heijmerikx.nl

Information

This article was written on 12 nov 2006, and is filled under Oorlogsperiode.

Soldaat op de Grebbeberg, en Krijgsgevangen in Luckenwalde.

29 augustus 1939, algehele mobilisatie in Nederland, de dreiging vanuit Duitsland werd groter en groter, en men wilde toch bij een aanval, Nederland verdedigen.

Het aantal dienstplichtigen, was inmiddels van 19.500 opgetrokken tot 32.000 manschappen, de diensttijd van 5.5 maand verdubbelt tot 11 maanden, en becijferd werd, dat voor al die inspanningen een bedrag nodig was van 137 miljoen gulden. De regering stelde echter maar 73 miljoen ter beschikking, en toen men daadwerkelijk tot besteding wilde overgaan, bleek dat de hele wereld oorlogstuig nodig had, en men maar een bedrag van ca. 10 miljoen echt kon besteden.

Tijdens de algehele mobilisatie, kwamen zo’n 15.000 mannen tot 45 jaar onder de wapenen, nou ja wapenen, er waren niet eens genoeg geweren voor al die soldaten, en over munitie maar niet te spreken. Oefeningen werden ook gehouden, houten geweren werden daarbij soms ingezet. Materiaal was ook nodig voor troepenverplaatsingen, 30.000 paarden, 12.000 vrachtwagens en 1600 personenauto’s werden gevorderd, en toch sprak men nog van het “sokkenpeleton”, omdat de Infanterie, verreweg het grootste legeronderdeel, zich lopend moest verplaatsen bij gebrek aan materieel. Ook zo’n divers wagenpark, bracht bij reparatie nogal wat logistieke problemen met zich mee, veel stond dan ook stil bij gebrek aan onderdelen. Ook militair gezien, was niet alles koek en ei.

De chef-staf generaal Reynders, vroeg aan de raad van ministers, verregaande bevoegdheden omtrent zijn functioneren, maar dat werd hem niet in dank afgenomen, sterker nog, hij werd begin februari min of meer geprest zijn ontslag te nemen. Het zoeken naar een opvolger was al een tijdje aan de gang, maar dat leidde tot problemen. Men dacht aan generaal majoor baron H.F.M. van Voorst tot Voorst, maar het probleem was, dat zijn oudere broer J.J.G. baron van Voorst tot Voorst commandant van het veldleger was, en men vroeg zich af, of een jongere broer wel de meerdere kon zijn van zijn oudere broer. Het zwaarst woog echter, dat beiden katholiek waren, en in het overwegend protestante Nederland, was dat niet acceptabel.

Men haalde daarop de al 6 jaar gepensioneerde luitenant generaal H.G. Winkelman van stal, die H.F.M. van Voorst tot Voorst tot chef landmachtstaf koos.

Grensbewaking, had de hoogste prioriteit, vertraging van Duitse troepen bij die oostgrens was van strategisch belang. De Overijssels- Gelderse grenstroepen, stonden onder bevel van de in Kampen geboren kolonel Johan Dwars (1883-1955), die zijn hoofdkwartier in Apeldoorn had. Hij had de beschikking over 2 grensbataljons en een klein gedeelte van een 3e bataljon.

In totaal had men 25 detachementen van tenminste 25 personen tot zijn beschikking.

Een wachtpost aan de grens bestond uit permanent maximaal 6 personen, de andere leden van dat detachement lagen verderop landinwaarts, op doorgaans ca. 500 meter in een meestal gevorderd inkomen.

Bij onraad aan de grens, had men een eenvoudig maar doeltreffend middel, men trok aan een lang zeer lang touw, en in het onderkomen verderop klingelde een koperen bel.

Een elektrische bel vertrouwde men niet bij een eventuele stroomstoring, maar het breken van een touw werd misschien niet mogelijk geacht. De grenstroepen waren aanvankelijk groter, maar men achtte het verstandiger om de Grebbeberglinie te versterken.

Waren de grens en de IJssel al een barriëre, dan was de Grebbeberg dus de volgende barriëre die genomen diende te worden.

Maar de Grebbeberg, die op zijn hoogste punt 53 meter hoog is, was alleen nog niet klaar voor zijn verdedigende werk, door geldgebrek was het gemaal nog niet helemaal klaar om het gebied rondom de berg onder water te kunnen zetten, en juist die zwakke plek werd het allereerst gebruikt voor de Duitse aanval.

In de nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 mei viel Duitsland Nederland binnen.

Aan de grens is nagenoeg niet gevochten, sterker nog soldaten kregen vaak opdracht hun wapens te vernietigen en zich terug te trekken op linies in het achterland, lopende.

Communicatie was moeizaam en daardoor bevelen onduidelijk, ook omdat de commandant bezig was zijn hoofdkwartier te verplaatsen, en daardoor onbereikbaar was.

De lopende Nederlandse militairen, werden dan ook meestal ingehaald door gemotoriseerde Duitse troepen. Het liep dus allemaal anders, de Duitse opmars werd inderdaad opgehouden bij de IJssel, omdat alle bruggen op Overijsels grondgebied de lucht in gingen, sommigen op het nippertje omdat ontstekingsmechanismen weigerden, maar uiteindelijk werden zij toch vernield evenals de veerponten bij Olst en Wijhe. De Duitsers waren dus genoodzaakt om met boten over te steken, en ponton noodbruggen te slaan. In Zutphen hadden zij redelijk snel een pontonbrug gereed, en konden dus zo de opmars voortzetten.

De Grebbeberg kreeg hierdoor dus even uitstel, maar de verwachte aanval kwam wel, maar niet uit het oosten maar meer uit het zuiden. Versterkingen aan Nederlandse kant bleven vrijwel uit, want bruggen waren er niet meer over de IJssel, en over het Apeldoorns kanaal was ook nog maar 1 brug in gebruik bij Heerde, zodat de grenstroepen zich niet snel konden verplaatsen. En vaak waren zij ook al krijgsgevangen genomen alvorens zij op de juiste plek waren.

Stellingen waren op de Grebbeberg ingenomen door o.a. het 8e regiment infanterie, 2.500 man sterk verdeeld over 3 bataljons, onder commando van Generaal baron van Voorst tot Voorst. Een zogenaamde vliegende brigade heeft de beschikking over 700 fietsen die gevorderd waren Rhenen en omgeving en is paraat om te hulp te schieten, de stad Rhenen is geëvacueerd, en is de zaterdag voor Pinksteren een dode stad. Sigarenwinkels zijn leeggehaald, rookartikelen waren schaars en gewild, in textielwinkels werden bezocht voor schoon ondergoed, niet juist, maar begrijpelijk en verdedigbaar, maar ook juwelierswinkels zijn geplunderd, en ook particuliere huizen.

Dat is natuurlijk schandelijk, en beslist niet goed te praten.

Gelukkig waren het maar enkelen, maar het wierp een schande op het Nederlandse leger.

Zaterdag 11 mei zijn er vanaf 02.00 uur de eerste artilleriebeschietingen op de Nederlandse stellingen, en het Duitse SS regiment “Der Fuhrer”‚ 20.000 man sterk, voert de eerste aanval uit, die kon worden afgeslagen mede eigen artillerievuur. Deze artillerieposten, worden naarmate de strijd vordert, stuk voor stuk uitgeschakeld. Hier en daar zijn Nederlandse militairen krijgsgevangen gemaakt, en uit frustratie door de hardnekkige tegenstand, worden zij als levend schild gebruikt, om de voorposten te veroveren. In zeker drie gevallen worden Nederlandse krijgsgevangenen door de SS vermoord.

Op 12 mei beginnen de Duitsers met een frontale aanval op de Grebbeberg, met veel artilleriebeschietingen en bombardementen op de stellingen. Bunkers en kazematten worden daarbij volledig vernield, omdat zij merendeels van aardewerk waren en niet van beton.

Pantserwagens hielpen de Duitsers daarbij, die desondanks toch grote verliezen leden, maar wisten toch hun doel deels te bereiken. Een andere divisie, het 227e , werd teruggeslagen bij hun aanval richting Amersfoort, en werd teruggetrokken en toegevoegd aan het 207e , om gezamenlijk de Nederlandse militairen op de Grebbeberg klein te krijgen.

In de nacht van 12 op 13 mei, Pinkstermaandag, proberen Nederlandse militairen nog een tegenaanval met 4 bataljons, die aanvankelijk succes had, maar bij zeer zwaar Duits artillerievuur, stopte de opmars, en deed uiteindelijk alles in paniek uiteen slaan.

De vliegende brigade krijgt opdracht, om de Grebbeberg op te trekken, en die mede helpen te verdedigen, desnoods met enkel hun bajonet.

Tijdens die verplaatsing, zien zij duidelijk de sporen die een oorlog nalaten, verbrande en verwoeste huizen, ontwortelde bomen, en omgekomen soldaten door sommigen herkend. Zware gevechten volgen, zware verliezen zijn de uitkomst. Het gerucht ging, dat 5.000 Franse troepen onderweg waren om te helpen, maar dat bleek uiteindelijk een vals bericht, wel hadden koks in de keukenwagen de hele Pinkstermaandag koffie gereed voor die Fransen.

Versterkingen hebben de Grebbeberg ook bereikt, 2 eskadron wielrijders en een radiowagen, maar meer komt er niet, want Duitse troepen zijn al bezig omtrekkende bewegingen te maken, en de Duitse tang sluit zich.

Het Duitse SS regiment “Der Fuhrer”was uitgeput na de dagenlange gevechten, en werden afgelost door andere eenheden. Stoottroepen wisten met behulp van wederom zware artilleriebeschietingen uiteindelijk de stoplinie van de Nederlanders te penetreren.

Het Nederlandse leger, was op zo’n overmacht niet voorbereid, en gedoemd om het onderspit te delven, ook vermoeidheid speelde een grote rol, want zij werden niet afgelost.

Maar er waren er, die ware heldenmoed aan de dag hebben gelegd, er zijn gevallen bekend, dat Duitse militairen hun IJzeren kruis afgespen, en die aan Nederlandse soldaten gaven, verwonderd over de moed van sommigen hunner.

Zo breekt de 14e mei aan, niemand heeft een oog dichtgedaan. De versterkingen houden hier en daar nog steeds stand, beter dan de prikkeldraad versperringen, die met veel moeite en verwondingen aan de handen in het verleden is aangebracht. Als de Duitsers er een draadtang inzetten, rolt het zich vaak vanzelf weer op, het is nog te nieuw, en herneemt daardoor zijn oude vorm weer aan. Toch voelt men dat er wat in de lucht hangt, in de middag is er een aanval van bommenwerpers op de stellingen, en de toestand is onhoudbaar geworden, en met trekt zich verder terug.

De terugtrekking gebeurt wanordelijk, velen gooien hun uitrustingsstukken en wapens weg, anderen gaan op eigen houtje op weg, enkele overgebleven officieren proberen alles nog in goede banen te begeleiden, maar dat is meestal onbegonnen werk.

De hele weg tussen Rhenen en Amerongen is bezaait met terugtrekkende troepen, en daarboven vliegen Duitse vliegtuigen, die gelukkig geen beschietingen hebben uitgevoerd, anders was het leed niet te overzien geweest, boven de verschrikkingen die er al waren. In de omgeving in boerderijen en dorpen zoekt men eten en een onderkomen voor de nacht.

Men loopt een beetje verdwaalt rond, of wacht men op de dingen die komen gaan.

Dan rond kwart voor 7, het vernietigende bericht dat Nederland zich heeft overgegeven, afgelopen, de oorlog is voorbij, althans wat de gevechten betreft. Het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940, was de bekende druppel, die generaal Winkelman deed besluiten om tot capitulatie over te gaan.

Enkel in Zeeland heeft men nog een tijdje weerstand geboden en stand gehouden, maar ook daar was het na enkele dagen later over.

Sommige soldaten verbijten hun teleurstelling, jammer dat het voorbij is, anderen applaudisseren en zijn gelukkig dat het voorbij is, grotere tegenstelling is niet mogelijk.

384 dodelijke slachtoffers, enkel al op de Grebbeberg, en 2330 in geheel Nederland.

Waaronder o.a. Gerrit Jan Kappert geboren in Olst, nog maar net enkele weken getrouwd, en sinds zijn huwelijk wonende in Wijhe, gesneuveld op 13 mei 1940, 29 jaar oud.

En Gerardus Johannes Holtmaat, geboren te Haarle 6-10-1917, en gesneuveld op de Grebbeberg op 13 mei 1940.

Het boek Raalte in Oorlogstijd, geeft meerdere namen van Raaltenaren welke elders in Nederland zijn omgekomen.

Nu komt het verschrikkelijkste, ontwapenen, en overgeven aan de vijand.

Maar de Duitse militairen hebben in het algemeen met respect de Nederlandse militairen behandelt, hadden begrip voor hun vermoeidheid, en probeerden te helpen daar waar zij konden. Maar ook zij moesten verder, en lopend werden de krijgsgevangenen afgevoerd in verschillende richtingen, afhankelijk van de plek waar zij gevangen genomen waren.

Velen zijn naar Amersfoort afgevoerd, anderen naar Arnhem. Dat vervoer ging te voet, en dat was en werd bekend, zodat velen langs de route stonden om toch nog een glimp van hun eventuele verwanten op te kunnen vangen. Ook waren zo de krijgsgevangenen in staat om briefjes af te geven voor hun familie, dat zij niet gesneuveld waren, maar veel van die briefjes bereikten hun doel niet. Ook werden waardevolle spullen zoals horloges en geld afgegeven, welke men na de oorlog weer op kon halen, maar zoals overal elders, maar hiervan wisten vele ontvangers zich niets meer van te herinneren.

Een ding hebben zij uiteindelijk allemaal gemeen, zij zijn met treinen afgevoerd naar Duitsland, aantallen spreken elkaar tegen, maar de meest betrouwbare spreken van in totaal ca. 21.000 Nederlandse krijgsgevangenen in de jaren 1940-1945.

Alle Nederlanders krijgsgevangen genomen op de Grebbeberg, of directe omgeving, zoals Fort Vreeswijk, Fort Honswijk etc. zijn afgevoerd naar Duitsland, en ook daar naar verschillende kampen.

Van ca. 5.200 krijgsgevangenen is bekend dat zij per goederentrein via Dorsten in het Ruhrgebied naar Meppen in Emsland vervoerd zijn, en van daaruit lopende naar de daar al vanaf 1933 aanwezige kampen, een kleine 10 kilometer verderop.

Sommigen gingen naar kamp Fullen, weer anderen naar kamp Versen, beide kampen liggen op enkele kilometers van elkaar verwijderd.

Alle Nederlanders uit Fullen, worden uiteindelijk samengebracht met die in kamp Versen op 20 mei 1940.

De kampen Versen en Fullen, maken deel uit van de zogenaamde Emslandkampen, die kampen bestonden al in Emsland vanaf 1932, als werkkampen voor de tegenstanders van het Nationaal Socialisme van Hitler en zijn kornuiten. In totaal stonden er in Emsland 15 van deze kampen, die bij het grote publiek vrijwel onbekend zijn, maar waar naar schatting ruim 30.000 mensen zijn omgekomen, merendeel Sowjet krijgsgevangenen, maar ook 58 personen uit Putten, opgepakt bij een razzia n.a.v. de aanslag bij de Oldenaller brug in Putten.

(Lager IX Versen en Lager X Fullen, zie Emslandkampen)

Op 21 mei 1940 is het weer lopen naar station Meppen, waar men in goederenwagons geladen werd, en waar enkel staanplaatsen te vergeven waren, 70-80 personen in een schommelende gesloten goederentrein met enkel een klein luikje bovenin, om naar Luckenwalde 60 km. ten zuiden van Berlijn vervoerd te worden, 500 kilometer landinwaarts. Een trein die het ene moment met zulke snelheid doordenderde, dat menigeen dacht te ontsporen, en het andere moment stil stond op rangeerterreinen, om troepentransporten en materieel voorrang te verlenen. Om nog maar niet te spreken van de lucht, zeker ook als iemand door ziekte zijn behoefte moest doen in de hoek van zo’n wagon.

Weer anderen zijn vervoerd naar het doorgangslager Soest, maar ook die kwamen uiteindelijk ook terecht in Luckenwalde bij Berlijn.

De diversiteit van de krijgsgevangenen, komt goed tot uiting, als 2 personen die het geluk hebben bij een luikje te staan, vertellen wat zij zien, de een noemt de steden en dorpjes waar zij langs komen en de industrieterreinen, en de ander verteld, “de rogge steet er goed bie, maar de haver is niks dit joar.

Luckenwalde, een stad 60 km ten zuiden van Berlijn gelegen in de deelstaat Brandenberg.

Al in 1936/37 begon men gronden aan te kopen, aan de Zapfholzweg, in opdracht van de Reichsfiskus. In deze stad kwam in september 1939 een concentratiekamp Stalag III A gereed, welke tot april 1945 bestaan heeft, in februari 1945 kwam daar nog voor korte tijd een 2e kamp bij onder de naam Stalag III B. Dit reusachtige kamp, werd omgeven door een hekwerk voorzien van een dubbele rij prikkeldraad, met om regelmatige afstand een wachttoren. Het was het grootste kamp in het district Wehrkreis III, met een capaciteit van 20.000 krijgsgevangenen.

In dit kamp Stalag III A, werden vanaf november 1939 krijgsgevangenen ondergebracht uit 10 verschillende landen, waaronder dus ook zo’n ca. 5.200 Nederlandse krijgsgevangenen, ondergebracht in 13 grote tenten van 400 personen elk. Deze laatste groep heeft het geluk gehad, dat Hitler persoonlijk opdracht heeft gegeven, om de Hollanders vrij te laten en terug te laten keren naar huis.

Volgens sommigen, is dit besluit het enig goede besluit dat hij ooit genomen heeft.

Dichtbij was een vliegveld, en daar werden veel oefeningen gehouden, buiten het feit dat het een mooi schouwspel was, was het wel een enorm lawaai met die oefenende jachtvliegtuigen, en het ging de hele dag door. In het kamp waren zo hier en daar wel een paar godsdienstonderwijzers, die dagsluitingen hielden rond de klok van achten, maar steeds werden onderbroken door het lawaai van de vliegtuigen.

Rond de klok van 10.30 werd eten uitgedeeld, steeds te beginnen bij een volgende tent. Je liep in sneltreinvaart langs een grote pan, en telkens schepte een bewaker er iets in. Als je pech had, viel het er naast, en of je nu iets in je kom had of niet, je moest doorlopen om vervolgens een stuk brood te krijgen. Soms kreeg je een kuchje voor 5 man, en soms voor 4 man. Als je brood of ander eten bewaarde voor de avond, moest je niet gek opkijken dat het tegen die tijd weg was. Met het eten wat je kreeg, moest je soms 24 uur doen, en er is enorme honger geleden. De hygiënische omstandigheden laten zich raden, 7 kranen voor al die 5.200 krijgsgevangenen, stro waar men op lag dat niet ververst werd, stof in de tent daardoor, zodat men liever buiten lag. Dysenterie, waarmee al zo’n 80 mannen in een noodhospitaaltentje lagen, waardoor iedereen ingeënt werd tegen tyfus. De kamparts wilde en kon er geen verantwoording meer voor nemen. Een generaal arts uit Berlijn kwam daardoor kijken, werd met alle egards ontvangen, wierp een blik in het kamp en in de tenten, zag het stoffige stro en vertrok weer. Na zijn bezoek werd er om een klein bosje naast het kamp prikkeldraad gespannen, en een gat in de bestaande afrastering geknipt, en mochten de gevangenen overdag zich in dat bosje ophouden om er wat te ontspannen en zich aan de zon te onttrekken.

Ook zijn hier ca. 300 Franse militairen uit koloniale gebieden gevangen gezet, de bevolking uit Luckenwalde kwam naar het kamphek, om negers te bekijken.

Van deze gevangenen, is verondersteld, dat zij voor medische proeven zijn misbruikt.

Deze Frans koloniale militairen, werden door de Duitsers meedogenloos behandeld, zij werden behandeld met stokken en geweren, zodat zij het uitgilden van pijn, terwijl andere gevangenen waaronder Nederlanders moesten toekijken.

In 1941 zijn zij allen in Luckenwalde verzameld, en weggevoerd. Waarheen, en wat er met hen gebeurt is, is nooit bekend geworden, een ding is zeker, niemand heeft het overleeft, en tot op heden is nooit onderzocht wat er met hen gebeurt is..

Voor zover men heeft kunnen nagaan, zijn ca. 5.000 tot 6.000 krijgsgevangenen in dit kamp omgekomen, voor het merendeel Russische krijgsgevangenen.

De meeste krijgsgevangenen zijn omgekomen in de strenge winter van 1941-42 en aan een toen heersende vlektyfus epidemie.

Vrijwel alle overledenen zijn op het kerkhof van Luckenwalde ter aarde besteld in meestal massagraven.

Dat kerkhof beslaat een oppervlakte van ca. 7.500 M2, te verdelen in 4 vakken.

Het Italiaanse grafveld met een gedenkteken uit klinkerstenen, waar 215 personen lagen, die in 1992 herbegraven zijn in Italië, en waar enkel nog enkele graven te vinden zijn van Joegoslavische oorlogsslachtoffers.

Het Franse grafveld met een houten kruis met corpus als gedenkteken, direct na de oorlog, heeft een Franse Militaire commissie, de hier begraven liggende Franse oorlogsslachtoffers onmiddellijk herbegraven in massagraven onder de naam onbekend.

Ook vermoed men dat hier op het eind van de oorlog omgekomen geallieerden begraven zijn. Een Engelse Militaire commissie, heeft evenals de Fransen, hen herbegraven als  zijnde onbekend.

Het Joegoslavische vak, bergt hun krijgsgevangen in drie grafrijen, bedekt mat zandstenen tafels, waar voorzover mogelijk de namen gebeiteld staan. In dit deel van het kerkhof bevinden zich met hoge waarschijnlijkheid ook de Poolse krijgsgevangenen die omgekomen zijn, maar hun graven waren en zijn niet meer herkenbaar. Poolse omgekomenen, zijn in de beginperiode van Stalag III A, begraven binnen het kamp direct naast de prikkeldraadversperring, en mogelijk later overgebracht naar dit kerkhof.

Het Sovjet Russische vak heeft 38 grafvelden, elk door kantstenen omgeven. Op luchtfoto’s van 9 april 1945 is overigens te zien, dat het er toen anders uitzag, toen was het even groot, maar had 71 massagraven in 4 rijen.

De Nederlanders waren op een enkele na allemaal al begin juni naar huis teruggekeerd, uitgehongerd, smerig en verfomfaaid. Zaterdag 8 juni mocht men eindelijk vertrekken, het had schijnbaar heel wat voeten in aarde, om het bevel van Hitler welke hij al op 1 juni 1940 gegeven had op te volgen, logistieke problemen in een oorlog zijn altijd lastig, en vervoer van krijgsgevangenen, heeft nu eenmaal geen grote prioriteit. De lege plek van de vertrekkende Nederlanders, werden door binnenkomende Fransen weer opgevuld. Een Nederlandse soldaat, die zijn baret ruilde met een Franse baret, had de pech dat hij werd aangezien voor een Fransman, en zo weer terug mee naar binnen mocht.

Onderweg, lopende naar de gereed staande goederenwagons, moest er eerst gestopt worden, de Duitse propaganda wilde zingende en vrolijke Nederlandse krijgsgevangenen filmen, die in koor riepen dat zij het erg goed gehad hadden. Nu wilde iedereen wel roepen wat gevraagd werd, als zij maar naar huis mochten. Bioscoopbezoekers konden de volgende dagen zien en horen, hoe goed de Hollanders in het kamp behandeld waren, en hoe goed ze te eten hadden gehad, wat zij niet konden zien, was dat iedereen gemiddeld 15 kilo lichter was geworden.

Zondag 9 juni rond 10 uur kwamen de treinen Nederland weer binnen rijden, de ene trein bij Zevenaar met bestemming Arnhem, de anderen kwamen bij Oldenzaal de grens weer over, met bestemming Enschede, Hengelo of Almelo, de deuren mochten een klein stukje open, en Nederlanders stonden overal langs de rails hun toe te juichen. Uitstappen moesten zij tussen de rails, eerst moest er geteld worden, de Duitsche grundlichkeit liet zich gelden. Er moesten er net zoveel aankomen, als dat er vertrokken waren, dus eindeloos werd er geteld.

Pas als alles klopte, mocht men voor de locomotief langs lopen, en kon men het perron op, vrij, eindelijk onder de knoet van de bewaking weg.

In Almelo was de eerste opvang geregeld bij huize Almelo, daar was de eerste medische controle, en daar was ook weer echt eten. Alle kappers waren die zondag open, en gratis voor alle ex krijgsgevangenen, ook de maandag nog, zo druk was het. Onderkomen en wasgelegenheid kreeg men bij particulieren, en vaak ook schone kleren. Na een maand in dezelfde kleren gevochten en rondgelopen te hebben, beslist geen overbodige luxe. In de loop van dezelfde week, reisden alle ex krijgsgevangenen weer naar hun eigen huis en haard.

In Arnhem werd Music Sacrem opvangplek, waar een 20 tal kappers uit Arnhem de hele dag knipten en scheerden, het badhuis was tot s’avonds laat open, en men kreeg daar schoon ondergoed. Het oude 6 weken oude wasgoed mocht men gelukkig op een hoop gooien en hoefde men niet mee te nemen. En ook hier werd men bij particulieren ondergebracht, en ging men na enkele dagen weer echt terug naar huis.

Maar enkele Overijsselse namen van al die Nederlandse krijgsgevangenen zijn mij inmiddels bekend geworden, via hun nakomelingen en oproepen via verschillende historische verenigingen etc. is hun verhaal een heel klein beetje bekend geworden.

Hieruit blijkt maar weer, dat het onderwerp mogelijk toch een groot taboe was voor heel veel van diegenen die het hebben meegemaakt, maar het is toch te belangrijk om in vergetelheid te laten wegzinken.

Uit de summiere gegevens via overleveringen, blijkt dat men er niet of nauwelijks over sprak.

Wel heb ik gegevens en verhalen kunnen halen van internet, en uit het boek “Tusschen vuur en ijzer”van de schrijver H. van Heerde, die als Nederlandse journalist, als militair gevochten heeft op de Grebbeberg, krijgsgevangen is gemaakt, en in de Duitse kampen heeft gezeten.

Ook heb ik een klein in leer gebonden agenda mogen inzien van G.A.Goossen, die zijn belevenissen in krijgsgevangenschap heeft neergeschreven in dat boekje.

Samen met de schaarse mededelingen, heb ik getracht hiervan een reëel beeld te geven, zonder oordeel, en zonder in de getuigenis en herinnering van hen die het hebben meegemaakt te treden, mij ervan bewust zijnde dat herinneringen heel divers zijn, en vrijwel geen enkele dezelfde is.

Voor mij was het enkel, om de herinnering levend te houden, aan hen die het niet meer kunnen vertellen, of die het niet hebben gekund.

Hermanus Rulof Jansen, landbouwer, geboren 17-5-1912 te Wesepe,

gehuwd ca.1935 en 1 kind, zijn 1e vrouw aan TBC overleden in 1942 te Wesepe.

Hij is op 11-11-1944 hertrouwd, en kregen samen nog 4 kinderen.

Hij overleed op 26-8-1997 te Wesepe, en zijn 2e vrouw op 4-11-2005 te Wesepe.

Beiden zijn begraven te Wesepe.

Hij was gehuwd en had 1 kind, toen hij als reservist werd opgeroepen.

Gerardus Antonius Goossen, vertegenwoordiger, geboren 23-5-1906 te Ambt Almelo, overleden 27-1-1979 te Zwolle. Gehuwd 30-4-1946 te Venlo met Maria Smeets, geboren 3-3-1913 Harenkarspel en overleden 14-10-2004 te Zwolle. Beiden begraven te Zwolle

Hij was ongehuwd, toen hij als reservist werd opgeroepen.

Gerardus Johannes Kreileman, landbouwer, geboren 19-4-1908 Heeten, overleden 29-5-1981 Deventer. Gehuwd te Raalte op 19-9-1936 met Gerritdina Johanna Heuven, geboren 12-4-1912 te Luttenberg, overleden op 1-9-2001 te Raalte. Beiden begraven te Heeten

Hij was gehuwd en had 2 kinderen, toen hij als reservist werd opgeroepen, en de 3e was op komst.

Johannes Antonius Horstman, landbouwer, geboren 17-11-1917 Boerhaar, overleden 27-10-2001 Raalte. Gehuwd te Wijhe op 1-5-1947 met Johanna Antonia Vrolijken, geboren 1-6-1910 Wijhe, overleden 7-4-1989 Boerhaar. Beiden zijn begraven op de Boerhaar.

Hij was ongehuwd toen hij werd opgeroepen.

Ook de Wijhenaren Wim Visser en Piet Greeve, hebben gevochten op de Grebbeberg, en zijn krijgsgevangen geweest in Luckenwalde Duitsland, maar daar ontbreken mij tot nu toe meer gegevens.

Uit onderzoek naar, en om te proberen namen te vinden van personen die het overkomen is, blijkt maar weer eens te over, dat het een taboe was en is.

Ook voor kinderen van oud militairen en krijgsgevangenen is het vaak een groot vraagteken wat hun vader is overkomen, omdat er niet over gepraat werd in veel gevallen.

Persoonlijk zou ik het op prijs stellen, om namen doorgestuurd te krijgen van oud krijgsgevangenen die het bovenstaande aan den lijve hebben meegemaakt.

Anton G.M. Heijmerikx

e-mail: anton@heijmerikx.nl

Met bijzondere dank aan: Mevr. R.Oude Vrielink-van Zuidam-Raalte, Hr. E.Goossen Zwolle, Hr. A.Horstman Wijhe, Mevr. Th.Rutters-Kreileman Raalte, de Hr.H.Schoneveld Heeten, Hr. J.Veerman Wijhe.

Colofoon: gegevens van internet.

Tusschen vuur en ijzer H.van Heerde (pseudoniem voor Hr. Hardeman uit Heerde)

Die lager in Emsland 1933-1945- Landkreis Emsland, Meppen 1999.

“Speurtocht naar de Emslandkampen Pieter Albers

“Auf der Suche nach den Moorsoldaten Kurt Buck und Hannelore Weissmann

Dokumentations und Informations Zentrum Emslandlager (DIZ) Papenburg

Fotoarchief: Anton Heijmerikx-Lathen

32 Comments

  1. P.J.Goevaerts
    december 6, 2006

    Geachte heer Heijmerikx.
    M’n vader was ook in Luckenwalde als krijgsgevangene in 1940.We zijn in 1994 naar Luckenwalde geweest en hebben
    daar toen een rondleiding gehad,we hebben toen ook een gesprek gehad met een historicer(amateur).Ook hebben we foto’s en videoopnamen gemaakt van Stalag IIIA.
    Ik heb met intresse uw verhaal gelezen en dat is hetzelfde
    als wat m’n vader ons vertelde. M’n vader is in 1949 al overleden hij was nog geen 43 jaar.
    Misschien kunnen we wat gegevens uitwisselen.

    Met heel veel groeten Jan Goevaerts

  2. H.L.J. Huberts
    september 21, 2007

    Vredesdag 2007

    L.S.

    Dank voor het uitgebreid verslag over Luckenwalde. Tot voor kort wist ik niets over de krijgsgevangen Nederlanders dan de verhalen over Coldiz en andere kampen voor officieren.
    Mogen wij hopen, dat van de ruim 2000 militairen in Afganistan er niemand in de handen van de tegenpartij zal vallen.
    En dat hun acties ons dichterbij de Wereldvrede zal brengen.

  3. Menno
    oktober 20, 2007

    Een accuraat verhaal, voor het grootste deel, maar één ding wil ik toch even corrigeren:

    “Tijdens de algehele mobilisatie, kwamen zo’n 15.000 mannen tot 45 jaar onder de wapenen”

    Dit aantal was vele, vele malen hoger. Op 10 mei 1940, toen de invasie begon, zaten 280.000 gemobiliseerde Nederlandse troepen precies waar ze moesten zitten (de Duitsers vielen met ongeveer 750.000 troepen Nederland aan).

    De Nederlanders waren veelal bewapend met een type geweer uit 1896. Verouderde geweren dus inderdaad, maar dit moet ook weer niet in het belachelijke getrokken worden: in het Duitse leger was bijvoorbeeld het geweertype K98 nog massaal in gebruik, een type uit 1898. Ook vandaag de dag is het helemaal niet zo achterlijk wanneer een soldaat met een type automatisch geweer uit pakweg 1965 loopt (nu 42 jaar oud; even oud als de geweren van de Nederlandse krijgsmacht in 1940). Dat was, ook toen, niet zo ongebruikelijk en ‘prehistorisch’ als het wellicht klinkt.

    Ik heb met veel belangstelling de passages over de krijgsgevangenen gelezen. Bedankt daarvoor.

  4. wim fase
    maart 6, 2008

    geachte Heer Heijmerikx,

    Mijn vader was een van de vele die over zijn oorlogsverleden nooit sprak.
    Na zijn overlijden kwam ik een brief tegen over de eerste dag van de mobilisatie,in het boek “de Tegenstoot”is deze brief geplaatst. Mocht U interesse hebben dan wil ik deze brief doorsturen .
    Het enige verhaal over het krijgsgevangenkamp wat hij vertelde was dat elke avond de Polen voor de barakken met hun gezicht naar Polen het volkslied zongen, wat heel veel indruk op mijn vader gemaakt heeft.

    groeten wim Fase

  5. Richard Woolderink
    april 2, 2008

    Ha die Anton,

    je pent nogal van je af… Wat een produktie hier op je website. Ziet er mooi en gelikt uit. Heb helaas te weinig tijd om alles te lezen want zoals je weet heb ik m’n handen vol aan het immense archief van Herman Aa… Maar mocht je wat zoeken / nodig hebben… Je roept maar…

    Groeten vanonder de Kruisverheffing

    🙂

  6. Nijhuis F.J.
    maart 20, 2009

    Geachte heer/mevr,

    Ik heb met zeer veel interesse dit artikel gelezen.
    Mijn vader heeft in 1940 tijdens de inval als grenssoldaat gevochten in mander bij Tubbergen.
    Na terugtrekking op Almelo zijn ze aldaar gevangen genomen en afgevoerd.
    Zeer sumier vertelde hij in de jaren 60 over waar hij ongeveer geweest is.
    Over al het ander wilde hij nooit praten en heeft dat in 1986 mee in zijn graf genomen.

    De gegevens van dit artikel komen voor watbetreft de gevangenschap sterk overeen met wat hij ons wel verteld heeft.

    Ik ben bijzonder blij met de gegevens uit dit artiekel en dank u voor de moeite die dit gekost heeft om het te schrijven.

    Met de meest vriendelijke groet Frans Nijhuis

  7. symen kingma
    februari 11, 2010

    goedendag – ik kom op deze pagina terecht tijdens een zoektocht naar hendrik van heerde,pseudoniem havanha, die in de jaren vijftig vorige eeuw journalist was in kampen/kamper nieuwsblad. ik begon daar mijn journalistieke carriere en in die tijd hoorde ik dat ‘havanha’ de schrijver was van het boek ‘tusschen vuur en ijzer’ over de oorlogshandelingen op de grebbeberg mei 1940. nu kom ik een andere schrijversnaam tegen, die van hardeman…ik denk dat dit laatste juist is, maar allicht kunt u me daaromtrent zekerheid verschaffen. het verslag hierboven, over de grebbeberg en verder, heb ik met belangstelling gelezen – ik was twee jaar in 1940, maar ik herinner me nog helder de terugkeer van een buurman van me die ook had gevochten. het grebbelied gezongen door willem de lange, toen wonend in meppel, speelt nog weleens door mijn hoofd. en als ik op de ‘berg’ kom leggen we er altijd bloemen neer – dat zijn we wel aan de gevallenen verplicht. ir. jochum keestra, leeuwarder stadgenoot van me vertelde ook over zijn ervaringen op het slagveld, maar ‘nog niet alles’, deelde hij me mee. zover is het ook niet gekomen, jochum stierf voordat hij zijn verhaal op papier had. groet, sgkingma

  8. M. van Elp
    mei 16, 2010

    Geachte heer/mevrouw,
    ook mijn vader heeft als krijgsgevangene in Luckenwalde gezeten. Hij is krijgsgevangen genomen op de Grebbeberg en naar Duitsland afgevoerd. hij heeft er nooit over verteld, maar nu hij op hoge leeftijd is (bijna 92 jaar) komen de herinneringen aan de gevechten op de grebbeberg en het krijgsgevangenschap steeds in zijn herinnering terug. Zo nu en dan heeft hij nachtmerries over deze periode. Omdat hij er steeds vaker over spreekt ben ik op internet gaan struinen en kwam dit artikel tegen. De beschrijvingen zijn dezelfde als de verhalen van mijn vader. Ik zal het artikel aan hem laten lezen. Mijn vader kwam uit Havelte (Drenthe)

  9. a. rigter
    februari 20, 2011

    mijn vader is ook krijgsgevangen genomen en op transport gesteld naar luckenwalde na gevochten te hebben op de grebbeberg weliswaar in een van de voorposten ze waren tijdens het uitbreken van de oorlog onder gebracht in een boerderij in ederveen , dat is eigenlijk het enige wat ik weet . het onderdeel waar hij bij zat was het 1-2-10e reg.inf. hij is overleden 17 september 1987.

  10. Anna Lonterman v.d.Poll
    maart 29, 2011

    Beste meneer Heijmerikx,

    Mijn vader Albert Jan van den Poll heeft ook bij de Grebbeberg gevochten, tevens is hij als krijgsgevangene naar een kamp gezonden.Hij kon hier niet over praten, ik ben erg benieuwd of u meer gegevens heeft.Als kind ben ik opgegroeid met een vader welke een oorlogstrauma had, dit heeft mijn jeugd behoorlijk beïnvloed.Mijn vader is geboren in Marienberg, is vlakbij Hardenberg.

  11. Mary Di Giacomo-Koster
    april 17, 2011

    Geachte heer Heijmerikx,

    Tjonge, tjonge, wat een verhaal, ik ben er ondersteboven van. Nooit geweten dat het daar zo’n vreselijk oord was. Ik weet dat mijn vader (Cornelis Johannes Koster, in Weesp geboren op 26-12-1917 en in Weesp overleden in 1992) daar is geweest en dat hij sterk vermagerd weer thuis kwam bij mijn moeder. Hij zat bij het 10e reg.inf. bij De Klomp/Veenendaal in een school en dat hij bij Duiven over de grens ging en een kaartje had afgegeven voor mijn moeder die ze ook heeft ontvangen. Er zijn nog wat foto’s samen met zijn makkers.
    Een zgn. ooggetuige had haar eerder verteld dat hij overleden was, hij had hem zien liggen. Mijn moeder geloofde dat niet en inderdaad hij hij had daar gewoon liggen slapen met een steen als kussen onder z’n hoofd. Ik heb nooit een vervelend verhaal gehoord uit die tijd en betreur het nu dat ik daar ook nooit naar gevraagd heb.
    Ik was bezig met muziek en met name het liedje ‘De Grebbeberg’ en opeens is het een hele andere dag geworden over oorlog en ellende.

    Hartelijke groet van Mary Di Giacomo-Koster uit Weesp

  12. Henk Smale
    augustus 8, 2011

    Geachte heer Heijmerikx.
    Mijn vader vertelde af en toe wat over de mobilisatie en de oorogsdagen maar het waren steeds stukjes. Het was achteraf voor hem ook moeilijk om dat in zijn geheel te kunnen vertellen. Ik ben een keer met hem terug geweest naar die omgeving wat hem goed deed. Voor zijn overlijden in 2005 heb ik alles aan elkaar geknoopt, op papier gezet en hem laten lezen. Hij was toen 95 jaar. Het verhaal komt erg overeen met wat ik hier lees, ook hetgeen hij beleefde in Luckenwalde. Ik heb nog een foto van zijn stelling op de grebbeberg. Hij behoorde tot het 19 R. I..
    Groeten Henk Smale

  13. Name *
    februari 22, 2012

    De vader van mijn echtgenote, Jan Stoffer, was dienstplichtige tijdens de Duitse inval mei 1940. Hij was in rang soldaat en werd na de capitulatie naar huis gezonden. In 1941 moest hij zich toch weer melden en werd naar een krijgsgevangenenkamp in Duitsland gebracht. Hij moest daar arbeid verrichten ten gunste van Duitsland en kreeg slecht te eten. Zijn maat, Aart van Essen is daar gevlucht en naar huis terug gelopen (Zaandam).
    Op een bepaald moment mochten ze kiezen: daar blijven of een goed leven bij de SS. HIj verkoos het laatste en werd naar Rusland gestuurd. Het volgende moment komt van het Duitse Rode kruis. Hij was in april 1945 in Berlijn en was ingedeeld bij de Genesenden Kompanie Panzergrenadier-Ersatzbataillon 59. Niets meer vernomen. Zeer waarschijnlijk gesneuveld bij de aanvallen van het Rode Leger. Weet er iemand iet over Jan?

  14. ria ansems
    augustus 28, 2012

    dag heer Heimeriks,

    Zoekende naar gegevens over mijn vader en met name waar hij nou precies gevangen had gezeten na de Grebbeberg, kwam ik op deze site. Ik ben al jaren van plan om die plek op te zoeken, te weten waar hij toen geweest is, hij vertelde niet over de erge zaken en heeft er jaren mee geworsteld. Op 60-jarige leeftijd, in 1975 is hij door zelfdoding om het leven gekomen, wat vooral ook te maken had met de oorlog. Toen hij thuiskwam was zijn vader net een paar dagen daarvoor gestorven, op 6 juni 1940. Uit uw verhaal begrijp ik dat ze 8 juni vrijgelaten zijn. Dus dat klopt dan wel. Er waren meerder jongens uit Didam op de Grebbeberg en deze zijn dus ook meegevoerd naar Duitsland.Mijn tantes wisten dat het ergens in Oost-Duitsland moest zijn geweest Als u namen wilt kan ik U daar misschien wel bij helpen. Laat het dan maar weten. Er is ook nog een boek, wat ik via een rommelmarkt gekocht had, die hierover gaat, maar helaas heb ik dat nu niet in huis.
    Ik heb nog wel een copie van een brief die hij nog naar huis heeft kunnen sturen.
    Waar kan ik meer informatie vinden over dat kamp, misschien kunt u me dat vertellen. Bij voorbaat dank. Met vriendelijke groet, Ria ….., Didam.

  15. G.J.Veneman
    januari 20, 2013

    Mijn vader Fredrik Veneman uit Almelo heeft ook op de Grebbeberg gevochten is krijgsgevangen genomen in Renen moest daar na lopen naar Arnhem en vandaar uit ook eerst in Meppen geweest en toen naar Luckenwalde.Hij wilde er toen ik nog jong was nooit over praten.Maar hij ging ieder jaar met mijn moeder naar de herdenking op de grebbeberg.En ieder jaar kwamen ook zijn oude dienst kameraden bij ons of bij een van de kamaraden bij elkaar.En dan kreeg je na jaren wel eens wat te horen. Van daar dat ik zeg het verhaal klopt . Ik kan nog wel vertellen dat er toen hitler beslist had dat de Nerlanders vrienden waren ze van de ene op de andere dag beter behandeld werden door de bewakers.En toen ze uit het kamp vertrokken opnames zijn gemaakt voor de wochenschau, van 14man of nog meer naast elkaar dan kreeg de 14e een brood en een worst om en onder de arm en werd van de buitenkant een foto gemaakt net of het hele regiment eem worst en een brood had, na verdeling kregen ze nog geen centimeter worst allemaal propaganda.
    Ik weet ook nog namen van de kamaraden Jannus Bonthuis en Harm v.d.Kolk uit Genemuiden, Jan van Dalfsen uit Ommen, Jan ten Voorde uit Radewijk, Jan Beuving uit Sibculo, Herman Jansen en Jan bijlstra enFredrik Veneman uit Vriezenveen.

  16. W.S.Meijer
    april 5, 2013

    Mijn vader is destijds gevangen genomen en tewerk gesteld in Lengenfeld (later D.D.R)
    Hij heeft daar nooit iets over verteld.
    Wel heeft hij van daar een meisje ontmoet die later mijn moeder is geworden.
    Zijn er nog verhalen uit dit kamp.
    Ik heb wel eens iets gehoord over telegraafpalen herstellen.

  17. Josée Temmink- de Leeuw
    april 17, 2013

    Twee jaar geleden heb ik uw verhaal uitgeprint. Zeer onder de indruk. De route Grebbeberg, Arnhem, Meppen en Lückenwalde heeft ook mijn vader Antoon of Toon de Leeuw gevolgd. Hij is overleden en heeft er vrijwel nooit iets over verteld. Was dienstplichtig bij 1-11-GB, het grensbataljon olv kapitein Broers. Heb al veel informatie, maar niet van nabestaanden van zijn kameraden. Daarnaar ben ik op zoek. Heb vele foto’s van de mobilisatieperiode in en rond Nijmegen van dit bataljon. Ben dus op zoek naar andere betrokkenen.

  18. Reina en Gerard Heijdemann
    september 12, 2013

    Geachte heer Heimerikx,

    Gistermorgen kwamen wij tijdens het Google’n van “Kamp Luckenwalde” veel informatie tegen; onder meer uw artikel dat wij met bijzonder veel interesse hebben gelezen.
    Onze (schoon-)vader: Hendrik Stokkers, geboren op 13-12-1907, destijds wonende in Noordijk, gemeente Neede, E 144, is namelijk ook als krijgsgevangene geïnterneerd in Kriegsgefangenenlager Stalag III A.
    Hij vertelde heel summier over zijn activiteiten als militair en over zijn tijd als krijgsgevangene. Wát hij daarover vertelde komt echter overeen met hetgeen u schrijft. Bovendien geeft uw verhaal ons extra informatie en een duidelijk beeld van wat hij en al die anderen hebben meegemaakt. Wij zijn erg blij met deze extra informatie.
    Tot nu toe beschikten wij alleen over wat brieven en briefkaarten van hem aan onze (schoon-)moeder. De eerste is van 27 maart 1940 en de laatste – gedateerd 1 juni 1940 – is het kaartje dat hij mocht schrijven vanuit Stalag III A: daarop vermeld hij dat ze “ergens in Duitsland” zitten en dat Wilmer (zijn dienstkameraad) nog steeds in zijn gezelschap is.
    Tijdens zijn diensttijd maakte onze (schoon-)vader deel uit van het 11e R.I. (2e Sectie), zoals blijkt uit een foto, waarover wij ook beschikken. Hij was daar volgens ons telegrafist.
    Het is ons niet bekend of hij in de mobilisatie ook bij dit onderdeel behoorde. Ook weten wij niet waar hij in de oorlogsdagen dienst heeft gedaan, volgens ons in de Betuwe, maar misschien ook wel in de buurt van de Grebbeberg. Op 11 mei schreef hij: “Wij zijn teruggetrokken, waar naar toe mag ik niet melden.” Op 16 mei schreef hij een ansichtkaart met de tekst: “Thans zijn wij in Arnhem aangekomen.” Bovendien gaf hij aan iemand een briefje (afgescheurd van een pakpapiertje of uit een boekje) mee met daarop zijn adres en de tekst: “maakt het goed, Hendrik”. Dat briefje is door die persoon afgegeven bij onze (schoon-)moeder en altijd door haar bewaard.
    Na de internering is hij in Enschede met de trein aangekomen. Hij was toen zo vermagerd dat de mensen hem niet herkenden.
    Wanneer u daarvoor belangstelling hebt kunnen wij de documenten scannen en sturen.

    Met vriendelijke groeten,

    Reina en Gerard Heijdemann-Stokkers, Neede

  19. Aaldert Muis
    januari 1, 2014

    Geachte heer Heimerkx,

    Mijn vader, Jan Muis (geb. 31-5-1917 te Kalenberg in Overijssel, overleden 19-1-2008), heeft ook op de Grebbeberg gevochten en is eveneens als krijgsgevangene afgevoerd naar Lückewalde. Bekende mede-krijgsgevangene was Geert Bootsma te Ossenzijl en Hendrik Schelhaas te Wetering.
    Graag wil ik een keer naar de plaats waar mijn vader gevangen zat. Maar ik weet geen locatiegegevens en/of kaart. Kan iemand mij daaraan helpen?

    Bij voorbaat dank!

    Aaldert Muis
    Oudeweg 63
    8376 HR Ossenzijl (Ov.)
    rietadvies@hetnet.nl

  20. Mia van de Velde-van Giessen
    augustus 18, 2014

    Geachte heer Heimerkz,

    Met belangstelling heb ik uw verhaal gelezen.
    Ik weet dat mijn vader als soldaat heeft gevochten op de Grebbeberg en krijgsgevangenen is gemaakt na een paar dagen. Dat mijn vader is weggevoerd naar Duitsland en een aantal weken in een kamp heeft gezeten. Verder weet ik er niet veel van.Mijn vader sprak er nooit over maar volgde altijd alles wat met oorlog te maken had. Volgens mij heeft de oorlog bij mijn vader zijn gezondheid toen al veel schade opgelopen.Het heeft zeer mijn belangstellingen graag wil ik er wat meer over weten.
    De naam van mijn vader is Johannes Godefridus van Giessen en komt uit Bussum met geb. datum 16-04-1914. In 1972 is mijn vader overleden. Een naam van een kameraad van mijn vader is Wessel Mei ook uit Bussum.
    Misschien de juiste locatie of een beschrijving daarvan zodat ik daar naartoe kan gaan.
    Bij voorbaat dank.
    Mia van de Velde-van Giessen

  21. Til Kenkhuis - van den Boogaard
    december 10, 2014

    Geachte mevrouw Van de Velde-van Giessen én dhr. Heijmerikx,

    Met interesse heb ik de voorgaande verhalen gelezen op de pas ontdekte site.
    Mijn schoonvader Bernard Kenkhuis ( de timmerman) uit Bornerbroek was één van de militairen die in de meidagen van 1940 in de omgeving van de Grebbeberg heeft gevochten (met geweren uit 1894 ).
    Ook hij is als krijgsgevangene afgevoerd naar Stalag IIIA in LUCKENWALDE. Hij kon er later nauwelijks over praten.

    In september 2006 hebben zijn dochter Josefien en ik een bezoek gebracht aan dit afgelegen oord. We waren daar uitgenodigd door de burgemeester en de directrice van het Heimat Museum.
    Brieven, geschreven door de krijgsgevangenen uit Nederland, konden we inzien.
    Van de belangrijkste voor ons hebben we kopieën meegekregen.
    Verder hebben we een aantal foto’s in het stadje en van het kamp gemaakt.

    Mevrouw Van de Velde- van Giessen, voor u het volgende:
    Het is mogelijk om de locatie te bezoeken!
    Per trein is het ’t gemakkelijkst om naar “Hauptbahnhof Berlin” te reizen en daar over te stappen op de trein die stopt op het stationnetje van Luckenwalde.
    Luckenwalde ligt +/- 60 km ten zuiden van Berlijn.
    In het stadje kunt u contact opnemen met het Heimat Museum.
    (Of eventueel vooraf).

    Wij zijn van daaruit met een taxi naar de ingang van het kamp Luckenwalde gebracht en op de afgesproken tijd daar weer opgehaald.
    Wat nog van het kamp over is, hebben we goed kunnen bekijken. (De rest is nu een industrieterrein).
    Er liggen erg veel krijgsgevangenen uit diverse landen begraven. In dit kamp heb ik een aantal foto’s gemaakt.

    Alleen de NEDERLANDSE militairen mochten in juni 1940 terugkeren naar Nederland;
    maar wel totaal vermagerd door het zeer weinige eten.

    Ik hoop dat het voor u mogelijk is om een bezoek te brengen aan de plek waar uw vader krijgsgevangene is geweest.

  22. hij is mijn schoonvader hij heeft in duitsland in werkkampen gezeten en heeft er velen vrienden verloren en is aan een oorlogtruima gestorven hij zag allen maar soldaten en bloed ik zou iets meer van willen weten als het kan want bij hun thuis werd er nooit over gepraat maar zelf kunnen ze het ook geen plaats geven piet

  23. Egbert Goossen
    mei 8, 2015

    Hallo Anton,
    heb deze site weer eens bezocht. Fantastisch dat zo veel mensen nu meer kunnen lezen over de geschiedenis van hun vader! Ben blij dat ik jou het dagboek van mijn vader heb geleend en dat je er een goed verhaal van hebt kunnen maken.
    Hartelijke groet,
    Egbert

  24. Elze Willemse- Prinse
    mei 10, 2015

    Geachte heer Heijmerikx,

    met veel interesse heb ik uw artikel en de reacties daarop gelezen. Ik kwam er op nadat ik eerst het handgeschreven dagboek van mijn vader, de heer Piet Prinse, uit deze periode had gelezen. Hij was ingedeeld bij de derde sectie van de compagnie zware mitrailleurs en heeft ook gevochten op de Grebbeberg en is daar krijgsgevangen gemaakt. Hij beschrijft deze periode zeer secuur tot 3 juni 1940. Mijn vader is helaas in 2003 overleden, maar wij hebben nooit geweten van zijn dagboek. Ik ga zeker ook een bezoek brengen aan kamp Luckenwalde. Ik wist niet dat het nog bestond.Ik weet niet of er voor u nog nieuwe informatie in staat, maar als er interesse is dan geef ik u graag een kopie van dit dagboek.

  25. Simone Elsen
    oktober 24, 2015

    Mijn opa is in 1993 overleden aan een hartaanval. Hij was pas 73 jaar.
    Hij heeft het nooit uitgesproken, maar we zijn ervan overtuigd dat hij niet in het ziekenhuis wou liggen (het kamertje) omdat hij oorlogs trauma’s had.
    Hij heeft zijn kinderen gedwongen hem op te halen uit het ziekenhuis na een hartaanval. En toen hij net een uur thuis was, kreeg hij zijn tweede, fatale hartaanval.

    Zijn naam was Henk Elsen. Voluit Henricus Josephus Cornelis Maria Elsen, geboren 10-08-1920.

    Hij was 20 toen hij opgepakt is bij de Grebbeberg. We weten alleen dat hij naar een kamp in, of in de buurt van Berlijn is gebracht. Hij sprak er nooit over, maar was wel helemaal geobsedeerd door alles van de tweede wereld oorlog. Hij las alle boeken die hij erover kon vinden.
    Ik weet ook dat hij ooit met een vriend uit een rijdende trein is gesprongen en gevlucht is tijdens een reis naar een kamp.

    De kans is waarschijnlijk heel klein, maar toch, is er ergens een volledig document of een database waar ik precies zou kunnen opzoeken in welk kamp hij gezeten heeft?
    Of komt iemand hier misschien zijn naam bekend voor?

    Alvast bedankt,

    Simone Elsen, kleindochter van Henk Elsen.

  26. Leny Schipdam
    februari 1, 2016

    Hallo Anton
    Met veel interesse je verhaal gelezen.
    Zo herkenbaar van wat mijn vader heeft geschreven
    Hij hield een dagboek bij en dat hebben we in word herschreven. Voor onze kinderen om te onthouden.
    Hij kwam uit de Menno van Coehoornkazerne in Arnhem
    Tijdens de mobilisatie zat hij in de buurt van Elst.
    Ze zijn eigenlijk rond het begin van de oorlog verraden door eigen mensen en hebben
    zich toen maar overgegeven. dat was in Maarn.
    Te voet teruggevoerd naar de kazerne en van daaruit in auto naar Zevenaar.
    Daar in een goederenwagon gebracht naar Meppen – kamp Vollen (met umlaut)
    Na 5 dagen weer in de trein en vervoerd naar Luckenwalde.
    Dat was op 22 mei
    Op 8 juni zijn ze weer vrijgelaten en per trein via Wittenberg, Dessau, Damkersen, Osnabruck,
    Rheine, Bentheim teruggekomen in Almelo.

    Het is ook een heel boeiend verhaal

    Vorig zomer ben ik in Normandie geweest om de invasiestranden te bekijken. Naar de plek van “onze” bevrijders
    geweest. Maar ook voor hem. Ook omdat het verhaal 2 kanten heeft. De Duitse soldaten waren ook maar jongens. Ik
    heb graven gezien van de Duitsers in Frankrijk, Jochies van 18 en zo…..Die hadden toch ook een moeder die veel verdriet had.
    Mijn vader heeft veel geleden in het kamp. ZIjn haar verloren en veel honger gehad, maar hij heeft nooit haat gehad. Ook niet
    aan ons dochters overgebracht. Zoo mooi, daarom kon ik ook naar Normandie.

    Hartelijke groet
    Leny Schipdam
    ALmelo

  27. t,g,m stevens
    december 18, 2016

    ik weet dat mijn grootvader op de grebbeberg gevochten heeft ,hij heeft in 1968 zelfmoord gepleegd doordat hij de oorlogstrauma`s niet verwerken kon .het enige wat ik ooit meegekregen heb is dat ie een van de jongste uit het gezin van 12 was en er geen geld was voor een opleiding en zodoende als beroeps militair bij de gele rijders in arnhem gestationeerd was en de greppelinie moest verdedigen. voor zijn dood kreeg ik als klein kind dingen mee ,als er zaten ook buurjongens van hem bij welke gesneuveld waren en hij zou in zijn ondergoed verward in nieuwdijk achter zijn huis hebben gestaan , maar ik weet niet of hij in die tijd gevangen is genomen of uiteindelijk op de vlucht is geslagen ,weet wel dat ie na de oorlog niet terug als beroeps militair kon en in de oorlog veel last het gehad van de plaatselijke hoofd van de lagere school die vond dat hij verzaakt had en dat er joden in huis ondergedoken zaten en waarschijnlijk door de zelfde meester verraden waardoor hij zelf moest onderduiken ,waar en hoe is warrig maar het verhaal gaat dat de pastoor hem in de kerktoren van nieuwdijk heeft verstopt, en het vervelende is dat na zijn dood totaal over de oorlog werd gezwegen bang dat mijn oma zichzelf ook wat zou aandoen want in de zestiger jaren was zelf moord een bijhoorlijke zonde

  28. Leny Protzman-Schipdam
    maart 20, 2017

    Hallo Anton, we hebben al eens contact gehad en ik heb de staat van dienst opgevraagd van mijn vader. Hij was ingedeeld bij 3-1-19 RI olv Hagedoorn.
    Ze zijn rond 13/14 mei verdwaald, er is ook weinig verder van bekend. Ook de site van de Grebbeberg geraadpleegd (dhr. Groenman). Wel heb ik een aantal namen die bij hem in het kamp Luckenwalde zaten. Het lijkt me zo fijn om hun familie foto’s en de ervaringen uit zijn dagboek van de meidagen en kamp Luckenwalde door te geven…misschien hebben ze zelf niets.
    Het zijn: Slag, Geurtsen, Ben de Weert, Bonthuis, de Vriend, Henk Eshuis, Hondebrink, Evers en Klaas Mink, allen uit Almelo…
    Ik hoop dat ik wat familieleden kan vinden

  29. Ton Eijgenhuijsen
    mei 6, 2017

    Ik schreef eerder over Jan Stoffer die aan de inmiddels verdwenen Hembrug woonde. Hij was ovegelopen naar de SS en uiteindelijk in de omgeving van Beieren bij een beschieting zin rechter onderarm kwijtgeraakt. Liftend en lopend teruggegaan naar Berlijn voor medische behandeling. Daarna is zijn spoor bijster. Gewoon overleden. Oud kameraden vertellen dat hij vermoedelijk door de Russen is overgebracht naar een cocentratiekamp in Rusland. Diverse male getracht bij de Russen info tte krijgen. Niet gelukt. Het zij zo. Inmiddels is zijn vader en moderval jaren overleden, zijn vrouw overleden en mijn vrouw overledn. Punt uit!!!

  30. Brenda de Dood
    december 26, 2017

    De broer van mijn oma, Klaas de Dood is vanuit Amsterdam naar Luckenwalde gegaan. Hij is daar gebleven en uiteindelijk 2 dagen voor de bevrijding in Luckenwalde overleden hij zou 13-5 1945, 21 jaar zijn geworden, naar mijn oma’s zeggen aan heimwee, maar ik ben er ook een tijdje geleden achter gekomen dat de Hollanders terug mochten naar huis, hij is echter gebleven. Ik heb de foto’s en brieven van hem aan mijn oma en haar ouders allemaal in mijn bezit. Ook zijn we in 1999 naar Luckenwalde afgereisd om naar zijn graf te zoeken. We zijn daar tijdens onze zoektocht heel goed geholpen door iemand van het gemeentehuis. Ze hebben daar alle gegevens bewaard. De Broer van mijn oma is na zijn dood door vrienden begraven op de begraafplaats aldaar. Waarschijnlijk in de hoop dat mijn oma hem daar zou vinden. Echter is hij in 1952 getransporteerd naar het Waldfriedhof in Halbe. De dame van het gemeentehuis kon ons precies vertellen welk grafnummer hij heeft. Hij ligt nu begraven bij bekende en onbekende oorlogs slachtoffers uit heel veel landen. We zijn er uiteindelijk 3 keer geweest. Ze hebben alle oude grafstenen inmiddels vervangen voor nieuwe. Ik had graag meer informatie willen hebben van mijn oma, maar er werd jammer genoeg, achteraf, niet over gesproken.

    Ik heb een foto waar hij opstaat met Wim, Fred Rammeld? En een Pool. Op een andere foto staat hij met de Bakker, Huzee een Vlaardinger en een Amsterdammer. Hij heeft gezeten in kamer 1 van Barak 3, daar staat hij met 6 kamergenoten.En hij heeft gewerkt bij de P.T.T lager in Berlijn Lichtenrade. 1 foto waar hij met kamergenoten op staat van de hele kamer 8, gedateerd 18 juli 1943 en een foto van 10 april 1944 waar op staat ; Iets waar op we elke dag zitten te wachten. De broodkist halen. De 2 kamerführes zijn er bij vertegenwoordigd. En ik heb een foto waar hij samen met Belg op staat.

  31. Gerard van Pijkeren
    februari 20, 2018

    Geachte heer Heijmerikx,
    Ik ben op zoek naar informatie over mijn oom Frederik van Pijkeren. Hij was korporaal bij de Luchtdoelartillerie, 1e regiment (vanaf april 1938 beroepsmilitair). In het boek “Tusschen vuur en ijzer” van H. van Heerde over de strijd op de Grebbeberg en het krijgsgevangenschap in Stalag IIIA Luckenwalde wordt op pagina 143 gesproken over korporaal Van Pijkeren (op zijn vraagstoel), die aan verschillende aanwezigen vraagt “Wat doet U (o.a. sergeant, van Heerde en de hele rij rond) als U straks weer in Holland bent”. En op deze vraag aan Van Pijkeren antwoordt hij dat hij “als ik thuis ben ga ik onder de manufacturen en met geen tien snelvuurkanonnen krijgen ze mij de eerste 24 uur uit bed. O zoo”. Mijn oom Frederik is geboren op 12 augustus 1915 in Oldebroek en overleden op 11 mei 1945.
    Wanneer ik kan achterhalen of dit mijn oom Frederik van Pijkeren is dan vallen verschillende puzzelstukjes over zijn periode als beroepsmilitair en zijn activiteiten tijdens de 2e Wereldoorlog op zijn plaats.
    Wellicht heeft u voor mij relevante informatie, resp. suggesties om verder te speuren.
    Bij voorbaat dank en met hartelijke groet,
    Gerard van Pijkeren

  32. Rinus van Pelt
    augustus 13, 2019

    Beste meneer Heijmerikx,

    Mijn vader was ook een van de velen die over zijn oorlogsverleden nooit sprak.
    Na zijn overlijden ben ik geïnteresseerd geraakt in wat hij heeft meegemaakt.

    Uw verhaal geeft dat echt helder weer, waarvoor dank!!!!
    Graag zou ik nog meer weten, namelijk of iemand hem gekend heeft, of informatie over hem.

    Mijn vader was:
    Jacobus (Jac) Antonius Marie van Pelt, geboren op 10 juli 1920 in Dongen
    Opgeroepen in 1939 als dienstplichtig soldaat voor 1-11 GB.

    Kunt u mij verder helpen?

    Vr gr

    Rinus van Pelt
    rinus@vanpelt.com

Geef een reactie