heijmerikx.nl

Information

This article was written on 29 dec 2006, and is filled under Salland regionaal.

Current post is tagged

Raalter kerkgeschiedenis.

Raalte een katholieke enclave, ingeklemd tussen de gemeenten Hellendoorn, Dalfsen, Heino, Wijhe, Olst, Holten en Diepen­veen. Het bevat de volgende buurtschappen en dorpen, Heeten, Nw.Heeten, Luttenberg, Broekland, Tijenraan, Linderte, Boete­le, Ramele, Pleegste, Raarhoek, Rabbershoek en het gehele Raalterwoold.De gehele gemeente bestaat in 1848 uit 854 huizen, bewoond door 891 gezinnen een bevolking uitmakend van 5100 inwoners, gemiddeld 6.1 per woning. De meeste mensen vinden hun bestaan in de landbouw, zoals ook elders meestal het geval is, terwijl er vroeger verschillende bierbrouwerijen gestaan hebben, die bij het invoeren van de accijns op bier, opgehouden hebben te bestaan.

Hervormden zijn in 1848 met 1150 personen in de minderheid, maar bezitten sinds de reformatie de Plaskerk in het centrum van het dorp. De katholieken zijn met 4000 personen in de meerderheid, en bezitten nu 3 kerken, te Raalte, Heeten en Luttenberg. Dat het niet gemakkelijk gegaan is moge duidelijk zijn, en soms is er bittere strijd geleverd zoals hieronder beschreven staat.

Een strijd welke begon in 1796 met een verzoek van Raalter dorpelingen aan de pauselijke nuntius Monsigneur Cesare di Brancandero in Brussel, welke in dat jaar Raalte aandeed om de gelovigen het H.Vormsel toe te dienen.

Deze Raaltenaren waren van mening dat het schuurkerkje op de Heemen buiten het dorp, dat daar gekomen was na de reformatie als schuurkerk, verplaatst zou moeten worden naar het dorp, omdat zij de afstand van zo’n 20 minuten lopen te ver vonden.

De toenmalige aartspriester van Salland Nicolaas Pas, was die mening niet toegedaan, en hij wees toentertijd uitdrukkelijk op de vele herbergen en kroegen die het dorp rijk was, een argument welke telkenmale herhaald werd o.a. in 1794, 1802, 1809, 1819, 1821, 1823, 1824 en 1835. Waarbij steevast werd opgemerkt dat men verleid kon worden om op de zondagen een bezoek te brengen aan herbergen en kroegen zodat men tot dronkenschap zou vervallen, of achter de deernen aan zou zitten, in plaats van stil en bedaard naar hunne haardsteden terug te keren. Als argument van de Raalter dorpelingen werd aangevoerd, dat op nog geen 14 passen afstand van de pastorie en de kerk zich een herberg bevindt, waar de zwierbollen, die zich in het dorp nog schamen voor de mensen, in de bosjes en struiken de oorzaak zijn van veel verderf, en tussen Linderte en de Heemen passeert men maar liefst 5 herbergen.

Zo bleef de strijd zich voortslepen, totdat op 1 december 1824 brand uitbrak in de turfschuur direct achter de kerk welke door een zestal mensen bedwongen werd, terwijl ondertussen door pastoor Elling de kerkelijke zaken in veiligheid werden gebracht.

Maar gelukkig arriveerde de brandspuit op tijd en met behulp van de vrijwilligers werd de brand op tijd bedwon­gen, waarbij opgemerkt zij dat onder de hulpverleners zich twee gerefor­meerde jongelingen bevonden van gereformeerde huize uit het dorp, de gebroeders van Eerten. De totale schade werd later berekend op 502 gulden, en de oorzaak werd aan onvoorzichtig­heid met vuur geweten. Zeven dagen later op 8 december, brak opnieuw brand uit, een kwartier na de hoogmis door kapelaan Rientjes opgedragen. Pastoor Elling, die op dat moment in Luttenberg verbleef,zag van daaruit enen vreselijken brand, en werd op weg naar huis door tolbaas Heimeriks ingelicht, dat de pastorie met alles er op en er in tot de grond toe waren afgebrand, ook de persoonlijke spullen van de pastoor en de beide kapelaans en overige huisgenoten, terwijl alleen enkele gewijde vaten en weinig huisraad gered werden.

De schade werd berekend op 4 duizend gulden zonder dat de schade van de bewoners der pastorie bekend was, terwijl noch de gebouwen noch de roerende goederen voor de brandschade verzekerd waren.

De geruchten kwamen na de brand uiteraard pas goed op gang, maar vrijwel zeker moet de oorzaak gezocht worden in een schoorsteenbrand, terwijl de kerk en bijgebouwen met riet bedekt waren, zodat het vuur razendsnel om zich heen kon grijpen, dat blijkt ook wel, want geschreven is dat binnen een uur alles reeds afgebrand was.

(Overijsselsche Courant 19-12-1834)

Als noodkerk werd de toen net gereedgekomen schuur van Loge­ment “de Zwaan” van Jorink in gebruik genomen, een van de Raaltenaren welke voor verplaatsing naar het dorp was, evenals Kutschreuter, de eigenaar van logement “de Zwarte Arend ” op de markt.

Begin 1835, kerkten de gelovigen in het dorp, maar de boeren dienden al op 17 januari 1835 een verzoek in, om de kerk op de Heemen tezamen met de pastorie weer op te mogen bouwen.

Maar het dorp zat ook niet stil, en al op 25 februari 1835 schrijft men de supervisor van de Hollandsche zending dat er reeds voor F 2.509,- is ingeschreven voor de nieuwe kerk, mits niet op de oude plaats gebouwd, en op 28 februari 1835 ver­zoekt men Koning Willem I om hiervoor een subsidie te willen schenken van maar liefst F 10.000,-.

Bij berekeningen leek het even dat de boeren de strijd zouden winnen, omdat herbouw iets goedkoper uit zou vallen, maar Koning Willem I besliste dat de nieuwe kerk in het dorp ge­bouwd diende te worden, daarna kwam alles in een stroomver­snelling. Eind 1835 kwamen in logement “de Zwaan” de notabelen van het dorp en het kerkbestuur tesamen, en men acht de Bar­telskamp het meest geschikt, terwijl de schenking van de Bartelskamp door Herman Wissink en zijne huisvrouw Maria Venneman daaraan niet vreemd geweest zal zijn, en behoudens koninklijke goed­keuring , werd aldus besloten, en kon de bouw een aanvang nemen.

Wel werd aangedrongen om snel te beginnen want door de hoge waterstand in de weteringen, was men in staat om materialen tot op anderhalf uur gaans van de bouw­plaats aan te voeren.

Begin 1836 schonk de Koning een subsidie van F 8.000,- aan de Raalter katholieken, en op 5 april had de aanbesteding plaats, beraamd werd een bedrag van F 26.322,- maar de Hasselter aannemer C.Ch.Wichard is bereid het geheel voor F 25.000,- te bouwen, terwijl hij wel aan handen en voeten gebonden is, maar daar zal de koninklijke subsidie wel debet aan geweest zijn.

Gekozen werd voor de toen gangbare stijl bekend als de Water­staatsstijl (ingenieurs van Rijkswaterstaat ontwierpen de kerken, vandaar de naam)

Over de Raalter Waterstaatskerk, is niet al te veel bekend, alleen kan men een en ander herleiden aan een vrij uitvoerig bestek van de hand van Ir.J.W.de Thomese, die op 12 januari 1836 een plan uitwerkte voor een kerk van 1200 plaatsen.

In de kerk op de Heemen kwamen op een normale zondag zo’n 1100 mensen, maar om de andere zondag wel 2000 personen, als in Luttenberg en Heeten niet gekerkt kon worden. Deze mensen moesten dan zo’n 1 uur en 3 kwartier gaans komen. Terwijl een H.Mis ook niet in een uur afgelopen was, zoals nu doorgaans amper het geval is, terwijl de omstandigheden ook niet bepaald prettig waren, want voor het gewone kerkvolk had men niet meer ruimte in de banken bedacht van 37 cm in de breedte en 45 cm. tussen de banken, terwijl ook nog onderscheid gemaakt werd tussen de wat gegoede en het gewone volk. De kerk bood plaats aan 1200 mensen waarvan 1000 zitplaatsen. De 2000 die er dan wel eens kwamen, moesten maar een benauwd plekje zoeken, naar huidige maatstaven gemeten, zouden niet meer dan 500 mensen een plaats hebben gehad in de nieuwe waterstaatskerk.

Toch was het een grote verbetering, want in de oude kerk op de Heemen zat men in galerijen 3 hoog, op een soort van hangzol­der, met een hoogte van maar 150 cm, terwijl maar een klein gedeelte der kerkgangers het altaar kon zien of de preek kon volgen. Na de rampspoed van de brand in 1834, was het nog niet gedaan, want op 29 november 1836 werd het dorp getroffen door een storm met orkaankracht, die in de nog niet geheel afge­bouwde kerk een ravage aanbracht. Waarbij een gedeelte van de nieuwe kerk instorte waarbij 2 bouwvakkers gedood werden en 2 ernstig gekwets, zoals de krant in die dagen schreef.

De twee ongekomen bouwvakkers waren, zoals men nu zou zeggen, gastarbeiders: Johann Friedrich Ahlers, stucadoor 24 jaar oud en geboren in Wahrenberg in het Groothertogdom Oldenburg. Aangifte werd gedaan door Friedrich Hilgen, ook stucadoor en Jan Grotekamp veldwachter te Raalte. Het 2e slachtoffer was Johan ter Hurne op Eischink of Eisink, oud naar gissing 37 jaar, geboren in Vreden in het Koninkrijk Pruissen. Aangevers waren Jan Rientjes schoenmaker en Derk Steinvoort, bode der Gemeente Raalte.

Voor beiden werd als tijdstip opgegeven half vier en als plaats Tijraan.

Dat er van enige consternatie sprake was, mag men aannemen gezien de vele fouten en doorha­lingen in de akte, welke door Burgemeester Stolte is opge­maakt. Verslagenheid en geldgebrek legden het werk stil, ter­wijl men zich afvroeg of de muren en pilasters niet te licht waren, maar de beste mensen zaten bij de Genie en de Water­staat, en onder de bevolking was niemand die er een zinnig woord over kon zeggen.

Koning Willem I stelde echter opnieuw geld beschikbaar voor de verdere bouw, maar men besliste toch op 22 mei 1837 om de muren met een halve steen en de pilasters met een hele steen te verzwaren. In November van dat jaar kon de inwijding

plaat­svinden, alhoewel het geheel nog niet helemaal af was, en de klokketoren pas in 1838 gereed kwam. De inwijding werd gedaan door de wijbisschop van de Hollandsche Zending, omdat Nederland nog missiegebied was, monsigneur C.I.Baron van Wijckersloot Heer van Schalkwijk, Pastoor F.A.J.Elling en zijn kapelaans H.Rientjes en J.H.Koestal, terwijl de feestpredika­tie werd gedaan door Pastoor Nijentap uit Kampen, omdat zijn ouders in Raalte waren geboren.

De kerk was afgeladen vol met zo’n 1200 mensen waaronder vele hoogwaardigheidsbekleders, o.a. de gouverneur van Overijssel met zijn gevolg.

De plechtige dienst begon om 7 uur s’morgens, en op het einde van de plechtigheid omstreeks 11 uur klonk een hevig gekraak, en met de roddels en de instorting met de storm nog vers in het geheugen, klonk de kreet, de kerk stort in, en 1200 mensen zochten een goed heenkomen door 2 kleine uitgangen.

Velen zijn daarbij onder de voet gelopen, maar als door een wonder werd niemand daarbij erg gewond, en ondanks dat de bisschop daarbij schijnbaar onbewogen voortging met de bijna afgelopen dienst, kwam toch vrijwel niemand terug.

Ook de gouverneur met zijn gevolg verdween, zodat van een feestelijke afsluiting geen sprake kon zijn, en eindigde deze plechtigheid in zijn geheel als een nachtkaars.

 

Anton Heijmerikx, Lathen

 

Colofoon

Geschiedenis van Raalte-Thielen

Geschiedenis van Raalte-Schmidt Crans

Raalte rond de oude Plaskerk-Hannink

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant

Overijsselsche Courant

HCO Zwolle

 

4 Comments

  1. H. Klink
    oktober 13, 2007

    Ik kom in beschrijvingen nergens de exacte plek van de waterstaatskerk tegen. Kunt u zeggen waar deze gestaan heeft?
    Vriendelijke groet,
    Herman Klink

  2. henk van de weem
    juni 17, 2008

    een familielid Jacob Nelissen (geb.*1752 Mill – ov. +1817 Batavia) is na de reformatie-tijd als eerste missionaris naar Ned.o.Indie vertrokken. Hij werd aangespoord door Nicolaas Pas, aartspriester en pastoor van Raalte. Deze gaf ook zijn kapelaan Lambert Princen met hem mee.

    Aldus geschiedde: op 4 april 1808, exact 200jr. geleden zetten zij voet aan wal in de haven van Batavia.
    E.e.a. verduidelijkt mijn web-blog

    Mijn vraag is nog steeds: hoe komen in die tijd 1795/1820 dergelijke contacten tot stand …. ?
    Hoe komt Nicolaas Pas aan een prebende (beneficie) van het Antonius-altaar te Uden……?
    Wat is de relatie : Vice-superior van de Hollandse Zending Alouis Ciamberlani, Nicolaas Pas en Roes, ook aartspriester en pastoor van (?) Oldenzaal

    Bestaat er mogelijk een band van Nelissen met de St.Antoniuskapel in Mill en is deze door de troebelen van de reformatie incl. beneficie na 1648 verplaatst naar Uden, het vrome land van de Roomschen.

    graag uw aandacht, bij voorbaat dank…… tot wederdienst gaarne bereid,
    met vriendelijke groet en hoogachting,

    h e n k v a n d e w e e m

  3. fathi
    november 24, 2009

    Is de reformatie de beste oplossing van de christenen in Europa in de periode van 1517 tot 1886? en wat is de verchillen tussen reformatie en verlichten (alles perioden in de gechiedenis van christendom im Nederland)?

  4. fathi
    november 24, 2009

    Is de reformatie de beste oplossing van de christenen in Nederlnad in de periode van 1517 tot 1886? en wat is de verchillen tussen reformatie en verlichten (alles perioden in de gechiedenis van christendom im Nederland)?

Geef een reactie