heijmerikx.nl

Information

This article was written on 21 jul 2006, and is filled under Salland regionaal.

Current post is tagged

Deventer geschiedenis

Omstreeks het jaar 768, kwam Lebuinus vanuit Engelend naar het land van de Saksen, om alhier het geloof te verkondigen onder de heidense volkeren.

Al eerder waren pogingen ondernomen,maar die mislukten, doordat de verkondigers werden vermoord o.a. in Laren bij Lochem en Bonifatius nabij Dokkum in 754.

Maar toch weerhield dat Lebuinus niet, om op de IJsseloever in Wilp een kerk­je te stichten.

Vandaar uit viel het hem op dat op gezette tijden, aan de overkant van de IJssel veel Saksers daar hun bijeenkomsten hielden op een verhoging, daar waar nu de Deventer Berg­kerk staat.

Hij stichtte daarom ook daar een kerk, die door de Saksers al snel verwoest werd, maar hij herstelde die kerk, en zichzelf kastijdend, sober levend, hard werkend en zachtmoedig voor anderen, predikte hij het geloof met welsprekendheid, dat het toegestroomde volk toch zijn leer aannam en het uitdroeg naar een wijdere omgeving.

Na zijn dood, hij zou gestorven zijn aan de koude koorts in een huis aan de Assenstraat, verwoesten de Saksen toch wederom zijn kerk, en na noch geen 10 jaar was men weer terug bij af.

Na vele lange jaren, dan weer oplichtend, dan weer smeulend, is Geert Groote er de oorzaak van, dat het Christendom hel op­lichtend vanuit Deventer over heel Europa trok.

In 1340 geboren aan de Brink in Deventer, als zoon van de schepen (burgemeester), van aanzienlijke en in het bezit van ruime inkomsten en zeer begaafd, studeert hij o.a. aan de kapittelschool van Deventer, en de universiteit van Parijs, en na vervolgstudies in o.a. Keulen en Praag lag een veelbelovende toekomst voor hem open.

Op 18 jarige leeftijd, was hij reeds meester in de schone kunsten, maar hij studeerde nog verder in de sterrenkunde, rechten en geneeskunde, terwijl zijn stichtelijk leven verre van vroom was. In 1364 stond hij de stad Deventer als rechts­geleerde bij in een proces tegen de bisschop van Utrecht, welke verdediging hij in hoger beroep te Keulen en later tot in hoogste instantie tot aan de paus toe, in Avignon vol­hield.

Veel van de wereld gezien hebbend, en vele gesprekken voerend met vele wijze mannen en vrouwen, gaven hem het inzicht om zijn levensstijl te veranderen.

Hij legde zijn wereldse gewa­den af, deed afstand van zijn kerkelijke inkomsten en bestemde zijn fortuin voor liefdadige doeleinden, hij verbrande openlijk zijn boeken over sterrenwichelarij en zwarte kunst op de Brink, en trok zich terug uit het openbare leven, en nam daarna zijn intrek in het Kartuizerklooster “Monnikhuizen” bij Arnhem.

Daar bereidde hij zich voor op wat hij als zijn taak zag, verspreiding van het evangelie, en de mistoestanden in Kerk en wereld te bestrijden.

Hij leefde zeer eenvoudig zoals in zijn levensbeschrijving vermeld staat:

“Heer Dirk van Gruter, een devoot vicaris te Doesburg, en rector in de school te Deven­ter, toen hij zag dat meister Geert een oude, versleten muts droeg, toen gaf hij hem een goede nieuwe muts, maar meister Geerts en wolde die muts niet ontfangen, zeggende, Wilt gij mij mijn armoede afnemen”.

In 1374 stond hij het grootste gedeelte van zijn huis af aan ongehuwde vrouwen en dochters, zo ontstond het Meester Geerts­huis, geen klooster, maar een gemeenschappelijk samenleven van vrome vrouwen. Over het leven in die zusterhuizen is veel bekend, men kent bijv. de huisregels, die voorschriften bevat­ten omtrent de dagelijkse gang van zaken, hoe de dag was ingedeeld, wat de zusters op bepaalde tijden moeten doen, hoe zij zich dienden te gedragen, tijdens de kerkdiensten, de maaltijden en bij het te ruste gaan. zo bijv.de volgende:

” De moeder van het huis zal somptijd der susteren bedden besien, maar niemant anders en sal generhand dinck onder haar bedden leggen dat die wormen mogen bederven, mer elcke suster sal haer schoenen des s’avonds onder haer bed setten, opdat sij den susteren niet en hinderen mit haren sterken reuk”.

Verder omtrent kleding, die erg eenvoudig was. Bekend is een verhaal over een van de zusters, die een paar hele mooie schoenen had, veel sierlijker dan het eenvoudige schoeisel wat voor geschreven was. Zij vroeg om toestemming aan de rector van het Meester Geertshuis, Johannes Brinckerinck, om die schoenen te dragen, zij kreeg toestemming met de volgende woorden: ” Ja zeker, maar dan om uwe hals”.

De behoefte bleek groot, want 50 jaar later bleken er meer dan 100 huizen te zijn ontstaan onder de naam Zusters des Gemenen Leven over een groot gebied verspreid.

Ook voor mannen ont­stonden kloosters, de Broeders Des Gemenen Leven met als belangrijkste vestiging het klooster Windesheim, door Florens Radewijnz gesticht, en rond 1500 waren er hier ook meer dan 100 ontstaan over geheel Europa verspreid.

Allen dankten hun bestaan aan de denkbeelden en ideeën van Geert Groote. De meest bekende is ongetwijfeld Thomas A Kempis die in het klooster op de Agnietenberg in Zwolle zijn Imitatione Christi schreef welke een der meest gedrukte werken allertij­den is.

Toen Zwolle in 1230 stadsrechten kreeg, had Deventer reeds, vermoe­delijk ca.1200, stadsrechten verkregen.

Op plaats waar de Saksen in vroegere dagen hun bijeenkomsten hielden, stond rond het jaar 1200 een kleine kapel, van waaruit de latere Bergkerk is ontstaan, en welk gebied eertijds buiten de omwalling zal hebben gelegen.

Langzamerhand groeide Deventer uit tot een stad met een ommu­ring en een eigen bestuur, en werd moederstad voor veel steden en kleinere plaatsen in de wijde omgeving, ook over Zwolle.

Bestuur rechtspraak en wetgeving waren in de 14e eeuw in handen van 12 schepen en bijgestaan door 12 raden, schepen wisselden om het jaar met twee tegelijk en waren dan belast met de dagelijkse gang van zaken.

De andere schepen werden met andere taken belast, zoals de cameraars met financiën, straat en wegenmeesters voor wegen, timmermeesters voor publieke werken, hoofdmeesters voor hoofden en kribben in de IJssel enz.

Sinds de 15e eeuw ontstaat ook de gezworen gemeente, een vertegenwoordiging vanuit de bevolking van 12 mensen uit elke straat en of wijk in totaal 96 mensen. Per jaar moesten zij 5 maal bijeenkomen.

In latere jaren konden alleen mensen van Hervormde huize lid zijn van schepen en raden alsmede de gezworen gemeente en werd het aantal drastisch teruggebracht, wegens tekort aan bekwame mensen.

Het heeft eeuwen geduurd voordat anderen dan Hervormden gemak­kelijk overheidsbanen konden krijgen, en dat is dan ook de reden dat oude gerenom­meerde winkelconcerns meestal van niet Hervormde huize zijn zoals bijvoorbeeld Vroom en Dreesman, C & A Brenninkmeijer, Tepe etc., katholieke kooplieden uit het Duitse Teutoburgerwald.

Deventer verkreeg in 1241 van de abdij van Elten, de katentol in erfpacht, en verkreeg hiermee het recht om tol te heffen van elk schip welke over de IJssel voer langs Deventer.

Dat daar­mee in die dagen een aanzienlijk bedrag gemoeid was moge duidelijk zijn.

Andere privileges waren, medezeggenschap bij benoeming van Bisschoppelijke kasteleins (slotvoogden), wat van levensbelang was met het oog op veilige routes van bezoe­kers van de 5 jaarmarkten die Deventer rijk was, en die enkele weken duurden, en van groot economisch belang waren voor het voortbestaan van een stad, en welke jaarmarkten bezocht werden door kooplieden uit werkelijk alle windstreken.

Deventer was samen met o.a. Zwolle, Kampen en Zutphen lid van de Hanze een machtig hoofdzakelijk Noord-Europees handelsver­bond van belangrijke steden tot in Rusland toe.

Voor Deventer was de handel op Bergen in Noorwegen waarbij in stokvis gehan­deld werd, heden ten dage door de bijnaam van Stokvis voor een Deventer inwoner nog steeds merkbaar, terwijl ook de achter­naam Stokvis bestaat.

Dat Deventer belangrijk was, blijkt wel uit het feit, dat Deventer zich een Vrije Keizerlijke Rijks­stad mocht noemen, een privilege welke rechtstreeks door de Duitse Keizer werd verleent, terwijl men in 1486 zelfs eigen gouden munten mocht slaan.

In 1480 verhinderde Deventer samen met Kampen, de stad Zwolle het graven van een kanaal naar de IJssel, en probeerde Deventer tevergeefs Kampen tegen te houden van het bouwen van een brug over de IJssel, terwijl zijzelf in 1482 wel vergunning verkregen om een brug te bou­wen, die enkele jaren later ook daadwerkelijk gereed kwam, en bestond uit een schipbrug, wat betekend dat het middengedeelte op boten ruste, welke uitgevaren kon worden zodra schepen erdoor moesten, dat mede daardoor de controle op de scheepvaart gemakkelijker was, spreekt voor zich.

Maar donkere wolken pakten zich samen, door o.a. de slechter wordende bevaarbaarheid van de waterwegen door dichtslibben, zodat men andere manieren zocht voor het vervoer van goederen, maar de economische teruggang was in gang gekomen en zou nog jaren duren, terwijl ook oorlogen en belegeringen van steden o.a. De­venter door de Gelderschen, die tegenover de stad twee blokhuizen bouwden, die, doordat de bisschop van Utrecht de macht aan Karel de V moest afstaan weer werden verlaten, en door de bevolking van Deventer werden afgebroken om gebruikt te worden voor de bouw van de Waag in Deventer.

In 1542 dreigde opnieuw gevaar toen Maarten van Rossum leger­eenheden op kasteel de Cannenburgh in Vaassen verzamelde, maar in 1543 deed Willem van Gullik afstand van zijn rechten op de Veluwe ten gunste van Karel de V, en de bui dreef daardoor over.

Omdat Gelderland en Overijssel onder een heer vielen, was de nood­zaak van strijd en onrust verdwenen, maar godsdiensttwisten deden toch nog menige strijd opleven, waar pas een eind aan­ kwam toen prins Maurits in 1591 eerst Zutphen en 10 dagen later Deventer innam.

In 1626 moest men optreden tegen Hans Pentliaan van Eisenach, die openlijk Lutherse spotliedjes zong tegen de paus en de geestelijkheid.

Hij kwam er nog met een berisping vanaf.

Eind 1529 kwam men met een bepaling omtrent ketterijen en verboden boeken, boeken die op de Brink werden verbrand.

De wederdopers deden het meest van zich spreken, zij verwierpen de kinderdoop, en vonden dat iedereen na de ge­loofsbelijdenis opnieuw gedoopt diende te worden, vandaar de naam wederdopers.

Zij hadden grote aanhang in Munster, maar ook in Deventer deden zij van zich spreken, door tot tweemaal toe een aanslag op de stad te beramen, welke door een gebrek­kige organisatie mislukte, maar wel werden velen opgepakt en 4 personen zelfs terechtgesteld op 6 februari 1535, onder wie ook een broer van de burgemeester, zij werden op de Brink onthoofd, en hun lijken tentoongesteld ter afschrikking, en tenslotte in ongewijde aarde begraven.

Op 17 februari 1535 vond de tweede serie executies plaats, waarbij 3 personen onder wie een vrouw door verdrinking in de IJssel werden terechtge­steld, waarbij zoals gewoonlijk in die dagen als ware het een kermisattractie, een grote schare toekeek.

In het begin van de 15e eeuw had Kampen 12000 inwoners, en Deventer en Zwolle elk 10000 inwoners, terwijl Dordrecht en Haarlem op 8000 en Am­sterdam en Leiden op 5000 inwoners geschat werden.

In de 16e eeuw werd Deventer na Amsterdam en Antwerpen als de belang­rijkste handelsplaats van de Nederlanden genoemd.

In de 17e eeuw was de bijdrage aan de landskosten voor Holland bijv. 58% en voor Overijssel slechts 3,5%, dus een zeer bescheiden positie.

Omdat de stad een grensfunctie had gekregen, werd aan landszijde een ommuring gemaakt waarbij de Hoven of kooltuinen verdwenen, welke later aan de overzijde van de IJssel opnieuw werden aangelegd, vandaar dan ook nog altijd de naam voor die wijk, de Hoven.

Deventer bleef na de economische teruggang nog wel een centrum van cultuur, zeker met de stichting van de Atheneumschool, waarvan de bibliotheek heden ten dage nog steeds wereldberoemd is, en vele Deventenaren van betekenis hebben aan deze school in het verleden gestudeerd, zoals o.a. Sweelinck de componist, Jacob Revius de predikant, Gisbert Cuper een latere professor aan het Atheneum, Gerhard Dumbar een wel zeer bekend Stadssecretaris, en zijn gelijknamige kleinzoon, de schrijver van vele historische werken over Deventer en Overijssel, Gerard Terborch de in Zwolle geboren, maar in Deventer zijn roem vergaarde als schilder.

Maar vele oorlogen en twisten in de 17e eeuw deden de Republiek en ook Deventer geen goed, zelfs de financiën van het gewest raakte danig in de war, zodat tussenkomst van Holland gewenst was.

In 1567 werd orde op zaken gesteld, maar in 1565 was het al weer mis, terwijl in 1672, het rampjaar de bisschop van Munster, Bernardus van Galen bijgenaamd Bommem Berend, onze gewesten kwam bezetten.

Na een korte beschieting was Deventer ingenomen en ook Zwolle en Kampen ondergingen eenzelfde lot.

Er werd van verraad gesproken, omdat de Riddermatigen die voor de verdedi­ging moesten zorgen, zich erg snel hadden overgegeven.

Verba­zingwekkend is het, om in deze huidige tijd te vernemen, dat in de steden hij genoemd werd als een oorlogsmisdadiger, ter­wijl in Raalte er een straat naar hem vernoemd is, met de aan­duiding dat hij de stichter is van een Katholieke statie aldaar.

Maar al in 1674 keerden de krijgskansen en Deventer werd ontruimd tegen een grote lossom, waarbij 2 schepen en 2 ge­meenslieden werden meegevoerd alsmede de gemeentesecretaris als gijzelaars tot aan Maastricht.

Deventer heeft het geld tegen hoge rente moeten lenen, en heeft nog lang gezucht onder de aflossing van die schuld.

De bevrijde gebieden werden weer in de Unie opge­nomen, maar de stadhouder besliste voortaan, of de gekozenen wel zijn instemming hadden.

Deze periode duurde zo voort tot aan de instorting van de Republiek in 1795 waarna Fransche troepen hun intrede deden in onze gewesten.

Vrijheid, Broederschap en Gelijkheid deden hun intrede, en daarmee ook vrijheid van godsdienst, zodat de kerken verdeeld moesten worden onder de gelovigen, waarbij de godsdienst met het grootste aantal gelovigen de grootste kerken kregen toegewezen.

In 1795 verga­derden de steden en ridderschap afwisselend in Kampen, Zwolle

en Deventer, de administratie werd in 1811 na de inlijving bij Frankrijk, geheel op Franse leest geschoeid, wat inhield dat er fatsoenlijke doop, trouw en begraafboeken werden bijge­hou­den, en dat eenieder een vaste achternaam moest aannemen.

Dat niet iedereen doordrongen was van zo’n naam blijkt heden ten dage nog steeds door soms wel zeer vreemde namen welke onder ons leven.

Omdat Zwolle in 1811 toevallig vergaderplaats was, is Zwolle ook toevallig provinciehoofdstad geworden en altijd gebleven wat zeker toentertijd door Deventer en Kampen niet in dankbaarheid werd aanvaard, omdat zij beiden zich belangrijker achten.

Na de mislukte veldtocht van Napoleon naar Rusland, kwam er een einde aan de Franse overheersing, en was het Koninkrijk der Nederlanden een feit, al werd er ook in deze eeuw nog het juk van vreemde heersers gevoeld.

Colofoon: Vijf eeuwen Deventer,G.J.Lugard jr.

Deventer , gem.Deventer 1922

Ach Lieve Tijd, 1000 jaren Deventer en hun Deventenaren

Anton Heijmerikx, Lathen

One Comment

  1. Casper - Headict
    november 19, 2012

    Interessant om te lezen over Deventer als belangrijk centrum hervorming, o.a. door Geert Grote en Alexander Hegius.

Geef een reactie