aanwezige Zouaven in 1860 bij Castelfidardo een nederlaag leden, riep de paus alle jonge mannen van over de hele wereld op, om de pauselijke staat te verdedigen (Zouaven, waarvan Nederland het grootste contingent leverde, welke via Oudenbosch naar Rome afreisden)
Nadat Franse troepen zich hadden teruggetrokken in de Frans Duitse oorlog van 1870, viel Rome op 20 september 1870, en konden alle Zouaven weer terug naar huis. Paus Pius IX wees om principiële redenen het royale aanbod van de garantiewet af, en beschouwde zichzelf vanaf die tijd een gevangene van het Vaticaan, en verbood katholieken in Italië elke politieke medewerking.
Deze opvatting, deed bij vele katholieken zijn martelaars imago, gevoegd bij zijn innemendheid, en vroomheid, een golf van populariteit ontstaan, die soms hysterische vormen aannam van pausverering. Zijn bijnaam luidde vanaf die tijd paus Pio Nono
Zijn sterke Mariaverering, kwam naar voren in zijn dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria op 8 december 1854.
De liberale vleugel van de kerk had veel kritiek op de paus inzake de houding van de kerk t.o.v. de wereld, ook kritiek van buiten de kerk. Zeker, toen zijn encycliek uitkwam met 80 eigentijdse dwalingen.
Met verschillende landen sloot hij concordaten en of overeenkomsten af, Rusland 1847, Spanje 1851, Oostenrijk 1855, en met diverse Zuid Amerikaanse staten. In Engeland (1850) en Nederland (1853), werden de kerkelijke hiërarchie hersteld. Tijdens zijn pontificaat werden 206 nieuwe bisdommen opgericht. Met Duitsland kwam hij in fel conflict in de Kulturkampf (conflict tussen Rooms Katholieke kerk en Pruissen en de andere Duitse staten tussen 1872-1879. Het Wantrouwen van Bismarck t.o.v. de katholieke Zentrumpartij, die Bismarck een niet nationale partij noemde, en het uitspreken van het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid (1870), waren oorzaak van die tegenstellingen. Bismarck wilde de katholieke kerk onder staatstoezicht brengen, verbood in 1871 de katholieke afdeling van het Pruisisch ministerie van Eredienst, en stuurde de Jezuïeten Pruissen uit, en later ook andere geestelijke orden).
Belangrijk was zijn beslissing om een concilie bijeen te roepen, waar de 77 jarige paus in botsing kwam met zeer veel verschillende standpunten, vooral de onfeilbaarheid van de paus was zeer omstreden, en werd door hem gezien als een persoonlijke aanval op hem.
De laatste jaren van zijn pontificaat was er een van starheid, al waren zijn zilveren pausjubileum (1871) en gouden bisschopswijding (1877) manifesten van grote eensgezindheid van katholieken rond hun kerkelijk leider. Zelden is een paus zo geliefd, en ook zo omstreden geweest als Pius IX. Zijn pogingen om hem heilig te verklaren, zijn om die redenen onder twee pausen, niet doorgegaan.
Concilie Vaticanum I 1869-1870 onder Pius X. Afkondiging van leerstellige punten over geloof, verhouding geloof en rede, de kerk, de onfeilbaarheid van de paus. Het kwam tot een verdaging van het concilie, door het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog.
255 Leo XIII 1878-1903 Hij was voor velen een moderne paus. Hij was nuntius in België, waar hij volgens de Belgische koning Leopold I, de bisschoppen teveel steunde, en werd teruggeroepen (1846) Hij was een bevorderaar van het nethomisme (theologische stroming in de geest van Thomas van Aquino) samen met zijn broer, en bestrijder van het antiklerikalisme (tegen te grote macht van de geestelijkheid) Hij werd benoemd tot kardinaal in 1853, door Pius IX. Na een langdurig conclaaf, werd hij door de gematigden onder de kardinalen gekozen tot paus op 20 februari 1878. Hij is een kwart eeuw paus geweest en was van grote betekenis voor de plaats van de Rooms Katholieke kerk in de wereld. Hij bracht verschillende encyclieken uit, om de kerk een plaats te geven in 1879, 1881, 1885 en 1888. Heel bewust wilde hij een politieke paus zijn, open en soepel ten opzichte van de wereldproblematiek, door veel contact met de leiders wereldlijke overheid, van welke godsdienst dan ook. Hij had daarvoor ook een zeer bekwame staatssecretaris Rampolla benoemd. De Kulturkampf in Duitsland wist hij mede te beëindigen, met de nieuwe staten in Zuid Amerika bouwde hij contacten op, had goede contacten met de Verenigde Staten, die overigens enigszins vertroebeld werden door zijn ietwat overdreven veroordeling van het Amerikanisme (ietwat te hard van stapel lopen met de modernisering van de kerk). Aandacht voor de Oosterse kerken, en de hereniging. Voor de wetenschap was hij ook belangrijk, onder zijn pontificaat werd het Vaticaans archief opengesteld in 1881.
Zijn bekendste encycliek ging echter over het vraagstuk van de arbeiders (1891), die een begin vormden voor de katholieke sociale leer, en een bevestiging van die stroming, die in Frankrijk, België«, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland al in gang was gezet als sociale actie. Een rem kwam daarop echter wel door zijn politieke standpunt en afwijzing over de democratie in de encycliek van 1901.
Toch heeft zijn pontificaat een duidelijk stempel gezet, met als belangrijke uitkomsten, een duidelijk respect voor het pausschap zowel in als buiten de kerk, en het groeiende zelfvertrouwen binnen de Rooms katholieke gemeenschap bij het vinden van haar weg in de moderne wereld. Hij is begraven in de St.Jan van Lateranen, onder het monument van Tadolini die hij liet restaureren, en waarheen hij ook het gebeente van Innicentius III liet overbrengen.

Pausen van de 20e eeuw
256 Pius X 1903-1914 Hij werd tot paus gekozen, omdat Oostenrijk een veto had uitgesproken over de kandidaat Rampolla (dit was het laatste veto in de geschiedenis van pauskeuzes, Pius X verbood alle staatsinmenging in 1904), en werd dus als compromiskandidaat gekozen. Hij stond al bekend als heilige. Hij koos de Spanjaard Merry tot staatssecretaris, en bewust voor een niet politiek pontificaat, hij had een uitgesproken hekel aan diplomatieke tactieken. Zijn aandacht ging veel meer uit naar het geestelijk en kerkelijk leven, waar hij reeds lang sluimerende hervormingen doorvoerde, het herstel van het Gregoriaans 1903, de priesteropleidingen in Italië en daarbuiten 1908, herziening van brevier (kerkboek) en missaal 1911, bevordering van de catechese, en de revisie van de Vulgaat (bijbel), herziening van de Codex (lijst van verboden boeken), reorganisatie van de curie (kardinalencollege) en de kindercommunie waardoor het eucharistisch leven bevorderd werd, hij trad streng op tegen vermeende schendingen van de kerkelijke leer of staat.
Maar ook door zijn niet politieke houding, streek hij door anti protestante uitingen menigeen tegen de haren 1910.de katholieken in de Verenigde staten vernamen onverwachts, dat hun liberale aartsbisschop in ongenade was gevallen, de katholieken in Frankrijk werd verboden mee te werken aan het tot stand komen van Culturele verenigingen. En de grootste beroering bracht de encycliek met een reactie op het modernisme in 1907, waarin een reactie op de 65 stellingen waren opgesomd, welke stellingen kort tevoren waren verschenen, en die door de stellingname en formulering die deden denken aan de starheid van weleer Pius IX (paus Nono).
Willem Marinus van Rossum wordt door hem benoemd tot kardinaal op 30 november 1911, en als legaat gestuurd naar het Eucharistis congres in Wenen in 1912. Deze reactie tegen modernisering, bracht vele kerkelijke geleerden en sociale leiders in de verdachten bank en werden aangeklaagd. De paus liet dan ook Antimodernisteneed afleggen door elke en alle verantwoordelijke kerkleiders (1910). Zijn opvolger Benedictus XV heeft bij het begin van zijn pontificaat deze maatregelen en ingang gezette aan deze maatregel bij het begin van zijn aantreden overigens stop gezet, maar deze modernisteneed werd pas door Paulus VI omgezet naar een eed van trouw en gehoorzaamheid van het kerkelijk gezag in 1967. Uit latere studies, komt dan pas naar voren, dat Pius X eigenlijk een heel gesloten pontificaat heeft gehad, welke tot lang na hem heeft doorgewerkt. Paus Pius XII heeft hem zalig verklaart in 1951, en hem heilig verklaart in 1954.
257 Benedictus XV 1914-1922 Deze paus stamt uit een oud Italiaans geslacht, hij was markies della Chiesa, studeerde rechten in Genua en theologie in Rome, diplomatie te Rome, en werd secretaris van staatssecretaris Rampola, en mede daardoor werd hij kundig in politieke zin. Werd aartsbisschop onder Pius X in 1907, en pas kardinaal in 1914, maar al enkele maanden daarna gekozen tot paus Benedictus XV, en nam eigenlijk vrijwel onmiddellijk de lijn weer op van Leo XIII en Rampolla. Zijn eerste encycliek, werd het integralisme (antimodernisering Het was een antwoord voor de moderniseringsstroming die binnen de kerk was ontstaan. Intregralisme is een reactie op die stroming, die aan alle vragen van het leven alleen vanuit het geloof wilde oplossen en het menselijke en veranderlijke element in de kerk ontkende. Zodat op theologisch en praktisch gebied elke vernieuwing in een verdacht licht kwam te staan, en daardoor ketterij en de jacht daarop weer om de hoek kwam kijken. De beweging verliep na de 1e wereldoorlog, maar deed weer opgang vinden in de Franse bisschop Lefebre, die in 1988 werd geëxcommuniceerd, door zijn wijding van priesters en bisschoppen tegen het kerkelijk gezag in van Rome.) van zijn voorganger tenietgedaan. Hij benoemde Pietro Gasparri tot staatssecretaris.
Tijdens de 1e wereldoorlog zet hij zich actief in voor gevangenen, gewonden en vluchtelingen. De deelname van Italië aan de oorlog maakt de Romeinse kwestie weer actueel, en de neutraliteit van het Vaticaan stelt hoge eisen aan de onmiskenbaar aanwezige politieke talenten van de paus en zijn staf. Voor en tegenstanders hebben hem beschuldigd van partijdigheid, en het vredesvoorstel van 1 augustus 1917, welke grotendeels het werk was van de pauselijk nuntius in Munchen, Pacelli (later paus Pius XII), werd door beide partijen verworpen.
De nieuwe Codex ( verboden boeken) van Gasparri, werd in mei 1917 afgekondigd, en in mei 1918 van kracht.
Hij benoemd Kardinaal van Rossum tot prefect van de Propaganda Fide, en hij gaf daarbij leiding aan het missiewerk, die door de veranderingen van na de oorlog nieuwe wegen en met nieuwe richtlijnen kwamen, en verdere hervormingen doorgevoerd, en aangepast aan de veranderende omstandigheden.
258 Pius XI 1922-1939 Hij was prefect van de Biblioteca Ambrosiana te Milaan, en daarna van de Biblioteca Vatacana en maakte naam als historicus en handschriftdeskundige. Benedictus stuurde hem naar Polen (1919) en leerde daar van nabij het Communisme kennen.
Hij werd overigens vanwege de moeilijke situatie teruggeroepen. In 1921 wordt hij aartsbisschop van Milaan, en kardinaal. In een conclaaf van 4 dagen, wordt hij de opvolger van Benedictus, met de pausnaam Pius XI. Onmiddellijk na zijn keuze, gaf hij de pauselijke zegen aan het Urbi et Orbi vanaf de buitenloggia van het Vaticaan, aan stad, land en de wereld, als duidelijk politiek teken aan de wereld van verzoening.
Hij heeft inderdaad na langdurige onderhandelingen verdragen gesloten, de zogenaamde Lateraanse verdragen, de Romeinse kwestie (de poging tot annexatie van het Vaticaan door Italië, de zogenaamde Garantiewet, waardoor de paus sinds 1871 een gevangene was van het Vaticaan. (Bij de Garantiewet van 13 mei 1871 erkende de Italiaanse staat de onschendbaarheid en soevereiniteit van de paus (zonder territorium echter), verleende hem de bevoegdheid tot het houden van concilies, stelde hem in het bezit van de paleizen van het Vaticaan, Lateranen en Castel Gandolfo en schonk hem een jaargeld, maar de paus weigerde) (1929), en tegelijkertijd een concordaat met Mussolini.
De concordaatspolitiek van zijn voorganger Benedictus XV werd voortgezet, ook omdat dezelfde staatssecretaris Pietro Casparri aanbleef.
Behalve met Italië, werden ook verdragen gesloten met Letland (1922), Beieren (1924), Polen (1925), Tsjechoslowakije (1926), Roemenië en Litouwen (1927), Frankrijk en Portugal (1928), Pruisen (1929), Baden (1932), Oostenrijk (1933), Joegoslavië (1935) en Ecuador (1937). Groot opzien baarde het concordaat met nazi-Duitsland (20 juli 1933), dat tot stand kwam mede op initiatief van Eugenio Pacelli, die hij in 1930 tot staatssecretaris had benoemd en die zijn opvolger werd. Hij wilde als hoofd van de kerk, deze intense concordaatspolitiek zien als het staatsrechtelijk onderdeel van zijn program: Pax Christi in regno Christi (Lat., = De vrede van Christus in het rijk van Christus); de status van de Rooms-Katholieke Kerk in de moderne nationalistische wereld leek hem aldus het best beveiligd.
Toch verhinderde hem dit niet tot scherpe veroordelingen daar waar hij dat nodig achtte, o.a. Mexico 1926, Italië 1931, de rechten van de kerk in Duitsland 1937, de Sovjet Unie 1937.
Deze politieke activiteiten liet hij overigens min of meer over aan zijn staatssecretaris, maar had duidelijk zijn in en toestemming.
Zelf zette hij zich meer in voor de herderlijke activiteiten als paus en leraar, met een lange reeks aan encyclieken die soms lang waren in tekst, maar ook magistraal volgens kenners, en die richting gaven aan denken doen en voelen van de kerk.
De voornaamste zijn: Quas primas (1925; bij de instelling van het feest van Christus Koning), Miserentissimus (1928; over de H. Hartverering), Divini illius magistri (1929; over de christelijke opvoeding), Casti connubii (1930; over huwelijk en gezin), Quadragesimo anno (15 mei 1931; over de sociale kwestie en een katholieke maatschappij-ordening), Ad catholici sacerdotii (1935; over het priesterschap).
Ook heeft hij vaak tegen de zin van kloosterorden en oversten ter plaatse in, de missie omgevormd naar meer zeggenschap en vorming van de inheemse clerus. Zijn nuchtere, praktische bestuurskracht en een hoog autoriteitsbewustzijn hebben de Rooms-Katholieke Kerk voor de Tweede Wereldoorlog een mondiaal georganiseerde centralisatie gegeven die nog lang na zijn pontificaat effect heeft gehad
259 Pius XII 1939-1958 eigenlijk: Eugenio Maria Giuseppe Giovanni Pacelli (Rome 2 maart 1876 – 9 okt. 1958), paus van 1939 tot 1958, was door afkomst en opleiding (aan de Pontificia Accademia dei Nobili Ecclesiastici) voorbestemd voor de pauselijke diplomatieke dienst, waarin hij spoedig na zijn priesterwijding (1899) werd opgenomen. Begonnen als minutant op het staatssecretariaat (1901), werd hij reeds drie jaar later de rechterhand van Pietro Gasparri, de latere staatssecretaris van Benedictus XV en Pius XI. Van 1909 tot 1914 doceerde hij bovendien aan de pauselijke diplomatenschool. In 1917 werd hij nuntius aan het Beierse hof te München, waar hij van nabij de communistische Radenopstand meemaakte. In 1920 werd hij de eerste nuntius bij de rijksregering in Berlijn. Aan de in deze jaren gesloten Länderkonkordaat had hij een zeer groot aandeel. In 1930 benoemde Pius XI hem tot opvolger van Gasparri. Als staatssecretaris behartigde hij met name de Duitse kwesties. Zo sloot hij, in nauw overleg met L. Kaas en F. von Papen, het befaamde concordaat met de jonge nationaal-socialistische regering (20 juli 1933). Toen een aantal toezeggingen al heel snel waardeloos bleek, opende Pacelli een diplomatiek offensief. Tot een openlijk protest kwam het pas in 1937 met de, naar een ontwerp van kardinaal Faulhaber door hem geschreven, encycliek Mit brennender Sorge. Na de dood van Pius XI werd Pacelli in een conclaaf van slechts een dag tot diens opvolger gekozen (2 maart 1939). Zijn eerste vredespoging (zomer 1939) werd een fiasco. In zijn zeer moeilijke positie tijdens de Tweede Wereldoorlog ging hij met grote omzichtigheid en behoedzaamheid te werk, om niet partijdig te schijnen, tot verdriet en ergernis van velen (bijv. kardinaal Tisserant) die een duidelijker veroordeling van concrete oorlogsmisdaden wensten. Ondanks zijn inzet tot verzachting van het oorlogsleed is na de oorlog een felle discussie ontbrand over zijn houding tijdens de oorlog, met name ten aanzien van de Jodenvervolging (zie Rolf Hochhuth). De concordaatspolitiek van zijn voorganger werd voortgezet door verdragen met Portugal (1940), Spanje (1953), de Dominicaanse Republiek (1954) en Bolivia (1957). Tevens werd de anticommunistische houding gehandhaafd en nog verscherpt door het algemene excommunicatiedecreet van het H. Officie (1949), dat met name in Italië en Frankrijk tot protesten en reacties leidde. Grote invloed heeft zijn pontificaat gehad op diverse kerkelijke ontwikkelingen. De leer over de kerk als Mystiek Lichaam van Christus kreeg een stimulans en een richtlijn in de grote encycliek Mystici corporis (29 juni 1943); de katholieke exegese kreeg grotere vrijheid door de encycliek Divino afflante Spiritu (30 sept. 1943) en door de brief van de pauselijke bijbelcommissie aan kardinaal Suhard (16 jan. 1948); de liturgische beweging zag de (voorlopige) bekroning van haar resultaten in de encycliek Mediator Dei (20 nov. 1947) en in de goedkeuring van diverse experimenten en pastoraal-liturgische vernieuwingen. De missieactiviteit werd gesteund door een grote uitbreiding van het aantal inheemse bisschoppen en door de encyclieken Evangelii praecones (2 juni 1961) en, speciaal voor Afrika, Fidei donum (21 april 1957); de Mariaverering trachtte hij te stimuleren door de dogmaverklaring van Maria’s tenhemelopneming (1 nov. 1950) en door het propageren van zijn persoonlijke devotie voor O.-L.-Vrouw van Fatima. Tegelijk echter werden bepaalde ontwikkelingen afgeremd en verboden: op filosofisch en wetenschappelijk gebied o.a. door de encycliek Humani generis (12 aug. 1950); op theologisch gebied door de sancties tegen docenten van de nouvelle theologie (1950 vv.); op pastoraal gebied door het uiteindelijke verbod van de priester-arbeiders (1953/1954), en op het gebied van de medische ethiek, dat Pius speciale voorkeur genoot, door talrijke toespraken voor vaak zeer verschillend gehoor (zo bijv. de beroemde toespraak over geboorteregeling, 26 nov. 1951). Over het algemeen kan men zeggen dat Pius XII het persoonlijke leergezag van de paus heeft gepraktiseerd als nooit tevoren; door de massa-audiënties en door de grote aandacht die katholieke persorganen besteedden aan zijn duizenden toespraken, vonden zijn opvattingen een grote weerklank; zijn persoonlijke stellingname, of die van zijn naaste medewerkers, kon daardoor gemakkelijk als de opvatting van de kerk gaan gelden. Zijn autoritaire persoonlijkheid tendeerde naar een centralistisch bestuur, waarin curieorganen als het H. Officie en het staatssecretariaat geheel het kerkelijk beleid dreigden te beheersen; van aard wat angstig en wantrouwend tegenover degenen die buiten de kleine kring van zijn vaste medewerkers (o.a. pater R. Leiber S.J.; G.B. Montini, de latere Paulus VI) stonden, benoemde hij na 1944 geen staatssecretaris; ondanks de beginnende de-Italianisering van het kardinalencollege in 1946 en 1953 bleef de lang verhoopte curiehervorming uit; bij zijn dood waren er nog slechts 57 kardinalen. De laatste jaren van dit invloedrijke pontificaat werden getekend door ziekte en door een steeds grotere vereenzaming.
260 Johannes XXIII 1958-1963 Angelo Giuseppe Roncalli (Sotto il Monte, Bergamo, 25 nov. 1881 – Rome 3 juni 1963), bijgenaamd: Johannes de Goede, stamde uit een eenvoudig boerengeslacht bij Bergamo. Hij studeerde theologie te Rome en werd na zijn priesterwijding (1904) secretaris van de bisschop van Bergamo en leraar kerkgeschiedenis aan het grootseminarie aldaar. Hier schreef hij enige kerkhistorische studies. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij aalmoezenier. In 1921 werd hij verbonden aan de Propaganda Fide; als lid van de Centrale Raad voor de Pauselijke Missiewerken bezocht hij o.a. Nederland. Door kardinaal Van Rossum werd hij voorgedragen als apostolisch visitator voor Bulgarije: bisschopswijding 19 maart 1925; in 1934 werd hij tevens apostolisch delegaat voor Turkije en Griekenland; hij resideerde achtereenvolgens in Sofija (1924 – 1934), Istanbul (1934 – 1937) en Athene (1937 – 1944). In de Tweede Wereldoorlog was hij zeer gezien om zijn hulp tijdens de Duitse bezetting. Pius XII benoemde hem 23 dec. 1944 tot nuntius in Parijs, waar hij met veel tact de netelige kwestie van de ‘Vichy-bisschoppen’ wist op te lossen. Op 15 jan. 1953 werd hij, na zijn kardinaalbenoeming (12 jan.), aartsbisschop en patriarch van Venetië; zijn politieke stellingname in Italië was mild, maar duidelijk ‘rechts’. Na de dood van Pius XII werd hij in een conclaaf van slechts vier dagen tot diens opvolger gekozen (28 okt. 1958), naar het algemeen gevoelen als tussentijdse compromis-kandidaat. Zijn korte pontificaat van nog geen vijf jaar werd een keerpunt. Reeds op 25 jan. 1959 kondigde hij  onverwachts  een algemeen concilie aan. De eerste vier encyclieken van 1959 leken weinig ‘nieuws’ te bieden en de eerste Romeinse synode (jan. 1960) gaf weinig hoop; de liturgiehervorming van 25 juli 1960 beperkte zich tot een wijziging in rubrieken. Van betekenis was de ontvangst van de anglicaanse aartsbisschop G. Fisher (2 dec. 1960) in verband met de oecumenische tendensen van dit pontificaat; heel in het bijzonder kwamen deze tot uiting in de officiële oprichting van het Secretariaat van de Eenheid (5 juni 1960). Grote weerklank, ook buiten de Rooms-Katholieke Kerk, vond de encycliek Mater et Magistra van 15 mei 1961, over de sociale vraagstukken voor de Kerk in de moderne wereld; nog meer publiciteit kreeg de vredesencycliek Pacem in terris van 11 april 1963; in beide encyclieken erkende men de reële problematiek, de eerlijke taal en de wens van een bescheidener dienende taak van de Kerk aan de wereld. Zijn ziekbed en zijn dood op 2e Pinksterdag 1963 werden over de hele wereld meebeleefd. Op 11 okt. 1962 opende hij het Tweede Vaticaans Concilie.
Concilie Vaticanum II 1963-1965 onder Johannes XXIII en Paulus VI. Belangrijkste beslissingen waren over de vernieuwing van de liturgie, de kerk, de oecumene, de Oosterse kerk, bischoppen, bischoppelijke collegialiteit, goddelijke openbaring, godsdienstvrijheid, de verhouding kerk en de wereld. Kortom grote wijzigingen en veranderingen en modernisering binnen de kerk.
261 Paulus VI 1963-1978 Giovanni Battista Montini (Concesio, bij Brescia, 26 sept. 1897 Castelgandolfo 6 aug. 1978), paus van 1963 tot 1978, was sinds 1922 verbonden aan het staatssecretariaat; als substituut (sinds 1937) was hij de rechterhand van de staatssecretaris E. Pacelli (de latere paus Pius XII). Deze benoemde hem in 1952 tot pro-staatssecretaris (samen met D. Tardini) en in 1954 tot aartsbisschop van Milaan. Veel aandacht gaf hij daar aan de sociale kwestie (grote volksmissie van 1957, herderlijke brief van 1963). Onder Johannes XXIII werd hij kardinaal (1958). Hij was lid van de centrale commissie die het Tweede Vaticaans Concilie voorbereidde. Na de dood van Johannes werd hij, in een conclaaf van nauwelijks twee dagen, tot paus gekozen (21 juni 1963).
Als zijn voornaamste taak zag hij de voltooiing van het concilie en de doorvoering van het aggiornamento (het bijdetijd-brengen van het kerkelijk leven). In beide taken kreeg hij, als opvolger van Johannes en geestverwant van Pius XII, te maken met conflicten naar rechts en naar links. Reeds tijdens het concilie bleek zijn streven erop gericht te zijn desnoods tot het uiterste te gaan om standpunten te verzoenen. De doorvoering en realisering van de conciliebesluiten riepen moeilijkheden op, m.n. in de curie; in de constitutie Regimini ecclesiae universae kondigde Paulus een (gematigde) curiehervorming af (15 aug. 1967).
Zijn eerste encyclieken stonden in het teken van de concilieproblematiek (Ecclesiam suam, over de kerk, 6 aug. 1964; Mysterium fidei, over de eucharistie, 3 sept. 1965). In twee sterk omstreden kwesties, het priestercelibaat en de geboorteregeling, handhaafde hij in de encyclieken Sacerdotalis caelibatus (24 juni 1967), resp. Humanae vitae (25 juli 1968) onverkort het standpunt van zijn voorgangers. Beide encyclieken brachten binnen de kerk heftige discussies op gang. Op leerstellig gebied demonstreerde Paulus een overgrote bezorgdheid voor het pauselijk gezag. Daarbuiten toonde hij een open en vooruitstrevende houding op sociaal gebied, alsmede daar waar het kwesties van de wereldvrede betreft, getuige o.a. zijn encycliek Populorum progressio (26 maart 1967) over het ontwikkelingsvraagstuk, die algemene bijval vond.
Veel publiciteit kregen de reizen van Paulus VI, zoals o.a. naar Israël (1964), de VN (1965), de Wereldraad van Kerken (1969) en naar het Verre Oosten (1970). Voor de oecumenische beweging verwierf hij grote verdiensten door zijn toenadering tot de orthodoxe patriarch Athenagoras (1964, 1967) en de anglicaanse aartsbisschop Ramsey (1966).
Binnen de Nederlandse kerkprovincie werd het oordeel over zijn pontificaat o.a. vertroebeld door zijn persoonlijke steun aan twee omstreden bisschopsbenoemingen (1970: Adranus Simonis voor Rotterdam, en 1972: J. Gijsen voor Roermond). Daartegenover bezorgden de zgn. Ostpolitik van het Vaticaan (de voorzichtige toenadering tot communistische regeringen) en de doorvoering van het nieuwe Romeins Missaal (1970) hem de naam van rode resp. modernistische paus. Zeker is dat de verscherpte polarisatie binnen de katholieke kerk het kruis is geweest voor deze veelzijdige, verscheurde, paus.
262 Johannes Paulus I 1978 Ook wel de lachende paus genoemd. In een conclaaf van 1 dag, werd hij als paus gekozen, hij koos als pausnaam een dubbele naam die van zijn beide voorgangers, en verried daarmee zijn intenties. Hij wilde niet officieel gekroond worden op 3 september 1978, en stierf geheel onverwacht na 33 dagen. Hij zou dood gevonden zijn in zijn bed, met de Imitatione Christie van Thamas a Kempis in zijn handen.
263 Johannes Paulus II 1978-2005 Karol Wojtyla (Wadowice 18 mei 1920, Rome 2 april 2005), eerste niet-Italiaanse paus sinds 1523 (de Nederlandse Adrianus VI), werd 1 nov. 1946 priester gewijd, promoveerde te Rome in de filosofie en in Krakau in de theologie. Vanaf 1953 doceerde hij ethiek te Lublin en Krakau. In 1958 en 1964 werd hij hulpbisschop resp. aartsbisschop van Krakau en in 1967 kardinaal. Hij had een actief aandeel in het Tweede Vaticaans Concilie (m.n. in de redactie van de pastorale constitutie Gaudium et spes), en in de bisschoppensynodes van 1969, 1971 en 1974. In een conclaaf van twee dagen werd hij op 16 oktober 1978 gekozen tot opvolger van de plotseling gestorven Johannes Paulus I. Johannes Paulus II wist in korte tijd een grote mate van populariteit en politiek gezag te verwerven mede door zijn vele buitenlandse reizen. Al in het eerste jaar van zijn pontificaat bezocht hij zijn geboorteland Polen (juni 1979). Het uitermate enthousiaste en hartstochtelijke onthaal door de Poolse bevolking vergrootte nog de druk op de politieke leiders van het communistische land. In 1981 verleende hij audiëntie aan een delegatie van de Poolse vakbond Soldariteit onder leiding van Lech Walesa. Op 13 mei van dat jaar werd hij op het St.Pieterplein neergeschoten door de Turk Ali Agca, waarbij hij ernstige verwondingen opliep. In 1982 ontmoette Johannes Paulus II voor de eerste keer de Amerikaanse president Ronald Reagan, met wie hij in zijn strijd tegen het communisme samenwerkte. Met zijn moreel en politiek gezag steunde hij het proces dat in Polen (en elders in Oost-Europa) uiteindelijk leidde tot het herstel van de politieke en godsdienstige vrijheid en de val van de communistische regimes. In zijn encyclieken en brieven verdedigt Johannes Paulus de traditionele leer van de katholieke kerk inzake seksualiteit, neemt hij stelling tegen abortus en euthanasie en wijst hij het gehuwde priesterschap en de priesterwijding van de vrouw af. Johannes Paulus II is veel gelegen aan het ongedaan maken van de scheidingen tussen de katholieke kerk en andere christelijke kerken. Baanbrekend werk heeft paus Johannes Paulus II verricht op het gebied van de interreligieuze dialoog. Hij was een van de initiatiefnemers van de Wereldgebedsdag voor de Vrede in Assisi in 1986, waar leiders van godsdiensten uit heel de wereld bijeen kwamen. Ook was hij de eerste paus die voet zette in een synagoge en sprak tot grote menigten moslims. Recente hoogtepunten uit zijn pontificaat waren zijn bezoek aan het communistische Cuba van Fidel Castro (1998) en de openlijke schuldbelijdenis voor zonden die in de voorbije eeuwen in naam van de Rooms-Katholieke Kerk zijn begaan (maart 2000). Daarbij vroeg hij om vergiffenis voor onder meer de verdeeldheid onder christenen, het geweld gepleegd bij de verspreiding van het evangelie, de misdaden tegen het volk van Israël, de vervolging, overheersing en verachting van andere culturen en religies en de vernedering en uitsluiting van vrouwen. Een ander hoogtepunt vormde zijn pelgrimsreis eind maart 2000 in Jordanië« en Israël, waar hij behalve aan plaatsen met een christelijke religieuze betekenis ook een bezoek bracht aan een Palestijns vluchtelingenkamp, het holocaust-herdenkingscentrum Yad Vashem in Jeruzalem en de Klaagmuur. Nadat het wonder van de wonderbaarlijke genezing van een Franse non die leed aan de ziekte van Parkinson, is toegeschreven aan Johannes Paulus II, stond de weg open naar zijn heilig verklaring. Een 1e stap is gezet op zondag 1 mei 2011, waarbij in een viering, waarbij ca. 1 miljoen pelgrims extra in Rome aanwezig waren, waaronder veel Polen, hij zalig is verklaard, op 27 april 2014 werd hij in een recordtijd heilig verklaart, terwijl er normaal gesproken een periode van 5 jaar zit tussen zalig en heiligverklaring.
Op 9 mei 2005 keurt Paus Benedictus XVI goed dat de vijf jaar termijn vóórafgaand aan de start van het proces tot zaligverklaring voor Paus Johannes Paulus II niet hoeft te gelden.

Pausen van de 21e eeuw
264 Paus Benedictus XVI, 2005- Jozef Ratzinger, een Duitse kardinaal, die al heel lang deel uitmaakt van de Romeinse curie, en deken is van het kardinalencollege. Na zijn benoeming werd hij gezien als een tussenpaus gezien zijn dan al hoge leeftijd, hij werd geboren in Markt am Inn op 16 april 1927. Hij werd gekozen tot paus op 19 april 2005, dan net 3 dagen 78 jaar oud.
Maandag 11 februari 2013, maakt hij bekend af te zullen treden, hij is naar eigen zeggen niet meer in staat gezien zijn hoge leeftijd om het zware ambt van paus goed te kunnen volbrengen. Het komt als een donderslag bij heldere hemel, alhoewel enkele uren later is er noodweer boven Rome, met zelfs een blikseminslag in de Sint Pieter. Dat alleen al geeft veel speculatie. Het is eerder voorgekomen, dat een paus tussentijds aftreedt, daaruit blijkt dat het niet de meest gangbare wijze is. Paus Celestinus V was de eerste, die al na 6 maanden in 1294 zijn ambt neerlegde, en Paus Gregorius XII was de tweede die in 1415 het voor gezien hield. Paus Benedictus XVI is dus de derde die tussentijds terugtreed. In alle andere gevallen komt met de dood, een einde aan het pausschap. Dat betekent dat door ziekte, uitputting of anderszins soms het pausschap niet geheel waardig kan worden beoefend. Het getuigd in elk geval van grote moed om zelf te beslissen om het ambt neer te leggen, en zo ruimte te maken voor iemand die wel in staat is de kerk te leiden, overigens had hij al in 2010 eens gezegd het niet uit te sluiten zelfstandig te beslissen ooit af te treden.
Paus Benedictus XVI heeft geen gemakkelijke periode gehad, corruptie binnen het Vaticaan, uitgelekte documenten via zijn butler, kindermisbruik, ontkennen door een Engelse bisschop van de Holocaust, conservatief t.a.v. homoseksualiteit, abortus en euthanasie, het zijn voorwaar ook geen eenvoudige zaken waar hij voor stond.
Zo komt er dus een eind aan zijn Pausschap op 28 februari om 20.00 uur van bijna 8 jaar. Hij zal in het Vaticaan blijven wonen, en enkel op verzoek zal hij adviseren, verder zal hij zich niet meer bemoeien met de gang van zaken, maar in de beslotenheid van het Vatikaan gaan wonen.

265 Franciscus I, Jorge Mario Bergoglio, geboren op 17 december 1936 te Buenos Aires Argentinië uit Italiaanse ouders, lid van de orde der Jezuiten, is 13 maart 2013 gekozen tot de nieuwe paus. Een onbekende Zuid Amerikaan, die tot verrassing van velen gekozen is in de 5e stemronde. Een sober levende man, die sociaal bewogen is, maar wel conservatief. Dat laatste is binnen het college van kardinalen niet geheel onbekend. Van de andere kant, is het nog nooit voorgekomen dat een paus afwijkt van het protocol, hij begroet de aanwezigen met een Buone Sera, en was gekleed in enkel een wit gewaad zonder de gebruikelijke pauselijk mantel, ook zijn naamkeuze geeft aan, dat hij niet van uiterlijk vertoon gediend is, maar soberheid verkiest. In Argentinië bewoog hij zich meestal met het openbaar vervoer, en woonde in een bescheiden appartement, en niet in het bisschoppelijk paleis. Hij is de eerste Latijns-Amerikaanse paus ooit, en de eerste niet Europeaan sinds 741.
Ook is hij niet woonachtig in de pauselijke vertrekken op de derde verdieping van het Apostolisch Paleis in het Vaticaan, welke sinds 1903 de privéwoning van de opeenvolgende pausen is, maar Paus Franciscus heeft ervoor gekozen de voorkeur te geven aan de Domus Canctae Marthae, het eenvoudigere gastenverblijf van de Heilige Stoel. Hij verblijft er in suite 201, waar hij eveneens bezoekers kan ontvangen. De maaltijden nuttigt hij in de gemeenschappelijke eetzaal. En ook in Rome beweegt hij zich in een eenvoudige middenklasse auto. Hij blijft wel de audiëntiezalen op de tweede verdieping van het Apostolisch Paleis gebruiken voor de formele ontvangsten en samenkomsten. Elke zondag verschijnt hij, zoals zijn voorgangers, aan een buitenraam op de derde verdieping om het Angelus uit te spreken voor de aanwezigen op het Sint Pietersplein.

Winkler Prins encyclopedie
Standaard encyclopedie
Vaticaans museum Rome 2002
Diverse internetsites.

Anton Heijmerikx

2 Comments

  1. Wilma
    januari 24, 2010

    Uiterst informatief! Na correctie van de volgende zin ook taalkundig goed:

    Paus Pius XII heeft hem zalig verklaart in 1951, en hem heilig verklaart in 1954.

    Paus Pius XII heeft hem zalig verklaard in 1951 en hem heilig verklaard in 1954.

  2. Roger
    april 9, 2011

    232 “Paulus steunt de keizer Maximiliaan I van Beieren van het heilig roomse rijk, en de katholieke liga” : het bewind van keizer Maximiliaan I Habsburg, keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie, situeert zich in de periode 1508 (kroning door paus Julius II della Rovere) en 1519 (zijn overlijden). Bij het begin van de 30-jarige oorlog (1618-1648) was Ferdinand II Habsburg keizer (+ 1637), daarna zijn zoon Ferdinand III. Aan het hoofd van de Katholieke Liga stond Maximiliaan I Wittelsbach, hertog van Beieren 1597-1623 en daarna keurvorst van Beieren 1623-1651(overlijden). Groeten uit Vlaanderen.

Geef een reactie