heijmerikx.nl

Information

This article was written on 03 jan 2006, and is filled under Oorlogsperiode.

Lathen Emsland Duitsland

Midden 2004 besloten wij, om in Duitsland te gaan wonen, omdat wij daar een bungalow konden kopen, die aan al onze wensen voldeed, een droom, die wij in Nederland nimmer zouden kunnen realiseren. Zeker ook niet voor die prijs, en afstanden zijn tegenwoordig, zeker met een auto en volop autowegen geen onoverkomelijk bezwaar.

Natuurlijk, wij gingen de grens over, en realiseerden ons dat wij een andere taal moesten leren, en dat gebruiken en omgangsvormen anders waren dan bij ons in Nederland.
Inburgeren heet dat, maar als iedereen, die naar een ander land gaat zich aanpast, en probeert de taal te spreken, is de eerste hobbel al genomen.
Wel waren er allerlei opmerkingen, zoals: Kijk je nog even of mijn fiets nog ergens staat. Gedaan door een jongeman, die nota bene na de oorlog geboren is, en momenteel in een auto rondrijd, en helemaal niet eens in het bezit van een fiets is.
En voor wie ben je nu, als Duitsland, en Nederland tegen elkaar moeten voetballen.
Of: wat moeten jullie bij die Duitsers, kijk eens naar de oorlog, je hebt er toch niets te zoeken. Terwijl de laatste persoon, zijn leven lang al op vakantie gaat naar, jawel, Duitsland. Vooroordelen dus, over een land wat inderdaad meerdere oorlogen heeft gevoerd, en waarbij miljoenen mensen over de kling gejaagd zijn, maar niet elke Duitser is daarmee ook gelijk een Nationaal Socialist of een Nazi.
En op een enkeling na, zijn de meeste personen die bewust de oorlog hebben meegemaakt, en er ook daadwerkelijk hebben moeten vechten, al dan niet met overtuiging, overleden.
Alhoewel, er lopen in Duitsland nog enkele duizenden, vooral jongeren rond met Nazi sympathieën, die de oorlog niet hebben meegemaakt, maar die overigens door de Duitse justitie hard worden aangepakt. Maar de omringende landen helpen die rechts extremistische jongeren, vooral in Nederland, waar ook enkele honderden jongeren er dezelfde denkbeelden op nahouden. Als je kijkt naar het aantal inwoners, zijn dat er in Nederland percentsgewijs meer dan in Duitsland.
Maar nu wonen wij hier in Duitsland, in het dorp Lathen, en als je interesse de geschiedenis is, en vooral de plaatselijke geschiedenis, kijk je rond in je eigen nieuwe woonplaats en in de nieuwe omgeving.
Daar kwam ik tot interessante ontdekkingen, en ik wil er hieronder enkele laten volgen.

Joden in Lathen
Zo kwam ik door de hoofdstaat fietsende, een monument tegen, waarop te lezen stond welke en hoeveel Joden er vanuit Lathen waren afgevoerd en vermoord in de concentratiekampen. Een monument, welke in Raalte mijn geboortedorp waar toch ook veel Joden zijn afgevoerd en niet weer terug zijn gekomen, niet zie staan, enkel een onooglijk steentje aan de voormalige Synagoge in de Stationsstraat, en dat pas vele jaren na de oorlog.
Ook Zwolle een plaats waar wij toch ook jaren hebben gewoond, kent zo’n monument niet, en ook daar enkel een steen ingemetseld in de Synagoge.
Wel zijn er in Zwolle nog enkele straten naar omgekomen Joden vernoemd, zoals de Samuel Hirschstraat waar de synagoge staat.
Wat de geschiedenis van de Joden in Lathen betreft , heb ik onderstaand opgezocht en opgeschreven.
De Synagoge van Lathen, is gebouwd midden in de crisisjaren van de jaren dertig van de vorige eeuw, die ook in Duitsland in volle omvang woedde.
De Joden in Lathen, kerkten voordien in Sogel, maar dat was gezien de afstand van 17 kilometer, en het feit dat zij niet mochten reizen op Israëlische zon en feestdagen een zware en een onmogelijke opgave.
De moedergemeente in Sogel, had voor de 1e wereldoorlog ca. 183 leden, na de 1e wereldoorlog was hun aantal geslonken tot 79 leden, waarvan er 41 in Lathen woonden.
De verhouding tussen de Joden van Sogel en Lathen, waren problematisch, omdat Joden die het niet breed hadden, door de Joodse gemeenschap werden onderhouden, en om nu de Joodse gemeenschap van Sogel vaarwel te zeggen, en een nieuwe Joodse gemeenschap in Lathen op te zetten, was erg ongewis en onzeker, zeker in de crisistijd.
Het was Godfried Levi, die later de achternaam Frank aannam, die zich in 1822 in Lathen vestigde. Zijn gezin had 8 kinderen, waarvan er 5 zich een echtgenoot trouwden uit Sogel. Vier van zijn kinderen vestigen zich blijvend in Lathen, en bekwamen zich in de veehandel. Aanleg van een spoorbaan, en aanleg van wegen hebben voor hen een duidelijk economische vooruitgang tot gevolg. Als dan in 1878 Aron Jacobs met zijn gezin en 10 kinderen vanuit Borger zich ook in Lathen vestigen, groeit de Joodse gemeenschap volop.
Zijn dochter Rosette huwt in 1875 met de volkomen berooide, en uit het Nederlandse dorp Maaten (met dit dorp zal vermoedelijk de buurtschap Maten zijn bedoeld, ten Noorden van Emmen gelegen) afkomstige Isaac Schaap.
In 1900 kunnen zij een huis in de Bahnhofstrasse betrekken, zoon Salomon Schaap huwd met Lina Rosenberg en komen ook in de Bahnhofstrasse, en zoon Jacob komt met Johanna de Jonge in de Hauptstrasse te wonen. Kortom, in Lathen wonen Joden met een zelfbewust wij-gevoel, en constateren dat hun binding met Sogel eigenlijk geen toekomst meer heeft. Mede, omdat zij als streng religieuze Joden niet de Synagoge van Sogel kunnen bezoeken.
Zij betrekken in Lathen bij de fam. Frank, een eigen gebedsruimte, die overigens weldra te klein is voor de groeiende Joodse gemeente. Problemen hadden zij ook met het schoolbezoek, normalerwijze, zouden de kinderen de Joodse school in Sogel bezoeken, maar afstand, en mogelijk de kwaliteit van onderwijs doen de ouders besluiten, om hun kinderen naar de Katholieke school in Lathen te sturen. Dat betekende overigens wel, dat zij en het schoolgeld in Lathen moeten betalen, en schoolgeld aan de Joodse school en Synagoge in Sogel moeten afdragen en betalen, en dat voor de toch niet al te rijke Joodse gemeenschap van Lathen, op een enkeling na.
Problemen te over, tussen de joodse gemeenschap van Sogel en Lathen, die door het uitbreken van de 1e wereldoorlog even naar de achtergrond verdwijnen, maar nadien weer volop aanwezig waren.
In de 1e wereldoorlog komen overigens ook 2 joodse jongemannen om bij oorlogshandelingen, August Schaap en Aron Jacobs. Bij de oprichting van een oorlogsmonument na de 1e wereldoorlog, bracht de bevolking van Lathen en omgeving, gemiddeld 50 rijksmark op, maar Aron Schaap, de vermogende veehandelaar telde 2000 rijksmark neer voor het monument, welk monument na de 2e wereldoorlog is uitgebreid.
De lijst met gesneuvelde of niet teruggekomen inwoners van Lathen uit de 1e wereldoorlog bedraagt 66 namen. En ook het aantal namen uit de 2e wereldoorlog is aanzienlijk.
Het komt tot een poging, om een eigen Synagoge op te richten, en de Joodse gemeenschap van Lathen doet een oproep aan de moedergemeente in Sogel om daaraan medewerking te verlenen, en vragen ook aan de minister van Wissenschaft, Kunst und Volksbildung in Berlijn, om een positief antwoord, maar dat laatste wordt hun onthouden.
De minister vraagt bedenktijd, om voor een gemeente van maar 37 leden, een vergunning te verlenen om een zelfstandige Joodse gemeente op te richtten.
Hiermee schijnen alle pogingen van de Lathense Joden voor een zelfstandige gemeente, voorgoed begraven.
Toch gaven zij hun droom om een eigen gebedshuis te bezitten niet op, door het organiseren van een collecte onder de bevolking van Lathen probeerden zij gelden bijeen te brengen.
Deze collecte onder de overwegend Katholieke bevolking, bracht weinig op, ook al omdat de pastoor zich openlijk tegen deze collecte had uitgelaten, terwijl in het verleden, de Joden wel royaal gelden hadden geschonken voor de renovatie van de Katholieke kerk.
Met vrijwel enkel eigen middelen begon de Lathense Joodse gemeenschap toch aan de bouw van de synagoge, welke in 1932 gereed is gekomen.
Voorbidder werd Gottfried Frank, die op hoogtijdagen geholpen werd door zijn neef Max Frank die in Werlte woonachtig was. Lathener handwerkslieden hielpen met de bouw van de synagoge, en zo hadden zij samen met de katholieken en protestanten een eigen kerk en onderkomen. Wel hebben zij met behulp van een notaris uit Papenburg gepoogd, om gelden vanuit Sogel overgemaakt te krijgen, die zij dachten rechtens toe te komen, maar dat verzoek kreeg geen vervolg.
Tot eind 1938 konden de Joden in Lathen redelijk ongehinderd hun leven leiden, alhoewel, donkere wolken pakten zich boven Duitsland samen, ook boven Emsland en Lathen. En August Schaap werd met Pasen 1938 door zijn klassenleraar gevraagd, om met zijn voortgezette studie aan de Volksschule te stoppen,
Op donderdag 10 november 1938 zijn in Lathen, vrijwel alle Joodse mannen bijeen in de Synagoge aan de Bahnhofstrasse, zij zijn daar bijeen om de stervensgebeden voor hun ernstig zieke medegelovige Egon Schaap te bidden.
Plotseling stormen mannen van een SA commando uit Meppen de synagoge binnen, en zonder onderscheid des persoon, gooien zij benzine over alle aanwezigen en over het meubilair van de synagoge, en steken het vervolgens in brand.
De aanwezigen kunnen met moeite naar buiten komen, in een poging om zich te redden van een verschrikkelijke verbrandingsdood, maar eenmaal buiten gekomen worden zij allen gearresteerd door een aanwezige politieagent, en die laat iedereen afvoeren naar Meppen.
De gevangeniskelder van de SA in Meppen was hun tussenstation, voor verdere deportatie naar KZ Sachsenhausen. De brand vernietigde de houten inrichting van de synagoge, en de muren die overeind gebleven waren, werden met een tractor omvergetrokken, terwijl de Davidster in een kolk in de buurt werd gegooid. De overgebleven Joden van Lathen, en die de kans kregen,vertrokken naar elders. Bendix en Aron Schaap vertrokken naar familie in Nederland, Joseph Frank vertrok naar Amerika, enkel de ouderen bleven achter, zonder hulp van de Joodse gemeente, en zonder hulp van de overheid, leefden zij op het randje van het bestaansminimum, en in grote onzekerheid over de toekomst.

Al deze afgevoerde personen kwamen uiteindelijk terecht in concentratiekampen, met voor hen dramatische afloop, op een enkeling na.
Wij schrijven hier de dag na de Kristallnacht, welke was van 9 op 10 november 1938.
In die Kristallnacht, ook wel Reichskristallnacht genaamd, werden in totaal 267 synagogen in Duitsland in brand gestoken, ca. 7500 joodse bedrijven en of winkels verwoest, en ca. 26.000 joden mishandeld en naar concentratiekampen afgevoerd, in hoofdzaak Buchenwald, Sachsenhausen en Dachau.
De Kristallnacht was geen spontane reactie van volkswoede, maar een georganiseerde aktie van de SA en andere Nationaal Socialistische organisaties, waarvoor door Josef Goebbels met medeweten van Adolf Hitler de avond tevoren in Munchen het sein werd gegeven.
De reden van deze pogrom, was dat een 17 jarige Pools-Joodse jongen Herschel Grynszpan een aanslag had gepleegd op staflid von Rath van de Duitse ambassade in Parijs.
Nu was deze pogrom (Pogrom betekent in het Russisch relletje, maar in onze tijd hevige uitbarsting van Jodenhaat) niet de eerste in zijn soort, al in 1821 in de Russische stad Odessa, en in 1881 kwam het tot grote pogroms over geheel zuid Rusland, met name de Wit Russen hebben in de Oekraïne gruwelijke joden vervolgingen gepleegd. De tweede wereldoorlog speelde natuurlijk de boventoon betreffende de Jodenvervolging, maar zelfs na 1945 kwamen er nog pogroms voor in Polen, Jemen, Egypte en Irak.
In Lathen, op de plek waar de synagoge gestaan heeft, is een monument opgericht ter nagedachtenis aan die vreselijke gebeurtenis voor- en periode van de 2e wereldoorlog.
Op dat monument de namen van de 31 Joodse slachtoffers van het Nationaal Socialisme, en een tekst met de vermelding n.a.v. de Kristallnacht.
Hun namen zijn:
August Schaap, Aron Schaap, Anne Schaap, Joachim Schaap, Leonie Schaap, Bendix Schaap, Emilie Schaap, Sonja Schaap, en Fritz Schaap, Elli Lachmann, Erna Jacobs en Iwan Jacobs, Elise Rosenthal, Salli Jacobs, Henriette Mildenberg, Jacob Frank, Berta Frank, Gottfried Frank, Elise Frank, Max Frank, Aron Frank, Meier Frank en Berta Frank, Johanna Schmidt, Moses de Vries, Ida de Vries, Rosette de Vries, Karl de Vries, Herta de Vries en Leo de Vries.

Am 9-nov.1938 wurde die synagoge der Judische gemeinde unseres dorfes durch frevler hand geschandet und zerstort. Wir gedenken unserer judischen mitburger. Der stein diene als mahnung und setze ein zukunfstweisendes zeichen fur mitmenschlichkeit

Op 9 november 1939 werd de synagoge van de Joodse gemeenschap van ons dorp door misdadige handen geschonden en verwoest. Wij gedenken onze Joodse medeburgers. De steen dient als vermaning en plaats voor een toekomst wijzend teken voor medemenselijkheid.

In 1942 beëindigt met een transport naar de vernietigingskampen in Riga en Auswitsch, het korte bestaan van de kleine zelfstandige Joodse gemeenschap van Lathen.
Toen Amerikaanse, Engelse en Poolse troepen, Hannover op 10 april 1945 bevrijden, vonden zij nog maar 27 levende joden in die stad, in Osnabruck 10, in Luneburg 2 en in geheel Oost Friesland nog maar 5 joden in leven.
1 Joodse vrouw uit Lathen heeft de verschrikkingen van de kampen overleeft, en geeft anno 2005 nog steeds lezingen, om te waarschuwen zoals zij zelf verklaart.

Het eind van de oorlog voor Lathen, kwam met de bevrijding door de Canadezen, geholpen door Poolse militairen. Omdat Duitse troepen tegenstand boden, kwam het tot een treffen, waarbij aan Duitse zijde 5 doden vielen.
Toen die tegenstand was opgeruimd, reden Canadese troepen naar het centrum van het dorp Lathen, en schoten met hun tanks in alle richtingen, daarmee aangevend dat zij de macht hadden overgenomen.
Bij die geallieerde opmars raakten vele huizen onbewoond, en sommigen branden geheel tot de grond toe af, in totaal 17 huizen. En zoals altijd, waren het de burgers die het meest te lijden hadden van de oorlogshandelingen.
De 700 Poolse militairen bleven vervolgens 2 jaar, en bewoonden de huizen die zij gevorderd hadden. Ook zij waren slachtoffer, maar dan van de expansiedrang van de Sovjet Unie.

Anno 2005
Het zijn de kranten, tijdschriften, en ook de televisie die veel aandacht schenken aan 60 jaar bevrijding, maar ook in Duitsland.
Het zijn de pijnlijke herinneringen van mensen die slachtoffer zijn geworden van een regiem, die zij niet hebben gewild, en waarbij zij ouders, kinderen, broers en zussen zijn verloren.
Ook voor inwoners van Duitsland, waar nu 60 jaar na het einde van de oorlog de verhalen langzaam los komen, direct na de oorlog mochten zij hun mond niet open doen, Duitsers waren bij definitie allemaal slecht. Ook de kinderen die bewust of onbewust de oorlog hadden meebeleefd, hielden hun mond, vaak ook uit respect voor de ouderen in hun omgeving.
Nu veel van die ouderen er niet meer zijn, kunnen de nu nieuwe ouderen hun verhaal kwijt, en die duiken met regelmaat op.
Kijk ook naar de monumenten in vrijwel elke plaats van Duitsland, en iedereen op vakantie in Duitsland heeft er wel eens voorgestaan, en tel de namen bij elkaar op van de 1e en de 2e wereldoorlog, en je zwijgt, als men zich realiseert hoe groot de aantallen zijn op de totale plaatselijke soms hele kleine gemeenschappen.
En natuurlijk, eigen schuld dikke bult denken velen, en daaraan kan en mag men ook niet voorbijgaan, maar het zijn toch in overgrote meerderheid slachtoffers, die, die oorlogen niet hebben gewild maar waarvan de meeste gedwongen waren door het regiem.
Een van de spreeksters bij een herdenking verwoorde het zo: Kinderen van moordenaars, zijn zelf geen moordenaars, en wij mogen hen er niet op afrekenen.
In Duitsland zijn er talloze herdenkingen, het onthullen van monumenten met als opvallendste het Holocaustmonument midden in hartje Berlijn voor de talloze Joodse slachtoffers.
De onthulling liet 17 jaar op zich wachten nadat de eerste plannen ervoor gemaakt waren.
En zoals ook overal elders, hier grote kritiek op het monument, als zijnde geen recht te doen aan de schuldvraag, of te pompeus, of niet herkenbaar. Indrukwekkend was het, dat een van de initiatiefneemsters, een kies toonde, die zij gevonden had in het zand van een concentratiekamp c.q. vernietigingskamp, en toen de belofte heeft gedaan, om die kies ooit in een monument te plaatsen, hetzij zij ook daadwerkelijk gedaan heeft, in een van de ruim 2000 zuiltjes of zuilen van dat monument in het centrum van Berlijn. Direct na de onthulling kwam er wederom kritiek, mensen gingen op het monument staan, zitten en hun boterham opeten, kinderen deden verstoppertje, tikkertje en sprongen van de ene steen op de andere, toen wij er waren, waren er ordebewakers die mensen erop attendeerde dat enige eerbied vereist was, en het niet de bedoeling was om het als zitbankje te gebruiken, of anderszins.

Ook in Esterwegen is een bijzondere bijeenkomst geweest in april 2005, voor en door de mensen van de Emslandkampen, of zoals hier genaamd, die Moorsoldaten, de bijnaam voor Esterwegen was Die Helle am Waldesrand, ofwel de hel aan de bosrand.
Ruim 100 aanwezigen herdachten het feit, dat 60 jaar geleden de Emslandkampen door de Britse en Poolse militairen zijn bevrijd, waaronder enkele overlevenden, die allen de leeftijd hadden van tussen de 80 en 90 jaar. Overigens was het ook voor het eerst dat Duitsland een periode van 60 jaar vrij van oorlog was.
Ook der Wecker, een op zondag verschijnende krant met veel reclamefolders heeft een groot artikel gewijd aan Willi Herold, hij was het die in het kamp Aschendorfermoor verantwoordelijk was voor de dood van ruim 150 gevangenen. Het artikel gaat in op zijn helpers, die nooit zijn gevonden, en dus ook nooit gestraft zijn. Een van zijn belangrijkste helpers, zou de Feldwebel Heinz of Heinrich Hoffmeister zijn, donkerharig en rond 40 jaar in 1945. De kans dat hij nog zou leven, is natuurlijk medio 2005 uitgesloten, maar men is nog immer op zoek om van hem een spoor terug te vinden.
Over dat drama is een boek geschreven, Der Henker vom Emsland, door de Britse officier T.X.H. Pantcheff, en momenteel is een herdruk in voorbereiding, om die geschiedenis niet te laten wegzinken in vergetelheid.

Anton G.M.Heijmerikx

e-mail: anton@heijmerikx.nl

4 Comments

  1. paul nederhof
    oktober 22, 2006

    Geachte heer Heijmerikx
    Dank u voor uw uiterst informatieve berichtgeving over de kampen in Emsland. Graag verzoek ik u of u wellicht raad weet met het volgende. Mijn grootvader is na een razzia in Paderborn te werk gesteld maar al snel gevlucht. Bij de Nederlandse grens is hij opgepakt en in een kamp in Bentheim terechtgekomen. In dit kamp zaten onder meer veel Russen, Italianen, geen joden, en “veroordeelden/ misdadigers”. Er was een Nederlandse kampcommandant. Na enige tijd slaagde hij er in te ontsnappen, maar werd weer opgepakt en in een kamp in Gildehaus gezet. Het was toen 1944, en al snel moesten de gevangen voor het nadere bevrijdingsfront uit lopen. Naar mij is verteld (evenals het voorgaande) wist hij in een greppel te duiken en werd hij door een Schots regiment gered, waarna hij onmiddellijk als tolk werd ingezet. Mijn grootvader woog ruim 100 kg toen hij werd opgepakt, en woog minder dan 50 kg toen hij thuis kwam in Nederland. Toch was hij toen al vele weken in Schotse en daarna in uitstekende Amerikaanse handen geweest. Mijn (bescheiden gestelde) vraag: weet u wellicht om welk kampen in Bentheim en Gildehaus mijn grootvader kan zijn geweest, en weet u wellicht de naam van de Nederlandse kampcommandant? Ik wacht met veel belangstelling op uw reactie, maar heb er begrip voor als u geen antwoord kan geven.
    Vriendelijke groet van Paul Nederhof

  2. J.H.Wodar
    oktober 26, 2009

    Geachte heer Heijmerikx,

    Mijn vader was een van de Poolse soldaten, was gelegerd in Wehn,
    Ik zelf ben geboren in 1947 te Wieste, laten we zeggen een bezettings kind.
    Mijn ouders zijn toen wel met elkaar getrouwd, we zijn later naar Nederland Geemigeerd.

    Met vriendelijke groet,

    Hans Wodar J.wodar@ziggo.nl

  3. Geachte heer Heijmerikx,
    november 25, 2017

    Vindt uw schrijven boeiend, daar te meer mijn vader ook in Lathen is geboren.
    Maar weet niet of de familie Jacobs, door u juist is omschreven.

    Mijn vader is Aaron Jacobs geboren te Lathen op 29 maart 1908.
    Zoon van Jacob Jacobs en Johanna de Jonge. Deze hebben nog twee kinderen
    Netta en de naam van mijn oom houdt u nog te goed.
    Wat zeker is dat mijn grootouders familie zijn van de Jacobs die u omschreven heeft.
    Weet u hoe het precies zit?

    Met vriendelijke groet,
    Johan Jacobs

  4. Hanne Hein-van der Hoek
    oktober 26, 2018

    Geachte hr. Heijmerix, dank voor uw geschiedenis van de Joden van Lathen en omgeving. Het is een bijzonder verhaal en een mooie toevoeging aan het familieboek. Veel wisten we al uit mondeling overlevering van mijn schoonmoeder Netta Hein-Jacobs (de tante van bovenstaande Johan (hans) Jacobs-door sommige families geschreven net een k) en haar broer Albert (de vader van Hans). Netta was de oudste in het gezin van Johanna Jacobs de Jonge en haar man Jacob.
    Haar jongste broer is Jacob geboren na de dood van zijn vader die Menne genoemd werd. Hans heeft van mij al de stamboom en de familieverhalen ontvangen.

Geef een reactie