heijmerikx.nl

Information

This article was written on 23 feb 2008, and is filled under Salland regionaal.

Current post is tagged

Raalte, van Wijheseweg tot Burgemeester Kerssemakersstraat.

Herinneringen uit mijn jeugd, ter beschikking gesteld aan Frits Offenberg, die een boek over de bewoners van de Burg.Kerssemakersstraat het licht deed zien in 2005.

Deze straat was een der toeganswegen tot het dorp, nu zijn er vele, maar vroeger kon je ze op een hand tellen. De Zwolseweg, Lindertseweg, Almeloseweg, Deventerweg en Wijheseweg. Er waren nog wel enkele onverharde zandwegen, maar dat mag geen naam hebben.

De oorsprong is moeilijk aan te geven, maar al sinds de N.H. kerk er staat, zullen er wegen naar die kerk gelopen hebben vanuit verschillende buurtschappen of groepen van boerderijen. Ook zullen handelswegen een rol hebben gespeeld, te denken valt daarbij aan de Hessenwagens, die vanuit Duitsland richting Holland reden, kloosterbezittingen, riddermatige huizen die ergens stonden en bereikt moesten worden, alles kon een rol spelen. Al in 1425 is er sprake van de stichting van een kerk in de buurtschap Tye en Raderbuurtschap (Tijenraan), en zal er ongetwijfeld een kerkpad gelopen hebben naar de kerk. Of de Wijheseweg ook zo’n kerkpad geweest is in zijn oorsprong, is natuurlijk niet meer na te gaan, maar is niet onwaarschijnlijk, zie het restant van de Domineeskamp.

De Wijheseweg zal van oorsprong een zandweg geweest zijn, en praten dan over een weg van ca. 10 kilometer lang.

In een brief aan de Gouverneur van Overijssel d.d. 1 april 1841 door den Burgemeester van Wijhe, waarin hij een ontwerpplan indient, teneinde aan deliberatie van de raad te onderwerpen en daarop een toestemmend besluit te provoceren. Met de bedoeling om na deliberatie over de begroting van het volgend jaar ter tafel van de raad te brengen.

De gemeenteraad van Raalte, delibereert ook over het voorstel van Wijhe, om een kunstweg aan te leggen van oer en puin tussen de dorpen Raalte en Wijhe en het plan van geldlening tot bestrijding der kosten, en sturen een missive aan den Gouverneur ter voorlopige kennisgeving.

Over en weer gaan vervolgens de brieven tussen Wijhe, Raalte en de Gouverneur, ook met het verzoek om gezamenlijk te confereren. Zeker ook over de lening van F 220.000,- welke nodig is voor de aanleg van de puinweg. Ook over het tarief wat gevraagd moet worden aan de Tol. In 1844 wordt de commissie voor den aanleg van den kunstweg machtiging verleent voor een tweeden tol in de nabijheid van Gabel nr.1. In 1883 wordt door de voorzitter van de raad voorgesteld, om den grintweg te beginnen bij Raalte te vervangen door klinkers, gezien de voortdurende slechte toestand van de weg, en zulks te doen bij kleine gedeelten. Het voorstel is aangenomen met 6 tegen 4 stemmen.

Wanneer de Wijheseweg de naam van Burgemeester Kerssemakersstraat heeft gekregen, is mij niet bekend, al zal het raadsvoorstel wel uitsluitsel kunnen geven. In elk geval was W.A.P.Kerssemaker burgemeester van Raalte van 8 september 1900 tot 1 september 1934, en is hij overleden te Deventer op 7 december 1943. Het zal dus kort na de oorlog zijn geweest, dat de naamsverandering zal hebben plaatsgevonden.

Beginnende aan de zuidkant met de oneven nummers, met als startpunt bakkerij v.d.Linden, die overigens aan de Koestraat stond, maar tegen de winkel aangebouwd stond hun woonhuis, en dat zou als adres wel eens B.K.straat geweest kunnen zijn.

Daarnaast en achter het cafe/winkel en woonhuis lag hun tuin, welke met een heg was afgescheiden van de straat, en in de uiterste hoek was een hek, welke altijd openstond en waar de venterswagen getrokken door een paard telkens in en uit reed. In die tuin waren verschillende schuren, waar o.a. de venterswagen gestald konden worden. Later werd er gevent met een volkswagenbusje.

De panden van v.d.Linden zijn geworden tot het wooncomplex de 7 Linden.

Ook waren er paardenstallen in de tuin, en naast het cafe a/d Koestraat, waar de boeren op zondag hun paarden konden stallen als zij naar de kerk gingen. De koetsen stalden zij of in de Koestraat, of in de tuin. Die tuin van toen is nu het begin van de Westdorplaan.

Vervolgens komen wij bij een pand welke onderverdeeld was in 3 huizen, in de eerste met de deur a/d B.K.straat woonde de fam. Hogeman, een man en vrouw met 2 kinderen, 1 jongen en 1 meisje. Direct om de hoek woonde de fam Smeenk met ook 2 kinderen, Jan en Marjon welk gezin later een stukje verderop kwamen te wonen. Hij was o.a. schoorsteenveger en in zijn vrije tijd een verwoed amateur-filmer.

Deze huizen zijn afgebroken, en ervoor in de plaats kwam de fam Schoorlemmer die er een nieuwe woning op bouwde.

Ook de fam.Smeenk bouwde een nieuwe woning, en wel naast de fam. Schoorlemmer.

Vervolgens werd een stuk naar achteren een school gebouwd, voor het Bijzonder Lager Onderwijs, waarvan de ingang lag naast de woning van Smeenk. Hoofd van die school was meester de Jong, woonachtig op de hoek Zwolsestraat/Monumentenstraat.

Dan kregen wij het huis van Buys, waar twee dames woonden, Bertha en Toos Buys, en waar elk weekend hun broer ook een thuis had. Deze broer Theo Buys was werkzaam bij de Nederlandse Spoorwegen, met als standplaats Haarlem. Achter deze woning, was ook nog een zelfstandige wooneenheid waar heel lang ook een fam.Buys gewoond heeft, familie van de 3 personen in het voorhuis. Aan Theo bewaar ik persoonlijk goede herinneringen. In mijn militaire diensttijd, reisde ik veel met hem samen, en dronken in Amersfoort waar onze wegen zich scheidden, regelmatig een biertje, die hij altijd betaalde voor een arme soldaat die ik was. De soldij bedroeg toen nog F 1,10 p/dag. Het huis was de voormalige gevangenis of spinhuis genaamd.

Naast, en achter het huis van de fam Buys, lag een pad Domineeskaamp genaamd, omdat men via dit pad, eigenlijk was het een kerkpad uitkwam bij de N.H.kerk aan de Plas en daarbij langs de pastorie van de dominee kwam.

Aan dit pad lagen vele volkstuinen, en het geheel was behoorlijk groot te noemen.

Dit onverharde, maar goed begaanbaar pad was van grote betekenis voor velen. Het was de kortste weg naar het centrum, en naar het cafe van Buis en Poppe, en je kon er vrijwel ongezien komen, maar ook weer wegkomen. En dat laatste was zeker op woensdagen als er markt was geweest, voor sommigen erg prettig. Ongevaarlijk was dat pad overigens niet, langs dat pad lag een kattensloot, dat werd nu eenmaal zo genoemd, en dat was een erg vervuilde sloot, waar afval van de volkstuinen in gedumpt werd, en waar altijd een dikke groene drab op dreef met grote luchtbellen, en waaruit altijd een soort moerasgas opsteeg. Menigeen is daar kopje onder gegaan, als het pad niet meer zo helder te zien was, door welke oorzaak dan ook, en hij ook niet meer zo recht was als s’morgens op weg naar de markt. Deze sloot was de afscheiding met de tuin van notaris Osse, huize “de Meerle” aan de Koestraat. Dit pad had verschillende in/uitgangen, Wijheseweg, Koestraat, de Plas en Deventerstraat en liep overal tussendoor en achterlangs, een gedeelte was niet ongevaarlijk, omdat je dan tussen een hoge haag door fietste met een scherpe bocht.

Vervolgens een rij woningen met dezelfde uitstraling, en waar achtereenvolgens in woonden, de fam.Overmars, de weduwvrouw Blieckman, het echtpaar Vrielink en na hun de fam.de Haan hij was buschauffeur bij Salland, een moeder met haar dochter, beiden lang van postuur en erg mager, later woonde in dat pand een dochter van Wiefferink gehuwd met van Dartel, en als laatste de fam. Wiefferink. Deze laatste was metselaar, en zat op zondagmiddagen veel op zijn stoel voor het huis, achterovergeleund met zijn stoel op 2 poten.

Naast hun woonde huisarts de Boer, die zijn meeste patienten had van protestante huize, de verzuiling speelde toen zeker nog een grote rol.

Daarnaast woonde veearts Ex, die een grote hobby beoefende, jagen.

Naast hem woonde de fam Kreileman die verhuisden naar een nieuw gebouwd huis verderop in de straat, en verkochten hun woning aan de fam. Jansen, hij was werkzaam in de pluimveesector.

Vervolgens Spijkerman, een echtpaar met kinderen waarvan de zoon ongehuwd is gebleven, en lichamelijk gehandicapt was. Hij was altijd in de weer met een typemachine, en heeft, althans in mijn herinnering veel vrijwilligerswerk gedaan, ik dacht voor de parochie van de H.Kruisverheffing.

Zijn vader was overigens eertijds gemeentelijk doodgraver, en doodgraver voor diezelfde parochie, eerst voor het kerkhof aan de Achterweg, en later voor het kerkhof aan de Kerkstraat waar hij begraven is op een door hemzelf uitgezocht plaatsje die door pastoor van Dijk hem had beloofd. De functie van doodgraver betekende tevens het onderhoud van het kerkhof, de zorg voor benodigde dragers en eventueel tegen betaling het aanzeggen van de overledenen. Dat gebeurde bij familie en buren, maar ook bij familie die verder weg woonde, en dat kon soms erg ver weg zijn.

Dan kwam er een hekkendam, die toegang gaf tot de weilanden van Mariensie van de Beumer (Marinus Durberg was zijn echte naam, maar weinigen kenden hem onder die naam) Marinus was boer en woonde in de Grotestraat met als uitgang het eerder genoemde Domineeskamp.

Bij die hekkendam kwam een tochtsloot richting Wijheseweg gelopen, die onder het kanaal door, langs de ijsbaan van Oldemaat aan de Deventerweg liep, en waar water uit gepompt werd voor de ijsbaan s’winters, tussen de woningen van huisarts Hagemeijer en bakker Overgoor liep, vervolgens richting Domineeskamp, achter de volkstuinen langs en waar de volkstuinders er ook water uithaalden indien nodig voor hun gewassen, om dan langs het weiland van Mariensie en de tuin van Spijkerman bij de Wijheseweg uit te komen. Vervolgens liep de sloot langs de weg om vervolgens na het huis van Roes “de Snip” genaamd onder de weg doorstromend zijn weg verder te vervolgen. Over die sloot later meer.

Dan stond daar heel lang het boerderijtje van Morrenhof, omgeven door toch wel wat eigen grondgebied, zo bleef hij baas over zijn eigen woonomgeving. Dan had je daar het land van Heintje Lemmers, wiens zoon in Zwolle woonde, en de gronden later verkocht en waar de woningen op staan van Kieftenbeld, een al wat ouder echtpaar met 1 dochter en een grote herdershond, later woonde daar Eektimmerman. Daarnaast de invulling van het laatste stukje weiland van Heintje Lemmers met een nieuwbouwwoning van Heijmerikx in 1970/71, vervolgens woningen die zijn gebouwd door Knikkerjans, zijn echte maar minder bekende naam was Nieuwkamp, in de beginjaren 1960, Zr. Franssen directrice opleiding van het St.Franciscushof en huisgenote, fam. van Raaij redacteur Overijssels dagblad, fam. Reinders slager uit de Herenstraat, en fam.van Munster vertegenwoordiger in reukwaren.

Dan de Klompstraat, welke eertijds de groentetuin was van de fam. Klein Hofmeijer, en waar achterin die tuin twee kippenschuren stonden waar kuikens werden opgefokt tot hennen, voor een kuikenbroederij uit Lunteren. Hein de vader, bekend als Hein van Kulo was werkzaam bij kruidenier Aa aan de Varkensmarkt, en later als portier verbonden aan de Hevea. Hun huis had de naam van ’t Jagertje en van hem had ik ooit gehoord, dat zijn huis en het huis van de buren samen F 7.000,- gekost zouden hebben.

In dat huis met de naam “de Snip” woonde de fam. Roes, hij was belastinginspecteur en zij was van Joodse afkomst, en inspectrice van de dierenbescherming. Dat betekende, dat zij nogal eens kwam met een nest jonge poesjes of hondjes, waar de afdeling Raalte mee in zijn maag zat, en mijn vader werd gevraagd om ze te laten inslapen. En dat gebeurde regelmatig. Ook gebeurde het, dat zij tuinafval bij de koeien in het weiland deponeerde. Goed bedoeld, en onschuldig dacht zij, en ook mijn vader had er geen moeite mee. Totdat veearts Ex tot de conclusie kwam bij een zieke koe, dat, dat tuinafval wel eens de boosdoener van de ziekte zou kunnen zijn. Taxus afval was daarvan de oorzaak. Na het overlijden van haar echtgenoot, kwam zij op gegeven moment in het bezit van een Volkswagen, waar zij overal mee heen reed. Een erg ervaren rijdster was zij echter niet, en het gebeurde regelmatig dat zij achteruitrijdende over het lage muurtje van haar tuin reed, de tuin lag een kleine 20 centimeter lager, en vervolgens niet meer voor of achteruit kon. Dan kwamen de sterke jongens uit de buurt weer opdraven, om haar weer op weg te helpen.

Daarnaast stond eertijds het huis van burgemeester Kerssemakers, en na afbraak van dat pand werd er een nieuw huis met praktijkruimte op gebouwd door tandarts P.G.M.Gelhard. PGM stond in mijn kinderogen voor PiGgelMee, vandaar dat ik mij de voorletters nog kon herinneren. Rondom dat huis heeft de buurt zich goed kunnen vermaken, omdat er achter een bos lag waar het goed spelen was, verstoppertje, tikkertje, diefje met verlos, fietsen, hutten bouwen, en niet te vergeten boompje klimmen. Later mochten wij van Gelhard, zijn zoon Thaddy en ik, met een windbuks ook schieten op voorwerpen die wij in een boom hingen. Ook in de kolenkelder verstopten wij ons regelmatig, en niet zoals in Raalte in oorlogstijd werd beweert, dat die kelder bij de verbouwing van Huize “de Langkamp” pas weer ontdekt werd in 2003.

Dat schieten heeft ons toch later nog wat problemen gekost, maar daarover later meer.

Ook groeiden daar allerlei vruchten, hazelnoten, krenten, beukennootjes en kastanjes, maar van die laatste mocht je er niet teveel van rapen. Ook diende dat bos als uitvalbasis voor de appels van Beltman, die een kleine 100 meter verderop woonde, en die de lekkerste appels, peren en rode- en kruisbessen had. Je kon ze ook thuis eten, maar wat van ver komt was, en is soms nog wel, lekkerder. Een keer ben ik gesnapt, en heb moeten lopen voor mijn leven, en achterom kijkend gleed ik uit in een koeienvla, en viel er vervolgens met mijn gezicht in, dat waren nog eens bosvruchten.

Voor hun huis, “de Langkamp” genaamd lag een gracht, en in onze kinderjaren stikte het daar van de kikkers. Horen en zien verging je soms s’zomers. Het was een wrede sport, maar met een rietje, en dat riet groeide aan de rand van die gracht, blies je soms een kikker op die dan vervolgens nooit meer onder water kon duiken. Ook werden er donderkopjes gevangen, om vervolgens in een jampotje te zien hoe zo’n donderpadje zich in een kikkertje veranderde.

Vervolgens kwam men aan de Langkampweg, de toegang tot deze zandweg, die nog onverhard was en bestond uit een driehoek van grote en hoge bomen, en waar men van twee kanten kon inrijden. Aan deze weg in die driehoek, stonden tot na de oorlog vaak woonwagens. Niet dat het een vaste plek was, maar meer een soort doorgangsplek waar wel vaak dezelfde mensen stonden. Water werd aan de overkant gehaald uit de pomp die aan de zijkant van de boerderij stond.

Dat heeft nooit problemen gegeven voorzover ik mij kan herinneren. Deze wagens stonden wel een beetje in een laagte, zodat bij slecht weer dat niet bepaald prettig geweest moet zijn.

Daarnaast begon het weiland van Neuleman en liep ca. 300 meter door enkel onderbroken door een smal toegangsweggetje van nog geen meter breed naar de voordeur van ook wel 200 meter lengte. Begon je fietsend aan deze onderneming, moest je door fietsen, want onderweg afstappen was er niet bij omdat er geen ruimte voor was. En moest je van de fiets af, dan kwam je in aanraking met het schrikdraad. Aan het eind van de Wijheseweg kwam je nog 1 weiland tegen van Jan Huisman, die woonde ca. 200 meter verderop aan de Nieuwe Deventerweg, en dan was je aan de kruising, het einde van de Wijheseweg, welke later werd omgedoopt tot Burgemeester Kerssemakersstraat. De Wijheseweg overigens loopt nog ca 5 kilometer verder tot aan de afslag Broekland, waar hij overgaat in de Raalterweg, zo genoemd door Wijhenaren die richting Raalte gingen.

Vervolgens begin ik opnieuw, maar nu aan de even nummering.

Het eerste huis was van de fam.Vlierhuis, hij was gemeenteontvanger.

Dat huizenblok bestond uit drie huizen, aan de Zwolsestraat woonde de fam.Elsjan of Wipper, gemeentesecretaris, dan op de hoek met de de Burgemeester Kerssemakerstraat genoemde fam.Vlierhuis, en in de B.K.straat de fam.Te Boekte.

Voordat die drie huizen er stonden, stond er een oud huis welk een stuk onder straatniveau lag en bewoond werd door de fam. van der Waa.

Verderop, lag een braak stuk grond wat op een gegeven moment in gebruik werd genomen door de Kraamzorg, waar verschillende kraamzusters ook vaak inwonend waren onder leiding van Zuster Schuurman. Zij woonde rechts in het gebouw, en de anderen links in het wat langgerekte gedeelte. Deze kraamzusters waren goed beschermd, want keken achter uit op het politiebureau.

Later kwam hier een huisartsenpost, die inmiddels ook weer is afgebroken, en nu staan er luxe appartementen, evenals op de plek van het voormalige politiebureau .

Direct achter deze kraamzorgpost was ook de toegang tot de politiekazerne, welk aan de Zwolsestraat gelegen was.

Dan kwam het huis en de tuin van het schoolhoofd van de Antoniusschool, L.H.B.Simonnetti, en vervolgens de speelplaats, afgeschermd met een hek.

Deze school was lange tijd de school voor de Raalter katholieke jongens, voor de meisjes was er de Mariaschool in de Kerkstraat. Samen met dan nog de Openbare School aan de Schoolstraat ging het hele dorp in die drie scholen op les. Naast de school woonde Kauw de kleermaker, die in de karakteristieke kleermakerzit steeds op zijn naaitafel zat. De man was evenals zijn vrouw doof-stom. Maar alleraardigst in de omgang en bijzonder vriendelijk. Alhoewel velen hem erg vervelend vonden, maar dat kwam meer door het feit dat hij dagelijks vele ballen, knikkers, stuiters en tollen om zijn huis kreeg van de schooljeugd, en hen steeds maar weer gevraagd werd om die terug te gooien, want als schoolgaande jeugd had je niet het lef om van het schoolplein af te lopen om de speelattributen op te halen. Naast hem woonde juffrouw Hulzebosch, weliswaar was zij een weduwvrouw, maar ging als juffrouw door het leven.

Bij haar was het een komen en gaan van vele jongeren, omdat ook zij opgroeiende kinderen had, en daar nu eenmaal vaak meer mocht dan thuis. In mijn herinnering heb ik mij wel eens afgevraagd hoe het mogelijk was, dat zo velen in een zo’n klein huis pasten.

Ook was zij de hulp in taal en antwoord voor haar buren de fam.Kauw, die op de muur klopten als zij haar nodig hadden.

Weer daarnaast woonde de fam Vlaskamp, die in elk geval 2 zonen hadden. Deze drie huisgezinnen, woonden in een blokje van drie woningen die eigendom waren van Kruitbosch de groenteboer uit de Herenstraat.

Dan kwam Ellenbroek de elektricien die getrouwd was met de dochter van de veldwachter Luiten, die ernaast woonde.

Dan Schutte de schoenmaker, wiens zoon Herman ook als schoenmaker daar begonnen is, en uiteindelijk een sportzaak heeft opgebouwd in de Stationsstraat en vervolgens in de Herenstraat.

Dan had je een stuk bouwland, die bewerkt werd door Fons Oude Nijhuis, concierge aan de Landbouw Winterschool.

De Kruidenier Jonkman, met zijn altijd aanwezige sigaar in de mond, woonde weer daarnaast, met een breed pad ertussen, waar vrijwel alle bekende marskramers hun waar inkochten. Het was een groot pand met een nog groter assortiment, waar je werkelijk alles, maar dan ook alles kon kopen. Achter zijn huis was een voorraadmagazijn aangebouwd, die uitpuilde van de goederen.

Ook de marskramers uit de weide omgeving kwamen bij Jonkman hun inkopen doen.

Naast hem van Wegen, die achter zijn woning een kantoor had gebouwd, en daar een boekhoudbureau runde.

Vervolgens akkertjes en een weilandje, waar op een gegeven moment zo’n 100 meter van de weg af een heuse tennisbaan werd aangelegd.

Omheind met een hoog hek.

De ingang bevond zich aan de Hofstederlaan oftewel het Scheperhermsdiekie.

Na de tennisbaan werd er door ten Have een hal gebouwd voor zijn groothandel in kruidenierswaren, welke later verhuisde naar de Achterhoek, Winterswijk geloof ik. De hal werd vervolgens gekocht en verbouwd tot Meubelhal van Herman Meijer, getrouwd met Ans Jorink. Ook deze hal moest uiteindelijk plaats maken voor woningbouw, zoals die er nu staat.

Kreileman is van latere datum, hij had een verzekeringskantoor aan huis, en profiteerde van een achteringang via de Hofstederdijk en met welwillende toestemming van Herman Meijer.

Ook zijn buurman de fam. Kappert, had op die manier een achteringang.

Kappert werkte in mijn herinnering bij de belastingdienst, maar had ook een functie bij de N.H.Kerk, ik dacht als penningmeester en archivaris.

Dan was er weer een akkertje, dat gekocht werd door de dames Schwarte, die er een klein huisje op lieten zetten, maar voor hun twee groot genoeg.

Hun huis werd druk bezocht in het begin van het televisie tijdperk, waar op zaterdagmiddagen gekeken werd naar Hannie Lips met het programma, Wie wil mijn marmotje zien, en later Swiebertje. Annie Schwarte de jongste van de twee was jarenlang verbonden aan de Posterijen.

Naast hun woonde de fam Claassen-Jorink, hij was leraar aan de Landbouw Winterschool zij hadden een zoon en drie dochters.

Daar weer naast, woonde de fam. Pieters-Eikenaar, hij was werkzaam bij de belastingdienst, Het echtpaar had zeker drie kinderen, waarvan er twee in het onderwijs werkzaam waren. Geert aan de Antoniuschool, en hij was het die het beeldje van Antonius heeft gemaakt, die jarenlang in de nis van een nieuwe aanbouw geplaatst was.

Naast hun huis was de Hofstederlaan, genoemd naar een Havezathe die gestaan heeft, waar nu de woningen staan aan de Kennedylaan.

De Hofstederlaan was in de omgeving beter bekend als Scheperhermsdiekie. Aan het eind daarvan woonde Scheperherm, Brinkhuis met zijn zondagse naam.

Dan het ziekenhuis, nu verzorginghuis. Gebouwd in de jaren tussen 1930 de aanbesteding en 1932 de inwijding. De eigenlijke bouw duurde van de 1e steen 26 maart 1931 tot de inzegening 12 juli 1932 maar 15 maanden voor zo’n enorm gebouw. De bouw was noodzakelijk, omdat het oude gebouw aan de Herenstraat te klein werd, en er geen uitbreidingsmogelijkheden waren. De mogelijkheid van nieuwbouw deed zich voor toen de dames van Dam hun huis en erf beschikbaar stelden voor het stichten van een nieuw liefdesgesticht. Zij woonden toen in een villa van grijze stenen, “Casa Blanca” geheten.

In dat ziekenhuis werden niet alleen zieken opgenomen, maar was ook een afdeling voor ouden van dagen. Een dames en herenafdeling, beide afdelingen bestonden uit twee grote kamers, met een enorme tafel in het midden, met rondom aan de muur stoelen en een kastje voor persoonlijke spullen. Ik herinner mij nog vele namen, omdat ik vrijwel dagelijks de tuinman ging helpen in mijn lagere schooltijd. Rinus Pot de tuinman, wiens zuster ook lid van de congregatie was, en beiden uit Utrecht afkomstig. Ik hielp hem met het rondbrengen van de planten door het hele ziekenhuis en klooster, maar heb nimmer het slot gezien, de woonplek van de zusters, ik moest altijd bij de klapdeuren wachten.

Meneer de Beer die altijd met zijn waggelende gang boodschappen ophaalde in het dorp.

Meneer Steenman, een keurige oude man onberispelijk gekleed, waarvan ik nog altijd een kaart heb bewaart met een spreuk, die hij mij stuurde bij mijn plechtige communie.

Veltien, een man die werkzaam was op de boerderij, evenals Willem wiens achternaam ik nooit gekend heb, een man die verstandelijk gehandicapt was, maar zich nuttig kon en ook maakte met zijn werkzaamheden op de boerderij. Hij was het, die elke zondag vanuit het ziekenhuis quasi onschuldig richting onze boerderij kwam lopen, en alvast direct bij het begin van ons weiland zijn pijp begon uit te kloppen, en dat volhield tot hij bij de tuin was aangeland. Daar draalde hij net zo lang, of klopte nog eens met daarbij gaand gekuch, tot hij van mijn vader een sigaar kreeg met altijd de zelfde woorden dank oe we, vervolgens zijn sigaar aanstak, om in enorme rookwolken gehuld zichtbaar tevreden weer naar huis slofte, om vervolgens de zondag erop het weer te herhalen. Wanneer onze vader niet thuis was, dan wisten wij kinderen wat ons te doen stond. Dat ritueel heeft zich jarenlang herhaalt. Ook waren daar Alferink die overdag op de boerderij hielp, en thuis nog een boerderijtje bestierde, en Nijkamp de vaste knecht die woonde met zijn gezin aanvankelijk op de boerderij grenzend aan de kloostertuin, maar later woonde aan de Zwolsestraat hoek Hofstederlaan. Omdat langzaam het bejaardengebeuren toen werd afgestoten, moesten zij de boerderij ontruimen, om enkele overgebleven bejaarden daar te laten wonen.

Van de dames herinner ik mij er veel minder, juffrouw Kloppenberg, die regelmatig bij ons kwam theedrinken en dan onder de klok zat, en waarvan ik nog een vaas bezit, die mijn ouders bij hun huwelijk van haar cadeau hebben gekregen, en Mina Klink die altijd aan het uitkloppen was, van kleedjes tot aan kranten toe. Ook waren er particuliere bewoners, die kennelijk meer financiele armslag hadden, en ook aan de voorkant woonden in eigen kamers, een daarvan was juffrouw Kloppenberg. Ook de Voorthuizen’s woonden daar, 1 zus en 2 broers zij waren in het bezit geweest van veel grond aan de Zwolseweg, daar waar nu o.a. de sportvelden van Rohda gelegen zijn, tot aan de Ceintuurbaan toe, gronden die het ziekenhuis later in bezit had. Ook geestelijken woonden daar regelmatig, o.a. pastoor Oderkerk toen hij met emeritaat ging.

Dat ziekenhuis had als erfafscheiding aan de straat een muur, niet te hoog en met een ingangspartij een beide kanten. Over dat muurtje liepen wij vaak naar huis toe, dat was niet al te eenvoudig, omdat de bovenkant tegen elkaar gemetseld was in een punt van 90 graden. Wanneer je nu nieuwe klompen aan had, kon je de hakken achter de scherpe punt zetten, en had je houvast. Maar mijn klompen waren op een gegeven moment niet meer van hakken voorzien door slijtage, maar wilde toch over het muurtje lopen naar huis. Ik heb het geweten, want op gegeven moment gleden mijn klompen van het muurtje af en viel ik naar beneden met aan elke kant een been. Ik kan iedereen verzekeren, dat ik toen de vogeltjes in Rusland hoorde fluiten. Ook had dat muurtje in het midden een gat, niet groot, en afgemetseld met een stuk gresbuis ter grootte van ca, 25 centimeter in het rond. Daar zaten wij veel achter, met een touwtje door die buis met daaraan een portemonnee, om achteloze voorbijgangers te foppen door de portemonnee weg te trekken als zij zich bukten. Dat ging redelijk vaak op, een keer dreigde het mis te gaan, omdat Vennis de politieagent zich bukte en ik niet het lef had om te trekken. Dat had ook niet gekund, omdat hij precies op het touw ging staan. Ik verdenk hem ervan, dat hij in de gaten had wat er zich achter het muurtje afspeelde. Hij deed de portemonnee onder zijn snelbinders, en stapte weer op om verder te fietsen. Zelf had ik doodsangsten uit staande, niet het lef iets te zeggen, en wilde ook het zwarte garen niet loslaten, en het geluk was met mij, want de portemonnee sprong onder zijn snelbinders vandaan toen hij wegfietste en viel weer op straat.

Daarna kwam de waterleiding weer van de overkant onder de weg door gestroomd weer in beeld, om te verdwijnen als erfafscheiding naar achteren.

In mijn jeugd, was er nog geen riolering, en je kon zien aan het afwalwater, als men in het toenmalige ziekenhuis aan het opereren was. Het stikte er rondom van de ratten, en toch speelden wij verderop regelmatig bij of in de sloot. Achter het ziekenhuis lag een weiland, uit het zicht van de openbare weg, en als de winter kwam, kreeg mijn vader regelmatig het verzoek om toch vooral maar niet een greppeltje te graven, om het water van dat weiland weg te laten lopen in de waterleiding. In het midden van dat weiland was het een stuk lager. De nonnen van het klooster schaatsten daar s’winters als er ijs lag zeer regelmatig op. Toch een komisch gezicht, in die lange kloosterkleding met grote kappen op, en dan op schaatsen die in een museum het niet gek zouden doen, voorzien van enorme krullen. Ook lag daar een bouwland, waar mijn vader die daar aan het bouwen was, plotseling geroepen werd door zuster Antonia, de operatiezuster. Mijn vader bond het paard aan de boom, en ging erheen. Hem werd gevraagd om bloed te geven voor een operatie, die aan de gang was, en er deden zich complicaties voor. Nu gaf mijn vader al wel eens bloed, maar op deze wijze was hem nog nooit overkomen. Liggend op een brancard op de operatiekamer met enkel een schermpje ter afscheiding, heeft hij direct bloed gegeven. Na afloop een kop koffie, en vervolgens ging hij maar weer verder met het bouwen van zijn akker. Ook toen er een rontgenapparaat kwam, mocht ik als een der eersten kalkpap drinken, samen met Thaddy Gelhard, en konden op die manier bij elkaar zien waar dat bleef, daarbij kregen wij uitleg van Zr.Antonia.

Dan het weiland, waar met de regelmaat een gat in de grond werd gegraven, om het afval in te stoppen ook werd dat steeds in de brand gestoken, wat voor ons kleine pyromaantjes natuurlijk mooi werk was. Een probleempje deed zich daarbij wel voor, mijn moeder gebruikte toen haarlak, en als die bus leeg was verdween dat ook in dat gat, terwijl de bus nog onder druk stond. Dat gaf natuurlijk een enorme dreun, en wij lagen dan ook altijd verdekt opgesteld, want helemaal ongevaarlijk was dat niet. De koeien stonden er natuurlijk wel rondom dat gat te kijken naar dat vuurtje, en als de knal kwam, wat soms te paard ging met een vliegende bus, die zij ook wel eens voor hun kop kregen, dan waren zij voorlopig niet uitgerend. In datzelfde weiland is ook al eens een autocross rodeo gehouden, georganiseerd door de R.A.M. Na afloop hoefde mijn vader dat weiland niet meer om te bouwen, hooguit een beetje vlak maken.

Dan de Boerderij van mijn ouders, een boerderij die in 1915 gebouwd is door aannemer Pronk uit Raalte voor rekening van het echtpaar Wiefferink-Nibbelink. Mijn vader is in 1931 gehuwd met hun dochter, en waaruit 5 kinderen geboren zijn. Na het overlijden van zijn 1e vrouw in 1939, is hij hertrouwd in 1943, uit dat 2e huwelijk zijn 2 kinderen geboren, waarvan ik er een ben geboren in 1944.

De boerderij van mijn ouders, is in 1970 verkocht aan een stichting uit s’ Hertogenbosch, die ook de Hartkamp beheerde, en die er aanvankelijk een verpleeghuis voor demente bejaarden op wilde bouwen, maar dat ging uiteindelijk door gewijzigde inzichten niet door, en het geheel is toen doorverkocht aan de gemeente, die er uiteindelijk Drostenkamp op ontwikkelde en realiseerde.

Mijn ouders mochten totdat de plannen ten uitvoer werden gebracht, er nog een tijd wonen, maar hebben toen het vertrek aanstaande was, het laatste stukje weiland gekocht wat nog beschikbaar was aan de Burgemeester Kerssemakersstraat gekocht van de zoon van Heintie Lemmers, en hebben daar een nieuw huis op laten bouwen door aannemer Jansen.

Zij hebben daar toch nog een aantal jaren fijn kunnen wonen, en zijn beiden kort na elkaar overleden in 1989.

De boerderij is uiteindelijk afgebroken, na eerst nog in beeld te zijn geweest als een soort wijk of buurtcentrum. Delen daarvan zijn hergebruikt voor de restauratie van boerderijen in bijv. Rijssen, zoals de dakpannen, daar zijn drie boerderijtjes voorzien van deze oude dakpannen.

Deze dakpannen waren nu ook weer niet zo oud, want ik kan mij nog herinneren als klein kind, dat eens bij een storm er duizenden zijn afgewaaid, en de stukken daarvan soms tot in de tuin van het ziekenhuis lagen.

Vermoedelijk heb ik bij die gelegenheid, heilig ontzag gekregen voor harde stormwinden.

Achter de boerderij lag het bouwland wat een stuk hoger lag, en waar het Waterschapshuis is verrezen, momenteel Beaphar. Het gebeurde in de jaren 50, dat toen ik met mijn huiswerk klaar was, en met Thaddy Gelhard achter de boerderij kwam om te voetballen, er verderop een grote groep mensen op en naast de straat stonden, en wij nieuwsgierig als wij waren, er ook op af gingen. Wij zagen toen een vrouw die in een bestelauto gedragen werd van Overmars de kruidenier, door Overmars en met hulp van omstanders, en dat ging toen snel richting ziekenhuis. Later hoorden wij dat zij beschoten was, en in haar been geraakt was.

De politie deed daar onderzoek naar, en de geruchtenmachine kwam op gang. Er zou ook dwars door een pomp bij ons huis geschoten zijn, er zou dwars door de melkemmer geschoten zijn toen mijn vader aan het melken was, niets van dat alles was waar. Later kregen Thaddy en ik de schuld, wij zouden geschoten hebben, want wij schoten wel vaker met een geweer. Dat laatste was juist, maar met een luchtbuks in het bos van Gelhard geschoten hebben, wil niet zeggen dat je dan iemand dwars door haar been kunt schieten. Ook nieo op een moment dat je huiswerk zit te maken terwijl mijn moeder daar op waakte dat er huiswerk gemaakt moest worden. Zelf ben ik door die geruchtenstroom op een gegeven moment van school gehaald door de politie, en urenlang ondervraagd, zolang zelfs dat mijn ouders ongerust raakten, omdat ik tussen de middag niet thuis kwam om te eten en zij niet op de hoogte gebracht waren. Mijn vader naar de Antoniusschool, en vragen en kijken waar ik bleef. Daar kreeg hij te horen dat ik voor verhoor door de politie opgehaald was. Dat schoot bij hem in het verkeerde keelgat, temeer omdat zij daarvan niet op de hoogte gesteld was. Op zijn klompen naar het bureau aan de Zwolseweg, bij hoofd van de politie naar binnen zonder kloppen of toestemming, en vervolgens alle kamertjes af waar of ik was. Nadat hij mij gevonden had, zij hij maar 1 woord, meekomen, en ik kwam maar al te graag mee. Omdat mijn vader burgemeester Ganzeboom goed kende, en wie kende hem niet goed, heeft hij over deze handelswijze zijn beklag gedaan, en daarmee was de kous af. Het is nooit helemaal duidelijk geworden hoe e.e.a. heeft kunnen gebeuren, maar de meest waarschijnlijke toedracht is geweest, dat iemand met een oud geweer afkomstig uit de 2e wereldoorlog heeft geschoten, en dat het een samenloop van omstandigheid is geweest dat iemand per ongeluk geraakt is.

De vrouw heeft er haar leven lang hinder van ondervonden, en de familie heeft lang volgehouden dat ik er toch iets mee te maken zou hebben gehad. Thaddy Gelhard niet, die deed zoiets niet. Hij is overigens ook verhoord, de politie heeft hem opgewacht toen hij s’middags uit school kwam vanuit Deventer, en terwijl de toenmalige commissaris persoonlijk aan de deur bij Gelhard stond om daar mede te delen dat hun zoon ondervraagt zou worden, kwam hij doodleuk thuis fietsen. De politieagenten hadden hem niet gezien. Samen met zijn vader is hij naar het bureau geweest, maar binnen de kortste keren waren zij terug, ook toen al iets van klasse justitie denk ik.

Toch heb ik geluk gehad, want als klein kind had ik eens de pech een te groot stuk appel door te slikken, welk bleef steken in mijn keel. Mijn oudere zus was erbij, dat ik flauw viel en redelijk blauw aanliep. Zij was het die mijn vader waarschuwde, zich niet bedacht en mij in een kruiwagen legde, en met mij naar het ziekenhuis holde.

Daar aangekomen, was ik al weer bij mijn positieven gekomen, door het schokken van de kruiwagen was blijkbaar het stuk appel losgeschoten.

Vervolgens weer een weiland van Neuleman die zoals gezegd aan de overkant woonde.

Hij gebruikte het weiland hoofdzakelijk voor zijn jongvee, welke daar heengebracht werden.

Het gebeurde op een keer, dat een pink aan een touw gebonden via de Langkampweg, waar zijn achteruitgang uitkwam, en via de Wijheseweg naar het weiland gebracht werd. Nu is een pink als hij dwars is, behoorlijk eigenwijs, en deze had eenmaal op de Wijheseweg aangekomen geen zin meer, om nog maar een stap te verzetten, en ging erbij liggen. Dat was knap hinderlijk, omdat ook het verkeer moeite had om er omheen te rijden. Wanneer je eens goed aan het touw trok, en het beest met de vlakke hand een behoorlijke tik op zijn flanken geeft, komt hij meestal wel overeind, maar deze keer wilde zij dat niet. Dan moet je andere maatregelen nemen, en hem een behoorlijke schop onder zijn kont geven, maar dat kon in dit geval ook niet. Wat was het geval, er stond een mevrouw te kijken die van de dierenbescherming was, en al op voorhand zei, dat als het dier ook maar met een vinger gekrenkt zou worden, zij een aanklacht in zou dienen, en zij stond er ook op dat het dier voorzien werd van water en hooi, en dat allemaal op de openbare weg. De buurman zat er duidelijk mee in zijn maag, temeer ook omdat de mevrouw die naast het zwembad woonde op de Hoge weg, er blij bleef staan om toezicht te houden. De buurman kwam bij mijn vader lopen, omdat dat het dichtste bij was, en de buurman zijn pink nu ook weer niet onbeheerd achter wilde laten. Als hij in de benen kwam, kon hij best dwars door het touw breken waar mee hij tijdelijk aan een boom gebonden was, een jonge stier kan nu eenmaal hele rare en gevaarlijke sprongen maken..

Mijn vader ging met de buurman mee, en overzag de situatie, en zag ook de hem bekende mevrouw van de dierenbescherming, die ook mijn vader in hoog Haarlemmerdijks waarschuwde om het dier vooral niet aan te raken. Nu dat heeft mijn vader ook niet gedaan, maar heeft met veel theater aan het dier gevraagd om alstublieft mee te gaan naar het weiland, omdat het daar minder gevaarlijk was, en ook veel zachter dan op het asfalt, en als hij dat deed, kreeg hij ook lekker vers water. Toen hij daarna voorzichtig aan het touw trok, stond tot zijn eigen stomme verbazing het dier op, en liep gehoorzaam achter hem aan naar het weiland zo’n 300 meter verderop, iedereen in opperste verbazing achterlatend, inclusief de politie die door die mevrouw ook al gewaarschuwd was, en ter plaatse ook al gearriveerd waren.

En als laatste een dubbele woning met rechts het echtpaar Hoonhorst, en links de weduwe Reints-Harleman en haar twee zoons en de kostganger Willy Litjes, die als timmerman werkzaam was bij Douma timmerfabriek. In zijn vrije tijd was hij een muzikant van het fanfarekorps St.Cecilia, die voortkwam uit een muziekkorps van de timmerfabriek.

Dat laatste huis is overigens een cafe voor zwak alcoholische dranken geweest, en dat was tevens halteplaats voor Bello, een treintje op het lokaalspoor dat liep van Ommen naar Deventer. De naam van die uitspanning was “de Vlaamse Gaai” en die naam is gebleven tot aan het overlijden van mevr. Reints-Harleman, zij was in de buurt meer bekend onder de naam van Dore van de Gaaije.

Het kruispunt was in het verleden een gevaarlijk kruispunt, diverse ernstige ongelukken zijn daar gebeurd, en wij zijn daarvan niet altijd getuige geweest, maar waren toch heel vaak als een der eersten aanwezig. Hebben ook vaak hard gelopen om thuis te vertellen dat er weer een ongeluk was gebeurt, waarop een van mijn ouders de dokter en de politie waarschuwden, omdat wij als een der eersten telefoon hadden, en mobieltjes waren er nog niet. Later was de telefoon gewoongoed, en was er zelf bij een der huizen een verbanddoos gedeponeerd, alsof dat hielp bij ongelukken. Een van de ernstigste ongelukken die mij bij gebleven zijn, was een vader die met zijn twee kinderen in botsing was gekomen met een auto van de Fenix uit Zwolle.

Deze vrachtwagen was geladen met flessen vol met bleekwater, die veelal gebroken waren door de klap, en tussen het glas en in het bleekwater lagen drie ernstig gewonde mensen.

Vele ongelukken later, kwamen daar stoplichten, en ten tijde van de officiele in gebruikstelling raakte nog een hoog bejaarde buurtbewoner ernstig gewond, hij kende de regels niet, had ook nog nooit van zijn leven een stoplicht gezien, en liep door het rode licht de straat op en over, hij kwam boven op de motorkap van een door groen gereden passerende auto terecht, en kwam dubbelgevouwen naast de bestuurde op de stoel terecht.

Hij is zwaar gewond naar het ziekenhuis afgevoerd, maar overleefde de klap gelukkig wel.

En dat, terwijl er hoogwaardigheidsbekleders en ook de politie er boven op stonden.

Nog veel later, kwam er de rotonde zoals die er nu ligt.

Anton Heijmerikx.

7 Comments

  1. Hans Hogeman
    maart 6, 2008

    Een reactie over het artikel van de BK straat.
    Het huis waar de familie Hogeman in woonde was BK straat 1
    In de derde woning achter de familie Hogeman en Smeenk woonde mevr.Meiyer.
    overigens was de heer Hogeman(mijn vader) inderdaad niet groot van stuk. Mijn moeder heeft een normale lengte.
    Ik ben de 2e in de rij van vier kinderen die daar allemaal zijn geboren. Er waren eerst 2 jongens en later 2 meisjes.
    Een korte aanvulling/wijziging over het verhaal van de bk straat. Met vriendelijke groet, Hans Hogeman.

  2. Thaddy de Koning
    april 28, 2008

    Hoi,

    Ik ben erg benieuwd naar die Thaddy… Tot voor kort dacht ik dat ik de enige was in Nederland!

  3. John van der Molen
    augustus 15, 2009

    Volgens mijn herinnering had Kappert een accountantsbureau.Ik praat
    over de jaren 1945/1952

  4. Mischa Westerhof, Zorggroepraalte Raalte
    april 20, 2012

    Wilt u contact met mij opnemen? Wij zoeken verhalen over het pand Angeli Custodes i.v.m. het 80-jarig bestaan.

  5. Wim de Haan, Broekland
    december 22, 2012

    Prachtig omschreven, een stukje Raalte uit onze prachtige jeugdjaren. Overigens de veldwachter heette Tobias Luiken, afkomstig uit Oldemarkt. Ik ben getrouwd met Anneke Luiken, dochter van Jannes Luiken (neef van Tobias) uit Oldemarkt.

  6. Erik Derks
    februari 27, 2013

    Hallo Anton Heijmerikx,
    Heb je de foto van de Wijheseweg ook in een groter formaat digitaal.
    Er is n.l. een Facebook pagina van Raalte, waar deze mooi op zou kunnen.

    Vriendelijke groet,
    Erik Derks

  7. Beste Anton,
    december 11, 2014

    Ik woon met mijn man en drie kinderen al weer bijna 17 jaar op de plek waar Uw ouderlijk huis/erf/tuin stond. Wij wonen net voor het pand van Beaphar en mijn man , Arnoud de Zwart, oefent daar zijn notarispraktijk uit.
    Ik vond het erg leuk om te lezen hoe de Bk straat eruit zag in Uw jeugd!

    Met vriendelijke groet, Gerdien de Zwart-Kleinburink

Geef een reactie