heijmerikx.nl

Information

This article was written on 13 dec 2008, and is filled under Religie.

Current post is tagged

Alle pausen tot heden (deel 1/5)

Pausen van de Rooms Katholieke kerk, zijn globaal onder te verdelen in:
Pausen van de vroeg Christelijke kerk 0-314
Pausen van de Rijkskerk, 314-604
Pausen van de vroege Middeleeuwen, 604-928
Pausen van de IJzeren eeuw, 928-1046
Pausen van de Gregoriaanse Hervorming, 1046-1124
Pausen van de Bloeitijd van de Middeleeuwen, 1124-1303
Pausen van de late Middeleeuwen, Avignon tijd, westers schisma, 1303-1447
Pausen van de Renaissance, 1447-1534
Pausen van de Katholieke Herleving, 1534-1605
Pausen van de 17e eeuw, 1605-1700
Pausen uit de 18e eeuw, 1700-1799
Pausen uit de 19e eeuw, 1800-1903
Pausen uit de 20e eeuw. 1903-
Pausen van de 21e eeuw.

Pausen van de vroeg Christelijke kerk
Het 1e hoofd van de Katholieke Kerk, was Christus zelf, tot het jaar 33
1. Petrus 33- tussen 64 en 67 is de marteldood gestorven onder keizer Nero te Rome.
2. Linus tussen 65 en 67-76 geen historische gegevens bekend.
3. Anacletus 76-88 geen historische gegevens bekend.
4. Clemens I 88-97 vermoedelijk nog een leerling van de apostelen, enkel bekend vanwege een brief aan de Korinthiers,
met een oproep tot vrede.
5. Evaristus 97-105 geen historische gegevens bekend.
6. Alexander I 105-115 geen historische gegevens bekend.
7. Sixtus I 115-125 wordt als martelaar vereerd op 6 april, geen historische gegevens bekend.
8. Teleshorus 125-136 geen historische gegevens bekend.
9. Hyginus 136-140 geen historische gegevens bekend.
10. Pius I 140-155 wordt als martelaar vereerd11 juni, verder weinig gegevens bekend.
11. Anicetus 155-166 geen historische gegevens bekend.
12. Soter 166-175 geen historische gegevens bekend
13. Eleutherus 175-189 geen historische gegevens bekend
14. Victor I 189-199 had een conflict met de Oosterse kerken over de Paasdatum, en trad aanvankelijk drastisch op. Wordt als heilige geëerd op 28 juli. Theodotus de Oudere verbande hij uit de kerk, en die was daarmee de eerste officiële ex gecommuniceerde.
15. Zephyrunus 199-217 geen historische gegevens bekend.
16. Calixtus I 217-222 stamde uit een slavenfamilie, en was hoogstwaarschijnlijk diaken van de begraafplaats aan de Via Appia, later naar hem vernoemd. Hippolytus 217-235 tegenpaus, geleerde in Rome, beschuldigde Calixtus van laksheid in de boetediscipline, en toegeeflijkheid in de zedenleer. Heeft 3 pausen overleeft, en is verbannen naar Sardinië. Na zijn overlijden gerehabiliteerd en heilige martelaar en vereerd 13 augustus in het westen, en 30 januari in het oosten
17. Urbanus I 222-230 weinig historische gegevens bekend, erfde de moeilijkheden van een schisma van Hippolytus. Vereerd op 25 mei, vooral in Duitsland als patroonheilige van de wijnbouwers.
18. Pontianus 230-235 werd door keizer Maximus Trax naar Sardinië verbannen.
19. Anterus 235-236 werd als eerste begraven in de pauscrypte van de catacomben van Calixtus.
20. Fabianus 236-250 hij reorganiseerde de Romeinse gemeente, na de troebelen rond Hypolytus. Bij de vervolging van Decius (Romeins keizer, die alle ingezetenen verplichtte om aan de staatsgoden te offeren. Was een christen vervolger) was hij zelf een der eerste slachtoffers, en werd de kerk 1 jaar lang zonder paus feitelijk bestuurd door Novatianus, die door hem gewijd was.
21. Cornelius 251-253 had vrijwel onmiddellijk te maken met die mensen die afgevallen waren van de kerk na vervolgingen van keizer Decius en die weer terug wilden keren naar de katholieke kerk.
21a Novatianus 251 tegenpaus, had grote moeite met de gematigde houding van Cornelius, en wierp zich op als tegenpaus, en organiseerde een tegenkerk.
22. Lucius I 253-254 werd als paus onmiddellijk verbannen, maar kwam onder keizer Valerianus weer terug naar Rome.
23. Stefanus I 254-257 kwam in grote moeilijkheden vanwege zijn starheid in de kwestie van de ketterdoopstrijd, van het niet overdopen, als zijnde nieuwigheden. Omdat beide woordvoerders van voor en tegen kort na elkaar stierven, kwam het niet tot een kerkscheuring.
24. Sixtus II 257-258 nam een gematigd standpunt in over de ketter of overdoop, en wist de strijd tot gematigde proporties terug te brengen. Werd door keizer Valerianus op 6 augustus 258 onthoofd met 4 andere diakens, en enkele dagen later werden nog eens 5
kerkelijke leiders onthoofd.
25. Dionysius 259-268 na 5 bisschoppen van Rome (pausen) in 8 jaar, kon Dionysius onder keizer Galinus, zich wijden aan de opbouw en indeling van de Romijnse gemeente.
26. Felix I 269-274 bevestigd in Antiochie de afzetting van de theoloog Paulus van Samosate.
27. Eutychianus 275-283 geen historische gegevens bekend
28. Caius 283-296 geen historische gegevens bekend
29. Marcellinus 296-304 geen historische gegevens bekend
30. Marcellus I 308-309 Paus, die na de christenvervolgingen van keizer Diocletianus de erediensten in Rome reorganiseerde. Hij trad streng op tegen diegenen die tijdens de vervolging waren afgevallen. Hij werd vervolgens verbannen door keizer Maxentius
31. Eusebius 309 werd kort na zijn aanstelling naar Sicilie verbannen en overleed aldaar
32. Melchiades 311-314 hield een synode op initiatief keizer Konstantijn de Grote, waar de Donatisten werden veroordeeld. Donatius de Grote was tegenbisschop van Carthago, met als standpunt zoveel mogelijk conflicten uit de weg te gaan met de Romeinen tijdens vervolgingen.

Pausen van de periode van de Rijkskerk
33. Silvester I 314-335 geen historische gegevens bekend, maar zou volgens een legende Keizer Konstantijn van melaatsheid hebben genezen, en daarna gedoopt. Als dank zou hij de pauselijke waardigheid hebben ontvangen. Het is keizer Konstantijn de Grote, die het 1e concilie bijeenroept in het jaar 325 in Nicea. De belangrijkste besluiten zijn, Geloofsbelijdenis van Nicea tegen Arius, die de godheid van Christus loochende. Afkondiging van het dogma van Jezus godheid en gelijkheid met de vader.
34. Marcus 336 geen historische gegevens bekend
35. Julius I 337-352 Hij was de 1e paus na de dood van keizer Constantijn. Hij verhoogde in het westen door zijn optreden het pauselijk gezag.
36. Liberius 352-366 keizer Constantijn de II verbande hem naar Beroua, omdat hij de keizer niet volgde in zijn veroordelingen van Anasthasius. Na lange druk, en een tegenpaus, gaf hij toe en mocht in 358 terugkeren naar Rome, waar de tegenpaus verdreven werd. Zijn
grootste bekendheid kreeg hij doordat hij in Rome de kerk van Sancta Maria Magiore liet bouwen
36a Felix 355-365 tegenpaus, na verbanning van zijn voorganger, moest hij op zijn beurt het veld ruimen toen zijn voorganger weer naar Rome terug mocht keren. Zijn naam betekent de gelukkige.
37.  Damasus I 366-384 werd bekent door zijn bemiddelingen onder de zwakke Liberius en de tegenpaus Felix, en werd gekozen boven Ursinus, die zich toen als tegenpaus opwierp. Heeft veel beslissingen genomen, maar bleef weg op het concilie van Constantinopel. Bij
de synode van Rome, het jaar daarop liet hij zijn tanden zien, en daar werd beslist dat de bisschop van Rome het hoofd van de katholieke kerk was. Alexandrië en Antiochië hadden het nakijken. Het 2e concilie is door keizer Theodosius de Grote bijeengeroepen te Constantinopel in 381. Het belangrijkste besluit is een aanvulling op  het Concilie van Nicea. Afkondiging van het dogma van de godheid van de H.Geest.
37a Ursinus 366-367 tegenpaus geen historische informatie bekend
38.  Siricius 384-399 heeft via decreten de betekenis en functie van de kerk sterk bevorderd.
39.  Anastasius I 399-401 veroordeelde het onjuiste in de leer van Origenis, en steunde de Afrikaanse bisschoppen in hun strijd tegen Donatisten, die zoveel mogelijk de conflicten met de Romeinen uit de weg gingen.
40.  Inocentius I 401-417 werd de opvolger van zijn vader, Anastasius I. Was zeer invloedrijk, en zorgde voor eenheid over belangrijke kwesties binnen lokale kerken. Tijdens de val van Rome door de Visigoten (410), verbleef hij te Ravenna.
41.   Zosimus 417-418 geen historische gegevens bekend
42.  Bonifatius I 418-422 werd door de Presbyters van Rome tot paus gekozen, maar een dag eerder was Eulalis tot paus gekozen door de diakens van Rome. Beiden werden tot paus gekroond op 29 december, maar Eulalis werd door de keizer Honorius verbannen.
Keizer Honorius vervaardigde in 420 een decreet uit, dat bij een dubbelkeuze er onmiddellijke een nieuw stemming gedaan moest worden.
42a Eulalius 418-419 tegenpaus, geen historische gegevens bekend.
43.  Coelestinus I 422-432 probeerde de primaatsgedachte, kerkelijke hierarchie, van Inocentius I verder uit te bouwen. Op het concilie van Efeze verkreeg hij de uitdrukkelijke suprematie van Rome niet. Het 3e concilie werd bijeengeroepen door keizer Theodocius II in 431 te Efeze. Als dogma verklaard, dat Maria waarlijk de moeder Gods is omdat Jezus een persoon is.
44.  Sixtus III 432-440 heeft tijdens zijn episcopaat nogal wat bouwwerken doen verrijzen, o.a. een nieuwe kerk de Sancta Maria Magiore.
45.  Leo I de grote 440-461 de bekendste paus van de 5e eeuw, die onder zijn 2 voorgangers al veel macht had. Heeft geprobeerd, om de oosterse en de westerse kerk, met de primaatsgedachte te besturen. Gaf gevraagd en ongevraagd adviezen aan iedereen. Heeft met de barbaren (Hunnen en Vandalen) succesvol onderhandeld, en zo veel strijd kunnen voorkomen. Was helder en duidelijk in zijn preken.
Het 4e concilie werd bijeengeroepen door keizer Marcianus in 451 te Chalcedon.
Als dogma vastgesteld dat de ene persoon van Jezus in    twee volledige naturen, de goddelijke en de menselijke bestaat.
46. Hilarius 461-468 was Spaans georiënteerd, en er zijn weinig of geen historische gegevens bekend.
47.  Simplicius 468-483 zet de Spaanse politiek van zijn voorganger voort, en zijn pontificaat staat in het teken van de problematiek
in de Oosterse kerk. Heeft veel betekend voor de liturgie en de kerkenbouw in Rome.
48. Felix III 483-492 geen historische gegevens bekend
49. Gelasius I 492-496 had als secretaris onder Felix III reeds grote invloed. Heeft vele decreten uitgevaardigd, die later in het
canonieke (kerkelijk) recht zijn opgenomen
50. Anastasius II 496-498 heeft met zijn verzoeningspoging van het acaciaans schisma (verdeeldheid in kandidatuur van pausen)
veel verzet opgeroepen.
51. Symmachus 498-514 werd erfgenaam van de problemen van zijn voorganger. Samen met hem werd daardoor Laurentius ook
tot paus gekozen. Keizer Theodorik steunde Symmachus, maar liet Laurentius oogluikend toe in Rome.
Pas toen de keizer problemen met Constantinopel kreeg, rehabiliteerde hij in 506 Symmachus.
51a Laurentius 498-505 tegenpaus, was aartspriester van Rome, en kandidaat voor de Byzantijns gezinde minderheid.
De machtige Dioscurus, later zelf tegenpaus wist de keizer te bewegen, na moeilijkheden met Constantinopel, om in te grijpen.
52. Hormisdas 514-523 van hem zijn een vijftigtal brieven en geschriften bewaard, die van groot historisch en kerkelijk belang zijn.
53. Johannes I 523-526 was diaken van Rome, en de eerste paus die naar Constantinopel ging. Keizer Theodorik de Grote dwong hem,
om bij keizer Justinus I van het Byzantijnse rijk te pleiten ten gunste van de Oost-Goten, wat hem niet lukte,
waarop Theodorik hem in de gevangenis van Ravenna wierp, waar hij ook is overleden.
54. Felix IV 526-530 had als diaken meegewerkt aan het einde van het schisma van Acacia, en werd door keizer Theodorik als
candidaat naar voren geschoven. Op zijn sterfbed wijst hij zijn opvolger Bonifacius aan, om moeilijkheden in de toekomst te vermijden.
55. Bonifacius II 530-532 Hij ondervond het Acasiaans (verdeeldheid in pauskandidatuur) probleem aan den lijve.
Omdat bij de pauskeuze de meerderheid voor Dioscorus had gekozen, en de aanwijzing en keus van Felix IV niet gehonoreerd
werd, waren er weer twee pausen. Door de spoedige dood van Dioscorus, loste dit probleem zichzelf op.
55a. Dioscorus 530 tegenpaus en invloedrijk onder verschillende pausen, maar door Felix IV gepasseerd in de aanwijzing van Bonifacius II.
Door zijn dood zijn er grote problemen op dat moment voorkomen.
56.  Johannes II 533-535 eigen naam Mercurius, maar was de 1e paus die een pausnaam aannam Johannes II.
Onder zware druk van keizer Justinianis I nam hij diens orthodoxe geloofsbelijdenis aan in 534.
57.  Agapitus I 535-536 ging naar Constantinopel om de driekapittelstrijd (dogmatische leer omtrent de persoon van Christus)
proberen op te lossen.
58. Silverius 536-537 werd als paus afgezet door veldheer Belisarius van de Byzanthijnse keizer Justinianus, en na diens dood
opgevolgd door Vigilius.
59. Vigilius 537-555 werd door keizer Justinianus gedwongen om het edict aan te nemen, maar werd door de synode van Chartago
met excommunicatie bedreigt, weer gedwongen om zijn besluit bij te stellen.
Het 5e concilie werd bijeengeroepen door keizer JustinianusI in 553 te Constantinopel II. De zgn 3 kapittels,
opgesteld om de monofysieten (erkend enkel de goddelijke natuur in Christus) voor de kerk te winnen, veroordeeld omdat
zij het nestorianisme (onderscheid in de twee naturen van Christus) begunstigden.
60. Pelagius I 556-561 vergezelde Agapitus al naar Constantinopel in zijn poging de eenheid in de kerk te bewaren.
En werd later de pauselijke afgezant in Constantinopel voor paus Vigilius. Nadat Vigilius toegaf aan de druk van Justinianus,
ging ook  hij overstag. Werd op bevel van Justinianus na de dood van Vigilius de nieuwe paus, maar het duurde tot 16 april 556
eer hij twee bischoppen en een priester bereid vond hem als paus te consacreren.
61   Johannes III 561-574 ondervond de moeilijkheden na de dood van Justinianus I (565) en de opkomst van de Longobarden
(veroveringen van delen van Italië) maar wist wel gedeeltelijke de eenheid te herstellen na het schisma (kerkscheuring) onder Vigilius.
62  Benedictus I 575-579 vroeg tevergeefs om hulp aan Justinianus II bij de belegering van  Rome door de Longobarden, en stierf tijdens
die belegering.
63 Pelagius II 579-590 ook hij zocht tevergeefs hulp bij o.a. in Constantinopel, en later bij de Franken. Een wapenstilstand tussen
de  Longobarden en Byzantijnen bracht de oplossing. Hij wijdde zich aan kerkenbouw in Rome o.a.de Sancta Lorenzo.
64 Gregorius I de grote 590-604 de grootste paus in de overgangsperiode tussen de oude kerk en de overgang naar de middeleeuwen.
Hij had zich teruggetrokken in een door hem gesticht Andreasklooster, het was familiebezit, en werd geroepen om de gezant van
paus Pelagius II, en werd diens opvolger bij acclamatie gekozen. Bij grote moeilijkheden door o.a.pest, hongersnood en oorlogen
wist hij behoedzaam te manoeuvreren, en hulp te organiseren waardoor hij bijzonder geliefd werd.
Door zijn toedoen werd de macht van  de paus alom erkend.
65 Sabinianus 604-606 Had voordien een kerkelijke functie in Constantinopel
66 Bonifacius III 607 was evenals zijn 2 voorgangers apocrisarius in Constantinopel, maar verzet zich tegen de titel Oecumenisch
Patriarch bij keizer Phocas. Hij werd pas verkozen na een jaar vergaderen (Sedisvacatio)
67 Bonifacius IV 608-615 werd na ruim negen maanden pas verkozen tot paus. Hij kreeg te maken met oorlogen in Noord Italië.
Kreeg van keizer Phocas het Pantheon ten geschenke, en liet die als Mariakerk inwijden (St.Maria ad Martyres),
en werd zodoende de  eerste tempel die in een Christelijke kerk veranderde.
68  Adeodatus I 615-618 Ook Deusdetit genaamd, verder geen historische gegevens bekend.
Wel dat het oudste bewaarde pauszegel van hem afkomsteg is.
69 Bonifacius V 619-625 Hij was het die de groeiende belangstelling voor de dan jonge Engelse kerk continueerde.
Hij werd gekozen op 23 dec.619 en was geboortig van Napels.
70 Honorius I 625-638 Hij had als bijnaam “leider des volks”, en was een leerling van paus
Gregorius de Grote. Hij was het die de eenheid van de Italiaanse bisschoppen bevorderde, en de bekering van de Angelsaksische volkeren bevorderde. Hij was een groot en goed bestuurder van de kerk en de stad Rome. Een smet op zijn naam, was de honoriuskwestie, (monothelisme- aanvaarding van een wil in Christus door de oosterse kerken, en een menselijke en geestelijke wil door Rome) hij had bewoordingen en formuleringen gekozen in een briefwisseling met de patriarch van Constantinopel, en nieuwe vindingen veroordeelt. Het concilie van Constantinopel in 682 veroordeelde hem daarop. Ook in de tijd van de reformatie, werd deze kwestie opgerakeld, om de onfeilbaarheid van de paus aan de kaak te stellen.
71 Severinus 640 Heilig verklaard, hij was stichter van 2 kloosters
72 Johannes IV 640-642 Hij verdedigde paus Honorius I, die toen omstreden maar nog niet door het Concilie was veroordeelt
73 Theodorus I 642-649 Hij was zoon van een Griekse bisschop. Zijn aandacht lag vooral in het oosten, en de strijd die aldaar oplaaide na het overlijden van keizer Heraclius (641)
74 Martinus I 649-655 Hij was gezant in Constantinopel, en werd tot paus gekozen zonder de toestemming van keizer Constans II. Op de Lateraanse synode veroortdeelde hij het monotheletisme en de door de keizer uitgevaardigde Tupos. De keizer gelastte zijn exarch (titel van een gevolmagtigde) om de paus gevangen te nemen, maar door rebellie kon paus Martinus nog enige tijd in Rome blijven. De nieuwe exarch Kalliopas voerde in 653 de paus naar Constantinopel, waar hij wegens hoogverraad ter door werd veroordeeld, maar op verzoek van de patriarch van Constantinopel werd dat omgezet in verbanning naar de Krim, waar hij door iedereen verlaten ontgoocheld en teleurgesteld overleed. Al tijdens zijn leven werd zijn opvolger gekozen.
75 Eugenius I 655-657 Hij was opvolger van Martinus die verbannen was, en stonf erg onder invloed van keizer Constans II.. Hij trachtte tevergeefs de vrede met Constantinopel te herstellen.
76 Vitalianus 657-672 Ook hij trachtte de verhoudingen tussen Rome en Constantinopel te verbeteren, door zijn goede contacten met keizer Constans II. Zijn belangrijkste beslissing was echter, dat hij de Griekse monnik Theodorus van Tarsus, na de synode van Whitby in 664, de kerk in Engeland liet reorganiseren. Als dank werd Theodorus aartsbisschop van Canterbury.
77 Adeodatus II 672-676 Geen historische gegevens bekend.
78 Donus 676-678 Bekend van zijn strijd tegen het monothelisme, verder weinig gegevens bekend.
79 Agatho 678-681 Zet de strijd van zijn voorganger tegen het monotheolisme voort. Hij bevorderde de Romeinse liturgie in Engeland.
Gaf zijn vertegenwoordiger naar het Concilie van Constantinopel een leerstellig schrijven mee, dat aldaar werd aanvaard en bevestigd door zijn opvolger, omdat Agatho voor het einde van het concilie overleed. Het 6e Concilie bijeengeroepen door keizer Constanrijn IV in 680 te Constantinopel III, het liep uit naar 682 omdat paus Agatho overleed, en er eerst een nieuwe paus, Leo II gekozen werd die het concilie doorgang liet vinden. Bij dit concilie een veroordeling van het Monotheletisme dat slechts een wil in Christus aanvaardde (Oosterse kerken), en door de paus steeds afgewezen werd. De Romeinse kerk en de pausen aanvaarden en verkondigden een menselijke en een geestelijke wil van Christus.
80 Leo II 682-683 Hij bestreed eveneens de strijd tegen het monotheolisme, en bevestigde het besluit van het 3e concilie van Constantinopel, en steunde Honorius I die daar in het verleden om veroordeeld was. Hij bevorderde de vrede tussen Oost en West.
81 Benedictus II 684-685 Hij werd gekozen in juli 683, maar pas bevestigd op 26 juni 684 door keizer Constantijn IV. Vanaf dat moment, delegeerden de keizers deze bevestigingen aan de exarch (plaatsvervanger) in Ravenna. Hij verplichte het westen, om het besluit van
concilie van Constantinopel tegen het monotheletisme te aanvaarden
82 Johannes V 685-686 Hij was de eerste van een serie Grieks-Syrische pausen.
Hij was de legaat van paus Agatho op het concilie van Constantinopel, en had een goed contact met keizer Justinianus II.
83 Conon 686-687 Hij was de tweede Grieks-Syrische paus
84 Sergius I 687-701 Hij was derde Grieks-Syrische paus, en zou een compromis kandidaat zijn. De verhouding met de Byzantijnse keizer Justinianus II raakte vertroebeld, door zijn weigering de Trullaanse synode van 691 te ondertekenen. Zelf Syriër, heeft hij een aantal oosterse Mariafeestdagen in de romeinse liturgie opgenomen. In 695 werd Willibrordus door hem persoonlijk gewijd.
84a Theodorus 687 Hij was tegenpaus, doordat hij de candidaat was van de Romeinse militie ten tijde van de pauskeuze van Johannes V en Conon. Hijzelf onderwierp zich spoedig aan de gekozen Sergius I
84b Paschalis 687-692 Hij was diaken onder Johannes V, en was tegenpaus als candidaat van de romeinse Clerus voor de pauszetel. Theodorus en Paschalis moesten tenslotte wijken voor Sergius I
85 Johannes VI 701-705 De vierde in de rij Grieks-Syrische pausen, hij was een bemiddelaar
in de strijd tussen Byzantijnen en Longobarden.
86 Johannes VII 705-707 Hij wist de verhouding met de Longobarden aanmerkelijk te verbeteren, maar durfde keizer Justinianus II niet aan te spreken op besluiten van de Trullaanse synode in 691. Hij bevorderde de kunst in Rome.
87 Sisinnius 708 Geen gegevens bekend.
88 Constantinus I 708-715 Geen of weinig gegevens bekend. De latere paus Gregorius II was onder hem diaken te Constantinopel.
89 Gregorius II 715-731 Hij was de enige Romeinse paus in een periode van Grieks-Syrische pausen (685-752). Tijdens zijn pontificaat waren er spanningen tussen de Byzantijnse en Germaanse werdelden. Aan Bonifacius gaf hij de eerste missieopdracht voor Thuringen (719) en wijdde hem tot bisschop in 722. Bijzondere aandacht had hij voor de kloosters van de Benedictijnen.
90 Gregorius III 731-741 Hij zette het beleid van zijn voorganger voort, wijdde Bonifacius in in 732 tot aartsbisschop en tot apostolisch legaat voor geheel Duitsland in 738. Had een conflict met keizer Leo III, over iconoclasme (beeldenverering) wat leidde tot excommunicatie van de laatste.

Geef een reactie